Genealogie van het adellijk geslacht van Botnia

 

                                                                  

 

                        Voor de bronnen en afkortingen zie pagina 6 van de site.

                        Eveneens voor het nodige voorbehoud bij sommige personen en filiaties.

 

 

 

         I Fecke van Botnia, overleden n 1422 ?.

 

Hij woont te Marrum en wordt misschien genoemd in 1422 als "junge Fecke" en dan als de Vetkoper hoofdeling die mee het verdrag met de Schieringers ondertekent.

Een familielid is Jornd van Botnia te Marrum,die in 1418 grietman van Ferwerderadeel is (OFO IV-4,5 d.d. 25-1-1418 en 2-2-1418).

Zijn vader of een oom zou kunnen zijn Odo,Fecke Botnyazn,begraven te Hallum 14-8-1411 volgens het "Dootboeck". Deze Odo zou worden genoemd in 1399 samen met Sicke van Dekema en Gale van Hania bij de inname van Dokkum,maar dit verhaal is vermoedelijk fictie.

Zie verder GJB 1998-136.

 

Zijn zoon bij een onbekende vrouw:

 

           1   Tjalling van Botnia, volgt onder II.

 

 

       II Tjalling van Botnia, overleden 1462, zoon van Fecke van Botnia (I).

 

Te Marrum.Zie verder GJB 1998-136.

 

Tjalling was gehuwd met  N. van Sibeda.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Syds van Botnia, ,ook Syds Tjaerda, volgt onder III-a.

 

           2   Fecke van Botnia, volgt onder III-b.

 

           3   Ida van Botnia.

 

Non in Foswerd.

 

 

           4   Rixt van Botnia.

Rixt was gehuwd met N.N..

 

 

  III-a Syds van Botnia, ,ook Syds Tjaerda, overleden Rinsumageest 1492, zoon van Tjalling van Botnia (II) en N. van Sibeda.

 

Eerst te Marrum,na zijn tweede huwelijk op Tjaerdastate te Rinsumageest.

In 1475 wordt hij genoemd als Syds Bottinga bij de bezetting van Dokkum (GsvD-93).

OFO II-105 d.d.23-5-1482:Syds en Fecke Bottinga genoemd bij een overeenkomst met Leeuwarden.

In GPCV en OFO II-121 d.d.11-3-1485 wordt hij als Syds Tjaerda genoemd als grietman van Dantumadeel.

OFO II-146 d.d.14-11-1486:Leeuwarden wil een duurzame vrede met Syds Tjaerda.

Genoemd in 1487 in een register van Leeuwarden onder 94 en 128 (OFO IV-70).

In OFO II-155 d.d.1-11-1487 als Syds Tyarda en in OFO II-159 d.d.18-3-1488 als Syds Botinga.

OFO I-358 d.d.24-4-1488:Syds Tjaerda te Rinsumageest zegelt een overeenkomst.

In het middeleeuwse kerkje van Janum, ingericht als kerkmuseum, bevindt zich een klok uit 1489 waar hij op vermeld wordt als “Hinricus Sidse Bottinge, capitanus in der Gest “.

Vermoedelijk wordt hij ook nog genoemd als Ids Tjaerda,die zich volgens Pax-62 d.d.14-6-1492 aansluit bij het verbond met Groningen van 17-9-1491.

Hij had uit zijn huwelijk met Kinsck geen kinderen en testeerde in 1491.Zie verder GJB 1998-137.

 

Syds  was gehuwd (1) met  Ansck Jeppesdr van Jeppema, dochter van Jeppe Keimpes van Jeppema en Frouck van Helbada.

 

Zij wordt genoemd in 1472.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Tjalling van Botnia, ,ook Jeppema, volgt onder IV-a.

 

 

 

Syds is getrouwd ± 1484 (2) met  Kinsck van Tjaerda, overleden na 1 okt 1492, dochter van Worp van Tjaerda en Jouck Sytzesdr van Martena.

 

Pax-65 d.d.1-10-1492:Kinsck Tjaerda,weduwe van Syds, stelt haar huis in Rinsumageest beschikbaar voor gebruik door de Groningers.

 

Kinsck was later gehuwd met Schelte Sydses van Scheltinga, overleden Leeuwarden 1516/1517, zoon van Syds Scheltes van Scheltinga en Syts Hommesdr van Oedtsma.

 

 

   III-b Fecke van Botnia, overleden 1491/1498, zoon van Tjalling van Botnia (II) en N. van Sibeda.

 

OFO II-105 d.d.23-5-1482:Fecke en Syds Bottinga genoemd bij een overeenkomst met Leeuwarden.

Genoemd in 1487 in een register onder 109 (OFO IV-70).

Pax.Gr.nr.59 d.d.15-10-1491:hij tekent als hoofdeling te Marrum het verbond met Groningen d.d.17-9-1491.

Zie verder GJB 1998-138.

 

Fecke was gehuwd met  Ayl van Juwsma, afkomstig uit Rinsumageest, overleden n 1498, dochter van Gatze van Juwsma en Eelck Feyesdr van Eysinga.

