Genealogie van het adellijk geslacht van Camstra

 

                                                                 

 

           

                        Voor bronnen en afkortingen zie pagina 6 van de site.

                        Eveneens voor het voorbehoud bij sommige personen en filiaties.

 

             De genealogie is grotendeels gebaseerd op het stamboek ( via Burmaniaboek) ,maar ook op de genealogie in T327-2296 en op de Genealogia Ayttana (hierna G.A.) .

  Gebruik is gemaakt van de weergave G.A. in GJB 2011-223/240 (Hellinga en Noomen).

 

           

 

 

 

         I Pieter van Camstra.

 

Misschien te Wirdum voor 1400.

Hij zou een zoon kunnen zijn van Taco de Campis, vermeld in 1369 in de omgeving van Wirdum (O.Hellinga uit “Tablinum” 66b, Schotanus).

Vermoedelijk is Pieter Camstra, in 1407 als mederechter van Franekeradeel, een kleinzoon,zoon van Take (zie bij II-b).

Over de oudste Camstra’s en het verschil tussen “Burmania” en de Genealogia Ayttana  zie GJB 2011-223/224.

 

Zijn zonen (?) bij een onbekende vrouw:

 

           1   Wigle van Camstra, volgt onder II-a.

 

           2   Take van Camstra, volgt onder II-b.

 

3 Feico van Camstra

 

Hij had een zoon Altheke, die in 1420 wordt genoemd met Take Camstra kinderen en Pieter Camstra (GJB 2011-223, noot 915).

 

    II-a Wigle van Camstra, zoon van Pieter van Camstra (I).

 

Wigle woonde vermoedelijk te Wirdum.

Het volgende is f ictie ?

Hij was Schieringer en kwam in conflict met Edo van Albada  (G.A.).

Wigle werd gedood in een gevecht bij Bolsward,waarna Bolsward door de Schieringers werd bezet om hem op bloedige wijze te wreken (G.A. en SFA).

 

Zijn zoon bij een onbekende vrouw:

 

           1   Pieter Wigles van Camstra, volgt onder III.

 

 

    II-b Take van Camstra, overleden 1413, zoon van  Pieter van Camstra (I).

 

Take wordt vermeld met bezit te Firdgum en is aldaar overleden.

Hij had volgens Schotanus ook nog buitenechtelijke zonen,waaronder een Pieter Camstra, vermoedelijk vermeld in 1407  als medererechter van Franekeradeel en in 1420 met bezit  te Getswerd ( deze Pieter is m.i. niet de Pieter, genoemd onder I, want dat geeft chronologisch problemen). Vergelijk GJB 2011-223.

 

 

 Take was getrouwd met Gerland van Ockinga, overleden na 1456, dochter van Lolle van Ockinga en Bauck Ndr

 

Gerland hertrouwde met Wybrant van Hermana, overleden 1427.

Gerland testeerde in 1456 (F.T.18).

SFA geeft voor de vrouw van Take een N.N, maar vermeldt wel dat hun dochter trouwde met N.Hermana.

 

Uit het huwelijk van Take en Gerland:

 

           1   N. (Bauck ?) Takesdr van Camstra, afkomstig uit Firdgum

 

Zij was gehuwd met Hobbe van Hermana, zoon van Wybrant van Gerbranda/Hermana en Syts Tiercksdr van Hermana.

 

Haar moeder Gerland hertrouwde met Wybrant van Hermana en zijzelf trouwde dus met stiefbroer Hobbe.

 

      III Pieter Wigles van Camstra, overleden voor 1435, zoon van Wigle van Camstra (II-a).

 

N.B.   Pieter wordt niet genoemd in de Genealogia Ayttana, wel in het Burmaniaboek en SFA.; in de G.A. wordt Rienck (IV) genoemd als zoon van Wigle (II-a), maar dat is dus fout (zie testament van Site Lousma).

Pieter woonde vermoedelijk te Wirdum.

Pieter had vermoedelijk een onwettige zoon Sjoerd ( in 1470 te Aegum)

OFO I-120: op 18-8-1450 zegelt Pieters zoon Renick Kampmestera de getuigeverklaring die zijn broer Sywrdt Kamstera aflegt als oud-rechter in de Leppa (GJB 2011-225).

Sjoerds zoon Renick Sywertsz is in 1511 pachter en deels eigenaar van een sate te Warga; deze Renick Sioerdts Camstra was getrouwd met Syts Gerbrantsdr van Aytta (G.A.).

 

 

Pieter was gehuwd met  Site Lousma, ,ook Syts, overleden na 18 apr 1451, begraven Leeuwarden.

 

Zij testeerde als Site Kammingha op 18-4-1451 (zie F.T.nr.14 en OFO IV-12).De naam van haar moeder was Frouke.

Bij het testeren leven nog 3 van de 4 kinderen uit haar tweede huwelijk met Pieter van Cammingha ;zoon Sjuck wordt niet meer genoemd.

Wel is mede-erfgenaam zoon Rienck uit haar eerste huwelijk met Pieter Camstra, maar over dochter Eeck wordt niet gesproken.

Het graf van Site was in het Galileërklooster,later in de Galileërkerk te Leeuwarden (zie Grafschriften III).

 

 

Site was later gehuwd met Peter van Cammingha, overleden na 8 mei 1440, zoon van Gerrard van Cammingha en Tjemck Ndr.

 

Uit het huwelijk van Pieter van Camstra en Site:

 

           1   Rienck van Camstra, volgt onder IV.

 

2  ? Abbe van Camstra       

 

Genoemd in de G.A.., maar vermoedelijk verward met iemand anders (zie GJB 2011-224).

Abbe wordt niet vermeld bij Burmania en staat niet in het testament van Site Lousma.

