Genealogie van het adellijk geslacht van Aebinga van Hijum

 

                                                          

 

                        Voor bronnen en afkortingen zie pagina 6 van de site.

                        Eveneens voor het voorbehoud bij sommige personen en filiaties.

 

 

 

 

I Goffe van Aebinga, overleden voor 1455.

 

Hij woonde op Aebinga te Hijum.

Zie GJB 1994-144 en GJB 1972-94.

 

Goffe was gehuwd met  Catharina van Roorda, dochter van waarschijnlijk Goffe van Roorda en Syts van Aylva.

 

Zij en haar kinderen worden genoemd in het testament van haar broer Ruurd uit 1442.Scheiding en deling van zijn nalatenschap in 1455 tussen zijn kinderen en haar kinderen.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Taecke van Aebinga

 

Hij zou zijn vermoord.

            

           2   Feicke van Aebinga,  volgt onder II-a.

 

           3   Werp van Aebinga.

 

Mr.Werp Aebingha was pastoor in Stiens.

 

 

           4   Douwe van Aebinga, volgt onder II-b.

 

 

    II-a Feicke van Aebinga,  overleden voor 1498, zoon van Goffe van Aebinga (I) en Catharina van Roorda.

 

Fecke uit Hijum kocht in 1468 het goed Offinga te Hallum (Burmaniaboek).

Hij wordt genoemd in OFO IV-39 d.d.24-6-1472.

Hoofdeling te Hijum en grietman van Leeuwarderadeel in 1479 (OFO I-299 d.d.19-10-1479).

Zie ook GJB 1994-144,145.

Fecke liet Aebinga te Hijum na aan zijn zoon Bennert en Offinga te Hallum aan zoon Schelte.

Uit een testament uit 1501 (volgens Burmania) blijkt dat zijn zoons Schelte,Binnert,Gosso en Taco als zwagers hebben Joannes (Auckama),Binnert (Hania) en Kempo (Hinnema).

Voor Aebingastate (Offinga) te Hallum en haar bewoners zie de Friesche volksalmanak van 1897 blz.1/37.

 

Feicke was gehuwd met  Ael van Jelmera, overleden na 1498, dochter van Sascker van Jelmera en N.N..

 

Genoemd met 2 zoons in OFO I-433 d.d.10-5-1498.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Schelte van Aebinga, volgt onder III-a.

 

           2   Binnert van Aebinga, volgt onder III-b.

 

           3   Goffe van Aebinga, ,ook Gosse, overleden na 1507.

 

Goffe Feckesz ondertekent op 9-7-1504 de reversaalbrief (nr.32).

Op 5-1-1505 staat Goffe Abinga op de lijst van edelen uit Tietjerksteradeel.

Zie GJB 1994-145.

 

 

           4   Taecke van Aebinga, overleden 1512 ,in het klooster Lidlum.

 

Taco van Aebinga was abt van Mariėngaarde 1485/1506.

 

 

           5   Rints van Aebinga, overleden na 1498.

 

Rints was gehuwd met Jan Sybrants van Auckama, overleden Leeuwarden n 1508, zoon van Sybrant Pieters van Auckama en Auck Siercksdr van Donia.

Jan was weduwnaar van Auck Ungha,overleden voor 1498.

 

OFO I-356 d.d.3-12-1487:eris een geschil over de nalatenschap van priester Jelle van Juwsma,zijn halfbroer.

Ook genoemd in OFO I-363 d.d.10-11-1488 en OFO I-367 d.d.8-7-1489.

Olderman van Leeuwarden in 1495 en 1498.

OFO I-433 d.d.10-5-1498:hij verkoopt met zijn tweede vrouw Rinth een rente onder Jelsum.

Genoemd 3-4-1501 en 13-9-1506 in de testamenten van zijn zuster Sibbel en 5-8-1508 als naastligger te Leeuwarden.

 

 

           6   Tjets van Aebinga, overleden 1513.

 

Tjets was gehuwd (1) met Keimpe van Hinnema, afkomstig uit Jelsum, overleden  1501.

 

Tjets was gehuwd (2) met Ritscke Boelema, overleden 30 jul 1547, begraven Leeuwarden ,Galileėrkerk, zoon van Sjoele Sydses van Bonga en Jetscke van Jelmera.

 

Na het overlijden van Tjets hertrouwde Ritscke eerst Geel,de vrouw van zijn zwager Bennert en daarna Sierdt Hendricxdr.,overleden 12-8-1564,begraven Leeuwarden.

Zie Grafschriften III,Leeuwarden,Galileėrkerk.

Stichter van het Ritske Boelema Gasthuis te Leeuwarden.

