Genealogie van het adellijk geslacht van Camstra
Voor bronnen en afkortingen zie pagina 6 van
de site.
Eveneens voor het voorbehoud bij sommige
personen en filiaties.
De genealogie is
grotendeels gebaseerd op het stamboek (Burmaniaboek) ,maar ook op de genealogie
in T327-2296 en op de Genealogia Ayttana (hierna G.A.) . Gebruik is gemaakt van GJB 2011-223/240
(Hellinga en Noomen).
I Pieter
van Camstra.
Misschien te Wirdum voor
1400.
Hij zou een zoon kunnen
zijn van Taco de Campis, vermeld in 1369 in de omgeving van Wirdum (O.Hellinga
uit “Tablinum” 66b, Schotanus).
Zijn zonen bij een onbekende vrouw:
1 Wigle van Camstra, volgt onder II-a.
2 Take van Camstra, volgt onder II-b.
Hij had een zoon Altheke, die in 1420 wordt
genoemd met Take Camstra kinderen en Pieter Camstra (GJB 2011-223, noot 915).
II-a Wigle van Camstra, zoon van Pieter van Camstra (I).
Wigle woonde vermoedelijk te Wirdum.
Hij was Schieringer en kwam in
conflict met Edo van Albada (G.A.).
Wigle werd gedood in een gevecht bij
Bolsward,waarna Bolsward door de Schieringers werd bezet om hem op bloedige
wijze te wreken (G.A. en SFA).
Zijn zoon bij een onbekende vrouw:
1 Pieter Wigles van Camstra, volgt onder
III.
II-b Take van Camstra, overleden voor 1413,
zoon van Pieter van Camstra (I).
Take wordt vermeld met bezit te
Firdgum en is aldaar overleden.
Hij had volgens Schotanus ook nog
buitenechtelijke zonen,waaronder een Pieter Camstra,vermeld in 1407 te Franeker
en in 1420 te Getswerd.
Deze Pieter Camstra was in 1407
mederechter van Franekeradeel.
Kinderen van Take
bij een onbekende vrouw:
1 Bauck Takesdr van Camstra, afkomstig
uit Firdgum, overleden na 1420.
Zij testeerde als weduwe in 1420
(zie N.L.1990).
Haar dochters Gerlant en Geel en de
4 kinderen van zoon Epe worden haar erfgenamen.
Bauck was gehuwd met Lolle van
Ockinga, overleden v 1420.
Hij woonde te Burgwerd.
Opmerking: volgens sommigen was
zij ook getrouwd met Hobbe van Hermana en had zij uit dat huwelijk 3 kinderen.
In het testament worden deze kinderen niet genoemd.
Hobbe was getrouwd met N.Taeckesdr (van Adelen ?), Hobbe is van een latere
generatie , zie bij Hermana.
III Pieter Wigles van Camstra, overleden
voor 1435, zoon van Wigle van Camstra
(II-a).
Pieter woonde vermoedelijk te Wirdum.
Pieter had vermoedelijk een onwettige zoon Sjoerd ( in 1470 te Aegum)
OFO I-120: op 18-8-1450 zegelt Renick Kampmestera de getuigeverklaring die
zijn broer Sywrdt Kamstera aflegt als oud-rechter in de Leppa (GJB 2011-225).
Sjoerds zoon Renick Sywertsz is in 1511 pachter en deels eigenaar van een
sate te Warga; deze Renick Sioerdts Camstra was getrouwd met Syts Gerbrantsdr
van Aytta (G.A.).
Pieter was gehuwd met
Site Lousma, ,ook Syts,
overleden na 18 apr 1451, begraven Leeuwarden.
Zij testeerde als Site Kammingha op
18-4-1451 (zie F.T.nr.14 en OFO IV-12).De naam van haar moeder was Frouke.
Bij het testeren leven nog 3 van de
4 kinderen uit haar tweede huwelijk;zoon Sjuck wordt niet meer genoemd.
Wel is mede-erfgenaam zoon Rienck
uit haar eerste huwelijk met Pieter Camstra, maar over dochter Eeck wordt niet
gesproken.
Het graf van Site was in het
Galileërklooster,later in de Galileërkerk te Leeuwarden (zie Grafschriften
III).
Site was later gehuwd met Peter van
Cammingha, overleden n 8 mei 1440, zoon van Gerrard van Cammingha en Tjemck
Ndr.
Uit het huwelijk van Pieter van Camstra en Site:
1 Rienck van Camstra, volgt onder IV.
2 Abbe van Camstra
Genoemd in de G.A.., maar vermoedelijk verward met iemand anders (zie GJB 2011-224).
3 ? Eeck van Camstra, overleden na 1492.
In de G.A. genoemd als een zuster van Rienck van
Camstra,gesneuveld 1461 te Akmarijp;zij leefde nog in 1492.
Zij is vermoedelijk een halfzuster
van Rienck; zij wordt niet genoemd in
1451 in het testament van Site Lousma.
Eeck was gehuwd met Seerp van Hania,
overleden 1498, waarschijnlijk zoon van Taecke
van Hania.
Hij woonde te Weidum.
IV Rienck van Camstra, overleden Akmarijp
13 jun 1461 *, zoon van Pieter Wigles van
Camstra (III) en Site Lousma.
Hij was in 1453 grietman van
Leeuwarderadeel (OFO IV-16 d.d.15-9-1453).
Hij sneuvelde als Schieringer in
1461 bij Akmarijp.
Hij wordt genoemd in OFO
I-124,126,129 d.d.30-4-1451,11-8-1451 en 22-1-1452.
GJB 2011-224/225:
Bij overlijden in 1461 had hij als
zonen Wigle, Feycke, Sytze, Pieter volgens G.A en volgens aantekening E.M.van
Burmania (1700-1789) ook zoon Keympe en dochters Syts en Saeck.
De zoons Feycke en Pieter en dochter
Syts blijken uit het tweede huwelijk te zijn, vermoedelijk ook Keympe.
Maar Feycke had ook een broer Ede
(zie onder 9); Ede wordt ook genoemd als broer van Wigle in diens testament uit
1499.
De moeder van Sytze is volgens G.A.
een dochter van Wybe van Grovestins, maar dat kan onmogelijk,want deze Wybe is
zijn schoonzoon.
Rienck was
gehuwd (1) met ? N. van Grovestins
Uit dit (?) huwelijk:
1 Wigle
van Camstra, volgt onder V-a.
2
Sytse van Camstra, volgt onder V-d
3 Saeck
van Camstra.
Saeck was gehuwd met Wybe van
Grovestins, overleden Engelum 27 mei 1482 *, zoon van Sjoerd van Grovestins en Remck
van Mockema.
Vermeld als vetkoper 1464-1482 te
Engelum o.a.in OFO I-209,212,214 d.d.10-10-1470,1-5-1471,25-5-1471.
OFO I-298 d.d.24-8-1479:hij schenkt
goederen aan Ymke en hun beider kinderen.
Genoemd bij een overeenkomst in GPCV
d.d.20-4-1481.
Ook genoemd in OFO II-100
d.d.16-11-1481 en in OFO III-13 d.d.24-3-1480.
Hij werd doodgeschoten door Sicke
Douwes van Sjaerda bij de belegering van de stins te Engelum.
Bekend als "scherne" Wybe
(scherne d.w.z. geschoren ) en dus niet "skeane" Wybe.Zie ook
Encyclopedie van Friesland-587.
4 ? Hylck van Camstra, overleden voor 1461 ?
Hylck was gehuwd met Sytze van Martena,
overleden 1489, zoon van Doecke van
Martena en Auck van Heemstra.
Hoofdeling te Cornjum.
OFO I-126 d.d.11-8-1451:genoemd bij
de zoenlieden.
OFO I-129 d.d.22-1-1452:zegelde mee
een overeenkomst.
OFO II-84 d.d.13-9-1477:betrokken
bij de overeenkomst over de Ee.
OFO II-101 en OFO IV-60
d.d.16-2-1482:Sithia Mertna als hoofdeling te Cornjum met zijn zonen Doeka en
Hessel.
Sytze testeerde in 1482.
Zie ook de Vrije Fries I
(1839)-189/232 voor hem en zijn nageslacht.
Volgens een inscriptie in de kerk
van Cornjum was Sytze voor de tweede keer getrouwd met Jitske van
Heemstra,overleden 16-9-1467 (blz.196), maar dat was de moeder van zijn tweede
vrouw.
Sytze was later gehuwd met Jel Epesdr
van Harinxma, afkomstig uit IJlst, overleden 1467, dochter van Epe van Harinxma en Jitske van Heemstra
Rienck was
gehuwd (2) met Tieth van Unia, overleden voor 1486, waarschijnlijk dochter van Keimpe (?) van Unia en N.N..
De combinatie Camstra x Unia blijkt
uit kwartieren op het graf van kleinzoon Rienck van Roorda.
Zijn vermoedelijke weduwe wordt als
Tyethie Kamstera op 21-7-1463 als
naastligger vermeld (OFO I-170).
In OFO I-352 d.d.1486 is sprake van
salighe Renick en Thietie.
Uit dit huwelijk:
5 Keympe
van Camstra, overleden na 1494.
Hij testeerde in 1495 zonder
kinderen.
Keympe was gehuwd met Bauck Ndr.
6 Pieter van Camstra, volgt onder V-b.
7 Feycke van Camstra, volgt onder V-c.
8 Syts Riencksdr van Camstra, overleden
26 nov 1481 *, begraven Menaldum.
Zij wordt in SFA niet vermeld bij Camstra.
Volgens de 8 kwartieren van haar
kleinzoon Ruurd van Roorda zou zij een dochter zijn van Rienck van Camstra en
Tieth van Unia (graf Menaldum 29-9-1560).
Syts was gehuwd met Ruurd van Roorda,
overleden n 30 mei 1487, zoon van Johan
van Roorda en Rints Juwsdr van
Juwinga, ,ook Jongema.
OFO IV-50 d.d.21-2-1477:hij en zijn
vrouw Syts schenken neef Goffe Goffes van Roorda recht op voorkoop van
Ouricsmagoed.
OFO II-119 d.d.13-2-1484:bevel aan
Oerck Abbezn om de door hem ingenomen stins van Ruurd Roorda terug te geven.
OFO II-152 d.d.30-4-1487:Oerck
Abbezn en Rioerd Roerda gehoord voor het gerecht van Menaldumadeel.
Genoemd in 1487 in Menaldumadeel in
een register onder 77 en 123 (OFO IV-70).
Uit eerste of tweede huwelijk:
9 Ede Riencks van Camstra, overleden na 1499
OFO I-272 d.d.26-2-1477: Eeda
Renickis zoen Kaemstera verkoopt land aan Feyka Kaemstera zijn broer ende Syten
syn aefta syd.
OFO I-339 d.d.1484: Eede Kamstra,
Feyka Kamstra broer, heeft eertijds land verkocht aan “salige Tiessin” en aan “Awck, Tiessa weduwe”. Dit echtpaar
had zelf eertijds land gekocht van “salige Sijttzie Kamstra” (Is dit zijn zuster Syts van Camstra ?).
F.T.58 d.d.14-4-1499: Wigle (V-a)
noemt hem in zijn testament als zijn broer.
Hij wordt niet vermeld in SFA.
V-a Wigle van Camstra, overleden 1501, zoon
van Rienck van Camstra (IV) en N.N..
Wigle testeerde op 14-4-1499 te
Oosterwierum (zie F.T.nr.58).
Hij bespreekt zijn broer Ede “al syn
Claynghe”.
Wigle van Camstra te Oosterwierum
wordt genoemd op 5-4-1464 als hij zegelt voor zijn schoonmoeder Yd Heringa
samen met zijn zwager Eza van Heringa te Mantgum wegens een geschil met heer Douwe pastoor te Rauwerd (OFO III-5).
OFO I-183 d.d.3-7-1466:Wigle van
Camstra te Franeker heeft een geschil met zijn zwager Haye Heringa.
OFO III-6 d.d.9-8-1466:Er is een
overeekomst tussen zwager Haye Heringa en diens moeder Yde t.e.z. en Wigle
t.a.z.
Wigle wordt ook genoemd op 28-6-1487
bij het verbond tussen delen van Westergo en Oostergo (OFO II-154).
Op 23-4-1473 testeert schoonmoeder
Yde Heringhe, waar bij zij haar zoon Haye en haar dochters zoon Sascker tot
erfgenamen maakt.
Zie voor het testament van Wigle uit
1499 ook T327-1077 en 1078;de beide versies van het testament ook in OFO-I-441
en OFO-I-442 d.d.14-4-1499.
Wigle ook in GJB 1963-35, 1968-43 en GJB 2011-237.
Wigle was
gehuwd (1) met Eelck van Jelmera, ook genoemd Eelck
van Heringa, dochter van Sascker van Jelmera en Ydt Tjaertsdr van Aylva.
SFA
noemt haar Eelck Saskersdr
Jelmera.
Uit dit huwelijk:
1 Sascker van Heringa, volgt onder VI-a.
Wigle was
gehuwd (2) met Doedt N., overleden n 1514.
SFA
noemt haar als Doedt Foppinga (zij is niet te plaatsen in de genealogie
Foppinga).
Zij erft in 1499 bij testament van
haar man de helft van de landen die ze tijdens hun huwelijk hebben aangekocht.