 

 

           3    Eeck van Camstra, overleden na 1492.

 

In de G.A. genoemd  als een zuster van Rienck van Camstra,gesneuveld 1461 te Akmarijp; Eeck leefde nog in 1492.

Zij is vermoedelijk een halfzuster van Rienck;  zij wordt niet genoemd in 1451 in het testament van Site Lousma.

 

Eeck was gehuwd met Seerp van Hania, overleden 1498, waarschijnlijk zoon van Taecke van Hania.

 

Hij woonde te Weidum.

 

 

 

N.B.  GJB 2011 volgt natuurlijk de G.A. maar heeft helaas vanaf F-II-b een verkeerde nummering (F-II-b moet zijn F-III-b, enz. zie blz 134 en 2131/240).

 

 

 

 

      IV Rienck van Camstra, overleden Akmarijp 13 jun 1461 *, zoon van Pieter Wigles van Camstra (III) en Site Lousma.

 

Op 8 mei 1440 zegelt Renyck Kampstera het testament van zijn stiefvader Peter Cammengha (F.T. 11).

Hij was in 1453 grietman van Leeuwarderadeel (OFO IV-16 d.d.15-9-1453).

Hij sneuvelde als Schieringer in 1461 bij Akmarijp.

Hij wordt genoemd in OFO I-124,126,129 d.d.30-4-1451,11-8-1451 en 22-1-1452.

Renick Camstra wordt uitvoerig besproken in GJB 2011-224/225:

Bij overlijden in 1461 had hij als zonen Wigle, Feycke, Sytze, Pieter volgens G.A en volgens aantekening E.M.van Burmania (1700-1789) ook zoon Keympe en dochters Syts en Saeck.

De zoons Feycke en Pieter en dochter Syts blijken uit het tweede huwelijk te zijn, vermoedelijk ook Keympe.

Maar Feycke had ook een broer Ede (zie onder 9); Ede wordt ook genoemd als broer van Wigle in diens testament uit 1499.

De moeder van Rienck’s zoon Sytse is volgens G.A. een dochter van Wybe van Grovestins, maar dat kan onmogelijk,want deze Wybe is  een schoonzoon van Rienck.

 

Rienck was gehuwd (1) met ? N. van Grovestins

 

Uit dit (?) huwelijk:

 

           1    Wigle van Camstra, volgt onder V-a.

 

2  Sytse van Camstra,  volgt onder V-d          

 

           3    Saeck van Camstra.

 

Saeck was gehuwd met Wybe van Grovestins, overleden Engelum 27 mei 1482 *, zoon van Sjoerd van Grovestins en Remck van Mockema.

 

Vermeld als vetkoper 1464-1482 te Engelum o.a.in OFO I-209,212,214 d.d.10-10-1470,1-5-1471,25-5-1471.

OFO I-298 d.d.24-8-1479:hij schenkt goederen aan Ymke en hun beider kinderen.

Genoemd bij een overeenkomst in GPCV d.d.20-4-1481.

Ook genoemd in OFO II-100 d.d.16-11-1481 en in OFO III-13 d.d.24-3-1480.

Hij werd doodgeschoten door Sicke Douwes van Sjaerda bij de belegering van de stins te Engelum.

Bekend als "scherne" Wybe (scherne d.w.z. geschoren ) en dus niet "skeane" Wybe.Zie ook Encyclopedie van Friesland-587.

 

 

        4 ?   Hylck van Camstra,  overleden voor 1461 ?

 

Hylck was gehuwd met Sytze van Martena, overleden 1489, zoon van Doecke van Martena en Auck van Heemstra.

 

Hoofdeling te Cornjum.

OFO I-126 d.d.11-8-1451:genoemd bij de zoenlieden.

OFO I-129 d.d.22-1-1452:zegelde mee een overeenkomst.

OFO II-84 d.d.13-9-1477:betrokken bij de overeenkomst over de Ee.

OFO II-101 en OFO IV-60 d.d.16-2-1482:Sithia Mertna als hoofdeling te Cornjum met zijn zonen Doeka en Hessel.

Sytze testeerde in 1482.

Zie ook de Vrije Fries I (1839)-189/232 voor hem en zijn nageslacht.

Volgens een inscriptie in de kerk van Cornjum was Sytze voor de tweede keer getrouwd met Jitske van Heemstra,overleden 16-9-1467 (blz.196), maar dat was de moeder van zijn tweede vrouw.

 

Sytze was later gehuwd met Jel Epesdr van Harinxma, afkomstig uit IJlst, overleden 1467, dochter van Epe van Harinxma en Jitske van Heemstra

 

 

 

Rienck was gehuwd (2) met  Tieth van Unia, overleden voor 1486, waarschijnlijk dochter van Keimpe (?) van Unia en N.N..

 

De combinatie Camstra x Unia blijkt uit kwartieren op het graf van kleinzoon Rienck van Roorda.

Zijn vermoedelijke weduwe wordt als Tyethie Kamstera  op 21-7-1463 als naastligger vermeld (OFO I-170).

In OFO I-352 d.d.1486 is sprake van salighe Renick en Thietie.

 

Uit dit huwelijk:

 

           5    Keympe van Camstra,

 

Keympe was gehuwd met Bauck Ndr.

 

           6   Pieter van Camstra, volgt onder V-b.

 

           7   Feycke van Camstra, volgt onder V-c.

 

           8   Syts Riencksdr van Camstra, overleden 26 nov 1481 *, begraven Menaldum.

 

Zij wordt in SFA  niet vermeld bij Camstra.

Volgens de 8 kwartieren van haar kleinzoon Ruurd van Roorda zou zij een dochter zijn van Rienck van Camstra en Tieth van Unia (graf Menaldum 29-9-1560).

 

Syts was gehuwd met Ruurd van Roorda, overleden n 30 mei 1487, zoon van Johan van Roorda en Rints Juwsdr van Juwinga, ,ook Jongema.