Op 9-7-1504 tekent Ritscke Siola de reversaalbrief (nr.155).

Bij RvA 1511 en 1540 genoemd als Ritscke Bolema of Ritscke Syoeles met bezit te Stiens en Hallum.

Hij testeerde te Leeuwarden op 4-12-1533 (F.T.130/132),op 6-4-1544 (F.T.182) en op 2-12-1545 (F.T.190).

 

 

           7   N. van Aebinga, overleden voor 1511.

 

Zij was gehuwd met Binnert van Hania,  overleden 1505/1511

 

Op 5-1-1505 op de lijst van Friese edelen onder nr.167 (T342-05, 62).

Bij RvA 1511 is sprake van erven en wezen van Bennert met bezit te Stiens,Hijum,Holwerd,Brantgum,Foudgum,Betterwird/Bornwerderhuizen en Hantum.

In 1536 is alleen de dochter Rixt van Hania bekend.

 

8 N. van Aebinga, overleden na 1491

 

In 1491 genoemd als non in Foswert.

 

 

 

    II-b Douwe van Aebinga, overleden na 1492, zoon van Goffe van Aebinga (I) en Catharina van Roorda.

 

Hij woonde in Stiens en wordt genoemd in OFO IV-39 d.d.24-6-1472.

Hij testeerde in 1492.Zie verder GJB 1994-145.

 

Douwe is getrouwd 1468 (1) met  Ael Sippesdr van Heemstra, dochter van Sippe van Heemstra en Ansck Poppesdr van Heemstra.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Taco van Aebinga, overleden voor 1511.

 

Pax-127 d.d.25-8-1495:Taecke Douweszn sluit als hoofdeling te Stiens met zijn broer Goffe een verdrag met Groningen.

 

Taco was gehuwd met Saepck van Ydsma, overleden 17 feb 1570 *, begraven Leeuwarden,Galileėrkerk, dochter van Werp van Ydsma en Frau van Juwsma.

 

Zie voor haar de Vrije Fries III (1844)-150/157.Er is een request van haar d.d.8-7-1524 aan Margaretha van Oostenrijk,waar zij vraagt om eerherstel voor haar en haar kinderen,nu zij met Burmania gaat trouwen.Eerherstel omdat haar eerdere man Herjuwsma in 1512 was onthoofd wegens landverraad.

Ook volgens het "Dootboeck" (GEN 742) was zij 4x getrouwd en moet zij dus zeker voor 1490 geboren zijn.

Zij testeerde in 1562 (GJB 2000-138).

 

Saepck was later gehuwd met Jemme Herjuwsma, overleden Leeuwarden 16 nov 1512. Saepck was later gehuwd met Sybren Jeppes van Stenstera, overleden 1521/1525, zoon van Jeppe van Stenstera en Eeth Ndr. Saepck is later getrouwd 1524 met Douwe van Burmania, overleden Ferwerd 1551, begraven aldaar, zoon van Rienck Upckes van Burmania en Eeck Tjaertsdr van Burmania. Douwe was weduwnaar van Ath Piersdr Bonninga van Sjaerda, overleden 14 sep 1522 *, begraven Leeuwarden ,Oldehove, dochter van Pier Bonninga van Sjaerda en Tryn Lollesdr van Ockinga. Ath was weduwe van Laes van Harinxma, overleden v 1522, zoon van Laes van Harinxma.

 

Douwe was gehuwd (2) met  Syts van Eminga, dochter van Minne van Eminga en Tjemck van Cammingha.

 

Zij overleed kinderloos.

 

Douwe had een buitenechtelijke relatie (3) met  Rieme Ndr, overleden v 1511.

 

Uit deze relatie:

 

           2   Goffe van Aebinga, volgt onder III-c.

 

 

  III-a Schelte van Aebinga, overleden na 1498, zoon van Feicke van Aebinga (II-a) en Ael van Jelmera.

 

Hij woonde vermoedelijk op Donia te Hallum (stem 75), want hij wordt herhaaldelijk Schelte Donia genoemd.

OFO-IV-104 d.d.5-7-1494:hij en zijn vrouw Hylck hebben een geschil met Peter Cammingha en diens zuster Sjouck over Jelmerastate op Ameland.

Ook genoemd in OFO I-433 d.d.10-5-1498.

Op 5-1-1505 staan Schelto Abinga kinderen bij de edelen van Leeuwarderadeel.

Zie voor hem ook de Vrije Fries I (1839) 345/355.

 

Schelte was gehuwd met zijn nicht  Hylck van Donia, overleden 1494, begraven Hallum, grafschrift, dochter van Romcke van Donia en Rints van Foppinga.