Bij RvA 1511 genoemd als Dued Wigle
Kamstra weduwe in Dronrijp.
In 1514 Doedt genoemd als zijn
weduwe (R.v.A III-78).
Uit dit huwelijk:
2 Auck van Camstra, overleden 22 feb
1550, begraven Zweins ,grafschrift.
Auck erfde in 1499 bij testament van
haar vader het Boetsingagoed.
Zij wordt in 1540 als weduwe vermeld
te Ried (N.L.62-6/14).
Zie verder voor haar en haar man GJB
2011-238.
In de kerk van Zweins is een deel
van de zerk voor Sybrant en Auck behouden gebleven.
Auck was gehuwd met Sybrant Agges
van Herema, overleden 1528/1540, begraven Zweins, zoon van Agge van Herema en N.N..
In 1504 tekent Douwe van Burmania
voor Sybrant de reversaalbrief.
Op de lijst van Friese edelen onder
Franekeradeel d.d.5-1-1505 (T342-05,62).
Bij RvA 1511 en 1514 heeft Sybrant
Agges Herema te Zweins veel bezit.
Op 17-2-1517 worden zijn goederen
geconfisqueerd (GJB 2011-238).
HvF 16480-249 d.d.30-10-1528:Sybrant
en zijn vrouw Auck als eisers.
HvF 16480-419 d.d.30-10-1529:Sybrant
en Ath Aggesdr als eisers.
Bij RvA 1540 en BB 1543 hebben zijn
erfgenamen bezit te Cornjum resp.Jellum en zijn weduwe is dan gegoed te
Franeker.
3 Gauthie van Camstra., overleden voor
1511 (?)
In het testament van haar vader uit 1499 vermeld; zij erft dan landrenten te Cornjum, maar wordt daar bij RvA 1511 niet meer vermeld.
V-b Pieter van Camstra, overleden Ulm 1494,
zoon van Rienck van Camstra (IV) en Tieth van Unia.
Hij woonde als Schieringer te
Jelsum.
OFO IV-32 d.d.21-12-1467:hij en zijn
broers hebben een geschil met de priesters van Warga.
Vermoedelijk staat zijn naam als
Pieter Feye Camstra met o.a.die van Oene van Juwsma op de kerkklok van Wirdum
uit 1472.
OFO I-231 d.d.2-11-1472:Peter
Kampstra verkoopt land.
OFO IV-44 d.d.5-5-1475: met zijn
vrouw genoemd bij verkoop.
OFO IV-50 d.d.21-2-1477:genoemd bij
het zegelen van een overeenkomst.
Ook genoemd in OFO I-328,335,340
d.d.15-9-1483,22-6-1484,21-3-1485 en in OFO II-84,97,99,165
d.d.13-9-1477,2-11-1481,16-11-1481,19-1-1489.
OFO I-352 d.d.1486:scheiding en
deling goederen met zijn broer Feycke.
Pieter wordt omstreeks Pasen 1494 te
Ulm door rooms-koning Maiximiliaan tot ridder geslagen (GJB 2011-231).
Pieter was gehuwd met
Reinsk Tzigora, overleden
1488.
Uit dit huwelijk:
1 Rienck van Camstra, volgt onder VI-b.
2 Epe van Camstra, overleden 1502.
OFO II-196/201 d.d.1501: hij en zijn
broer Rienck hebben geschillen met Leeuwarden over aanspraken.
V-c Feycke van Camstra, overleden 1517,
zoon van Rienck van Camstra (IV) en Tieth van Unia.
Hij was Schieringer te Wirdum en in
1495 grietman van Leeuwarderadeel.
In 1477 koopt hij met zijn vrouw
Syts land van zijn broer Eda (OFO I-272 d.d.26-2-1477).
OFO I-339 d.d.1484:Auck, weduwe van
Tiesse, bevestigt de inlossing van land en verkoop van ander land met inlossing
door Feyka Kamstra. Het gaat over land dat Auck in het verleden had gekocht van
salige Sijttzie Kamstra.
OFO IV-75 d.d.28-6-1487:genoemd bij
het verbond tussen Westergo en delen van Oostergo.
OFO II-186 d.d.10-8-1492:genoemd bij
het verbond tussen Oostergo en Westergo.
Pax-79 d.d.9-3-1493:hij sluit zich
als hoofdeling te Wirdum aan bij het verbond tussen Leeuwarden en Groningen van
10-10-1492.
OFO I-413 d.d.7-5-1495:Rienck Peters
Camstra verkoopt land te Jellum aan Feicke en zijn vrouw Syts.
Hij werd wegens ontrouw verbannen en
in 1500 werden bezittingen van hem verbeurd verklaard (zie GJB 1969-65).
Feycke Kamstera tekent op 9-7-1504
de reversaalbrief (nr.16).
Op 5-1-1505 staat Feycko Kamstra bij
de edelen van Leeuwarderadeel.
Bij RvA 1511 en 1514 heeft Feycke
Camstra van Wirdum veel bezit o.a. ook bezittingen te Tzum en Zweins en bij
Scharnegoutum (zie hiervoor GJB 1979-7,8).
OFO II-247 d.d.14-1-1511:hij wisselt
landerijen met Tjesse Hayes te Wirdum.
T326-1200:een stuk uit 1550
betreffende de scheiding van de nalatenschap van Feycke en Syts.
Zie ook T327-1079/1094.
Feycke was gehuwd met
Syts Foppes van Sjaerda, overleden
na 1517, dochter van Foppe van Sjaerda
en Perck Hillesdr van Bonninga.
Genoemd in OFO I-272 d.d.16-4-1472
en OFO I-319 d.d.27-3-1482.
Uit dit huwelijk:
1 Rienck van Camstra, volgt onder VI-c.
2 Foppe van Camstra, overleden 9 jun
1525.
Hij was niet getrouwd.
Foppe Campstra benoemd voor het
Zuidertrimdeel van Leeuwarderadeel op de landdag van 11-5-1523 (GJB 2011-232).
3 Homme van Camstra, volgt onder VI-d.
4 Tjets van Camstra, overleden 1526.
Tjets was gehuwd met Epe Douwes van
Douma, overleden Harlingen 1516 *, zoon van Douwe Janckes van Douma en Bauck
Doeckesdr van Rinia.
Hij woonde te Irnsum en was grietman
van Utingeradeel.
Bij RvA 1511 heeft hij veel bezit te
Irnsum,maar ook te Grouw,Friens en Peins.Onthoofd te Harlingen met zijn zwager
Abbe van Heringa.
V-d Sytse van Camstra, overleden 1505 (?) ,
zoon van Rienck van Camstra (IV) en N.N.
In 1466 blijkt dat Sytya een broer
is van Wigla Kamstra, gehuwd met Eelka Heringha (GJB 2011-235).
N.L.1953-9/12:volgens een
gebedenboek zou hij overleden zijn op 12-12-1477 en begraven te Hennaard.
OFO I-339 d.d.1484:er is sprake van
de overleden Syts Camstra. In beide gevallen slaat dit op zijn dochter Syts.
Volgens het
"Dootboeck" overlijdt op
12-12-1476 (!) Syts Camstra,getrouwd met Hans Ottes van Sassinga,van Hennaard.
Deze Syts werd begraven te Hennaard.
Volgens het "Dootboeck"
overlijdt ook in 1505 een Syts Camstra en wordt dan begraven in Hennaard
Sytse testeerde in 1494 en de
scheiding van zijn nalatenschap is in 1509;
bij testeren in 1494 worden als kinderen genoemd Hans (bedoeld is de
kleinzoon), Aede,Rienck,Kempo,Sitke en Gaets (zie het Burmaniaboek en GJB
2011-237
Sytse was gehuwd met
Ath Aedesdr van Ungha,
dochter van Aede van Ungha (Edens) en N.van Andla (Ried).
Haar ouders woonden op Unghastate te
Edens.
Uit dit huwelijk:
1 Syts
van Camstra, overleden 12 dec 1476 *, begraven Hennaard.
Syts was gehuwd met Hans Ottes van
Sassinga, overleden 24 feb 1480 *, begraven Hennaard.
Hans en zijn vrouw woonden op
Sassinga te Hennaard.
Hun
zoon Hans Hansz wordt als Hans van Camstra in genealogieën als zoon van Sytze
vermeld.
In
1511 is hun zoon Hans Hanses bezitter van Sassingastate te Hennaard.
2 Aede
van Camstra, overleden 1483, begraven Hennaard
3 Rienck van Andla, volgt onder VI-e.
Keympe was gehuwd met ? Bauck Ndr
Ook voor zijn oom Keympe wordt als vrouw Bauck Ndr vermeld , de naam van de vrouw is dus twijfelachtig.
Keympe stierf zonder nageslacht.
5 Syts van Camstra, afkomstig uit Hennaard,
overleden 1517 *, begraven Hennaard.
Zie voor haar N.L.1953-9/12;voor
haar en haar tweede man ook GJB 1994-25 en GJB 2000-137.
Bij RvA 1511 als weduwe van Bocke
met bezit te Hennaard en Edens (Unga-state).
In 1513 nog vermeld als weduwe,maar
in 1514 blijkt ze hertrouwd te zijn.
Volgens de genealogie Burmania en
ook volgens het "Dootboeck" is zij overleden in 1517,maar volgens een
"Gebedenboek Burmania" op 24-7-1518.
Syts was gehuwd (1) met Bocke Agges
van Herema, overleden 11 mrt 1505 *, begraven Hennaard, zoon van Agge van Herema en N.N..
Hij woonde bij zijn overlijden te
Hennaard.
Pax-162 d.d.6-7-1496:hij en zijn
broer Rienck gaan akkoord met het verbond tussen Westergo en Groningen.
OFO III-28 d.d.24-2-1499:Bocke
Aggezn te Sweins verkoopt land aan Aesge te Mantgum.
Op de lijst van Friese edelen
d.d.5-1-1505 staan vermeld Bocke Agges kinderen (T342-05,62).
Bij RvA 1511 en 1514 is er bezit te
Zweins en Tzum voor zijn zoon Agge,voor zijn dochter Acke en voor zijn erven.
Zie ook GJB 1994-25.
Syts is getrouwd 1513/1514 (2) met Bocke
van Gratinga, ,ook Bocke Burmania, overleden 4 jul 1556 *, begraven
Hichtum, zoon van Rienck Upckes van
Burmania en Eeck Tjaertsdr van
Burmania.
Op 5-1-1505 als Bocke Burmania op de
lijst van Friese edelen (T342-05,62).
Bij RvA 1514 heeft hij bezit te
Zweins vanwege zijn vrouw Syts.
Zie voor hem uitvoerig GJB 1994-25
en verder GJB 2000-136,137.
Bocke was weduwnaar van Hilck Laesdr
van Eelsma, overleden v 1510, dochter van Laes van Eelsma, ,ook Mauritsma en Jel Hobbesdr van Hermana.
Bocke was later gehuwd met zijn
oomzegster Teth van Glins, overleden
27 feb 1560 *, begraven Hichtum, waarschijnlijk dochter van Douwe van Glins en Ebel Laesdr van Mauritsma.
6 Gaets van Camstra, overleden 1521.
Zij was non in het klooster Aalsum.
VI-a Sascker van Heringa, overleden Marssum
1510, zoon van Wigle van Camstra
(V-a) en Eelck van Jelmera , ook
genoemd Eelck van Heringa.
Sascker wordt op 10-10-1478 vermeld
als naastligger te Marssum.
In 1499 in het testament van zijn
vader Wigle werd hem Gerbadastate te Oosterwierum toebedeeld.
Hij woonde op Heringa-state te
Marssum en hij testeerde daar op 21-5-1510 (zie F.T.nr.80 en OFO II-244).
Zijn tweede vrouw Titia wordt
genoemd en 3 zoons (Abbe de oudste,Eelcke,Haring de jongste) en 3 dochters (His
al overleden, Doedt en Lisck).
OFO I-379 d.d.24-4-1490: Sasker
Heringa en Hidde Kamminga vroeger opgetreden als zoenlieden.
Pax-151 d.d.22-6-1496:hij gaat
akkoord met het verbond tussen Westergo en Groningen.
Op 9-7-1504 ondertekent Sasker Heringa
de reversaalbrief (nr.64).
Als Sascker Haringe op 5-1-1505 op
de lijst van edelen uit Menaldumadeel.
Hij gebruikte de naam van zijn
moeder (zie voor hem GJB 1963-35 en GJB 1968-43).
Volgens het stamboek F.A. had hij
uit het 2e huwelijk als zoons Wigle (jong overleden),Haye (jong overleden) en
Eelcke,die tweemaal getrouwd was.Verder als dochters Doedt en Lisck,beiden
ongehuwd.
Sascker was
gehuwd (1) met His van Dekema, dochter van Watze
Abbes van Dekema en Wick Wytzesdr van
Oenema.
Uit dit huwelijk:
1 Abbe Saskers van Heringa, volgt onder
VII-a.
2 His Saskersdr van Camstra, overleden 19
sep 1506, begraven Warga ,grafschrift.
In 1510 erven haar kinderen van haar
vader.
His was gehuwd met Douwe van Juwsma,
afkomstig uit Wirdum, overleden 4 mrt 1532, begraven Warga ,grafschrift, zoon
van Oene van Juwsma en Lisck Douwesdr van Harinxma.