 

OFO IV-50 d.d.21-2-1477:hij en zijn vrouw Syts schenken neef Goffe Goffes van Roorda recht op voorkoop van Ouricsmagoed.

OFO II-119 d.d.13-2-1484:bevel aan Oerck Abbezn om de door hem ingenomen stins van Ruurd Roorda terug te geven.

OFO II-152 d.d.30-4-1487:Oerck Abbezn en Rioerd Roerda gehoord voor het gerecht van Menaldumadeel.

Genoemd in 1487 in Menaldumadeel in een register onder 77 en 123 (OFO IV-70).

 

Uit eerste of tweede huwelijk:

 

9 Ede Riencks van Camstra, overleden na 1499

 

OFO I-272 d.d.26-2-1477: Eeda Renickis zoen Kaemstera verkoopt land aan Feyka Kaemstera zijn broer ende Syten syn aefta syd.

OFO I-339 d.d.1484: Eede Kamstra, Feyka Kamstra broer, heeft eertijds land verkocht  aan “salige Tiessin” en aan “Awck, Tiessa weduwe”. Dit echtpaar had zelf eertijds land gekocht van “salige Sijttzie Kamstra”  (Is dit zijn zuster Syts van Camstra ?).

F.T.58 d.d.14-4-1499: Wigle (V-a) noemt hem in zijn testament als zijn broer.

Hij wordt niet vermeld in SFA.

 

 

     V-a Wigle van Camstra, overleden 1501, zoon van Rienck van Camstra (IV) en N.N..

 

Wigle testeerde op 14-4-1499 te Oosterwierum (zie F.T.nr.58).

Hij bespreekt zijn broer Ede “al syn Claynghe”.

Wigle van Camstra te Oosterwierum wordt genoemd op 5-4-1464 als hij zegelt voor zijn schoonmoeder Yd Heringa samen met zijn zwager Eza van Heringa te Mantgum wegens een geschil met  heer Douwe pastoor te Rauwerd (OFO III-5).

OFO I-183 d.d.3-7-1466:Wigle van Camstra te Franeker heeft een geschil met zijn zwager Haye Heringa; Sytia  is een broer van Wigla Kamstra.

OFO III-6 d.d.9-8-1466:Er is een overeekomst tussen zwager Haye Heringa en diens moeder Yde t.e.z. en Wigle t.a.z.

Wigle wordt ook genoemd op 28-6-1487 bij het verbond tussen delen van Westergo en Oostergo (OFO II-154).

Op 23-4-1473 testeert schoonmoeder Yde Heringhe, waar bij zij haar zoon Haye en haar dochters zoon Sascker tot erfgenamen maakt.

Zie voor het testament van Wigle uit 1499 ook T327-1077 en 1078;de beide versies van het testament ook in OFO-I-441 en OFO-I-442 d.d.14-4-1499.

Wigle ook in GJB 1963-35,  1968-43 en GJB 2011-235, 237.

 

Wigle was gehuwd (1) met  Eelck van Jelmera, ook genoemd Eelck van Heringa,  dochter van Sascker van Jelmera en Ydt Tjaertsdr van Aylva.

 

SFA  noemt haar  Eelck Saskersdr Jelmera.

 

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Sascker van Heringa, volgt onder VI-a.

 

 

Wigle was gehuwd (2) met  Doedt N., overleden na 1514.

 

SFA  noemt haar als Doedt Foppinga (zij is niet te plaatsen in de genealogie Foppinga).

Zij erft in 1499 bij testament van haar man de helft van de landen die ze tijdens hun huwelijk hebben aangekocht.

Bij RvA 1511 genoemd als Dued Wigle Kamstra weduwe in Dronrijp.

In 1514 Doedt genoemd als zijn weduwe (R.v.A III-78).

 

Uit dit huwelijk:

 

           2   Auck van Camstra, overleden 22 feb 1550, begraven Zweins ,grafschrift.

 

Auck erfde in 1499 bij testament van haar vader het Boetsingagoed.

Zij wordt in 1540 als weduwe vermeld te Ried (N.L.62-6/14).

Zie verder voor haar en haar man GJB 2011-238.

In de kerk van Zweins is een deel van de zerk voor Sybrant en Auck behouden gebleven.

 

Auck was gehuwd met Sybrant Agges van Herema, overleden 1528/1540, begraven Zweins, zoon van Agge van Herema en N.N..

 

In 1504 tekent Douwe van Burmania voor Sybrant de reversaalbrief.

Op de lijst van Friese edelen onder Franekeradeel d.d.5-1-1505 (T342-05,62).

Bij RvA 1511 en 1514 heeft Sybrant Agges Herema te Zweins veel bezit.

Op 17-2-1517 worden zijn goederen geconfisqueerd (GJB 2011-238).

HvF 16480-249 d.d.30-10-1528:Sybrant en zijn vrouw Auck als eisers.

HvF 16480-419 d.d.30-10-1529:Sybrant en Ath Aggesdr als eisers.

Bij RvA 1540 en BB 1543 hebben zijn erfgenamen bezit te Cornjum resp.Jellum en zijn weduwe is dan gegoed te Franeker.

 

 

           3   Gauthie van Camstra., overleden voor 1511 (?)

 

In het testament van haar vader uit 1499 vermeld; zij erft dan landrenten te Cornjum, maar wordt daar bij RvA 1511 niet meer vermeld.

 

         

     V-b Pieter van Camstra, overleden Ulm 1494, zoon van Rienck van Camstra (IV) en Tieth van Unia.

 

Hij woonde als Schieringer te Jelsum.

OFO IV-32 d.d.21-12-1467:hij en zijn broers hebben een geschil met de priesters van Warga.

Vermoedelijk staat zijn naam als Pieter Feye Camstra met o.a.die van Oene van Juwsma op de kerkklok van Wirdum uit 1472.