 

Zij wordt in 1498 genoemd met haar tweede man.

 

Ayl was later gehuwd met Lolcke van Heslinga, overleden n 1514.

 

Uit het huwelijk van Fecke en Ael:

 

           1   Juw van Botnia, ,ook Julius, volgt onder IV-b.

 

           2   waarschijnlijk Dorothea van Botnia, overleden 1526.

 

Non in Veenklooster,zie verder GJB 1998-138.

 

 

           3   waarschijnlijk Eesck van Botnia, overleden n 1511.

 

Bij RvA 1511 wordt een Eesck Botnia (Bottinga) vermeld met bezit te Marrum en Westernijkerk.

 

 

 

   IV-a Tjalling van Botnia, ,ook Jeppema, overleden 4 nov 1533, begraven Franeker ,grafschrift, zoon van Syds van Botnia, ,ook Syds Tjaerda (III-a) en Ansck Jeppesdr van Jeppema.

 

Raadsheer bij het Hof van Friesland 1515-1533.

Op 9-7-1504 tekent Tsalingh Jeppema de reversaalbrief (nr.35).

Op 5-1-1505 staat hij als Tzalingh Bottinga toe Jeppema op de lijst van edelen uit Ferwerderadeel.

Als grietman Jeppema van Ferwerderadeel genoemd in 1505 in OFO IV-145,146,148;in 1508,1509 als Botinga in OFO IV-173,184,185,186.

Bij RvA 1511 als Tjalling Jeppema en als Tjalling Sydses Bottinga van Marrum,met veel bezit,o.a.ook te Hallum,Blija,Genum,Hantum en Ee.

In 1515 bij de heerschappen, die Karel V huldigen, als Heer Tzalling Bottinga (lijst Thabor) en als Tiallingh Botnia (lijst Winsemius).

Grietman van Hennaarderadeel (1513,1514) en grietman van Franekeradeel (1517/1533).

Zie verder uitvoerig GJB 1998-138.

 

Tjalling was gehuwd (1) met  Ansck Sydsdr van Scheltinga, afkomstig uit Huizum, dochter van Syds Scheltes van Scheltinga en Syts Hommesdr van Oedtsma.

 

Tjalling was gehuwd (2) met  Frouck van Hottinga, overleden in/na 1543, begraven Franeker ,grafschrift met foute sterfdatum, dochter van Jarich (Epe) van Hottinga en His Wybesma.

 

Zij wordt genoemd als dochter van Jarich te Nijland in het testament van haar overgrootmoeder Edwer in 1510 en van haar grootmoeder Swob in 1518.

HvF 16481-805 d.d.20-12-1537:Frouck als weduwe van Tjalling Botnia contra Minne Eminga.

Bij RvA 1540 is het bezit van haar man te Hallum deels op haar naam en deels voor de erfgenamen.

Het bezit te Blija is bij RvA 1540 voor de erfgenamen en voor Frouck Rennerts weduwe (wie is dit ?).

Frouck erft in/na 1543 van haar kleinkinderen (zie GJB 1998-139).

T344-661,662,663:stukken uit recesboek Hennaarderadeel betreffende Frouck als weduwe van Tjalling Botnia en dochter Swob (1554,1559).

In 1559 is sprake van haar testament (GJB 1998-140).

Het grafschrift te Franeker met sterfdatum 7-11-1493 is dus fout.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Swob Tjallingsdr van Botnia, overleden v 1555.

 

Swob was gehuwd met Doecke van Martena, geboren 1527, overleden 11 nov 1605 ,volgens grafschrift, begraven Leeuwarden,Galileėrkerk, zoon van Tjebbe van Martena en Bauck van Camstra.

 

Hij stelde zich na 1568 ter beschikking van Prins Willem van Oranje (GsvD-138/140).

Zie Grafschriften III (Galileėrkerk);er waren van hem 16 kwartieren.

 

Doecke is later getrouwd v 1558 met Catharina van Oenema, afkomstig uit Blija, overleden 21 sep 1595 *,  dochter van Jancke van Oenema en Teth van Wyboltsma.

 

           2   Syds van Botnia, volgt onder V-a.

 

           3   Jarich van Botnia, volgt onder V-b.

 

           4   Ansck Tjallingsdr van Botnia, overleden 28 jan 1543 ,grafschrift, begraven Kubaard.

 

Op het graf de wapens Roorda/Tietema,Hanckema,Botnia,Hottinga.

Volgens "Burmania" is zij overleden in 1543 en de sterfdatum 28-1-1546 op het graf is fout afgelezen..

 

Ansck was gehuwd met Watze van Roorda, overleden 26 mei 1547 ,grafschrift, begraven Kubaard, zoon van Johan van Roorda en Anna Hesselsdr van Hanckema.

 

Watze was doctor in de rechten en grietman van Hennaarderadeel 1541/1547.

Hij kreeg in 1541 bij scheiding/deling bezit van zijn ouders te Kubaard (T323).

Bij BB 1543 genoemd als naastligger te Kubaard.

Hij had uit zijn 1e huwelijk met Ansck 4 kinderen,die allen jong stierven.(zie GJB 1998-139).