 

Zij was bij huwelijk met Schelte al weduwe van Botte van Liunia.Zij wordt met Botte genoemd in OFO I-252 d.d.9-8-1474.

Volgens het "Dootboeck" (GEN 742) werd zij begraven te Hallum,maar het daar genoemde sterfjaar 1490 is dus niet juist.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Ruurd van Aebinga, ,ook Rewert en Renert, volgt onder IV-a.

 

           2   Rixt van Aebinga, afkomstig uit Hijum, overleden 21 apr 1543 *, begraven Hallum ,grafschrift.

 

Rixt woonde vermoedelijk met haar man op Offinga te Hallum.

HvF 16481-612 d.d.20-12-1536:haar man Peter procedeert voor haar samen met haar broer en haar nichten tegen de Auckama`s.

Als weduwe van Peter en als zuster van Ruurd vermeld bij RvA 1540 met bezit te Hallum (o.a. Lunia) en Ferwerd .

Het huwelijk was kinderloos, haar broer Ruurd erfde van haar.

 

Zie GJB 1994-146.

 

Rixt was gehuwd met Peter van Aylva, overleden 7 nov 1539 *, begraven Hallum ,grafschrift, zoon van Peter Epes van Aylva en waarschijnlijk Jelck Ndr.

 

Zie N.L.1989-30 en GJB 1995-148,waar de overlijdensdata van man en vrouw zijn verwisseld (juiste sterfjaren op de zerk,genoemd in de Vrije Fries XXIII).

OFO IV-158,163,164 d.d.22-2-1507 en 26-6-1507:hij verkoopt goederen te Wanswerd en heeft bezit te Ferwerd.

De 4 kwartieren op zijn graf waren:Aylva,Mockema,Jongema,Oenema.Deze grootouders zijn niet te traceren.

 

 

 

   III-b Binnert van Aebinga, overleden na 1515, zoon van Feicke van Aebinga (II-a) en Ael van Jelmera.

 

Hij woonde op Aebingastate te Hijum.

OFO II-192 d.d.31-10-1495:Hessel Martena had goederen van hem in beslag genomen en moet deze teruggeven.

Genoemd in OFO I-433 d.d.10-5-1498.

Op 9-7-1504 tekent Bennert Abbinga de reversaalbrief (nr.39) en ook voor Goffe Branda (nr.40).

Bennert Abinga staat op 5-1-1505 bij de edelen van Leeuwarderadeel.

Bij R.v.A.1511 heeft Binnert Aebinga van Hijum veel bezit.

In 1516 werden zijn goederen geconfisqueerd.

Volgens het Burmaniaboek liet hij bij zijn vrouw His 2 dochters na.

Zie verder GJB 1994-146.

 

Binnert was gehuwd (1) met   His Doeckesdr van Rinia, ,dochter van Doecke van Rinia en Lisck Pybes van Sickema.

 

 

His was weduwe van Pieter Sybrants van Auckama, overleden Leeuwarden 25 jul 1487 *, begraven Wirdum, zoon van Sybrant Pieters van Auckama en Auck Siercksdr van Donia.

 

Genoemd als weduwe van Pieter op 3-12-1487 in OFO I-356 bij een overeenkomst over de nalatenschap van Jelle Juwsma.

Zie over haar GJB 2009-41.

 

Uit het huwelijk van Binnert en His:

 

1 His van Aebinga, overleden na 1536

 

His was gehuwd met Haring van Heringa, overleden na 1543, zoon van Sascker van Heringa en Tjets van Juwsma.

 

Hij woonde met zijn vrouw op Aebingastate te Hijum.

HvF 16481-612 d.d.20-12-1536: Haring Heringa,getrouwd met His,ook voor haar zuster Hil ,procedeert met andere Aebinga`s  tegen de Auckama`s.

 Haring als voogd over Hil,weeskind van Bennert Aebinga.

HvF 16481-735 d.d.14-7-1537: Haring is eiser namens zijn vrouw en haar zuster Yde Hania en samen met Andries Waltinga namens zijn moeder Rieme contra klooster Smalle Ee.

Yde Hania was een halfzuster van His en weduwe van Sipcke van Hania.  Zie GJB 2009-41.

Bij RvA 1540 eigenaar/gebruiker van bezit te Hijum en Hallum dat bij RvA 1511 behoorde aan zijn schoonvader Binnert van Aebinga.

Hij had bij RvA 1540 ook bezit te Stiens,dat in 1511 behoorde aan zijn moeder Tjets.

Bij BB 1543 met bezit.

Zie verder ook GJB 1994-147.