Hij woonde te Warga en staat op
5-1-1505 op de lijst van Friese edelen (T342-05,62).
In 1510 genoemd als grietman van
Idaarderadeel.
Bij R.v.A.1511 heeft Douwe Juwsma
van Warga veel bezit,o.a.ook te Wirdum.
Hij testeerde op 1-10-1529 te Warga
(OFO III-45 en F.T.124);hij heeft dan een zoon Oene,een zoon Watze in klooster
Foswerd en dochters His en Kunier;hij wil begraven worden te Warga bij zijn
vrouw His.
Niet genoemd bij R.v.A te Wirdum in
1540.
In 1543 genoemd als grondbezitter te
Warga (BB 120b) en samen met zijn broer Juw als voogden over Oencke,dochter van
zijn zoon Oene (BB 122b).Maar Douwe en Juw leven in 1543 niet meer.
Douwe was later gehuwd met Hylck
Sytzesdr van Harinxma, overleden 7 apr 1532, begraven Warga ,grafschrift,
dochter van Sytze van Harinxma, ,thoe
IJlst en Teth Hillesdr van Bonninga.
Sascker was
gehuwd (2) met Tiets Oenesdr van Juwsma, gedoopt Wirdum, overleden Marssum n 1523,
dochter van Oene van Juwsma en Lisck Douwesdr van Harinxma.
Bij R.v.A.1511 genoemd als weduwe
Tjets Heringa van Marssum met veel bezit,ook te Wirdum als Tjeets Sasckers
weduwe,ook te Stiens als Tieets Heeringa.
Zij testeerde in 1523 en woonde toen
op Heringa-state te Marssum (zie F.T.nr.104 en OFO II-314).
Er worden van haar 6 kinderen
genoemd,waarvan 4 overleden.
Van haar kleinkinderen worden
genoemd Lisck Haringsdr en Sascker Eelckes en Hobbe Eelckes.
Zij wil begraven worden te Marssum
bij haar dochters (Doedt en Lisck)
Uit dit huwelijk:
3 Eelcke van Heringa, volgt onder VII-b.
4 Haring van Heringa, volgt onder VII-c.
5 Lisck van Heringa, overleden v 1523.
6 Doedt van Heringa, overleden v 1523.
7 Wigle van Heringa, overleden v
1510
Wigle is jong overleden, voor het overlijden van zijn vader in 1510.
8 Haye van Heringa, overleden v 1510
Haye is jong overleden, voor het overlijden van zijn vader in 1510.
VI-b Rienck van Camstra, overleden Jelsum 9
apr 1522 *, begraven Leeuwarden ,Galileërkerk, zoon van Pieter van Camstra (V-b) en Reinsk
Tzigora.
Hij was eigenaar van Camstrastate te
Wirdum (later Dekemastate).
Hij was aanhanger van de Saksen en
van Karel V.
OFO I-361 d.d.26-6-1488:met zijn
vrouw Gerlant genoemd op Camstrastate te Wirdum.
OFO I-413 d.d.7-5-1495: Rienck
Peters Camstra verkoopt land te Jellum aan zijn oom Feicke.
OFO II-196/201 d.d.1501: hij en zijn
broer Epe hebben geschillen met de stad Leeuwarden over aanspraken.
Rienick Kamstera tekent op 9-7-1504
de reversaalbrief (nr.1).
Op 5-1-1505 staat Rienick Kamstra op
de lijst van edelen uit Leeuwarderadeel.
R.v.A.1511:hij heeft vele
bezittingen o.a.te Wirdum en Jelsum.
In 1515 bij de heerschappen, die
Karel V huldigen, als Rienck Camstra (lijst Thabor) en als Rienick Camstra
(lijst Winsemius).
Op 7-2-1517 wordt hij grietman van
Leeuwarderadeel.
Rienck is getrouwd v 26 jun 1488 met Gerlant
van Hoxwier, overleden 12 jun 1544 *, begraven Leeuwarden ,Galileërkerk,
dochter van Aesge van Hoxwier en Jel Hobbesdr van Hermana.
Uit dit huwelijk:
1 Catharina van Camstra, geboren ± 1500,
overleden 3 apr 1584, begraven Franeker ,grafschrift.
Zij en Jarich testeerden op
21-9-1552.
Als weduwe testeerde zij in
1557;Sixtus van Dekama liet dit testament registreren op 26-2-1656 bij het Hof
van Friesland (EEE-1-485/487v).
Catharina was gehuwd met Jarich van
Dekema, geboren 1495, overleden 3 apr 1553, begraven Franeker ,grafschrift,
zoon van Juw van Dekema en Catryn van Hottinga.
R.v.A.1511:hij heeft bezit in
o.a.Sexbierum.
R.v.A 1540:hij heeft bezit in
o.a.Jelsum (via zijn vrouw) en Huizum.
Hij wordt op 18-3-1523 vermeld als
raadsheer bij het Hof van Friesland,1523-1527 als grietman van
Baarderadeel,1550-1553 als grietman van Franekeradeel en als olderman van
Franeker 1539-1553.
T327-1411:hij voerde met zijn broer
Sicke voor het Hof een zaak contra Julius van Botnia over het bezit van
Dekemastate te Weidum.Processtukken vanaf 1457.
HvF 16480-457
d.d.20-12-1529:Mr.Jarich en Mr.Sicke,broers,ook voor de zoons van wijlen hun
broer Hette contra ..
HvF 16481-82 d.d.29-10-1538:Sytse
van Aylva e.a. contra Mr.Jarich van Dekama voor Reynsck,weduwe wijlen Hette van
Dekama,over het afgraven van veen in Dantumadeel.
HvF 16481-352
d.d.2-12-1539:Mr.Jarich van Dekema voor zijn vrouw Catryn contra Fecke Botinga.
T320-215:Jarich Dekama en Syds
Tjaerda afgevaardigden van de Staten van Friesland in 1526.
T327-1414:concept van instructie
voor Jarich van Dekema e.a. als gedeputeerden naar landvoogdes Maria van
Hongarije uit 1539.
T327-1415:kopie uit 1659 van
wederkerig testament van Jarich en Katryn uit 1552.
T343-98:Brief van Jarich over de
100e penning d.d.13-8-1545.
Hij testeerde op 21-9-1552 met zijn
vrouw Catryn.Dit testament werd op 26-2-1656 op verzoek van Sixtus van Dekema
geregistreerd bij het Hof van Friesland (EEE-1-485/488).
Zijn naam en die van zijn vrouw op
een zerk te Franeker (de Vrije Fries XXIII).
2 Reynsck van Camstra, overleden Jelsum 4
aug 1549 *, begraven Leeuwarden,Galileërkerk ,grafschrift.
Bij huwelijk erfdochter op
Camstrastate te Jelsum.
Zij wordt genoemd in OFO IV-242
d.d.23-2-1525.
Bij RvA 1540 genoemd met bezit te
Wirdum en Jelsum; zij woont dan op Camstrastate/Dekemastate te Jelsum.
BB 1543: zij wordt vermeld als
naastligger te Jelsum en Cornjum.
Zij testeerde op 28-10-1544 (zie
F.T.186,ook T327-1409,1410).
Haar zonen Pieter,Aesge en Hette en
haar dochters Yde, Marie en Jel worden haar erfgenamen.
Verklaring op 2-1-1550: Er is
scheiding en deling geweest van de nalatenschap van Hette en Reynsck tussen hun
kinderen Pieter,Hette,Yde,Jel en Marie.De laatste kreeg Dekemastate te Weidum.
Reynsck werd begraven in de
Galileërkerk te Leeuwarden (zie Grafschriften III,Leeuwarden). De grafsteen van
haar en haar man stond in de tuin van de kanselarij.
Reynsck was gehuwd met Hette van
Dekema, geboren ± 1481, overleden Jelsum 20 sep 1522 *, begraven
Leeuwarden,Galileërkerk ,grafschrift, zoon van Juw van Dekema en Catryn van Hottinga.
Op 5-1-1505 op de lijst van Friese
edelen uit Baarderadeel (T342-05,62).
Grietman van Baarderadeel als
opvolger van zijn vader 1517/1522 en als zodanig genoemd in OFO IV-233.
R.v.A.1511:Hette van Dekema van
Weidum genoemd als mede-eigenaar van "Sitthiemagued" in Poppingawier
en van bezit te Deersum,Jorwerd,Nijland,Weidum,Jellum,Deinum en Beetgum.
Bewoner van Dekemastate te Weidum.
Door zijn huwelijk kwam hij in bezit
van Camstrastate te Jelsum,later ook genoemd Dekemastate.
Zie ook T327-1409/1410.
Begraven in de Galileërkerk te
Leeuwarden (zie Grafschriften III,ook volgens het testament van dochter Jel
d.d.11-9-1586).
VI-c Rienck van Camstra, overleden na 1516,
zoon van Feycke van Camstra (V-c) en Syts Foppes van Sjaerda.
Renick Feyckesz en His Ockema
ondertekenen op 9-7-1504 de reversaalbrief (nr. 63).
Rienck Kamstra staat op 5-1-1505 op
de lijst van edelen uit Leeuwarderadeel.
Bij R.v.A.1511 heeft Rienck Feyckes
Camstra op Camstrastate te Wirdum veel bezit.
In 1516 grietman van
Leeuwarderadeel.
Rienck was gehuwd met
His Heresdr van Ockinga,
overleden n 1520, dochter van Here Lolles
van Ockinga en Gaets van Dekema.
Zie T326-1415.
His was later gehuwd met Sytze van
Harinxma, ,thoe IJlst, overleden n 23 aug 1542, zoon van Sierck van Harinxma en Ath van Fons.
Uit het huwelijk van Rienck en His:
1 Wytze van Camstra, overleden 4 mrt
1555, begraven Wirdum ,grafschrift.
In 1540 niet vermeld met bezit te
Wirdum
BB 1543:Wytzie Campstra bezit een
sate te Baard.
Hij woonde later met zijn vrouw op
Camstrastate te Wirdum.
HvF 16481-214 d.d.18-3-1539:hij
procedeert met zijn broer Wigle en en zwager Lieuwe van Beyma tegen zijn oom
Homme van Camstra.
Hij testeert samen met zijn vrouw op
28-9-1547 op Camstrastate te Wirdum (zie F.T.nr.198 en T327-1097).Zij hadden
geen kinderen.
Hierdoor kwam na 1555 het
familiegoed aan Tjalling Camstra wegens het met Wytze uitsterven van deze tak van de Camstra's.
T327-1424:hij is medevoogd over de
kleindochters van zijn zuster Frouck (1551).
T326-1430:overeenkomst d.d.25-9-1557
tussen de voogden over de kinderen van Gabbe Aesgema t.e.z en t.a.z. Hartman
Galema met zijn vrouw Riem,weduwe Wytze Camstra.
Deze kinderen waren kleindochters
van zijn zuster Frouck Camstra.
Wytze was gehuwd met Riem van
Hermana, ,ook Rema, overleden n 1588, dochter van Hobbe van Hermana en Wick
Hesselsdr van Feytsma.
PI 1578: als Rema Gaellema te
Marwirderabueren onder Wirdum. Met vruchtgebruik van het Camstra-huis.
Zij testeerde op 10-4-1588 en had
geen kinderen.
Zij was viermaal getrouwd (zie
T326-1430).
Riem was weduwe van Watze van Harinxma, geboren ± 1516,
overleden n 1538, zoon van Decken van
Harinxma, ,thoe IJlst en Saeck Juwsdr
van Juwinga.
Riem is later getrouwd 1557 met Hartman van Galama, geboren 18 feb 1533,
overleden Brussel 1 jun 1568, zoon van Gale
van Galama en Foeck van Hoxwier.
Riem was later gehuwd met Jeronimus Hania, geboren Pingjum ± 1534,
overleden 29 sep 1576, begraven Swichem, natuurlijke zoon van Watze Douwes Hania en Suzanna van Meeuwen.
2 Wigle van Camstra, overleden omstreeks
1543
Uit zijn huwelijk geen kinderen
(blijkt op 14-6-1548 uit later vonnis).
HvF 16481-43/55 d.d.3-9-1538:Wigle
Camstra als curator over de minderjarige Watze Harinxma (zijn zwager).
HvF 16481-213 d.d.18-3-1539:Schelte
van Andla contra o.a.Wigle van Camstra.
HvF 16481-214 d.d.18-3-1539:zie bij
zijn broer Wytze.
Bij RvA 1540 is Wigle Campstra
eigenaar en gebruiker van een sate te Wirdum, in 1511 in bezit van zijn vader.
BB1543-293a: Te Longerhouw land,
waarover een geschil is voor het Hof van Friesland tussen de voogden en Wigle
Campstra van Tryn zyn wyff wegen.
Wigle was gehuwd met Tryn Deckensdr
van Harinxma, dochter van Decken van
Harinxma, ,thoe IJlst en Saeck Juwsdr
van Juwinga.
Tryn was later gehuwd met Foppe van
Sjaerda, zoon van Goffe van Sjaerda
en Teth Hobbesdr van Epinga.
3 Frouck van Camstra, overleden v 1538.
T326-1415:huwelijkscontract
d.d.12-11- 1520, mee opgesteld door haar moeder His van Ockinga.