 

Watze hertrouwde met Hylck van Roorda, dochter van Taecke van Roorda en Wick van Walta.

 

 

   IV-b Juw van Botnia, ,ook Julius, overleden 13 mei 1538, begraven Franeker ,grafschrift, zoon van Fecke van Botnia (III-b) en Ayl van Juwsma.

 

Hoofdeling te Marrum in 1491.

Op 9-7-1504 tekent Jou Bottinga de reversaalbrief (nr.36).

Op 5-1-1505 staat Iuw Bottinga op de lijst van edelen uit Ferwerderadeel.

In 1515 bij de heerschappen, die Karel V huldigen, als Jw Bottinga (lijst Thabor) en als Julius Botnia (lijst Winsemius).

Grietman van Ferwerderadeel (genoemd 1510,1514,1517,1524).

Raadsheer bij het Hof van Friesland 1521-1538.

HvF 16481-606 d.d.20-12-1536:Sicke Cammingha contra Julius Botnia en zijn schoonzuster Anna voor de kinderen bij Sicke Hottinga.

Bij RvA 1511 met bezit te Hallum en Marrum.

Bij RvA 1540 hebben zijn erfgenamen bezit te Hallum en Marrum.

Er was een familiebeker (Fries zilver,Friesch Museum) met daarop zijn overlijdensdatum 12-5-1538,de geboortedatum van de naar hem genoemde kleinzoon 23-4-1540 en het sterfjaar 1542 van zoon Dominicus.

Zie verder GJB 1998-139.

 

Juw was gehuwd met  Foockel van Hottinga, overleden 23 mrt 1546, begraven Franeker ,grafschrift, dochter van Juw van Hottinga, ,ook Julius en His Keimpes van Unia.

 

RvA 1511:vermeld met bezit te Nijland (dan nog niet getrouwd?).

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Douwe van Botnia, ook Dominicus, volgt onder V-c.

 

           2   Fecke van Botnia, ook Frederick, volgt onder V-d.

 

           3   Juw van Botnia, ook Julius, volgt onder V-e.

 

 

     V-a Syds van Botnia, overleden 4 jan 1548, begraven Nijland ,grafschrift, zoon van Tjalling van Botnia, ,ook Jeppema (IV-a) en Frouck van Hottinga.

 

In april 1532 wordt Sixtus Botnia vermeld als student te Orleans.

Hij woonde met zijn vrouw op Hottingastate te Nijland.

Bij RvA 1540 met bezit te Marrum (in 1511 op naam van zijn vader).

Zijn naam en die van zijn vrouw op een zerk te Nijland (de Vrije Fries XXIII).

Zie verder GJB 1998-140.

 

Syds was gehuwd met  Bauck van Camstra, overleden 8 mrt 1547, begraven Nijland ,grafschrift, dochter van Abbe Saskers van Camstra en Jel Douwes van Douma.

 

Zij testeerde op 22-2-1547 te Nijland (zie F.T.nr.195).

Zie ook Grafschriften Roorda IV.

 

Bauck was weduwe van Tjebbe van Martena, overleden 12 jun 1530, zoon van Doecke van Martena en Sjouck Keimpes van Unia.

 

Uit het huwelijk van Syds en Bauck:

 

           1   Jel van Botnia, overleden 23 jan 1616 *, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk, 29 jan 1616.

 

Zie GJB 1998-140.

 

Jel was gehuwd (1) met Sjoerd Lieuwes van Beyma, overleden 1568, zoon van Lieuwe Sjoerds van Beyma en Taeck van Mockema.

 

Als Suffridus Beyma in 1551 student te Leuven.

Hij werd onthoofd in Brussel.

T326-1430,1431,1433:hij was in 1557 voogd over de kinderen van zijn halfzuster Rints.

Zie voor hem HvF 16692-498,523 d.d.1564 en HvF 16693-153 d.d.1566.

Eveneens HvF 16693-337 d.d.30-9-1567.

HvF 16700-66 d.d.1582:na overlijden van zijn broer komt ook hij als erflater aan de orde.

 

Jel was gehuwd (2) met Pier van Goslinga, zoon van Sipt van Goslinga en Perck Piersdr van Sjaerda.

Jel was gehuwd (3) met Schelte van Roorda, zoon van Schelte van Roorda en Jel Heresdr van Hottinga.

 

           2   His van Botnia, overleden 8 jun 1593, begraven Mangum ,grafschrift.

 

Zij testeerde als weduwe in 1593 (EEE I-102).

 

His was gehuwd met Seerp van Galama, geboren 25 okt 1528, overleden 22 jan 1581, begraven Mantgum ,grafschrift, zoon van Gale van Galama en Foeck van Hoxwier.

 

Hij woonde eerst met zijn vrouw in Franeker,maar woonde begin 1568 met haar in Mantgum (procl.boek IDA ).

Grietman van Baarderadeel 1577/1581.

Een afbeelding van de grafsteen in de kerk van Mantgum,zie T323-250a.

Zie verder GJB 1998-140.

 

 

           3   N. van Botnia, overleden n 1547.

 

Hij wordt genoemd in het testament van zijn moeder Bauck in 1547.