 

 

Binnert was gehuwd (2) met  Geel Ndr, ,Alma ?, overleden v 1544.

 

Zij hertrouwde haar zwager Ritske Boelema (zie GJB 1994-145).

 

Uit het huwelijk van Binnert en Geel:

 

           2   Hil van Aebinga, overleden na 1545, begraven Groningen ,Martinikerk.

 

HvF 16481-612 d.d.20-12-1536:Haring Heringa  als voormond van Hyl,weeskind van Bennert Aebinga .

Maar Hil was toch al in 1532 getrouwd met Sascker Heringa ( is dit te rijmen ?).

Zie GJB 1994-146,147 (noot 55 en 66).

 

Hil is getrouwd 2 dec 1532 ,ws.op Eeckinga te Winsum, met Sascker van Heringa, overleden 1 mrt 1565, begraven Groningen ,Martinikerk, zoon van Eelcke van Heringa en Lisck van Rinia.

 

Burgemeester van Groningen.

Bij RvA 1540 is hij eigenaar van goed onder Stiens en Hallum,dat in 1511 behoorde aan schoonvader Bennert Aebinga.

 

 

 

   III-c Goffe van Aebinga, overleden Stiens 1511, natuurlijke zoon van Douwe van Aebinga (II-b) en Rieme Ndr.

 

Pax-127 d.d.25-8-1495:Goffe sluit als hoofdeling te Stiens met zijn broer Taecke een verdrag met Groningen.

Goffe Douwes Abinga staat op 5-1-1505 bij de edelen van Leeuwarderadeel.

 Goffe testeerde op 23-3-1511 te Stiens (F.T.82 en OFO II-248),waarbij 6 kinderen worden genoemd.

R.v.A.1511:bezit te Stiens en Hijum voor Goffa Dowa zoen maar ook voor Goffa erwen en kinderen.

Zie voor hem ook GJB 1994-147.

 

Goffe was gehuwd (1) met  Doedt Laesdr van Oedtsma, overleden 1492, dochter van Laes Hommes van Oedtsma en Doedt Ndr.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Gosse van Aebinga, volgt onder IV-b.

 

           2   Rieme van Aebinga, overleden n 1540.

 

Bij RvA 1540 als Rieme Goffadr met bezit te Stiens.

Zie ook GJB 1994-147.

 

Rieme was gehuwd met Pier Montes Schrioetsma, overleden n 1543.

 

In 1530 met bezit te Jislum en in 1543 met bezit te Stiens.

 

 

Goffe was gehuwd (2) met  Catharina van Gratinga, overleden v 1511, vermoedelijk dochter van Bocke van Gratinga/Burmania en Hilck van Eelsma.

 

Zij was vermoedelijk een zuster van Sicke Bockes van Gratinga (zie GJB 1994-147) en in dat geval een dochter van Bocke van Gratinga/Burmania en Hilck van Eelsma.

In het stamboek wordt zij daar niet genoemd.

 

Uit dit huwelijk:

 

           3   Douwe van Aebinga, volgt onder IV-c.

 

           4   Teth van Aebinga, overleden n 1511.

 

 

 

Goffe had een buitenechtelijke relatie (3) met  Rints Hansdr, overleden n 1511.

 

Uit deze relatie:

 

           5   Douwe van Aebinga, overleden n 1540.

 

In 1540 met bezit te Stiens.

 

 

           6   Taco van Aebinga, overleden n 1540.

 

In 1540 met bezit te Stiens.

 

 

 

   IV-a Ruurd van Aebinga, ,ook Rewert en Renert, overleden 17 mei 1559 *, begraven Hallum ,grafschrift, zoon van Schelte van Aebinga (III-a) en Hylck van Donia.

 

Bij RvA 1511 en 1540 genoemd met bezit te Stiens en Hallum (het Doniagoed aldaar was door zijn moeder bij huwelijk meegebracht)

In 1540 is de naam Ren(n)ert en Rewert en wordt hij vermeld samen met zijn zuster Rixt met gedeeld bezit te Hallum.

Hij woonde eerst op Donia te Hallum maar na overlijden van zijn zuster Rixt in 1543 verhuisde hij naar Offinga.

HvF 16481-612 d.d.20-12-1536:hij procedeert met zijn zuster,getrouwd met Pieter van Aylva,en met de kinderen van oom Bennert (His en Hil) en met Feye Roorda als man van Rixt Hania contra Symen Hendricks voor zijn vrouw Tieth Jans Auckama en Willem Canter ,erfgenamen Pieter Jans Auckama, over de erfenis van wijlen Ruurd Jans Auckama, zoon van Rints Aebinga.