Frouck is getrouwd 1520 met Lieuwe
Sjoerds van Beyma, overleden 1539/1540, zoon van Sjoerd Lieuwes van Beyma en Catharina
van Bockema.
Mr.Lieuwe van Beyma was heerschap te
Arum.
OFO II-299
d.d.12-11-1520:huwelijksvoorwaarden voor zijn huwelijk met Frouck,waarbij de
ouders van weerskanten worden genoemd.
HvF 16481-214 d.d.18-3-1539:hij
procedeert vanwege zijn kinderen bij Frouck met zijn zwagers Wigle en Wytze
Camstra tegen Homme van Camstra.
In SFA worden 3 huwelijken
vermeld;dat is fout,de daar vermelde tweede vrouw is zijn vrouw Taeck(in haar
kwartieren geldt Marckla is Jellinga).
Lieuwe was later gehuwd met Taeck van Mockema, overleden Emden 7 jan
1573, dochter van Taecke van Mockema
en Auck Tjallingsdr van Jellinga,
,ook Auck Mercla.
4 Gaets van Camstra.
Zij was non in het klooster Aalsum,
waar zij ook is overleden (G.A.)
VI-d Homme van Camstra, overleden 10 sep
1545 * (?), begraven Wirdum, zoon van Feycke
van Camstra (V-c) en Syts Foppes van
Sjaerda.
Hommo Kampstra staat op 5-1-1505 op
de lijst van edelen uit Leeuwarderadeel.
Bij RvA 1511 met bezit te Jellum en
Warga.
HvF 16481-214 d.d.18-3-1539:zijn
oomzeggers Wigle en Wytze van Camstra procederen tegen hem.
Bij RvA 1540 eigenaar en gebruiker
van een sate te Wirdum, die in 1511 behoorde aan zijn vader.
BB1543: Homme genoemd als
naastligger te Wirdum, Swichum en Roordahuizum.
T326-1201:een stuk uit 1552
betreffende de scheiding van de nalatenschap van Homme en Isck Eysinga.
T327-1095:acte van scheiding en
deling tussen zijn kinderen.
SFA
geeft 1559 als jaar van zijn overlijden en het Burmaniaboek 1549; SFA
geeft voor zijn vrouw 1545 als sterfjaar.
Als er bij zijn overlijden nog 2
zoons en 2 dochters in leven waren (G.A.) , dan zal zijn sterfjaar wel 1549 zijn.
Homme was gehuwd met
Eelck van Eysinga, ,ook Isck,
overleden 5 okt 1542 * (?), begraven Wirdum, vermoedelijk dochter van Tjalling van Bolta en ? N. Gatzesdr van Juwsma
Zij droeg evenals alle kinderen van
Tjalling van Bolta (uit zijn eerste en tweedee huwelijk) niet de
naam Bolta maar die van Eysinga.
Was zij een dochter uit het eerste
huwelijk van Tjalling of uit het tweede
met Hack van Eysinga ?
Uit dit huwelijk:
1 Foppe van Camstra, afkomstig uit
Wirdum, geboren 1530, volgt onder VII-d.
2 Feycke van Camstra, ,ook Feddrick,
overleden 1549.
Hij was militair (SFA).
Zie ook T327-1118:verklaring van de
monstercommissaris van de troepen van stadhouder van Egmond t.b.v.Frederik van
Camstra (1547).
3 Hack van Camstra, overleden 1561.
T327-1106:zij verkocht land te
Wirdum aan haar broer Foppe van Camstra.
T326-1204:het kinderloze echtpaar
Hack en Sjuck testeert en de overeenkomst uit 1559 van Hack met haar broers
Tjalling en Foppe en haar zuster Anna.
T326-1205:scheiding van de
nalatenschap van Hack van Camstra in 1561.
Hack is getrouwd 1551 met Sjuck
Pieters van Cammingha, overleden 1581, zoon van Peter van Cammingha en Eelck
van Aebinga.
Huwelijksvoorwaarden 4-3-1551
waarbij aan Sjuck wordt toegekend Doeckemastate onder Leeuwarden (Eekhoff
II-403 over Leeuwarden).
T326-1204:testament van Sjuck en
zijn vrouw Hack uit 1559.
Met hem stierf deze tak van de
Cammingha's uit.
Sjuck was later gehuwd met Popck van
Heemstra, dochter van Feye van
Heemstra en Ebel van Hemmema.
Sjuck was later gehuwd met Riem
Galesdr van Galama, geboren 1535, overleden 15 sep 1625 *, begraven
Leeuwarden,Oldehove, dochter van Gale van
Galama en Foeck van Hoxwier.
4 Anna van Camstra, overleden 7 sep 1563.
Anna was gehuwd met Gerrolt Hessels
van Feytsma, overleden 1552, zoon van Hessel
Jelgers van Feytsma en His Gerroltsdr
van Herema.
Bij RvA 1540 genoemd met bezit te
Goutum en Wirdum.
In 1542 is hij volmacht voor Homme
Campstra te Wirdum.
5 Tjalling van Camstra, volgt onder
VII-e.
VI-e Rienck van Andla, overleden 25 jun 1513
*, begraven Weidum, grafschrift, zoon van Sytse
van Camstra (V-d) en Ath Aedesdr van
Unga.
Hij woonde te Weidum.
Renick Sytsesz tekende in 1504 mede
voor Fedde Pibesz (Haerda) de reversaalbrief.
Op 5-1-1505 staat Rienick Andela op
de lijst van edelen uit Franekeradeel.
Bij RvA 1511 met bezit o.a.te
Weidum.
Rienck is getrouwd 1486 met Jetscke Sjoerds van
Grovestins, overleden 4 jul 1521, begraven Weidum, grafschrift, dochter van
Sjoerd van Grovestins en Bauck van Hania.
Jetscke testeerde in 1521
Jetscke is eerder getrouwd 1480 met Feycke
Keimpes van Unia, overleden v 1486, zoon van Keimpe Feyckes van Unia en His
N..
Uit het huwelijk van Rienck en Jetscke:
1 Sjoerd van Andla, overleden 6 mei 1541
*, begraven Weidum.
Sjoerd wordt bij testament van zijn
moeder in 1521 tot universeel erfgenaam gemaakt (GJB 2011-236).
OFO II-352 d.d.4-7-1530:hij
bevestigt een schenking van zijn moeder Jets aan de armen van Leeuwarden.
HvF 16481-418 d.d.28-3-1536:Sjoerd
Andla als eiser.
HvF 16481-174 d.d.20-12-1538:hij
procedeert namens zijn vrouw Kinsck tegen de weduwe van Gabbe van Scheltema.
HvF 16481 d.d.15-2-1539:hij
procedeert namens zijn vrouw Kinsck.
Bij RvA 1540 heeft hij bezit te
Hallum en Westernijkerk,dat in 1511 behoorde aan Popcke en Gerben Mockema.
Uit zijn huwelijk had hij geen
kinderen en met hem stierf deze tak uit in de mannelijke lijn.
Sjoerd was gehuwd met Kinsck
Fockesdr van Ropta, overleden 15 jun 1581, begraven Weidum, dochter van Focke Sybrens van Ropta en Graets van Eysinga.
Kinsck is later getrouwd Weidum met Taecke
van Hermana, overleden Weidum 13 jul 1565 *, begraven aldaar, zoon van Hobbe van Hermana en Wick Hesselsdr van Feytsma.
Bij donatiebrief d.d.2-4-1541
stichten de echtelieden Sioerd Andle en Kinsck te Weidum een weeshuis (GJB
2011-236).
2 Jadts van Andla, overleden 1556.
Non in klooster Bethlehem.
3 Sytze van Andla, overleden 1518.
4 Aede van Andla, overleden 1513.
5 Bauck van Andla, overleden 27 jun 1513.
6 Hessel van Andla, overleden 1503.
VII-a Abbe Saskers van Heringa, overleden
Harlingen 13 sep 1516 *, zoon van Sascker
van Heringa (VI-a) en His van Dekema.
Op 5-1-1505 als Abbe Heringa op de
lijst van edelen uit Baarderadeel.
Bij R.v.A.1511 genoemd als Abbe
Sasckers Heringa van Oosterwierum met veel bezit.
Onthoofd te Harlingen met zijn
zwager Epe van Douma.
Zie ook GJB 2011-239.
Abbe was gehuwd met
Jel Douwes van Douma,
overleden 1540, dochter van Douwe Janckes
van Douma en Bauck Doeckesdr van
Rinia.
Jel was later gehuwd met Ede van Martena, overleden 23 dec 1541,
zoon van Doecke van Martena en Sjouck Keimpes van Unia.
Uit het huwelijk van Abbe en
Jel:
1 His van Camstra, overleden v 1544.
His was gehuwd met Hessel van
Bootsma, overleden 1550/1558, zoon van Sierck
van Bootsma en Geel N..
OFO II-351 d.d.9-6-1530:Hessel
Bootsma en zijn vrouw His Abbesdr wisselen landen met Oge Gerbezn.
Hij woonde in 1548 met zijn tweede
vrouw te Kollum en testeerde daar op 6-12-1550 (F.T.211).
Uit dit testament de namen van zijn
6 wettige kinderen;verder had hij een natuurlijke dochter Katrina.
Een deel van de erfenis moet naar de
kinderen van Syds Botnia en Bauck Camstra,een zuster van zijn eerste vrouw His.
Zijn neef Sjuck Mellema moet voogd
worden over zijn drie jongste kinderen.
Hessel is later getrouwd 1544 met Mary
van Harinxma, overleden n 27 jun 1558, dochter van Sierck van Harinxma en Ath
van Fons.
2 Bauck van Camstra, overleden 8 mrt
1547, begraven Nijland ,grafschrift.
Zij testeerde op 22-2-1547 te
Nijland (zie F.T.nr.195).
Zie ook Grafschriften Roorda IV.
Bauck was gehuwd (1) met Tjebbe van
Martena, overleden 12 jun 1530, zoon van Doecke van Martena en Sjouck
Keimpes van Unia.
Hij verhuurde bezit van hem te
"Barrahûs" bij Wirdum (OFO IV-247 d.d.5-1-1526).
Bij RvA 1540 hebben zijn weeskinderen
bezit te Wirdum.
Bauck was gehuwd (2) met Syds van
Botnia, overleden 4 jan 1548, begraven Nijland ,grafschrift, zoon van Tjalling van Botnia, ,ook Jeppema en Frouck van Hottinga.
Hij woonde met zijn vrouw op
Hottingastate te Nijland.
Bij RvA 1540 met bezit te Marrum (in
1511 op naam van zijn vader).
Zijn naam en die van zijn vrouw op
een zerk te Nijland (de Vrije Fries XXIII).
Zie verder GJB 1998-140.
3 Sascker van Camstra, overleden n 1550.
In 1550 woonde zij in klooster
Smalle Ee (testament F.T.211).
VII-b Eelcke van Heringa, overleden n 1543,
zoon van Sascker van Heringa (VI-a)
en Tiets Oenesdr van Juwsma.
Bij RvA 1540 met bezit te Goutum,dat
in 1511 behoorde aan de vader van Womck.
HvF 16481-792 d.d.20-12-1537:Eelcke
als man en voogd van Womck.
In 1543 procedeert Eelcke Heeringa
te Marssum inzake 30 pm land (GJB 2011-240).
Zie voor hem en zijn nageslacht GJB
1968-41.
Eelcke was gehuwd (1) met Lisck van Rinia,
dochter van Hobbe Doeckes van Rinia
en Riem van Popma.
Uit dit huwelijk:
1 Hobbe van Heringa, geboren ± 1512,
volgt onder VIII-a.
2 Sascker van Heringa, volgt onder
VIII-b.
Eelcke was gehuwd (2) met Womck van Jongema,
dochter van Eda Keimpes van Jongema
en Saeck van Eminga.
Womck was later gehuwd met Fedde van Haerda, ook Fredericus,
overleden 9 mei 1599 *, begraven Leeuwarden ,Galileërkerk, zoon van Pybe van Haerda en His Siercksdr van Bootsma.
Uit het huwelijk van Eelcke en
Womck:
3 Lisck van Heringa, geboren ± 1525,
overleden 1584 ,59 jaar.
Zij woonde in 1578 op het
Mockemahuis te Dokkum (GJB 1995-174).
Lisck was gehuwd met Juw van Mockema,
overleden 28 mrt 1566 *, begraven Dokkum, zoon van Popcke van Mockema en Tieth
van Sjoerda.
Hij woonde 1565/1566 te Dokkum.
HvF 16690-156 d.d.4-5-1551:Juw
Mockema als volmacht voor Popcke Mockema contra de abt van Dokkum.
HvF 16691-182 d.d.4-9-1556:Julius
van Mockema contra Reynthie Folckerts,grietman van Dongeradeel.
HvF 16692-162 d.d.28-2-1561:Anna
Feytsma,weduwe Frans van Humalda,voor zich en voor haar kinderen procedeerde
over het bezit van een sate tegen de broers Botte en Julius.
HvF 16692-278 d.d.13-3-1562:Frans
Canters als man van Geel van Humalda contra de broers Botte en Julius (zie ook
GJB 1978-79).