 

 

           4   Syds van Botnia, volgt onder VI-a.

 

 

     V-b Jarich van Botnia, overleden Groningen 1583, zoon van Tjalling van Botnia, ,ook Jeppema (IV-a) en Frouck van Hottinga.

 

Olderman van Franeker (1554) en later grietman van Franekeradeel.Hij wordt in 1567 drost van de Spaanse koning in Coevorden (tot 1579).

In 1580 bij de ballingen buiten Friesland (C.E.).

Zie ook GJB 1998-139.

 

Jarich was gehuwd met  Luts Jeppesdr van Stania, overleden 3 jun 1559 *, begraven Franeker ,grafschrift, dochter van Jeppe Gerckes van Stania en Margaretha van Heemstra.

 

In het Burmaniaboek wordt Margaretha als haar moeder genoemd (volgens SFA was zij een dochter uit het eerste huwelijk van Jeppe).

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Luts Jarichsdr van Botnia, overleden Emden 1582.

 

In ballingschap overleden (C.E.).

 

Luts was gehuwd met Douwe van Walta, overleden n 1582, zoon van Pieter van Walta, ook Pier en Ydt Keimpesdr van Donia.

 

In 1580 uit Baarderadeel in ballingschap (C.E.).

 

 

           2   Tjalling van Botnia, volgt onder VI-b.

 

           3   Margriet Jarichsdr van Botnia, overleden 24 okt 1615 *, begraven Franeker.

Margriet was gehuwd met Rienck van Cammingha, overleden 8 mrt 1598, begraven Franeker ,grafschrift, zoon van Frans van Cammingha en Fedt Sybrensdr van Stenstera.

 

Hij testeerde in 1589 (EEE I-3).

 

 

     V-c Douwe van Botnia, ook Dominicus, overleden 1542 ,familiebeker, begraven Franeker, zoon van Juw van Botnia, ,ook Julius (IV-b) en Foockel van Hottinga.

 

Hij woonde in Franeker en was ontvanger-generaal van Friesland.

Bij RvA 1540 ook met bezit te Hallum en Marrum.

Zijn broers spreken in 1547 bij hun testament over "0ns salige heer broeder Domincus van Botnya".

Zie ook GJB 1998-141.

 

Douwe is getrouwd 1539 met  Rixt Joostesdr van Ockinga, dochter van Joost van Ockinga en Luts Fransdr van Minnema.

Rixt was later gehuwd met Julius van Dekema, ook Juw, geboren Franeker, overleden Keulen 1579/1580, zoon van Jarich van Dekema en Catharina van Camstra.

 

Uit het huwelijk van Douwe en Rixt:

 

           1   Julius van Botnia, geboren 23 apr 1540 ,familiebeker, volgt onder VI-c.

 

           2   Joost van Botnia.

 

Hij is overleden op jonge leeftijd.

 

 

 

     V-d Fecke van Botnia, ook Frederick, overleden 21 mei 1573, zoon van Juw van Botnia, ,ook Julius (IV-b) en Foockel van Hottinga.

 

Frederick Botnia wordt op 10-11-1529 vermeld als student te Orleans.

R.v.A.1540:hij heeft bezit te Hallum en Marrum.

Hij maakte op 14-5-1547 met zijn broer Julius een wederkerig testament betreffende Botnia-state te Marrum (F.T.197).Zie verder GJB 1998-141.

 

Fecke was gehuwd met  Maximiliana  Absolons , geboren 1525, afkomstig uit Brussel.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Florentia van Botnia.

 

Zij is ongehuwd overleden.

 

           2   Anna van Botnia.

 

Anna trouwde met Jacob Dielbeek uit Leuven.

 

           3   Adolf van Botnia.

 

Adolf trouwde met Margaretha van Swillingen uit Twente.

 

Adolf en Margaretha hadden een zoon Frederick, woonachtig in Brabant.

Deze zoon Frederick is in augustus 1551 student te Leuven.

 

 

     V-e Juw van Botnia, ook Julius, overleden Weidum na 1575, begraven aldaar, zoon van Juw van Botnia, ,ook Julius (IV-b) en Foockel van Hottinga.

 

Hij woonde te Weidum op Dekemastate en was grietman van Baarderadeel,aangesteld op 15-2-1567 en nog in functie in 1575,maar niet meer in 1577.

Bij RvA 1540 als jonge Juw met bezit te Marrum,dat in 1511 van zijn vader was,maar ook bezit dat in 1511 behoorde aan Eesck Botnia (wie is dat ?).

Hij maakte op 14-5-1547 een wederkerig testament met zijn broer Frederick (F.T.197).

Zijn naan als grietman op de kerkklok van Beers uit 1569.

T313-86: Juw ruilt land te Weidum met Douwe van Roorda (1574).

Zie ook GJB 1998-141.

 

Juw is getrouwd 1540 met  Mary van Dekema, overleden Weidum n 1550, begraven aldaar, dochter van Hette van Dekema en Reynsck van Camstra.

 

Het huwelijkscontract is uit 1540.