Ruurd was hun neef en de Aebinga`s willen restitutie en als tegeneis restitutie van een zesde deel van de erfenis van Taecke Feickes Aebinga.(als abt overleden in 1512)., maar de Aebinga`s worden niet ontvankelijk verklaard.

 

Hij testeert in 1557 en laat Offingastate (later Aebinga stem 63) en Doniastate (later stem 75) in Hallum na aan zijn zoon Hette (T327-1758).

Zijn naam en die van zijn vrouw op een zerk te Hallum (de Vrije Fries XXIII).

Zie ook Grafschriften Roorda IV (33-10) en GJB 1994-148.

 

Ruurd was gehuwd met  Ydt van Dekema, overleden 16 nov 1551 *, begraven Hallum ,grafschrift, dochter van Hette van Dekema en Reynsck van Camstra.

 

Zie Grafschriften Roorda IV (33-10).

 

Uit dit huwelijk:

 

1 Hette van Aebinga,  geboren voor 1540, volgt onder  V-a.

 

2  dochter  N. van Aebinga,  overleden  11 mei 1541, begraven Hallum, grafschrift.

 

3 Pieter van Aebinga,  overleden 2 aug 1542, oud een half jaar, begraven Hallum, grafschrift

 

4 Pieter van Aebinga, overleden 21 jan 1544, begraven Hallum, grafschrift.

 

 

           5   Anna van Aebinga, geboren mrt 1548 , overleden 23 aug 1559 , oud 11  jaar en 5 maand, begraven Leeuwarden ,grafschrift.

 

Haar graf in de Galileėrkerk te Leeuwarden (zie Grafschriften III).

 

 

6 Reinsck van Aebinga, geboren omstreeks 8 mei 1551 (?), overleden 29 mei 1551, oud 3 (?) weken, begraven Hallum, grafschrift.

 

Het grafschrift te Hallum vermeldt haar als juffer Reinsck Aebinga.

 

 

   IV-b Gosse van Aebinga, overleden 1 mrt 1515 *, begraven Stiens, zoon van Goffe van Aebinga (III-c) en Doedt Laesdr van Oedtsma.

 

Voor hem en zijn vrouw zie GJB 1994-148.

 

Gosse was gehuwd met  Sierckje van Donia, overleden 22 jan 1549 *, begraven Leeuwarden ,Galileėrkerk, dochter van Sierck van Donia en Beyts van Haerda.

 

Voor haar graf met onleesbare sterfdatum,zie Grafschriften III-67.Het stamboek F.A. geeft als sterfjaar 1524,maar dat is dus onjuist.

OFO II-365 d.d.12-6-1534:zij wordt vermeld te Leeuwarden als weduwe van Gosse bij verkoop van land en renten.

Zij testeerde op 1-5-1544 te Leeuwarden (F.T.183);vermeld wordt dat haar zoon Gosse al is overleden.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Gosse van Aebinga, overleden 6 jun 1532 *,begraven Leeuwarden ,Galileėrkerk.

 

Zijn moeder was zijn erfgenaam.

 

 

 

   IV-c Douwe van Aebinga, overleden 9 mei 1543 *, begraven Leeuwarden (Oldehove), zoon van Goffe van Aebinga (III-c) en Catharina van Gratinga.

 

In aug 1519 is Dominicus Goffonus Aebinga student te Keulen en als Dominicus Abiga op 5-12-1522 student te Leuven.

Volgens genealogie Burmania is hij overleden in 1547.

 

Douwe was gehuwd met  Catharina van Offenhusen, overleden 31 dec 1530 *, begraven Leeuwarden ,Oldehove, dochter van Hans Douwes van Offenhusen en Saeck van Popckema.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Goffe van Aebinga, volgt onder V-b.

 

 

     V-a Hette van Aebinga, geboren voor 1540, overleden Leeuwarden 12 jul 1575/27 aug 1576, zoon van Ruurd van Aebinga, ,ook Rewert en Renert (IV-a) en Ydt van Dekema.

 

Friesche Volksalmanak 1897-10/16:  op 23-12-1572 aangesteld als grietman van Menaldumadeel,maar tegen de zin van de inwoners.Op 12-7-1575 maakte hij een afrekening als grietman,maar woonde toen te Leeuwarden.In 1576 is Lolle van Ockinga grietman en op 27-8-1576 worden door Hette nagelaten goederen door zijn weduwe verkocht

Zijn sterfdatum is 4-6-1575 volgens SFA maar dat zal vermoedelijk zijn 4-6-1576.