HvF 16693-14 d.d.5-10-1565:Juw
Tjaerts Mockema te Leeuwarden contra Juw Mockema te Dokkum.
HvF 16693-74 d.d.24-1-1566:Juw
Mockema te Dokkum contra Dirck Dircks,olderman aldaar, en Jan van Coelen.
4 Aede van Heringa, oorspronkelijk Gerlof van Heringa, volgt onder VIII-c
5 Edo van Heringa, overleden 31 aug 1575
,ongehuwd, begraven Rauwerd, grafschrift [5527]
Hij woonde op Heringastate te
Marssum en testeerde in 1575.
Zijn broer Aede werd later in
hetzelfde graf in de kerk van Rauwerd begraven.
VII-c Haring van Heringa, overleden n 1543,
zoon van Sascker van Heringa (VI-a)
en Tiets Oenesdr van Juwsma.
Hij woonde met zijn vrouw op
Aebingastate te Hijum en was bij RvA 1540 eigenaar/gebruiker van bezit te Hijum
en Hallum dat bij RvA 1511 behoorde aan Binnert Aebinga en Binnert Hania
kinderen;hij had bij RvA 1540 ook bezit te Stiens dat in 1511 behoorde aan zijn
moeder Tjets.
Bij HvF 16481-612 d.d.20-12-1536
genoemd als voogd over Hil,weeskind van Bennert Aebinga.
HvF 16481-735 d.d.14-7-1537:hij is
eiser namens zijn ongenoemde vrouw en haar zuster Yde Hania en samen met
Andries Waltinga namens diens moeder Riem contra klooster Smalle Ee.
Ook met bezit genoemd bij BB 1543.
Haring was gehuwd met
His van Hania, afkomstig uit
Hijum, overleden n 1536, dochter van Sipt
van Hania en N.N..
HvF 16481-612 d.d.20-12-1536:His,getrouwd
met Haring van Heringa,en haar zusters procederen over de erfenis van wijlen
Pieter Jans Auckema.
HvF 16481-735 d.d.14-7-1537:zij
heeft Ydt Hania als zuster.
Zie ook GJB 1994-147.
Uit dit huwelijk:
1 Lisck van Heringa, geboren v 1523.
Genoemd in het testament van haar
grootmoeder Tjets in 1523.
2 Tjets van Heringa, geboren ± 1523,
overleden 22 dec 1556 *,33 jaar, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk.
Tjets was gehuwd met Ritscke Sickes
van Dyxtra, overleden 29 apr 1569 *, begraven Huizum, zoon van Sicke van Dyxtra en Tiets Aebes.
Bij RvA 1540 met bezit te Huizum.
Ritscke was later gehuwd met Jouck
van Galama, overleden 30 mrt 1588 *, begraven Huizum, dochter van Sicke van Galama en Jelts van Heemstra.
3 Oene van Heringa, ,ook Onno, overleden
1575, begraven Rauwerd ,grafschrift [5526]
Oene woonde met zijn vrouw op Aebingastate te Hijum, waar ook zijn ouders Haring en His van Hania woonden.
Hij werd in 1568 verbannen.
Oene was gehuwd met Foockel van
Aylva, overleden 1575, begraven Rauwerd ,grafschrift [5526], dochter van Watze van Aylva en Syts Johansdr van Roorda.
4 Binnert van Heringa, volgt onder
VIII-d.
5 Sascker van Heringa, volgt onder
VIII-e.
6 Doedt van Heringa, afkomstig uit Hijum.
Doedt was gehuwd met haar neef Binnert
van Roorda, overleden n 1578, zoon van Feye
van Roorda en Rixt van Hania.
7 waarschijnlijk
Juw van Heringa.
VII-d Foppe van Camstra, afkomstig uit
Wirdum, geboren 1530, overleden
1570/1578, ws.te Emden, zoon van Homme
van Camstra (VI-d) en Eelck van
Eysinga.
Foppe wordt in 1555 vermeld als
kerkmeester te Scharnegoutum (GJB 2011-229).
Hij woonde 1559/1570 met zijn vrouw
te Deinum op Sierdsmastate (zie GJB 1964-20/22 en T327-1113).
Hij vertrekt in 1567 met de komst
van Alva uit het land en is daarna watergeus.
In ballingschap te Emden omstreeks
1570 en kort daarna overleden.Zie Vrije Fries 1899-160.
T327-1104:voorlopige dispensatie
voor zijn huwelijk met Tieth (afgegeven na huwelijk in 1551) wegens gebleken
verwantschap in de vierde graad.
T327-1115 en GJB 1979-8:verklaring
van Epe Abbes Hania,dat Foppe en zijn nakomelingen op Adamastate te
Scharnegoutum mogen wonen (1569).
Zie verder nog
T327-1105,1107/1112,1114 en 1124 en ook GJB 2011-229/230.
Foppe is getrouwd 1551 met Tieth Ruurdsdr van Feytsma,
overleden 16 apr 1606 *, begraven Deinum 23 apr 1606, dochter van Ruurd Hessels van Feytsma en Tjemck van Eminga.
Bij de P.I.1578 te Deinum als weduwe
aangeslagen.
Uit dit huwelijk:
1 Homme van Camstra, volgt onder VIII-f.
VII-e Tjalling van Camstra, overleden 30 aug
1577 *, begraven Wirdum, zoon van Homme
van Camstra (VI-d) en Eelck van
Eysinga.
Hij overleed zonder kinderen en
testeerde op 24-8-1577 (T323-152, ,T326-1207 en EEE-1-207); Tjalling, de
kleinzoon van zijn broer, wordt zijn erfgenaam.
T327-1096:huwelijksvoorwaarden uit
1546 voor zijn huwelijk met Wick.
T327-1097:testament uit 1547 van
Wytze van Camstra en Rema van Hermana,waarbij werd bepaald dat hun familiebezit
aan Tjalling zou komen.
Zie verder ook T326-1211 (1588) ,
T327-1098/1102 en GJB 2011-229.
Tjalling was gehuwd (1) met Anna Jelgersdr van Feytsma,
dochter van Jelger Hessels van Feytsma
en Claer van Eminga.
Tjalling is getrouwd 1546 (2) met Wick
Jaspersdr van Aesgema, ,ook Wypk, overleden 21 nov 1551 *, dochter van Jasper van Aesgema en Tjepck Tjepckesdr van Tjallinga.
Uit dit huwelijk:
1 Homme van Camstra.
Homme is jong overleden.
2 Rienck van Camstra.
Rienck is jong overleden.
VIII-a Hobbe van Heringa, geboren ± 1512,
overleden 26 dec 1562 ,50 jaar, begraven Hylaard ,grafschrift, zoon van Eelcke van Heringa (VII-b) en Lisck van Rinia.
Grafschriften IV-23:Hobbe Eelckes
Heringa en Doedt Wygersdr Eelsma als grootouders van Tjerck van Herema.
Hobbe was gehuwd met
Doedt Wygersdr van Eelsma,
geboren ± 1512, overleden 1 mei 1560 ,48jaar, begraven Hylaard ,grafschrift,
dochter van Wyger van Eelsma en Swob Hobbesdr van Epinga.
Uit dit huwelijk:
1 Laas van Heringa, geboren ± 1544,
overleden 25 apr 1571 ,27 jaar, begraven Hylaard ,grafschrift.
2 Sjouck van Heringa, geboren ± 1551,
overleden Hylaard 18 mrt 1589 ,38 jaar, begraven aldaar ,grafschrift.
Begraven met 2 van haar
kinderen,Sjouck anderhalf jaar en Sjouck half jaar.
Sjouck is getrouwd ± 1580 met Ulbe
van Aylva, geboren ± 1551, overleden Hylaard 23 aug 1617 ,66 jaar, begraven
aldaar ,grafschrift, zoon van Douwe van
Aylva en Frouck van Mockema.
Hij woonde op Tjessingastate te
Hylaard en was 23-12-1581/18-10-1610 grietman van Baarderadeel en 1597/1600 ook
waarnemend grietman van Hennaarderadeel.
HvF d.d.22-5-1610 en 20-12-1610:Ulbe
van Aylva contra Imck van Decama.
HvF d.d.20-12-1616:Ulbe van Aylva
contra zijn schoonzuster Barbara van Douma.
Zie ook GJB 1995-157.
Ulbe was later gehuwd met Rints
Aggesdr van Osinga, geboren ± 1579, overleden Hylaard 9 mei 1605 ,26 jaar,,
begraven aldaar ,grafschrift, dochter van Agge
van Osinga en Rints van Aylva.
3 Tryn van Heringa, overleden 21 dec 1605
*, begraven Bolsward.
T326-1054:testament van Catharina,3e
vrouw van Goslick Herema.
Tryn was gehuwd (1) met Tjerck van
Haytsma, overleden v 1578, zoon van Bonne
van Haytsma en Ebel van Walta.
Tryn was gehuwd (2) met Goslick van
Herema, geboren 1531, overleden 1 jun 1611 *, begraven Bolsward, zoon van Johan van Herema en Syts Goslicksdr van Juwinga, ,ook Jongema.
Grietman van Wonseradeel in
1560.Later te Bolsward.
Zie in GJB 1961-18,19 de afbeelding
van de grafsteen van hem en zijn vrouwen.
Zijn zoon Jan en dochter Buyck
worden met hem genoemd in het testament van Wilcke van Holdingha uit 1594 (GJB
1975-123).
Zie ook T326-1052/1054,1068,1069.
Goslick was weduwnaar van Rixt van
Gratinga, overleden 4 mrt 1562/okt 1563, dochter van Douwe van Gratinga en Tryn
Riencksdr van Roorda.
Goslick was weduwnaar van Syts van
Cammingha, overleden 9 mrt 1574, begraven Bolsward, dochter van Watze van Cammingha en Bjuck van Aylva.
4 Lisck van Heringa, overleden 25 mrt
1565 *, begraven Leeuwarden,Oldehove.
Zij overleed zonder kinderen.
Lisck is getrouwd 1561 met Goffe van
Aebinga, overleden Leeuwarden 1579, begraven Leeuwarden,Oldehove
,grafschrift, zoon van Douwe van Aebinga
en Catharina van Offenhusen.
Zie GJB 1994-149.
Roorda heeft bij Grafschriften V
begraven Oldehove 1597,een verschrijving.
Goffe was weduwnaar van Tjemck van
Aebinga, afkomstig uit Blija, overleden 1558, dochter van Adzert van Aebinga en Wyts van Ydsma.
Goffe was later gehuwd met Bjuck van Cammingha, geboren ± 1546,
overleden 26 sep 1626 *,ongeveer 80 jaar,, begraven Leeuwarden,Oldehove
,grafschrift, waarschijnlijk dochter van Watze
van Cammingha en Bjuck van Aylva.
VIII-b Sascker van Heringa, overleden 1 mrt
1565, begraven Groningen ,Martinikerk, zoon van Eelcke van Heringa (VII-b) en Lisck
van Rinia.
Burgemeester van Groningen.
Bij RvA 1540 is hij eigenaar van
goed onder Stiens en Hallum,dat in 1511 behoorde aan schoonvader Bennert
Aebinga.
Sascker is getrouwd 2 dec 1532 ,ws.op Eeckinga te Winsum
met Hil van Aebinga, overleden n 1545, begraven Groningen ,Martinikerk,
dochter van Binnert van Aebinga en Geel Ndr, ,Alma ?.
HvF 16481-612 d.d.20-12-1536:Haring Heringa
(bedoeld zal zijn Sascker Heringa) als voormond van Hyl,weeskind van Bernard
Aebinga,immers Hil was toch al in 1532 getrouwd met Sascker Heringa.
Zie GJB 1994-146,147 (noot 55 en
66).
Uit dit huwelijk:
1 Eelcke van Heringa, overleden 15 jan
1606 *, begraven Oosterend ,grafschrift.
In 1580 uit Winsum en met zijn vrouw
als ballingen uit Baarderadeel (C.E.).
Hij testeerde met zijn vrouw te
Oosterend in 1596 (EEE 4-161).
Eelcke was gehuwd met Teth van
Roorda, overleden 7 jan 1606 *, begraven Oosterend ,grafschrift, dochter
van Hessel van Roorda en Tieth Janckesdr van Douma.
Teth was weduwe van Sybrant van
Osinga, zoon van Agge van Osinga
en Rints van Aylva.
2 Geel van Heringa, overleden 1 feb 1608
*, begraven Holwerd ,grafschrift.
Geel was gehuwd met (1) Sicke Werps
van Tjessens, overleden 16 dec 1572, begraven Holwerd, zoon van Werp van Tjessens en Tjets van Galama.
Hij kreeg in 1572 opdracht om
soldaten te werven voor de Prins van Oranje (GsvD,141).
Sicke was weduwnaar van Auck
Popckesdr van Bonga, overleden 29 nov 1558, begraven Waaxens (W.D.)
*,grafschrift, dochter van Popcke van
Bonga en N. van Sjucksma.
Geel was gehuwd met (2) Sjuck van Humalda, overleden 1584/1585,
zoon van Frans van Humalda en Anna van Feytsma
HvF 16707-105 d.d.14-6-1605: Wyger Fetses te Waaxens contra juff. Geel van Heringa, weduwe wijlen Sjuck van Humalda.
Zie ook Onno Hellinga in GJB 2009-65
met noot 182.