Zij erfde Dekemastate te Weidum bij de scheiding van de boedel van haar ouders rond 1550.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Hette van Botnia.

 

Als Hector Botnia op 31-8-1564 ingeschreven als student te Leuven.

Hij woonde te Weidum en is daar overleden zonder kinderen.

 

Hette was gehuwd met Luts Doeckesdr van Walta, overleden 1617 *, begraven Sneek, dochter van Doecke van Walta en Foockel Laesdr van Jongema.

 

Zij hertrouwde een Hiddema en had daarbij 2 zoons Jarich en Tjerk (zie testament van haar schoonzuster Foockel).

 

 

           2   Foockel van Botnia, ,ook Florentia, overleden 5 jan 1609 *, begraven Weidum 11 jan 1609.

 

Zij overleed zonder kinderen (haar kinderen waren allemaal jong gestorven).

Zij testeerde te Weidum op 12-6-1608 (DDD1-212 en EEE1-491/493),waarbij Dekemastate te Weidum werd vermaakt aan Julius van Dekema,die zijn naam veranderde in Botnia van Dekema.Dit testament liet Sixtus van Dekema op 26-2-1656 registreren.

Over haar nalatenschap werd geprocedeerd door Schelte van Aebinga en Syds van Dekema (zie T327-1640).

 

Foockel was gehuwd met Tjalling van Botnia, volgt onder VI-b.

 

 

   VI-a Syds van Botnia, geboren in 1552 (?), overleden 20 mrt 1615 *, begraven Nijland ,grafschrift, zoon van Syds van Botnia (V-a) en Bauck van Camstra.

 

Als Sixtus Bottenga op 21-2-1562 student te Leuven,begin 1563 te Basel en op 14-5-1563 te Heidelberg.

In 1566 te Lille als Sixtus a Botnya in het album amicorum Corn. Blyenburch (aanwezig K.B.).

Grietman van Wymbritseradeel 1578-1615.

Hij wordt met zijn vrouw geportretteerd in 1576 met als leeftijden 23 en 21 jaar (portret in Fries Museum); de vermelde leeftijden zullen slaan op de leeftijden bij huwelijk in 1571.

Recesboek IDA d.d.1578:Syds en Tet genoemd als echtpaar.

HvF 16702-125 d.d.20-10-1586:Anna van Mockema procedeert tegen hem.

HvF 16703-388 d.d.28-10-1589:Anna van Mockema,ook voor haar broer Salvius,contra zijn vrouw Tetcke Douma.

Zie verder GJB 1998-140.

 

Syds trouwde 1571 met  Teth van Douma, geboren in 1554 (?), overleden 14 dec 1620 *, begraven Huizum, grafschrift, dochter van Douwe Janckes van Douma en Tietke van Abbema.

 

Zij wordt in 1589 genoemd als enige erfgenaam van haar vader (HvF 16703-388 d.d.28-10-1589).

Zie voor haar en haar man GJB 2011-194/195.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Bauck van Botnia, geboren 3 mrt 1573, overleden 27 feb 1633, begraven Nijland ,grafschrift.

 

Bauck was gehuwd met Willem Ubbena van Enum, overleden 1631.

 

Zie Formsma e.a. "De Ommelander borgen en steenhuizen".

 

 

           2   Tieth van Botnia, geboren 3 feb 1575, overleden 14 mrt 1624, begraven Wirdum ,grafschrift.

 

Tieth was gehuwd met Hessel van Bootsma, overleden 1624/1631, zoon van Epe van Bootsma en Rints van Aesgema.

 

Hij woonde te Wirdum,werd "de blinde" genoemd en stierf kinderloos.

Zijn eerste huwelijk wordt genoemd in het testament van Anna van Camstra,zijn schoonmoeder.

Hij testeerde met zijn eerste vrouw in 1608 (EEE I-520).

Hij wordt vermeld op de lidmatenlijst van Wirdum in 1622 en is daar overleden na zijn tweede vrouw,maar voor 1631.

 

Hessel was weduwnaar van Syts Gerroltsdr van Feytsma, overleden 19 aug 1609 *, begraven Wirdum ,grafschrift, dochter van Gerrolt Hessels van Feytsma en Anna van Camstra.

 

           3   Douwe van Botnia, geboren ± 1576, overleden 6 dec 1615 *, in het 40e jaar, begraven Huizum, grafschrift.

 

Als Dominicus Botnia op 18-5-1594 student te Franeker , op 9-5-1597 te Geneve en in dat jaar ook te Basel.

Als Dominicus Sixtus Botnia op 25-11-1597 ingeschreven als student te Padua.

 

 

           4   Frouck van Botnia, geboren 7 feb 1579, overleden feb 1596, begraven Nijland ,grafschrift.

 

5 Syds van Botnia, overleden 1582, begraven Nijland, grafschrift.

 

           6   Syds van Botnia, geboren Sneek 29 mrt 1583, overleden 13 nov 1638 ,in het 56e jaar,, begraven Nijland ,grafschrift.

 

Op 29-9-1602 als Sixtus Botnia student te Marburg.