OFO I-231 d.d.2-11-1472:Peter Kampstra verkoopt land.

OFO IV-44 d.d.5-5-1475: met zijn vrouw genoemd bij verkoop.

OFO IV-50 d.d.21-2-1477:genoemd bij het zegelen van een overeenkomst.

Ook genoemd in OFO I-328,335,340 d.d.15-9-1483,22-6-1484,21-3-1485 en in OFO II-84,97,99,165 d.d.13-9-1477,2-11-1481,16-11-1481,19-1-1489.

OFO I-352 d.d.1486:scheiding en deling goederen met zijn broer Feycke.

Pieter wordt omstreeks Pasen 1494 te Ulm door rooms-koning Maiximiliaan tot ridder geslagen (GJB 2011-231).

 

Pieter was gehuwd met  Reinsk Tzigora, overleden 1488.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Rienck van Camstra, volgt onder VI-b.

 

           2   Epe van Camstra, overleden 1502.

 

OFO II-196/201 d.d.1501: hij en zijn broer Rienck hebben geschillen met Leeuwarden over aanspraken.

 

 

 

     V-c Feycke van Camstra, overleden 1517, zoon van Rienck van Camstra (IV) en Tieth van Unia.

 

Hij was Schieringer te Wirdum en in 1495 grietman van Leeuwarderadeel.

In 1477 koopt hij met zijn vrouw Syts land van zijn broer Eda (OFO I-272 d.d.26-2-1477).

OFO I-339 d.d.1484:Auck, weduwe van Tiesse, bevestigt de inlossing van land en verkoop van ander land met inlossing door Feyka Kamstra. Het gaat over land dat Auck in het verleden had gekocht van salige Sijttzie Kamstra.

OFO IV-75 d.d.28-6-1487:genoemd bij het verbond tussen Westergo en delen van Oostergo.

OFO II-186 d.d.10-8-1492:genoemd bij het verbond tussen Oostergo en Westergo.

Pax-79 d.d.9-3-1493:hij sluit zich als hoofdeling te Wirdum aan bij het verbond tussen Leeuwarden en Groningen van 10-10-1492.

OFO I-413 d.d.7-5-1495:Rienck Peters Camstra verkoopt land te Jellum aan Feicke en zijn vrouw Syts.

Hij werd wegens ontrouw verbannen en in 1500 werden bezittingen van hem verbeurd verklaard (zie GJB 1969-65).

Feycke Kamstera tekent op 9-7-1504 de reversaalbrief (nr.16).

Op 5-1-1505 staat Feycko Kamstra bij de edelen van Leeuwarderadeel.

Bij RvA 1511 en 1514 heeft Feycke Camstra van Wirdum veel bezit o.a. ook bezittingen te Tzum en Zweins en bij Scharnegoutum (zie hiervoor GJB 1979-7,8).

OFO II-247 d.d.14-1-1511:hij wisselt landerijen met Tjesse Hayes te Wirdum.

T326-1200:een stuk uit 1550 betreffende de scheiding van de nalatenschap van Feycke en Syts.

Zie ook T327-1079/1094.

 

Feycke was gehuwd met  Syts Foppes van Sjaerda, overleden na 1517, dochter van Foppe van Sjaerda en Perck Hillesdr van Bonninga.

 

Genoemd in OFO I-272 d.d.16-4-1472 en OFO I-319 d.d.27-3-1482.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Rienck van Camstra, volgt onder VI-c.

 

           2   Foppe van Camstra, overleden 9 jun 1525.

 

Hij was niet getrouwd.

Foppe Campstra benoemd voor het Zuidertrimdeel van Leeuwarderadeel op de landdag van 11-5-1523 (GJB 2011-232).

 

 

           3   Homme van Camstra, volgt onder VI-d.

 

           4   Tjets van Camstra, overleden 1526.

Tjets was gehuwd met Epe Douwes van Douma, overleden Harlingen 1516 *, zoon van Douwe Janckes van Douma en Bauck Doeckesdr van Rinia.

 

Hij woonde te Irnsum en was grietman van Utingeradeel.

Bij RvA 1511 heeft hij veel bezit te Irnsum,maar ook te Grouw,Friens en Peins.Onthoofd te Harlingen met zijn zwager Abbe van Heringa.

 

 

 

     V-d Sytse van Camstra, overleden 1505 (?) , zoon van Rienck van Camstra (IV) en N.N.

 

In 1466 blijkt dat Sytya een broer is van Wigla Kamstra, gehuwd met Eelka Heringha (OFO I-183 en GJB 2011-235).

N.L.1953-9/12:volgens een gebedenboek zou hij overleden zijn op 12-12-1477 en begraven te Hennaard.

OFO I-339 d.d.1484:er is sprake van de overleden Syts Camstra. In beide gevallen slaat dit op zijn dochter Syts.

Volgens het "Dootboeck"  overlijdt op 12-12-1476 (!) Syts Camstra,getrouwd met Hans Ottes van Sassinga,van Hennaard. Deze Syts werd begraven te Hennaard.

Volgens het "Dootboeck" overlijdt ook in 1505 een Syts Camstra en wordt dan begraven in Hennaard

Sytse en Ath hadden 6 kinderen zoals blijkt in 1494 en 1509 (G.A.)

Sytse testeerde in 1494 en de scheiding van zijn nalatenschap is in 1509;  bij testeren in 1494 worden als kinderen genoemd Hans (bedoeld is de kleinzoon, dochter Syts al overleden), Aede,Rienck,Kempo,Sitke en Gaets (zie het Burmaniaboek en GJB 2011-235/236.

 

 

Sytse was gehuwd met  Ath Aedesdr van Ungha, dochter van Aede van Ungha (Edens) en N.van Andla (Ried).