Hij werd begraven in het St.Annaklooster te Leeuwarden,maar later door bemiddeling van zijn zoon Schelte herbegraven in Hallum (zie grafschrift zoon Schelte).

 

Hette is getrouwd 1556 met  Sjouck van Cammingha, overleden 12 nov 1588, dochter van Frans van Cammingha en Jouck Piersdr van Walta.

 

Voor haar huwelijk met Hette werden op 26-4-1556 voorwaarden opgesteld (T313-96).

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Schelte van Aebinga, geboren 2 apr 1557, volgt onder VI.

 

           2   Jouck van Aebinga, geboren 1 mei 1559, overleden 2 mei 1559, begraven Leeuwarden, Galileėrkerk ,grafschrift.

 

           3   Ruurd van Aebinga, geboren 3 mrt 1561, overleden 27 mrt 1561, begraven Leeuwarden, Galileėrkerk ,grafschrift.

 

           4   Yd van Aebinga.

 

Op jonge leeftijd overleden.

 

 

           5   Jelle van Aebinga.

 

Op jonge leeftijd overleden.

 

 

 

     V-b Goffe van Aebinga, overleden Leeuwarden 1579, begraven Leeuwarden,Oldehove ,grafschrift, zoon van Douwe van Aebinga (IV-c) en Catharina van Offenhusen.

 

Zie GJB 1994-149.

Roorda heeft bij Grafschriften V dat Goffe begraven is Oldehove 1597 i.p.v. 1579, een verschrijving.

 

Goffe was gehuwd (1) met  Tjemck van Aebinga, afkomstig uit Blija, overleden 1558, dochter van Adzert van Aebinga en Wyts van Ydsma.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Douwe van Aebinga, geboren 22 sep 1556, overleden 6 okt 1556 ,14 dagen oud, begraven Blija ,grafschrift.

 

           2   N. van Aebinga.

 

Op jonge leeftijd overleden.

 

 

Goffe is getrouwd 1561 (2) met  Lisck van Heringa, overleden 25 mrt 1565 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, dochter van Hobbe van Heringa en Doedt Wygersdr van Eelsma.

 

T345-13:kerkelijke disp.voor het huwelijk van Goffe en Lisck,1561.

Zij overleed zonder kinderen.

 

Goffe was gehuwd (3) met  Bjuck van Cammingha, geboren 1544 (?), overleden 26 sep 1626 *,ongeveer 80 jaar,, begraven Leeuwarden,Oldehove ,grafschrift, waarschijnlijk dochter van Watze van Cammingha en Bjuck van Aylva.

 

Volgens de kwartierstaat van Lucia Emerentia van Burmania was zij uit het eerste huwelijk van Watze.

T326-1210:Biuck van Cammingha,weduwe Goffe van Aebinga (1587).

Zie ook Grafschriften V (Roorda).

 

Uit dit huwelijk:

 

           3   Tjemck van Aebinga, overleden na 1635, begraven Sexbierum.

 

T342-05,nr.38:op 25-5-1615 uitgenodigd als weduwe Camstra te Sexbierum voor de begrafenis van Isck van Feytsma.

BAR-84-41:Tiamck van Aebinga,weduwe Camstra te Franeker,koopt,3e pr.6-6-1621.

Zie ook T326-1219/1220 (1618 en 1620) en T327-1149/1151 waar zij als weduwe wordt genoemd in 1622,1630 en 1635 en Grafschriften IV-67.

 

Tjemck is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 30 apr 1596 ,voor het gerecht met Tjalling van Camstra, geboren 1576, overleden 23 dec 1614, begraven Sexbierum, zoon van Homme van Camstra en Sjouck Scheltesdr van Liauckema.

 

Portretten van hem en zijn vrouw zijn uit 1599.

Hun wapens staan op de klok van Deinum uit 1617 (zie GJB 1994-149 en Grafschriften IV-61,62).

Hij voerde diverse processen voor het Hof van Friesland.

Zijn naam en die van zijn vrouw op een zerk te Sexbierum (de Vrije Fries XXIII).

Het Dootboeck (GEN 742) heeft als sterfdatum 21-9-1615.

Zie verder nog T326-1214/1215 en T327-1129/1153.

 

 

           4   Lisck van Aebinga.

 

Op jonge leeftijd aan de pest overleden.

 

 

           5   Tryn van Aebinga.

 

Op jonge leeftijd aan de pest overleden.

 

 

           6   Douwe van Aebinga.

 

Op jonge leeftijd overleden.

 

 

           7   Rints van Aebinga.

 

Als kind overleden.