Van hem is een portret in het Fries museum, gemaakt in 1634.

 

Syds was gehuwd met Elisabeth Alberda.

 

 

           7   Jel van Botnia,  overleden maart 1613, begraven Huizum, grafschrift.

 

           8   Jan van Botnia, overleden 1 jan 1614 *, begraven Nijland ,grafschrift.

 

Hij was hopman (kapitein) en werd doodgestoken in de herberg te Nijland.

 

 

 

   VI-b Tjalling van Botnia, overleden 15 mrt 1614 *, begraven Franeker, zoon van Jarich van Botnia (V-b) en Luts Jeppesdr van Stania.

 

Tjalling op 2-4-1576 te Leuven in het album amicorum van Poppe van Feytsma (aanwezig K.B. Den Haag).

In 1580 met zijn vader in ballingschap buiten Friesland (C.E.).

Hij woonde in 1599 te Weidum,waar zijn vrouw bezit had.

Hij testeerde met zijn eerste vrouw te Weidum in 1608 (DDD1-212).

HvF d.d.26-7-1610: Rints (Reinsck) van Dekema contra Tjalling van Botnia.

T323-02,25 :op 18-2-1614 legde hij een donatie vast voor zijn lieve vrouw Rixt en op 14-3-1614 testeerde hij te Franeker. Er waren legaten voor o.a. zijn zusters Frouck en Margreet, weduwe Cammingha.en voor de kleinzoon van zijn overleden zuster Luts n.l. Jarich ,oud ongeveer5  jaar, zoon van Tjerck van Herema en Luts van Walta.

Zie ook GJB 1998-139.

 

Tjalling had vermoedelijk een buitenechtelijke relatie (1) met  N.N..

 

Uit deze relatie:

 

           1   waarschijnlijk Jarich van Botnia, geboren ± 1589, volgt onder VII-a.

 

           2   waarschijnlijk Truycke van Botnia, geboren ± 1597, overleden 1659 ,62 jaar, begraven Kollum ,grafschrift.

 

 

Tjalling was gehuwd (2) met  Foockel van Botnia, ,ook Florentia, overleden 5 jan 1609 *, begraven Weidum 11 jan 1609, dochter van Juw van Botnia, ook Julius (V-e) en Mary van Dekema.

 

Tjalling is getrouwd ± 1612 (3) met  Rixt van Heringa, geboren 1580, overleden 4 dec 1654, dochter van Binnert van Heringa en Foockel van Roorda.

 

T347-960:Rixt van Heringa,weduwe Andries Waltinga (11-11-1652).

Zij was de laatste van de Heringa's en testeerde als weduwe op 11-11-1652 te Herbayum (EEE I-251 en T323-02,25).

 

Rixt is eerder in ondertrouw gegaan Leeuwarden 28 apr 1604 en getrouwd aldaar 20 mei 1604 met Frans van Cammingha, overleden 4 jan 1610 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, zoon van Sybrant van Cammingha en Catharina Fransdr van Donia.

 Rixt was later gehuwd met Andries Hobbes van Waltinga, geboren 1593, overleden 8 mrt 1652 ,59 jaar, zoon van Hobbe van Waltinga en Jel Douwesdr van Bootsma.

 

   VI-c Julius van Botnia, geboren 23 apr 1540 , volgens familiebeker, overleden Franeker 28 apr 1614 *, begraven aldaar 6 mei 1614, zoon van Douwe van Botnia, ook Dominicus (V-c) en Rixt Joostesdr van Ockinga.

 

Hij woonde met zijn vrouw op Botniahuis te Franeker (zie Friesche Volksalmanak 1858-3/30) en was olderman in Franeker.

HvF d.d.11-2-1607: Julius van Botnia contra Johan van Hottinga.

Hij testeerde daar met zijn vrouw op 18-10-1610 (EEE I-348).Zij hadden toen nog 2 zoons Douwe en Doecke en 2 dochters Jancke en Tietheke.Zie GJB 1998-141/142.

Voor de begrafenis in 1614 zie T342-05,nr.38.

 

Julius was gehuwd met  Foockel van Walta, geboren 1544, overleden 16 okt 1625 *, begraven Franeker ,grafschrift, dochter van Doecke van Walta en Jancke Juwinga van Walta.

 

Behalve de 6 genoemde had zij nog 9 kinderen,die jong stierven.

Op het graf in de Martinikerk te Franeker voor hem de wapens Botnia-Hottinga en Ockinga-Minnema en voor haar Walta van Jongema-Hermana en Walta van Juwinga-Heerma.

Zijn grootouders waren Juw van Botnia x Foockel van Hottinga en Joost van Ockinga x Luts van Minnema.

Haar grootouders waren Agge van Walta x Fedt van Hermana en Tjerck van Walta x Tieth van Herema.

 

Uit dit huwelijk:

 

 

           1   Douwe van Botnia, geboren omstreeks 1565, overleden 26 feb 1617 *, begraven Franeker.

 

Als Dominicus Botnia op 3-9-1580 ingeschreven als student te Leiden.

Student te Padua op 30-6-1587,in 1589 te Heidelberg.