 

Haar ouders woonden op Unghastate te Edens.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1    Syts van Camstra, overleden 12 dec 1476 *, begraven Hennaard.

 

Syts was gehuwd met Hans Ottes van Sassinga, overleden 24 feb 1480 *, begraven Hennaard.

 

Hans en zijn vrouw woonden op Sassinga te Hennaard.

Hun zoon Hans Hansz wordt als Hans van Camstra in genealogieën als zoon van Sytze van Camstra vermeld, maar is dus zijn kleinzoon.

In 1511 is hun zoon Hans Hanses bezitter van Sassingastate te Hennaard.                          

            

           2   Aede  van Camstra, overleden 1483 (?), begraven Hennaard (?)

 

Volgens het “Dootboeck” is op 22-5-1483 overleden Ada, Hans Ottes Sassinga ende Syttie Kamstra zoon, en begraven Hennaard.

 

           3   Rienck van Andla, volgt onder VI-e.

 

4 Keympe van Camstra

 

Keympe was gehuwd met  ? Bauck Ndr

 

Ook voor zijn oom Keympe wordt als vrouw Bauck Ndr vermeld , de naam van de vrouw is dus twijfelachtig.

Keympe stierf zonder nageslacht en testeerde in 1495.

 

           5   Syts van Camstra, afkomstig uit Hennaard, overleden 1517 *, begraven Hennaard.

 

Zie voor haar N.L.1953-9/12;voor haar en haar tweede man ook GJB 1994-25 ,GJB 2000-137 en GJB 2011-236/237.

Bij RvA 1511 als weduwe van Bocke met bezit te Hennaard en Edens (Unga-state).

In 1513 nog vermeld als weduwe,maar in 1514 blijkt ze hertrouwd te zijn.

Volgens de genealogie Burmania en ook volgens het "Dootboeck" is zij overleden in 1517,maar volgens een "Gebedenboek Burmania" op 24-7-1518.

 

Syts was gehuwd (1) met Bocke Agges van Herema, overleden 11 mrt 1505 *, begraven Hennaard, zoon van Agge van Herema en N.N..

 

Hij woonde bij zijn overlijden te Hennaard.

Pax-162 d.d.6-7-1496:hij en zijn broer Rienck gaan akkoord met het verbond tussen Westergo en Groningen.

OFO III-28 d.d.24-2-1499:Bocke Aggezn te Sweins verkoopt land aan Aesge te Mantgum.

Op de lijst van Friese edelen d.d.5-1-1505 staan vermeld Bocke Agges kinderen (T342-05,62).

Bij RvA 1511 en 1514 is er bezit te Zweins en Tzum voor zijn zoon Agge,voor zijn dochter Acke en voor zijn erven.

Zie ook GJB 1994-25.

 

Syts is getrouwd 1513/1514 (2) met Bocke van Gratinga, ,ook Bocke Burmania, overleden 4 jul 1556 *, begraven Hichtum, zoon van Rienck Upckes van Burmania en Eeck Tjaertsdr van Burmania.

 

Op 5-1-1505 als Bocke Burmania op de lijst van Friese edelen (T342-05,62).

Bij RvA 1514 heeft hij bezit te Zweins vanwege zijn vrouw Syts.

Zie voor hem uitvoerig GJB 1994-25 en verder GJB 2000-136,137.

 

Bocke was weduwnaar van Hilck Laesdr van Eelsma, overleden v 1510, dochter van Laes van Eelsma, ,ook Mauritsma en Jel Hobbesdr van Hermana.

 Bocke was later gehuwd met zijn oomzegster Teth van Glins, overleden 27 feb 1560 *, begraven Hichtum, waarschijnlijk dochter van Douwe van Glins en Ebel Laesdr van Mauritsma.

 

           6   Gaets van Camstra, overleden 1521.

 

Zij was non in het klooster Aalsum.

 

 

 

   VI-a Sascker van Heringa, overleden Marssum 1510, zoon van Wigle van Camstra (V-a) en Eelck van Jelmera , ook genoemd  Eelck van Heringa.

 

Sascker wordt op 10-10-1478 vermeld als naastligger te Marssum.

In 1499 in het testament van zijn vader Wigle werd hem Gerbadastate te Oosterwierum toebedeeld.

Hij woonde op Heringa-state te Marssum en hij testeerde daar op 21-5-1510 (zie F.T.nr.80 en OFO II-244).

Zijn tweede vrouw Titia wordt genoemd en 3 zoons (Abbe de oudste,Eelcke,Haring de jongste) en 3 dochters (His al overleden, Doedt en Lisck).

OFO I-379 d.d.24-4-1490: Sasker Heringa en Hidde Kamminga vroeger opgetreden als zoenlieden.

Pax-151 d.d.22-6-1496:hij gaat akkoord met het verbond tussen Westergo en Groningen.

Op 9-7-1504 ondertekent Sasker Heringa de reversaalbrief (nr.64).

Als Sascker Haringe op 5-1-1505 op de lijst van edelen uit Menaldumadeel.

Hij gebruikte de naam van zijn moeder (zie voor hem GJB 1963-35 en GJB 1968-43).

Volgens het stamboek F.A. had hij uit het 2e huwelijk als zoons Wigle (jong overleden),Haye (jong overleden) en Eelcke,die tweemaal getrouwd was.Verder als dochters Doedt en Lisck,beiden ongehuwd.

 

Sascker was gehuwd (1) met  His van Dekema, dochter van Watze Abbes van Dekema en Wick Wytzesdr van Oenema.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Abbe Saskers van Heringa, volgt onder VII-a.

 

           2   His Saskersdr van Camstra, overleden 19 sep 1506, begraven Warga ,grafschrift.

 

In 1510 erven haar kinderen van haar vader.

 

His was gehuwd met Douwe van Juwsma, afkomstig uit Wirdum, overleden 4 mrt 1532, begraven Warga ,grafschrift, zoon van Oene van Juwsma en Lisck Douwesdr van Harinxma.