 

 

 

      VI Schelte van Aebinga, geboren 2 apr 1557, overleden 26 okt 1618, begraven Hallum, grafschrift, zoon van Hette van Aebinga (V-a) en Sjouck van Cammingha.

 

Als Scaevola Ebbinghe op 15-5-1582 student te Padua.

Eigenaar van Offingastate te Hallum.

In 1580 in ballingschap vanwege het R.K.geloof (C.E.).

Hij testeert in 1610 (DDD1-260).

Op 20-9-1616 zijn 3 van de 4 zoons (Hette,Sicke en Ruurd) studerend te Douai in Frankrijk.

Zie verder GJB 1994-149.

 

Schelte is getrouwd 1586 met  Gerlant Scheltesdr van Liauckema, geboren Sexbierum 31 mei 1568, overleden 23 okt 1652 ,oud 84 jaar, begraven Hallum ,grafschrift, dochter van Schelte van Liauckema en Jel van Dekema.

 

Zij testeerde in 1636 op Minnemahuis te Leeuwarden(GJB 1953-72,civ.s.396-12); ook in 1641 (EEE-1-501) en op 20-6-1650.

Bij haar graf  kinderzerkjes van Fetje, Schelte en Ruurd van Aebinga  (vermoedelijk vroeg overleden kinderen van haar).

 

Uit dit huwelijk:

 

          1  Sjouck van Aebinga,  geboren 1586/1587,  overleden 22 nov 15.8  (1588?), begraven Hallum, grafschrift.

 

                2              Schelte van Aebinga, geboren 3 sep 1588, volgt onder VII-a.

 

                3              Hette van Aebinga, geboren ± 1591, overleden Leeuwarden 1 jul 1626 *,ongeveer 35 jaar,, begraven Hallum.

 

Op 20-9-1616 student te Douai.

Hette of Hector was niet getrouwd.

 

 

                4              Sicke van Aebinga, volgt onder VII-b.

 

                5              Ruurd van Aebinga, overleden 18 jul 1632 ,ongehuwd, begraven Hallum.

 

Op 20-9-1616 student te Douai.

Ruurd  testeerde te Leeuwarden op 10-6-1632.

 

 

                6              Sjouck van Aebinga, overleden 18 dec 1630 *, begraven Wirdum ,grafschrift.

 

Zij werd eerst begraven te Hallum,maar later herbegraven bij haar man in Wirdum.Zie grafschriften Wirdum (Roorda).

Zie verder GJB 1994-149.

 

Sjouck was gehuwd met Watze van Cammingha, geboren 1602, overleden 13 dec 1686, begraven Wirdum, zoon van Wytze van Cammingha en Rixt Ruurdsdr van Roorda.

 

Hij woonde op Oenemastate onder Wirdum.

 

Watze is later getrouwd in Leeuwarderadeel 22 okt 1637 met Anna van Wytsma, geboren Ee 3 jun 1613, overleden Wirdum 7 jan 1652 ,op Oenemastate, dochter van Gerrit van Wytsma en Bjuck Ofckesdr van Bawema.

 

 

  VII-a Schelte van Aebinga, geboren 3 sep 1588, overleden 11 sep 1666 ,oud 78 jaar, begraven Hallum ,grafschrift, zoon van Schelte van Aebinga (VI) en Gerlant Scheltesdr van Liauckema.

 

Als Schelto ab Aebbinge in mei 1612 student te Siena.

Stemkohier 1640: Schelte is eigenaar te Hallum van stem 62, 63 (Aebinga),64, 67, 75 (Donia).

 Met hem stierf het geslacht uit in de mannelijke lijn.

Zijn naam en die van zijn tweede vrouw op de kerkklok van Hallum uit 1648.

Hij testeerde op 11-12-1656 (GJB 1953-70,civ.s.512-1) en met zijn vrouw in 1663 te Hallum (EEE3-372,376).

Zie ook GJB 1958-88 en GJB 1994-149.

 

Schelte is getrouwd 4 jun 1615 (1) met  Hylck van Cammingha, overleden 25 okt 1621 *, begraven Hallum 2 nov 1621, dochter van Wytze van Cammingha en Rixt Ruurdsdr van Roorda.

 

Zij had uit haar huwelijk nog 3 jong overleden kinderen en stierf in de kraam.

Kinderzerk Hallum: anno 16.. sterf  M……………………            Schelte van Abinga en Hilck Camminga out wesende 9 maand

 

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Jeltje van Aebinga, ook Juliana.

 

Jeltje was gehuwd met Willem van Bronckhorst.

 

 

 

Schelte is getrouwd 1632 (2) met  Andriesa Lucia van Bronckhorst, geboren ± 1604, overleden 14 okt 1666 ,oud 62 jaar, begraven Hallum ,grafschrift, dochter van Lambert van Bronckhorst en Lucia van Espelbach.