Hij was ontvanger in Franeker en stierf  kinderloos.

 

Douwe was gehuwd met Oede Hayesdr van Manninga, afkomstig uit Pieterburen (Gr.), overleden 7 aug 1610 *, begraven Franeker.

 

 

 

           2   Doecke van Botnia, ,ook Duco, geboren 1569, volgt onder VII-b.

 

           3   Rixt van Botnia, geboren omstreeks 1577, overleden 25 okt 1607 *,30 jaar, begraven Ferwerd.

 

T342-05,nr.38:begrafenis 1607.

 

Rixt was gehuwd met Taecke van Burmania, overleden 23 jan 1619 *, zoon van Gemme van Burmania en Jouck van Haerda.

 

Hij stierf kinderloos.

 

Taecke was weduwnaar van Lucia Gerroltsdr van Cammingha, overleden 1597, dochter van Gerrolt van Cammingha en Ath Heresdr van Ockinga.

Taecke was later gehuwd met Fedt van Cammingha, overleden 12 jul 1650, dochter van Rienck van Cammingha en Margriet Jarichsdr van Botnia.

 

               

 

           4   Jancke van Botnia, overleden 18 okt 1640, begraven Makkum ,grafschrift.

Jancke was gehuwd met Bonne van Haytsma, overleden apr 1600, begraven Makkum ,grafschrift, zoon van Tjerck van Haytsma en Tryn van Heringa.

 

           5   Joost van Botnia, overleden v 18 okt 1610.

 

Als Justus of Judocus Botnia op 14-5-1593 ingeschreven als student te Franeker en op 8-6-1601 te Padua.

 

           6   Tietke van Botnia, geboren omstreeks 1585, overleden n 1610.

 

Bij huwelijk in 1606 kwam zij uit Franeker.

 

Tietke is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 1 aug 1606 en getrouwd Franeker (?) 24 aug 1606 met Ernest van Harinxma, ,thoe Slooten, zoon van Homme van Harinxma, ,thoe Slooten en Doedt van Mockema.

 

Bij huwelijk in 1606 kwam hij uit Leeuwarden,waar hij ook eerst woonde met zijn vrouw.

Hij woonde later met haar op Sjucksmastate te Waaxens (W.D.).

Zijn naam en die van zijn vrouw met trouwjaar 1606 vermeld boven de poort van Sjucksmastate (anno 1668).

 

 

 

 

  VII-a Jarich van Botnia, geboren ± 1589, overleden 4 mei 1659 ,in het 70e jaar, begraven Kollum ,grafschrift, waarschijnlijk natuurlijke zoon van Tjalling van Botnia (VI-b) en N.N..

 

KOL 18 d.d.28-6-1659:Pieter Johannes te Kollum als curator over Stijntje van Botnia,omtrent 20 jaar, voor scheiding/deling van goederen nagelaten door hun wijlen vader Jarich van Botnia.

 

 

Jarich had kinderen:.

 

 

 

1 Gajus Botnia van Broersma,  geboren 1626, overleden 5 dec 1678, 52 jaar, begraven Kollum, grafschrift.

 

Hij was secretaris van Kollumerland 1656-1673.

            

 

                2 Stijntje van Botnia, geboren ± 1639, overleden 23 jun 1684 ,45 jaar, begraven Kollum ,grafschrift.

 

 

 

  VII-b Doecke van Botnia, ,ook Duco, geboren 1569, overleden Sneek 1 okt 1621 ,52 jaar , begraven Franeker 10 okt 1621 *, grafschrift, zoon van Julius van Botnia (VI-c) en Foockel van Walta.

 

Als Duco Botnia op 12-5-1586 ingeschreven als student te Franeker, op 29-9-1589 te Heidelberg en op 1-11-1596 te Padua.

Grietman van Wymbritseradeel 1615-1621.

Uitnodigingen voor zijn begrafenis zie T342-05,nr.38.

Zie ook GJB 1998-142.

 

Doecke is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 18 mei 1605 ,bij het gerecht en getrouwd aldaar 9 jun 1605 met  Ymck van Dekema, geboren  1584, overleden 2 apr 1641 ,57 jaar , begraven Franeker, grafschrift, dochter van Sicke van Dekema, ,de oudere,ook Sixtus en Hil Onnesdr van Tamminga.

 

In 1640 genoemd in het stemkohier met bezit te Teerns (nr 4).

Vrij zeker wordt zij genoemd bij een inventarisatie als verstrekker van een lening d.d.17-2-1641 (zie GJB 1957-36).

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Foockel Doeckesdr van Botnia, geboren ± 1606, overleden 22 feb 1673 *, 67 jaar, begraven Franeker 11 mrt 1673 ,grafschrift.

 

In de kerk van Franeker een rouwbord (nu in het Fries museum) met  16 kwartieren van haar betovergrootouders:

Botnia-Hottinga, Ockinga-Minnema, Walta van Jongema-Hermana, Walta van Juwinga-Heerma, Dekema-Hottinga, Liauckama-Minnema, Tamminga-Ripperda en Sickenge-Ghisens

Haar betovergrootouders zijn: Juw van Botnia x Foockel van Hottinga, Joost van Ockinga x Luts van Minnema, Agge van Walta x Fedt van Hermana, Tjerck van Walta x Tieth van Herema, Juw van Dekema x Catryn van Hottinga, Sicke van Liauckema x Ymck van Minnema, Abel van Tamminga x Helena van Ripperda en Johan van Sickinghe x Anna Harm Gysensdr.