3 Lisck van Heringa.
Lisck was gehuwd met Ernst van
IJsselmuiden.
4 Gosse van Heringa, ,ongehuwd.
5 Epe van Heringa, overleden Leeuwarden 5
apr 1607 *, begraven Groningen.
Hij was niet getrouwd.
VIII-c Aede Heringa van Jongema, overleden
Emden 8 mei 1586, begraven Rauwerd, grafschrift [5527], zoon van Eelcke van Heringa (VII-b) en Womck van Jongema.
Oorspronkelijk Gerlof van Heringa,
maar in het testament van Aede Edazn van Jongema bepaalde deze dat Gerlof als
zijn erfgenaam voortaan Aede zou heten.
Aede was Spaansgezind.
Hij woonde te Rauwerd op
Jongemastate en erfde Heringastate te Marssum in 1575 van zijn broer Edo.
Hij wordt in 1580 met zoon Eelcke
vermeld als balling buiten Friesland (C.E.).
De grafsteen in de kerk van Rauwerd
voor hem en zijn broer Edo met kwartierwapens.
“De Friesche Adelaar “ 1888-4: onder
het grafschrift op de steen onder helmteken Heringa de wapens Heringa en
Jongema van de ouders.
Boven rechts: onder helmteken Jousma
een manswapen Camstra links en een vrouwswapen Harinxma thoe Heeg rechts met
namen Kamstra en Harsma.
Beneden rechts: onder helmteken
Heringa een manswapen Heringa links en een vrouwswapen Jousma rechts met namen
Jovsma en Heringa (grootouders vaderskant)
Boven links: onder helmteken Eminga een manswapen
Cammingha links en een vrouwswapen Harinxma thoe IJlst rechts met namen
Kamminga en Haringsma.
Beneden links: een manswapen Jongema
links en een vrouwswapen Eminga rechts met namen Jongama en Eminga (grootouders
moederskant)
De grootouders zijn Sascker van
Heringa x Tiethvan Juwsma en Eda Keimpes van Jongema x Saeck van Eminga.
De overgrootouders zijn Wigle van
Camstra x Eelck van Jelmera, Oene van Juwsma xLisck van Harinxma thoe Heeg,
Keimpe Aedes van Jongema x Ansck N. (? Harinxma thoe IJlst ), Minne van Eminga x Tjemck van Cammingha.
Aede was gehuwd met
Anna van Roorda, overleden 12
mrt 1585, begraven Rauwerd, grafschrift [5527], dochter van Ruurd van Roorda en Doutzen Hansdr van Sassinga.
Genoemd met broer Johan in 1541
(T323-378).
Uit dit huwelijk:
1 Foockel van Heringa, geboren 1567,
overleden Rauwerd 5 mei 1639 ,72 jaar,op Jongemastate, begraven aldaar.
Foockel is getrouwd 1594 met Pieter
van Eysinga, geboren 1564, overleden Rauwerd, op Jongemastate 16 jan 1645
,80 jaar, begraven Rauwerd, zoon van Tjalling
van Eysinga en Hylck van Harinxma.
Hij testeerde met zijn vrouw Foockel
op 11-7-1635 op Jongemastate te Rauwerd (EEE I-380/384).
Grietman van Rauwerderhem,aangesteld
30-7-1602,aftredend in 1635 ten gunste van zijn neef Tjalling.
Zie ook de Vrije Fries 27-125/126.
2 Womck van Heringa, afkomstig uit
Marssum, overleden 2 sep 1596.
Volgens anderen (bij Solckema) zou
zij een dochter zijn van Binnert van Heringa en Foockel van Roorda.
Womck is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 11 okt 1595 met Tjalling van Eysinga, geboren ± 1562,
overleden Marssum 31 aug 1603 *, begraven Dronrijp, zoon van Tjalling van Eysinga en Hylck van Harinxma.
Hij was rechtsgeleerde en woonde op
Heringastate te Marssum.
Grietman van Menaldumadeel
(1601/1603).
Tjalling is later in ondertrouw gegaan Leeuwarden 19 jun 1602 ,bij het
gerecht met Lucia van Dekema, ,ook
Luts, overleden 26 okt 1652, dochter van Sicke
van Dekema, ,de oudere,ook Sixtus en Hil
Onnesdr van Tamminga.
3 Eelcke van Heringa, overleden n 1580.
In 1580 vermeld met zijn vader
(C.E.).
VIII-d Binnert van Heringa, overleden 24 mrt
1561 *, begraven Hantumhuizen, zoon van Haring
van Heringa (VII-c) en His van Hania.
Het stamboek F.A.verwisselt hem met
zijn zoon (zie GJB 1963-35).
Binnert was gehuwd met
Deytzen van Elinga, overleden
n 1561, dochter van Jeppe van Ydsma
en N. van Elinga.
Zie voor haar kwartieren GJB
1963-36.
Uit dit huwelijk:
1 Binnert van Heringa, volgt onder IX-a.
VIII-e Sascker van Heringa, overleden 9 aug
1565 *, begraven Sneek, zoon van Haring
van Heringa (VII-c) en His van Hania.
Sascker was gehuwd met
Rixt Jansdr van Hoytema,
overleden 1584, dochter van Jan Romckes
van Hoytema en Bauck Hartmansdr van
Harinxma.
Rixt was weduwe van Aesge Gerrits Ysera, overleden
Leeuwarden 1555, zoon van Gerrit Aesges
Ysera en Ansck Gysberts.
Rixt was later gehuwd met Hans Pirast, overleden 1585.
Uit het huwelijk van Sascker en
Rixt:
1 His Sasckersdr van Heringa.
His was gehuwd met Lolle van Ockinga,
overleden 19 mei 1609 *, begraven Sneek, zoon van Watze van Ockinga en Elisabeth
Costers.
Grietman van Menaldumadeel
1576-1578.
Hij ging in 1580 in ballingschap
(C.E.) en als hopman in Spaanse dienst.
Lolle was eerder getrouwd 1573 met Elisabeth
Antoniusdr Delvaille.
VIII-f Homme van Camstra, overleden 9 feb 1579
*, begraven Deinum ,grafschrift, zoon van Foppe
van Camstra (VII-d) en Tieth Ruurdsdr
van Feytsma.
Op 18-5-1569 wordt Homme van
Campstra van Wirdum bij verstek verbannen en zijn goederen geconfisqueerd omdat
hij de kant van de Prins van Oranje had gekozen.
Hij trouwde in 1574 met dispensatie
van paus Gregorius XIII en woonde met zijn vrouw op Sierdsmastate te Deinum.
PI 1578: Homme aangeslagen te
Deinum.
Zijn nalatenschap werd op 20-11-1579
geïnventariseerd (T326-1208).
Zijn naam op een zerk te
Deinum,samen met zijn neef Ofcke van Feytsma (de Vrije Fries XXIII).
T327-1116/1117:brieven van Homme aan
zijn moeder Tietke (1573).
Zie ook T327-1119/1120 en
1123/1127;T326-1209;GJB 1964-22;Grafschriften IV-58.
Homme is getrouwd 1574 met Sjouck Scheltesdr van
Liauckema, overleden 16 apr 1599 *, begraven Deinum ,grafschrift, dochter
van Schelte van Liauckema en Jel van Dekema.
T326-1208:inventaris van nagelaten
goederen van Homme,opgemaakt voor weduwe Sjouck en hun zoon Tjalling (1579).
T327-1121:brief van Sicke van
Liauckema aan zijn zuster Sjouck,weduwe van Homme (1582).
T327-1128:verantwoording van beheer
over de goederen van haar zoon Tjalling door Sjouck over de jaren 1583/1590.
T326-1213:legaat van haar aan de
armen van Franeker (1599).
Zie ook GJB 1964-24.
Sjouck was later gehuwd met Ofcke
Hessels van Feytsma, overleden 11 feb 1613 *, begraven Deinum ,grafschrift,
zoon van Hessel Ruurds van Feytsma en
Luts van Mellema, ,ook Louise.
Uit het huwelijk van Homme en Sjouck:
1 Tjalling van Camstra, geboren 1576,
volgt onder IX-b.
IX-a Binnert van Heringa, overleden 9 sep
1583, zoon van Binnert van Heringa
(VIII-d) en Deytzen van Elinga.
Hij woonde te Hijum.
Binnert was gehuwd met
Foockel van Roorda, overleden
14 okt 1590, dochter van Ruurd van Roorda
en Doutzen Hansdr van Sassinga.
Inventarisatie te Leeuwarden
d.d.21-10-1590 na haar overlijden.
Uit dit huwelijk:
1 Rixt van Heringa, geboren 1580,
overleden 4 dec 1654.
T347-960:Rixt van Heringa,weduwe
Andries Waltinga (11-11-1652).
Zij was de laatste van de Heringa's
en testeerde als weduwe op 11-11-1652 te Herbayum (EEE I-251 en T323-02,25).
Rixt is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 28 apr 1604 en getrouwd aldaar 20
mei 1604 (1) met Frans van Cammingha,
overleden 4 jan 1610 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, zoon van Sybrant van Cammingha en Catharina Fransdr van Donia.
In 1604 genoemd als hopman
(kapitein).
Hij en later zijn weduwe Rixt
woonden in het Camminghahuis in de Grote Kerkstraat.
Het huwelijk was kinderloos.
Rixt was gehuwd (2) met Tjalling van
Botnia, overleden 15 mrt 1614 *, begraven Franeker, zoon van Jarich van Botnia en Luts Jeppesdr van Stania.
In 1580 met zijn vader in
ballingschap buiten Friesland (C.E.).
Hij woonde in 1599 te Weidum,waar
zijn vrouw bezit had.
Hij testeerde met zijn vrouw te
Weidum in 1608 (DDD1-212).
Hij testeerde ook op 14-3-1614
(T323-25).
Zie verder GJB 1998-139.
Tjalling was weduwnaar van Foockel
van Botnia, ,ook Florentia, overleden 5 jan 1609 *, begraven Weidum 11 jan
1609, dochter van Juw van Botnia, ook
Julius en Mary van Dekema.
Rixt was gehuwd (3) met Andries
Hobbes van Waltinga, geboren 1593, overleden 8 mrt 1652 ,59 jaar, zoon van Hobbe van Waltinga en Jel Douwesdr van Bootsma.
Hij woonde op Sickemastate te
Herbayum,had geen kinderen en was de laatste man uit het geslacht Waltinga.
Hij testeerde op 31-1-1651
(T323-02,25) en benoemde Douwe van Walta als erfgenaam van Sickemastate.Zie GJB
1998-103.
2 Binnert van Heringa, ook Bernard,
geboren ± 1583, overleden 10 jan 1638 ,54 jaar.
Hij was niet getrouwd en met hem
sterft het geslacht Heringa uit in de mannelijke lijn.
Hij vraagt in 1636 voogdij aan voor
de kinderen van zijn nicht Foockel van Roorda (HOF 16792,acte 436).
3 Deytzen van Heringa, overleden 29 aug
1636.
Deytzen was gehuwd in Menaldumadeel 7 okt 1599 met haar neef Ruurd van Roorda, overleden 3 feb 1636,
zoon van Hans van Roorda en Rixt van Gerbranda.
HvF d.d.27-1-1626:Ruurd van Roorda
c.s.contra His van Roorda.
T323-01/384:stukken over de periode
1600/1655 betreffende Ruurd,zijn vrouw Deytzen en hun dochter Tietke.
IX-b Tjalling van Camstra, geboren 1576,
overleden 23 dec 1614 ?, begraven Sexbierum, zoon van Homme van Camstra (VIII-f) en Sjouck
Scheltesdr van Liauckema.
In 1587 kopen de broers Offke en
Jelger van Feytsma als voormonden over de jonge Tziallinck van Campstra 2pm
nieuwland bij de molen te Wirdum (GJB 2011-182).
Portretten van hem en zijn vrouw
zijn uit 1599.
Hij woonde op Liauckamastate te
Sexbierum.
Het graf van hem en van zijn vrouw
te Sexbierum volgens een tekening in het Friesch Museum.
T323-2754: de 16 kwartiernamen op
het graf te Sexbierum waren : Camstra-Tjaerda, Eysinga-Bolta, Feytsma-Heerma,
Eminga-Unia, Liauckema-Harinxma, Minnema-Feytsma, Decama-Hottinga en
Camstra-Aylva.
Zijn betovergrootouders zijn: Feycke
van Camstra x Syts van Tjaerda, Tjalling van Bolta x Hack van Eysinga, Hessel
van Feytsma x His van Herema, Sjuck van Eminga x Ynts van Sierdsma, Schelte van
Liauckema x Luts van Harinxma, Frans van Minnema x Luts van Feytsma, Juw van
Dekema x Catryn van Hottinga en Rienck van Camstra x Gerlant van Hoxwier.
De wapens van Tjalling en Tjemck
staan op de klok van Deinum uit 1617 (zie GJB 1994-149 en Grafschriften
IV-61,62 en Walle [1001]).
Ook op de kerkklok van Pietersbierum
uit 1614 wordt zijn naam vermeld.
Hij voerde diverse processen voor
het Hof van Friesland.
Zijn naam en die van zijn vrouw op
een zerk te Sexbierum (de Vrije Fries XXIII).