 

T327-1648:acte van huwelijksdispensatie uit 1632 voor Schelte van Aebinga en Andriesa Lucia van Bronkhorst.

 

Uit dit huwelijk:

 

           2   Schelte van Aebinga, geboren 1634, overleden 1634.

 

           3   Lucia Helena Scheltesdr van Aebinga, afkomstig uit Hallum, geboren 2 apr 1635, overleden 6 mrt 1670.

 

De 3e pr.van het huwelijk bij het gerecht van Menaldumadeel pas op 14-6-1659.

Zie verder GJB 1958-88 en GJB 1994-149.

 

Lucia is getrouwd Hallum 13 jun 1659 ,op Aebingastate met Tjalling van Camstra, geboren Menaldum 20 okt 1628 ,volgens T327-1167, overleden Rinsumageest 28 aug 1664, begraven Menaldum, zoon van Homme van Camstra en Edwert Ruurdsdr van Juckema, ,ook Eduarda.

 

Hij bewoonde het in 1642 herbouwde Orxmastate te Menaldum,evenals zijn ouders.

T327-1183:scheiding/deling met zijn neef Tjalling van Camstra te Rinsumageest van de door hun oom Tjalling nagelaten goederen (1663).

T327-1186:procesverbaal uit 1665 van het boelgoed ten sterfhuize van Tjalling te Menaldum.

T327-1569:rekening van zwager Jarich van Ockinga voor de door Jr.Tjalling van Camstra nagelaten weeskinderen te Menaldum.

Zie ook Grafschriften IV-126 en ook T327-1177/1199.

 

 

           4   Schelte van Aebinga, geboren 1637, overleden 1637.

 

           5   Maria Anna Scheltesdr van Aebinga, afkomstig uit Hallum, geboren ± 1641, overleden 8 jun 1710 ,in het 69e jaar, begraven Rinsumageest ,grafschrift.

 

Voor haar testament zie T313-48.

Zie ook  GJB 1994-149.

 

Maria is getrouwd 1662 ,6-10-1662 3e pr.gerecht Dantumadeel met Tjalling van Camstra van Tjaerda, overleden 21 jun 1693, zoon van Goffe van Camstra en Ael Ruurdsdr van Juckema, ,ook Alegonda.

 

Hij woonde op Tjaerdastate te Rinsumageest,maar in het doopboek van Rinsumageest is slechts éen dochter vermeld.

In de grafkelders van Tjaerdastate zijn veel kinderen van hem begraven.

Zie N.O.III-132 en ook T327-1183 en 1222/1230.

 

 

 

  VII-b Sicke van Aebinga, overleden 16 okt 1636, begraven Hallum, zoon van Schelte van Aebinga (VI) en Gerlant Scheltesdr van Liauckema.

 

Sicke is getrouwd omstreeks 1630 met  Riem Galesdr van Galama, geboren 21 okt 1612 , dochter van Gale van Galama en Dorothea Minnesdr van Eminga.

 

Op 20-9-1616 student te Douai en als Sixtus Ebbinghe op 7-4-1622 student te Rome.

Met het jaartal 1636 zijn de familiewapens van Riem en haar eerste man Sicke buiten op de voorpoort van Wiardastate uitgehouwen (de Vrije Fries XII-190).

HOF 16792 d.d.17-2-1638 (acte 497):Schelte van Aebinga wordt aangewezen als cur.div. voor scheiding der vaderlijke goederen t.b.v.Dorothea van Aebinga,nu Riem is hertrouwd met Syds van Eminga.

HOF 16792 d.d.28-2-1638 (acte 500):Gerlant van Liauckema vraagt als grootmoeder van Dorothea voogdij voor haar aan,omdat haar moeder is hertrouwd.Schelte van Liauckema wordt cur. p.g.

 

Riem is later getrouwd 1637/1638 met Syds van Eminga, overleden Goutum n 1638 ,oud 74 jaar, zoon van Pybe van Eminga en Perck van Roorda.

 

Uit het huwelijk van Sicke en Riem:

 

           1   Dorothea Sickesdr van Aebinga, overleden n 1650.

 

Dorothea is getrouwd in Menaldumadeel 28 jun 1648 ,voor het gerecht, met Bartholt van Aylva, overleden Menaldum 28 mrt 1680 ,op Graldastate, begraven aldaar ,rouwbord, zoon van Tjepcke van Aylva en Frau van Douma.

 

T326-1272:huurcontract uit 1665 betreffende land te Menaldum.