Zij testeerde als weduwe op 22-5-1662,geregistreerd 15-4-1673,waarbij Helena van Botnia als erfgename werd benoemd (EEE 4-150 en T323-02,25).

Zie verder GJB 1998-142.

 

 

Foockel was gehuwd (1) met Julius van Eysinga, overleden Padua 31 jan 1647 ?, zoon van Aede van Eysinga en Foeck Jeltesdr van Eelsma.

 

Hij woonde op Hottingastate te Pietersbierum.

Hij testeerde op 7-6-1645 te Kollum (EEE1-470v,registratie 25-2-1656).

Als hij kinderloos zou sterven zou Jelte,de zoon van zijn broer Ritscke,erven.

 

Foockel was gehuwd (2) met Albertus Sybrandus van Eminga, overleden 9 jan 1662, zoon van Pybe van Eminga en Perck van Roorda.

 

Grietman van Franekeradeel 1652-1661,wonende op Roordaburg.

Zijn naam en die van zijn tweede vrouw op de kerkklok van Peins uit 1654.

Zie voor hem ook T326-125,180,659 en T347-953,959.

Hij testeerde met zijn eerste vrouw in 1646 (EEE 1-419/421 en EEE 4-358) en overleed zonder kinderen.

In de kerk van Franeker (nu in het Fries Museum) een rouwbord met  de 16 kwartieren van zijn betovergrootouders:

Eminga-Luinia, Jarla-Tziaerda, Roorda-Hermana, Walta-Dekema, Roorda-Hottinga, Naerden-Zuillen, Goslinga-Unema en Tzyarda-Epinga.

Zijn betovergrootouders zijn: Syds van Eminga x Ansck van Liunga, Botte van Jarla x Jildu van Albada, Juw van Roorda x Catharina van Hermana, Douwe van Walta x Hylck van Dekema, Sybrant van Roorda x Haring van Hottinga, Maerten van Naerden x Petronella van Zuylen, Tjepcke van Goslinga x Frouck van Oenema en Pier Bonninga van Sjaerda x N. van Epinga.

 

Albertus was weduwnaar van Maria van Schwartzenberg en Hohenlansberg, overleden 29 okt 1646.

 

           2   Julius van Botnia, geboren 1607, overleden 10 sep 1624 ,in het 17e jaar, begraven Franeker ,grafschrift.

 

Voor zijn begrafenis in 1624 zie T342-05,nr.38.

 

 

           3   Luts van Botnia, geboren ± 1615 ?, overleden 9 apr 1634 ,19(?) jaar, begraven Franeker ,grafschrift.

 

Volgens grafschrift bij overlijden 9 jaar.Dat is onmogelijk tenzij de sterfdatum foutief is.

 

 

           4   Dominicus Justus van Botnia, ,ook Douwe, geboren 1617, volgt onder VIII.

 

 

   VIII Dominicus Justus van Botnia, ,ook Douwe, geboren 1617, overleden 14 apr 1660 ,43 jaar, begraven Jellum ,grafschrift, zoon van Doecke van Botnia, ,ook Duco (VII-b) en Ymck van Dekema.

 

Grietman van Baarderadeel 1648/1660.

Met hem sterft het geslacht Botnia in de mannelijke lijn uit.

Zie GJB 1998-149,noot 90.

 

Dominicus was gehuwd met zijn nicht  Geertruida van Meckema, dochter van Juw van Meckema, ,ook Julius en Lucia van Dekema, ,ook Luts.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Helena van Botnia, geboren 17 feb 1647, overleden 16 mrt 1708 ,61 jaar en 4 weken, begraven Jellum ,grafschrift.

 

Zij was de laatste van haar familie en testeerde in 1692 te Dronrijp (EEE 5-402) en in 1708 te Jellum op Mammingastate (EEE 6-625).

 

Helena is getrouwd Beers 18 nov 1660 (1) met Douwe Aylva van Loo, geboren 1639, overleden 13 mei 1669 ,30 jaar, zoon van Gerrit van Loo en His Douwesdr van Aylva.

 

Hij werd grietman van Baarderadeel op 4-5-1660 na het overlijden van de vader van zijn toekomstige vrouw.

Hij overleed zonder kinderen.

 

Helena is getrouwd Jellum 8 okt 1671 (2) met Watze van Burmania, geboren jun 1631, overleden 27 feb 1691 ,59 jaar en 8 maand, begraven Jellum ,grafschrift, zoon van Sybrant van Burmania, ,de jongere en Wick van Ockinga.

 

Hij was kolonel in het leger en verongelukte op zee.

GJB 1952-53 en 1953-70:hij testeerde te Jellum 20/21-10-1688 (HOF SS-269-26 en SS-537-13).