 

Hij woonde te Warga en staat op 5-1-1505 op de lijst van Friese edelen (T342-05,62).

In 1510 genoemd als grietman van Idaarderadeel.

Bij R.v.A.1511 heeft Douwe Juwsma van Warga veel bezit,o.a.ook te Wirdum.

Hij testeerde op 1-10-1529 te Warga (OFO III-45 en F.T.124);hij heeft dan een zoon Oene,een zoon Watze in klooster Foswerd en dochters His en Kunier;hij wil begraven worden te Warga bij zijn vrouw His.

Niet genoemd bij R.v.A te Wirdum in 1540.

In 1543 genoemd als grondbezitter te Warga (BB 120b) en samen met zijn broer Juw als voogden over Oencke,dochter van zijn zoon Oene (BB 122b).Maar Douwe en Juw leven in 1543 niet meer.

 

Douwe was later gehuwd met Hylck Sytzesdr van Harinxma, overleden 7 apr 1532, begraven Warga ,grafschrift, dochter van Sytze van Harinxma, ,thoe IJlst en Teth Hillesdr van Bonninga.

 

Sascker was gehuwd (2) met  Tiets Oenesdr van Juwsma, gedoopt Wirdum, overleden Marssum na 1523, dochter van Oene van Juwsma en Lisck Douwesdr van Harinxma.

 

Bij R.v.A.1511 genoemd als weduwe Tjets Heringa van Marssum met veel bezit,ook te Wirdum als Tjeets Sasckers weduwe,ook te Stiens als Tieets Heeringa.

Zij testeerde in 1523 en woonde toen op Heringa-state te Marssum (zie F.T.nr.104 en OFO II-314).

Er worden van haar 6 kinderen genoemd,waarvan 4 overleden.

Van haar kleinkinderen worden genoemd Lisck Haringsdr en Sascker Eelckes en Hobbe Eelckes.

Zij wil begraven worden te Marssum bij haar dochters (Doedt en Lisck)

 

Uit dit huwelijk:

 

           3   Eelcke van Heringa, volgt onder VII-b.

 

           4   Haring van Heringa, volgt onder VII-c.

 

           5   Lisck van Heringa, overleden voor 1523.

 

           6   Doedt van Heringa, overleden voor 1523.

 

           7   Wigle van Heringa, overleden voor1510 

 

Wigle is jong overleden, voor het overlijden van zijn vader in 1510.

 

           8   Haye van Heringa, overleden voor 1510 

 

Haye is jong overleden, voor het overlijden van zijn vader in 1510.

 

   VI-b Rienck van Camstra, overleden Jelsum 9 apr 1522 *, begraven Leeuwarden ,Galileërkerk, zoon van Pieter van Camstra (V-b) en Reinsk Tzigora.

 

 

Hij was eigenaar van Camstrastate te Wirdum (later Dekemastate).

Hij was aanhanger van de Saksen en van Karel V.

OFO I-361 d.d.26-6-1488:met zijn vrouw Gerlant genoemd op Camstrastate te Wirdum.

OFO I-413 d.d.7-5-1495: Rienck Peters Camstra verkoopt land te Jellum aan zijn oom Feicke.

OFO II-196/201 d.d.1501: hij en zijn broer Epe hebben geschillen met de stad Leeuwarden over aanspraken.

Rienick Kamstera tekent op 9-7-1504 de reversaalbrief (nr.1).

Op 5-1-1505 staat Rienick Kamstra op de lijst van edelen uit Leeuwarderadeel.

R.v.A.1511:hij heeft vele bezittingen o.a.te Wirdum en Jelsum.

In 1511 vermoedelijk ook deels bezitter van Nijdamstra te Grouw (zie GJB 2011-183).

In 1515 bij de heerschappen, die Karel V huldigen, als Rienck Camstra (lijst Thabor) en als Rienick Camstra (lijst Winsemius).

Op 7-2-1517 wordt hij grietman van Leeuwarderadeel.

 

Rienck is getrouwd voor 26 jun 1488 met  Gerlant van Hoxwier, overleden 12 jun 1544 *, begraven Leeuwarden ,Galileërkerk, dochter van Aesge van Hoxwier en Jel Hobbesdr van Hermana.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Catharina van Camstra, geboren ± 1500, overleden 3 apr 1584, begraven Franeker ,grafschrift.

 

Zij en Jarich testeerden op 21-9-1552.

Als weduwe testeerde zij in 1557;Sixtus van Dekama liet dit testament registreren op 26-2-1656 bij het Hof van Friesland (EEE-1-485/487v).

 

Catharina was gehuwd met Jarich van Dekema, geboren 1495, overleden 3 apr 1553, begraven Franeker ,grafschrift, zoon van Juw van Dekema en Catryn van Hottinga.

 

R.v.A.1511:hij heeft bezit in o.a.Sexbierum.

R.v.A 1540:hij heeft bezit in o.a.Jelsum (via zijn vrouw) en Huizum.

Hij wordt op 18-3-1523 vermeld als raadsheer bij het Hof van Friesland,1523-1527 als grietman van Baarderadeel,1550-1553 als grietman van Franekeradeel en als olderman van Franeker 1539-1553.

T327-1411:hij voerde met zijn broer Sicke voor het Hof een zaak contra Julius van Botnia over het bezit van Dekemastate te Weidum.Processtukken vanaf 1457.

HvF 16480-457 d.d.20-12-1529:Mr.Jarich en Mr.Sicke,broers,ook voor de zoons van wijlen hun broer Hette contra ..

HvF 16481-82 d.d.29-10-1538:Sytse van Aylva e.a. contra Mr.Jarich van Dekama voor Reynsck,weduwe wijlen Hette van Dekama,over het afgraven van veen in Dantumadeel.