Alg.Ned.Familieblad d.d.3-11-1883
blz.3:1614 te Sexbierum Heer Tzallingh van Camstra en vrouwe Tzemck van Aebinga
zijn wijff.
Het Dootboeck (GEN 742) heeft als
sterfdatum 21-9-1615.
Zie verder nog T326-1214/1215 en
T327-1129/1153.
Tjalling is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 30 apr 1596
,voor het gerecht met Tjemck van Aebinga, overleden n 1635,
begraven Sexbierum, dochter van Goffe van
Aebinga en Bjuck van Cammingha.
T342-05,nr.38:op 25-5-1615
uitgenodigd als weduwe Camstra te Sexbierum voor de begrafenis van Isck van
Feytsma.
BAR-84-41:Tiamck van Aebinga,weduwe
Camstra te Franeker,koopt,3e pr.6-6-1621.
Zie ook T326-1219/1220 (1618 en
1620) en T327-1149/1151 waar zij als weduwe wordt genoemd in 1622,1630 en 1635
en Grafschriften IV-67.
T323-2754: de 16 kwartiernamen op
het graf te Sexbierum waren: Ebinga-Heemstra, Douma-Walta, Offenhusen-Roorda,
Gratiga-Bonga, Cammingha-Unia, Minnema-Hommema, Aylva-Beyma en
Minnoltsma-Aylva.
Haar betovergrootouders zijn: Douwe
van Aebinga x Rieme N., N.van Gratinga x N.N., Douwe van Offenhusen x Tryn van
Glins, Jorryt Jantiema x Jantien Popckema, Rienck van Eminga x Sjouck van
Cammingha, Frans van Minnema x Rints van Hommema, Juw van Aylva x Syts van
Oedtsma en Sape van Minnoltsma x Teth van Mellema.
Uit dit huwelijk:
1 Tjalling van Camstra, overleden v 1662.
T327-1154:koopbrief van een graf in
de kerk van Sexbierum door Tjalling,Homme en Goffe (1638).Geschil tussen George
van Liauckema en de 3 broers over graven in de kerk van Sexbierum
(processtukken HvF,1641).
Hij koopt in de jaren 1653/1654 veel
land o.a.te Tirns en Ferwerd.
T327-1159:scheiding/deling tussen de
erfgenamen van Tjalling in 1662.
Zie ook T327-1155/1161.
2 Homme van Camstra, afkomstig uit Minnertsga,
volgt onder X-a.
3 Goffe van Camstra, ,ook Tjalling
Goffe,, volgt onder X-b.
4 Sjouck van Camstra, ,5 à 6 jaar oud.
X-a Homme van Camstra, afkomstig uit
Minnertsga, overleden 7 mrt 1652, begraven Menaldum ,grafschrift, zoon van Tjalling van Camstra (IX-b) en Tjemck van Aebinga.
Hij woonde op Orxmastate te
Menaldum.
Zie Grafschriften IV-126.
Hij kocht in 1630 land te Jelsum en
had in 1639 bezit te Dronrijp en Winsum.
Hij testeerde in 1651 (T327-1172).
Zie ook T327-1162/1171.
Homme is getrouwd 1627 ,7-11-1627 3e pr.gerecht Barradeel
met Edwert Ruurdsdr van Juckema, ,ook Eduarda, geboren 30 jun 1609,
overleden 24 mei 1654, begraven Menaldum ,grafschrift, dochter van Ruurd Werps van Juckema en Barbara van Dekema.
In 1627 uit Rinsumageest.
T327-1173:scheiding/deling van een
zate te Jellum tussen haar als weduwe van Homme en anderen (1653).
T327-1174:acte scheiding/deling van
door haar nagelaten goederen tussen haar zuster Barbara en haar kinderen
Tjalling en Barbara (echtgenote Bonne van Donia).
Zie Grafschriften IV-126.
Uit dit huwelijk:
1 Tjalling van Camstra, geboren Menaldum
20 okt 1628 ,volgens T327-1167, volgt onder XI-a.
2 Barbara van Camstra, afkomstig uit
Makkum in 1668, geboren 9 mrt 1634, overleden 30 nov 1696 ,in het 63e jaar,
begraven Roordahuizum ,grafschrift.
T327-1174: Barbara,vrouw van Bonne
van Donia,maakt scheiding/deling met haar broer Tjalling van Camstra
betreffende de goederen van wijlen hun ouders Homme van Camstra en Edwert van
Juckema.(1660).
Zij testeerde 14-8-1696 te
Leeuwarden als vrouw van Jarich van Ockinga (HvF 9005 d.d.20-12-1708).
Barbara is getrouwd 1660 (1) met Bonne Harinxma van Donia, gedoopt
Beetgum 4 jan 1624, overleden Makkum 30 apr 1665, begraven aldaar ,grafschrift,
zoon van Keimpe Syds van Donia en Ebel Bonnesdr van Haytsma, ,ook Ybel.
Hij testeerde in 1662 te Makkum (EEE
3-101 en T327-1310).
Zie voor hem en Barbara ook
T327-1174.
Op 10-6-1652 legde hij de eerste
steen van de kerk te Makkum (grafschriften,H.de Walle).
Barbara is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 28 mrt 1668 ,bij het gerecht en
getrouwd Makkum 5 apr 1668 (2) met Jarich van Ockinga, gedoopt Leeuwarden
18 feb 1644, overleden aldaar 7 nov 1714, begraven Roordahuizum ,grafschrift,
zoon van Here van Ockinga en Magdalena van Burmania.
Raadsheer bij het Hof van Friesland
1666-1714.
Daarvoor was hij kapitein infanterie
en hij droeg dat in 1666 over aan zijn broer Sybrant.
In 1664 curator over de wezen van
Tjalling van Camstra en Lucia van Aebinga te Menaldum.
Hij testeerde op 19-1-1708 en
benoemde zijn neef Tjalling Willem van Camstra als erfgenaam.
Met hem stierf het geslacht Ockinga
uit in de mannelijke lijn.
Zie ook GJB 1986-78.
Jarich is later in ondertrouw gegaan Leeuwarden 30 mrt 1700 ,gerecht en
getrouwd Hempens 7 apr 1700 met Ida Maria
Ulbesdr van Sixma, afkomstig uit Minnertsga in 1700, geboren 1661,
overleden 26 aug 1705 ,in het 45e jaar, begraven Roordahuizum ,grafschrift,
dochter van Ulbe van Sixma en Alegonda van Unia.
3 Barbara van Camstra.
Jong overleden.
X-b Goffe van Camstra, ,ook Tjalling
Goffe,, overleden 27 jul 1663, begraven Minnertsga ,grafschrift, zoon van Tjalling van Camstra (IX-b) en Tjemck van Aebinga.
In 1640 eigenaar van o.a.stem 7
Scharnegoutum en stem 7 Roordahuizum.
Zijn naam en die van zijn vrouw op
de kerkklok van Minnertsga uit 1648.
Hij woonde op Klein Hermana te
Minnertsga,maar testeerde te Leeuwarden met zijn vrouw op 17-2-1662
(EEE-3-116/119v d.d.13-10-1665).
Op 1-10-1663 vond boedelscheiding
plaats tussen zijn weduwe en de kinderen:oudste zoon Tjalling te
Rinsumageest,His als weduwe van Jarich van Burmania en jongste zoon Homme te
Minnertsga (EEE-3-119v/120v d.d.13-10-1665).
Zie ook T327-1176.
Goffe is getrouwd Dantumadeel 4 feb 1634 ,voor het
gerecht met Ael Ruurdsdr van Juckema, ,ook Alegonda, geboren 1612, overleden
Minnertsga 23 aug 1703, 91 jaar, dochter van Ruurd Werps van Juckema en Maria
Sydsdr van Tjaerda.
In het Fries museum is van haar
bewaard gebleven een zilveren reliekdoosje met de wapens van de grootouders en
de inscriptie Alegonde van Juckema 1628 (mededeling mw.Marlies Stoter).
Bij huwelijk in 1634 kwam zij uit
Rinsumageest.
T313-33: acte uit 1664 waarbij zij
als weduwe van Goffe haar onroerende goederen toedeelt aan haar kinderen
Tjalling, His en Tjalling Homme.
Zij testeerde als weduwe van Goffe
Tjallings op 21-9-1669 en op 7-2-1697 te Leeuwarden
(EEE-6-346/349,geregistreerd 18-8-1705).
Met haar stierf het geslacht Juckema
uit in 1703.
Uit dit huwelijk:
1 Tjalling van Camstra van Tjaerda, volgt
onder XI-b.
2 His van Camstra, overleden Gorinchem 14
feb 1722.
His is getrouwd 1651 met Jarich van
Burmania, overleden nov 1661, zoon van Idzert
van Burmania en Suzanna van
Schwartzenberg en Hohenlansberg.
T313-128: acte uit 1694 van scheiding goederen tussen haar als weduwe en haar
kinderen Idzert, Ruurd, Jel,weduwe
Paffenrode en Tjemck,echtgenote van A.Rham.
3 Tjalling Homme van Camstra, ,ook Homme,
volgt onder XI-c.
4 Syts van Camstra, overleden v 1663.
Zij is jong overleden.
Er is een portret bewaard gebleven van
een dochter van Goffe en Ael uit 1639 waarop een 2 jaar oud meisje staat (“De
Friesche Adelaar” 1888-4).
Hierop de kwartieren Camstra-Aebinga
en Juckema-Tjaerda, slaande op de grootouders van het meisje.
XI-a Tjalling van Camstra, geboren Menaldum
20 okt 1628 ,volgens T327-1167, overleden Rinsumageest 28 aug 1664, begraven
Menaldum, zoon van Homme van Camstra
(X-a) en Edwert Ruurdsdr van Juckema,
,ook Eduarda.
Op
10-6-1645 wordt te Franeker onder nr.4342 als student ingeschreven Tjallingius
à Camstra. Vermoedelijk is hij dat.
Hij bewoonde het in 1642 herbouwde
Orxmastate te Menaldum,evenals zijn ouders.
T327-1174 d.d. 1660: hij maakt met
zijn zuster Barbara een scheiding/deling van hun ouderlijke goederen met
bemiddeling van hun ooms Tjalling van Camstra te Leeuwarden en Goffe van
Camstra te Minnertsga.
T327-1183:scheiding/deling met zijn
neef Tjalling van Camstra te Rinsumageest van de door hun oom Tjalling
nagelaten goederen (1663).
T327-1186:procesverbaal uit 1665 van
het boelgoed ten sterfhuize van Tjalling te Menaldum.
T327-1569:rekening van zwager Jarich
van Ockinga voor de door Jr.Tjalling van Camstra nagelaten weeskinderen te
Menaldum.
Zie ook Grafschriften IV-126 en ook
T327-1177/1199.
Tjalling is getrouwd Hallum 13 jun 1659 ,op Aebingastate
met Lucia Helena Scheltesdr van Aebinga, afkomstig uit Hallum, geboren
2 apr 1635, overleden 6 mrt 1670, dochter van Schelte van Aebinga en Andriesa
Lucia van Bronckhorst.
De 3e pr.van het huwelijk bij het
gerecht van Menaldumadeel pas op 14-6-1659.
Zie verder GJB 1958-88 en GJB
1994-149.
Uit dit huwelijk:
1 Tjalling van Camstra, geboren ± 1660.
Bij de geboorte overleden.
2 Maria Eduarda van Camstra, geboren
Menaldum 22 aug 1662, overleden Leeuwarden 17 feb 1698.
Op 2-5-1697 attestatie van
Leeuwarden naar Jellum.
Zij testeerde in 1698 te Leeuwarden
(EEE-6-134 ).
Maria is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 24 apr 1697 ,bij het gerecht en
getrouwd 2 mei 1697 ,ws.te Jellum met Frans
Eysinga van Burmania, geboren Britsum 11 okt 1662, gedoopt aldaar 19 okt
1662, overleden Engelum 23 sep 1717, zoon van Gemme Laes van Burmania en Foeck
van Eysinga.
Hij was houtvester van Friesland
1667/1717.
Een rouwbord in de kerk van Menaldum
met zijn sterfdatum.
Frans is later getrouwd Bellingweer 4 feb 1700 met Wilhelmina Onnesdr van Tamminga, geboren Bellingweer 14 jun 1676,
overleden Groningen jun 1753.
3 Tjalling Homme van Camstra, geboren
Leeuwarden 29 okt 1664, volgt onder XII-a.
4 Andriesa van Camstra.
Overleden oud 14 jaar.
XI-b Tjalling van Camstra van Tjaerda,
overleden 21 jun 1693, zoon van Goffe van
Camstra, ,ook Tjalling Goffe, (X-b) en Ael
Ruurdsdr van Juckema, ,ook Alegonda.
Hij woonde op Tjaerdastate te
Rinsumageest,maar in het doopboek van Rinsumageest is slechts éen dochter
vermeld.
In de grafkelders van Tjaerdastate
zijn veel kinderen van hem begraven.
Zie N.O.III-132 en ook T327-1183 en
1222/1230.
T313-32/41: Tjalling en Maria Anna.
Tjalling is getrouwd 1662 ,6-10-1662 3e pr.gerecht
Dantumadeel met Maria Anna Scheltesdr van Aebinga, afkomstig uit Hallum, geboren ±
1641, overleden 8 jun 1710 ,in het 69e jaar, begraven Rinsumageest
,grafschrift, dochter van Schelte van
Aebinga en Andriesa Lucia van
Bronckhorst.