HvF 16481-352 d.d.2-12-1539:Mr.Jarich van Dekema voor zijn vrouw Catryn contra Fecke Botinga.

T320-215:Jarich Dekama en Syds Tjaerda afgevaardigden van de Staten van Friesland in 1526.

T327-1414:concept van instructie voor Jarich van Dekema e.a. als gedeputeerden naar landvoogdes Maria van Hongarije uit 1539.

T327-1415:kopie uit 1659 van wederkerig testament van Jarich en Katryn uit 1552.

T343-98:Brief van Jarich over de 100e penning d.d.13-8-1545.

Hij testeerde op 21-9-1552 met zijn vrouw Catryn.Dit testament werd op 26-2-1656 op verzoek van Sixtus van Dekema geregistreerd bij het Hof van Friesland (EEE-1-485/488).

Zijn naam en die van zijn vrouw op een zerk te Franeker (de Vrije Fries XXIII).

 

 

           2   Reynsck van Camstra, overleden Jelsum 4 aug 1549 *, begraven Leeuwarden,Galileërkerk ,grafschrift.

 

Bij huwelijk erfdochter op Camstrastate te Jelsum.

Zij wordt genoemd in OFO IV-242 d.d.23-2-1525.

Bij RvA 1540 genoemd met bezit te Wirdum en Jelsum; zij woont dan op Camstrastate/Dekemastate te Jelsum.

BB 1543: zij wordt vermeld als naastligger te Jelsum en Cornjum.

Zij testeerde op 28-10-1544 (zie F.T.186,ook T327-1409,1410).

Haar zonen Pieter,Aesge en Hette en haar dochters Yde, Marie en Jel worden haar erfgenamen.

Verklaring op 2-1-1550: Er is scheiding en deling geweest van de nalatenschap van Hette en Reynsck tussen hun kinderen Pieter,Hette,Yde,Jel en Marie.De laatste kreeg Dekemastate te Weidum.

Reynsck werd begraven in de Galileërkerk te Leeuwarden (zie Grafschriften III,Leeuwarden). De grafsteen van haar en haar man stond in de tuin van de kanselarij.

 

 

Reynsck was gehuwd met Hette van Dekema, geboren ± 1481, overleden Jelsum 20 sep 1522 *, begraven Leeuwarden,Galileërkerk ,grafschrift, zoon van Juw van Dekema  en Catryn van Hottinga.

 

Op 5-1-1505 op de lijst van Friese edelen uit Baarderadeel (T342-05,62).

Grietman van Baarderadeel als opvolger van zijn vader 1517/1522 en als zodanig genoemd in OFO IV-233.

R.v.A.1511:Hette van Dekema van Weidum genoemd als mede-eigenaar van "Sitthiemagued" in Poppingawier en van bezit te Deersum,Jorwerd,Nijland,Weidum,Jellum,Deinum en Beetgum. Bewoner van Dekemastate te Weidum.

Door zijn huwelijk kwam hij in bezit van Camstrastate te Jelsum,later ook genoemd Dekemastate.

Zie ook T327-1409/1410.

Begraven in de Galileërkerk te Leeuwarden (zie Grafschriften III,ook volgens het testament van dochter Jel d.d.11-9-1586).

 

 

 

   VI-c Rienck van Camstra, overleden na 1516, zoon van Feycke van Camstra (V-c) en Syts Foppes van Sjaerda.

 

Als Reinerus Camstra op 15-6-1495 student te Keulen.

Renick Feyckesz en His Ockema ondertekenen op 9-7-1504 de reversaalbrief (nr. 63).

Rienck Kamstra staat op 5-1-1505 op de lijst van edelen uit Leeuwarderadeel.

Bij R.v.A.1511 heeft Rienck Feyckes Camstra op Camstrastate te Wirdum veel bezit.

In 1516 grietman van Leeuwarderadeel.

 

Rienck was gehuwd met  His Heresdr van Ockinga, overleden na 1520, dochter van Here Lolles van Ockinga en Gaets van Dekema.

 

Zie T326-1415.

 

His was later gehuwd met Sytze van Harinxma, ,thoe IJlst, overleden na 23 aug 1542, zoon van Sierck van Harinxma en Ath van Fons.

 

Uit het huwelijk van Rienck en His:

 

           1   Wytze van Camstra, overleden 4 mrt 1555, begraven Wirdum ,grafschrift.

 

In 1540 niet vermeld met bezit te Wirdum

BB 1543:Wytzie Campstra bezit een sate te Baard.

Hij woonde later met zijn vrouw op Camstrastate te Wirdum.

HvF 16481-214 d.d.18-3-1539:hij procedeert met zijn broer Wigle en en zwager Lieuwe van Beyma tegen zijn oom Homme van Camstra.

Hij testeert samen met zijn vrouw op 28-9-1547 op Camstrastate te Wirdum (zie F.T.nr.198 en T327-1097).Zij hadden geen kinderen.

Hierdoor kwam na 1555 het familiegoed aan Tjalling Camstra wegens het met  Wytze uitsterven van deze tak van de Camstra's.

T327-1424:hij is medevoogd over de kleindochters van zijn zuster Frouck (1551).

T326-1430:overeenkomst d.d.25-9-1557 tussen de voogden over de kinderen van Gabbe Aesgema t.e.z en t.a.z. Hartman Galema met zijn vrouw Riem,weduwe Wytze Camstra.

Deze kinderen waren kleindochters van zijn zuster Frouck Camstra.

 

Wytze was gehuwd met Riem van Hermana, ,ook Rema, overleden n 1588, dochter van Hobbe van Hermana en Wick Hesselsdr van Feytsma.

 

PI 1578: als Rema Gaellema te Marwirderabueren onder Wirdum. Met vruchtgebruik van het Camstra-huis.