Voor haar testament zie T313-48.
Zie ook GJB 1994-149.
Uit dit huwelijk:
1 Tjalling Goffe van Camstra, geboren ±
1665, volgt onder XII-b.
2 Schelte Franciscus van Camstra van Tjaerda,
geboren Rinsumageest 13 dec 1666, overleden 13 dec 1666, begraven Rinsumageest
,grafschrift.
3 Schelte Franciscus van Camstra van Tjaerda,
geboren Rinsumageest 25 okt 1667, overleden 26 okt 1667, begraven Rinsumageest
,grafschrift.
4 Suzanna Maria van Camstra, geboren
Rinsumageest 14 jan 1670, gedoopt aldaar 16 jan 1670, overleden Leeuwarden 9
nov 1678.
5 Anna Lucia van Camstra van Tjaerda,
geboren Rinsumageest aug 1673, overleden 27 mrt 1674 ,31 weken oud, begraven
Rinsumageest ,grafschrift.
6 Anna Lucia Andriesa van Camstra,
geboren Rinsumageest 1675, overleden Leeuwarden 2 aug 1745 ,70 jaar, begraven
Rinsumageest 28 aug 1745 ,grafschrift.
Voor haar testament uit 1696 zie
T313-42.
HvF d.d.1729:Tjalling Willem van
Camstra contra Anna Lucia van Camstra.
Anna is getrouwd Goutum 29 mrt 1711 met Minne Frans van Burmania, geboren 23 jul 1687, overleden Leeuwarden
10 feb 1749 ,in het 62e jaar en 6 maanden, begraven Rinsumageest ,grafschrift,
zoon van Ruurd Juckema van Burmania
en Elisabeth Wegelina van Eminga.
Hij was in 1711 ritmeester en woonde
op Tjaerdastate te Rinsumageest.
7 Tjalling Schelte Lieuwe van Camstra van
Tjaerda, geboren Rinsumageest apr 1678, overleden 7 okt 1678 ,oud een half
jaar, begraven Rinsumageest ,grafschrift.
8 Tjalling Schelte Leo Willem van Camstra,
geboren Rinsumageest ± 1681, overleden Brussel 17 sep 1709 ,28 jaar.
Tjalling testeerde op 23-10-1696 (T313-92).
Hij sneuvelde in de slag bij
Malplaquet.
9 Tjalling Ruurd Andries Lambrecht van
Camstra, geboren Rinsumageest 19 mrt 1682, overleden 28 feb 1708 ,25 jaar,
begraven Rinsumageest ,grafschrift.
Hij testeerde op 23-10-1696 en op
14-2-1708 (T313-93).
Voor het laatste testament zie ook HvF
11819 d.d.18-2-1727 en HvF 12008 d.d.11-5-1728.
10 Ebel van Camstra.
Zij is jong overleden.
11 Maria Alegonda van Camstra, afkomstig
uit Leeuwarden in 1713, begraven Groningen 12 nov 1763
Zie N.L. 1925-214 en T327-1253.
Maria is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 29 dec 1713 ,bij het gerecht en
getrouwd aldaar 11 feb 1714 ,Galileërkerk met Balthasar Ernstes van Ewsum, afkomstig uit Roden in 1713, overleden
Groningen nov 1763.
XI-c Tjalling Homme van Camstra, ,ook Homme,
overleden Minnertsga 16 aug 1719, zoon van Goffe
van Camstra, ,ook Tjalling Goffe, (X-b) en Ael Ruurdsdr van Juckema, ,ook Alegonda.
Hij woonde op Klein Hermana te
Minnertsga.
T327-1200:kopie wederkerig testament
van Tjalling Homme en zijn vrouw Foockel van Burmania uit 1679 (ook HOF
EEE-7-185 en 408).
Zie ook T327-1201/1221.
Tjalling is getrouwd Menaldum 1663 (1) met Sjouck
Keimpesdr van Donia, ,later Suzanna Margaretha, gedoopt Beetgum apr 1628,
overleden Minnertsga 30 sep 1666, begraven aldaar ,grafschrift, dochter van Keimpe Syds van Donia en Ebel Bonnesdr van Haytsma, ,ook Ybel.
De derde proclamatie van het
huwelijk op 28-5-1663 te Beetgum en op 7-6-1663 te Minnertsga.
Attestatie van Menaldum naar
Minnertsga op 22-4-1666.
Begraven te Minnertsga met 3 van
haar kinderen (grafschriften Roorda II).
Uit dit huwelijk:
1 Isabella Johanna van Camstra, geboren
Minnertsga 1 mei 1664, overleden aldaar 12 mei 1664.
2 Tjalling Goffe van Camstra, geboren
Minnertsga 5 jun 1665.
Hij overleed op jonge leeftijd.
Tjalling is getrouwd Britsum 18 apr 1669 ,18-4-1669 3e
pr.Minnertsga (2) met Foockel Gemmesdr van Burmania, geboren
Cornjum 13 jul 1648, gedoopt aldaar 16 jul 1648, overleden Minnertsga 7 okt
1727, dochter van Gemme Laes van Burmania
en Rints van Eysinga.
Inventarisatie te Leeuwarden in
1728,pas afgesloten 16-6-1730. Y82-18.
Uit dit huwelijk:
3 Rienckje Alegonda van Camstra, gedoopt
Minnertsga 19 feb 1671, overleden v 1674.
4 Rienckje Alegonda van Camstra, ,ook
Reina Allegonda, gedoopt Leeuwarden 20 mrt 1674, overleden Sexbierum 18 aug
1719.
Op 1-9-1700 attestatie van
Leeuwarden naar Minnertsga.
Zij testeerde met haar man op
13-1-1714,GJB 1953-72,zie HOF 12177 d.d.31-5-1729 en HOF 12178 d.d.31-5-1729.
Rienckje is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 16 aug 1700 ,bij het gerecht en
getrouwd Minnertsga 1 sep 1700 met Arent
Rutgers van Haersolte.
Hij was grietman van Barradeel.
5 Tjemck Helena van Camstra, gedoopt
Leeuwarden 3 mei 1678, overleden 24 okt 1710.
6 Sophia van Camstra.
XII-a Tjalling Homme van Camstra, geboren
Leeuwarden 29 okt 1664, overleden Menaldum 9 okt 1727 ,in het 63e jaar,,
begraven Roordahuizum ,grafschrift, zoon van Tjalling van Camstra (XI-a) en Lucia
Helena Scheltesdr van Aebinga.
Grietman van Idaarderadeel vanaf
5-1-1695 tot 1727.
In 1704 bij de Gedeputeerde Staten
van Friesland.
T327-1229:hij werd geboren 9 weken
na vaders dood.
Zie ook T327-1231/1251.
Grafschriften IV-116/117:drie
rouwkwartierborden uit Orxmastate te Menaldum van hem,van zijn vrouw en van
zijn dochter Frouck Juliana hangen in het Fries museum.
Tjalling is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 10 jan 1685
,bij het gerecht en getrouwd Menaldum 25 jan 1685 met Juliana Agatha van Aylva,
geboren sep 1664, overleden 2 nov 1700, begraven Menaldum ,grafschrift, dochter
van Hans Willem van Aylva en Frouck van Aylva.
Attestatie van Leeuwarden naar
elders op 25-1-1685.
Uit dit huwelijk:
1 Tjalling Willem van Camstra, gedoopt
Leeuwarden 6 nov 1685, overleden 7 mrt 1742 ,ruim 56 jaar,, begraven
Roordahuizum ,grafschrift.
Grietman van Idaarderadeel vanaf
27-11-1727 tot overlijden in 1742;ook ontvanger-generaal van Friesland.
Hij trouwt in 1731 met attestatie
van Leeuwarden.
Zie ook T327-1254/1336.
Tjalling is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 19 okt 1731 ,bij het gerecht en
getrouwd Grouw 28 okt 1731 met Auck van
Haersma, ,ook Aurelia, afkomstig uit Oudega, overleden Leeuwarden 12 sep
1781.
Attestatie van Oudega naar Grouw op
28-10-1731.
In 1782 was er inventarisatie te
Leeuwarden na haar overlijden.
2 Hans Willem van Camstra, gedoopt
Leeuwarden 9 nov 1687, overleden 3 apr 1761.
Hij was eerst kolonel in het leger
en werd op 7-4-1742 benoemd als grietman van Idaarderadeel en was dat tot 1761.
Hij was ook kerkvoogd te Makkum en
als grietman van Idaarderadeel werd hij vermeld op de kerkklok van Makkum uit
1738.
Hij was niet getrouwd en met hem
stierf het geslacht uit in de mannelijke lijn.
Zie ook T327-1337/1351.
3 Lucia Helena van Camstra, gedoopt
Leeuwarden 14 aug 1689, overleden aldaar 1689/1693.
4 Ulbe van Camstra, gedoopt Leeuwarden 2
aug 1691.
5 Lucia Helena van Camstra, gedoopt
Leeuwarden 11 okt 1693, overleden 26 dec 1751.
Zie T327-1352/1353.
Lucia was gehuwd met Willem Aemilius
van Unia, gedoopt Leeuwarden 26 jun 1692, overleden 6 nov 1754, zoon van Douwe Carel van Unia en Luts van Aylva, ,ook Lucia,.
Hij was grietman van Kollumerland
1730/1743.
Willem is eerder getrouwd Holwerd 29 okt 1713 met Lucia Juliana van Schratenbach, geboren ± 1695, overleden 3 aug
1730 ,35 jaar,.
6 Frouck Juliana van Camstra, gedoopt
Leeuwarden 19 jul 1695, overleden 23 mrt 1712 ,in het 17e jaar,, begraven
Menaldum ,grafschrift.
Begraven bij haar ouders te
Menaldum.
Zie grafschriften MEN (IV-117) en
Roorda I .
7 Barbara van Camstra, geboren Leeuwarden
18 feb 1697, gedoopt aldaar 19 feb 1697, overleden Rinsumageest 12 jan 1732
,bijna 35 jaar,, begraven Oenkerk ,grafschrift.
Zij kwam bij huwelijk in 1730 uit
Menaldum.
Zie ook Grafschriften Roorda II en
T327-1355/1358.
Op een rouwbord in de kerk van
Oenkerk de namen van haar 16 betovergrootouders Camstra-Aebinga, Juckema-Ockema
(?), Aebinga-Liaukema, Bronchorst-Espelbagh, Aylva-Meckema, Althain-Pagh,
Aylva-Aylva en Lycklema-Osinga.
Haar betovergrootouders zijn:
Tjalling van Camstra x Tjemck van Aebinga, Ruurd van Juckema x Barbara van
Dekema, Schelte van Aebinga x Gerlant van Liauckema, Lambert van Bronckhorst x
Lucia van Espelbach, Douwe van Aulva x Luts van Meckema, d’ Althan x Pagh (?),
Hobbe van Aylva x Frouck van Aylva en Ayzo van Lycklema x Jel van Osinga.
Barbara is getrouwd Menaldum 15 okt 1730 met Hans Willem van Aylva, overleden mei 1776, zoon van Douwe Ernst van Aylva en Tjemck van Heemstra.
Bij huwelijk kapitein in het leger
uit Doornik.
T327-1354: acte van scheiding/deling
van door Barbara nagelaten goederen tussen haar man Hans Willem en haar broers
en zusters (1732).
In 1766 generaal-majoor en in 1772
luitenant-generaal.
8 Elisabeth Helena van Camstra, gedoopt
Menaldum 18 mei 1699, overleden Namen 1 jul 1752 ,op het kasteel.
Elisabeth is getrouwd Rinsumageest 14 aug 1729 ,3e pr.Menaldum 14-8-1729
met Jan Sicco van Schwartzenberg en
Hohenlansberg, gedoopt Leeuwarden 19 nov 1693, overleden Rinsumageest 6 nov
1757, zoon van Wilco van Schwartzenberg
en Hohenlansberg en Fedt Sophia van
Goslinga.
Bij huwelijk kolonel en uit
Rinsumageest.
Luitenant-generaal en gouverneur van
Namen.
XII-b Tjalling Goffe van Camstra, geboren ±
1665, overleden 6 jun 1725 ,59 jaar, zoon van Tjalling van Camstra van Tjaerda (XI-b) en Maria Anna Scheltesdr van Aebinga.
Hij was ritmeester en wordt ook
genoemd als Tjalling Gosse.
Inventarisatie te Leeuwarden
d.d.7-11-1725 (alleen waardepapieren) Y81-179.
Zie ook T327-1252.
Tjalling is getrouwd nov 1696 met Ida
Lucia van Sissingh.
Uit dit huwelijk:
1
Maria Constantia van Camstra, gedoopt Leeuwarden 7 sep 1699 ,R.K., overleden
Aerdt 11 mei 1731.
T313-95:haar testament uit 1725.
Maria is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 6 mrt 1725 ,voor het gerecht en
getrouwd aldaar 6 mrt 1725 ,voor het gerecht, getrouwd aldaar 6 feb 1725
,R.K,statie Koornmarkt met Alexander
Walraad Diederik van Hugenpoth, geboren Dortmund 8 feb 1695, overleden
Aerdt 1780.