Zij testeerde op 10-4-1588 en had geen kinderen.

Zij was viermaal getrouwd (zie T326-1430).

 

 Riem was weduwe van Watze van Harinxma, geboren ± 1516, overleden n 1538, zoon van Decken van Harinxma, ,thoe IJlst en Saeck Juwsdr van Juwinga.

 Riem is later getrouwd 1557 met Hartman van Galama, geboren 18 feb 1533, overleden Brussel 1 jun 1568, zoon van Gale van Galama en Foeck van Hoxwier.

 Riem was later gehuwd met Jeronimus Hania, geboren Pingjum ± 1534, overleden 29 sep 1576, begraven Swichem, natuurlijke zoon van Watze Douwes Hania en Suzanna van Meeuwen.

 

           2   Wigle van Camstra, overleden omstreeks 1543

 

Uit zijn huwelijk geen kinderen (blijkt op 14-6-1548 uit later vonnis).

HvF 16481-43/55 d.d.3-9-1538:Wigle Camstra als curator over de minderjarige Watze Harinxma (zijn zwager).

HvF 16481-213 d.d.18-3-1539:Schelte van Andla contra o.a.Wigle van Camstra.

HvF 16481-214 d.d.18-3-1539:zie bij zijn broer Wytze.

Bij RvA 1540 is Wigle Campstra eigenaar en gebruiker van een sate te Wirdum, in 1511 in bezit van zijn vader.

BB1543-293a: Te Longerhouw land, waarover een geschil is voor het Hof van Friesland tussen de voogden en Wigle Campstra van Tryn zyn wyff wegen.

 

 

Wigle was gehuwd met Tryn Deckensdr van Harinxma, dochter van Decken van Harinxma, ,thoe IJlst en Saeck Juwsdr van Juwinga.

Tryn was later gehuwd met Foppe van Sjaerda, zoon van Goffe van Sjaerda en Teth Hobbesdr van Epinga.

 

           3   Frouck van Camstra, overleden voor 1538.

 

T326-1415:huwelijkscontract d.d.12-11- 1520, mee opgesteld door haar moeder His van Ockinga.

 

Frouck is getrouwd 1520 met Lieuwe Sjoerds van Beyma, overleden 1539/1540, zoon van Sjoerd Lieuwes van Beyma en Catharina van Bockema.

 

Mr.Lieuwe van Beyma was heerschap te Arum.

OFO II-299 d.d.12-11-1520:huwelijksvoorwaarden voor zijn huwelijk met Frouck,waarbij de ouders van weerskanten worden genoemd.

HvF 16481-214 d.d.18-3-1539:hij procedeert vanwege zijn kinderen bij Frouck met zijn zwagers Wigle en Wytze Camstra tegen Homme van Camstra.

In SFA worden 3 huwelijken vermeld;dat is fout,de daar vermelde tweede vrouw is zijn vrouw Taeck(in haar kwartieren geldt Marckla is Jellinga).

 

 Lieuwe was later gehuwd met Taeck van Mockema, overleden Emden 7 jan 1573, dochter van Taecke van Mockema en Auck Tjallingsdr van Jellinga, ,ook Auck Mercla.

 

           4   Gaets van Camstra.

 

Zij was non in het klooster Aalsum, waar zij ook is overleden (G.A.)

 

 

 

   VI-d Homme van Camstra, overleden 10 sep 1545 * (?), begraven Wirdum, zoon van Feycke van Camstra (V-c) en Syts Foppes van Sjaerda.

 

Hommo Kampstra staat op 5-1-1505 op de lijst van edelen uit Leeuwarderadeel.

Bij RvA 1511 met bezit te Jellum en Warga.

HvF 16481-214 d.d.18-3-1539:zijn oomzeggers Wigle en Wytze van Camstra procederen tegen hem.

Bij RvA 1540 eigenaar en gebruiker van een sate te Wirdum, die in 1511 behoorde aan zijn vader.

BB1543: Homme genoemd als naastligger te Wirdum, Swichum en Roordahuizum.

T326-1201:een stuk uit 1552 betreffende de scheiding van de nalatenschap van Homme en Isck Eysinga.

T327-1095:acte van scheiding en deling tussen zijn kinderen.

SFA  geeft 1559 als jaar van zijn overlijden en het Burmaniaboek 1549; SFA geeft voor zijn vrouw 1545 als sterfjaar.

Als er bij zijn overlijden nog 2 zoons en 2 dochters in leven waren (G.A.) , dan zal zijn  sterfjaar wel 1549 zijn.

 

Homme was gehuwd met  Eelck van Eysinga, ,ook Isck, overleden 5 okt 1542 * (?), begraven Wirdum, vermoedelijk dochter van Tjalling van Eysinga/Bolta en ? N. Gatzesdr van Juwsma

 

Zij droeg evenals alle kinderen van Tjalling van Bolta (uit zijn eerste en tweedee huwelijk) niet de naam Bolta maar die van Eysinga.

Was zij een dochter uit het eerste huwelijk van Tjalling of  uit het tweede met Hack van Eysinga ?

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Foppe van Camstra, afkomstig uit Wirdum, geboren 1530, volgt onder VII-d.

 

           2   Feycke van Camstra, ,ook Feddrick, overleden 1549.

 

Hij was militair (SFA).

Zie ook T327-1118:verklaring van de monstercommissaris van de troepen van stadhouder van Egmond t.b.v.Frederik van Camstra (1547).

 

 

           3   Hack van Camstra, overleden 1561.

 

T327-1106:zij verkocht land te Wirdum aan haar broer Foppe van Camstra.

T326-1204:het kinderloze echtpaar Hack en Sjuck testeert en de overeenkomst uit 1559 van Hack met haar broers Tjalling en Foppe en haar zuster Anna.

T326-1205:scheiding van de nalatenschap van Hack van Camstra in 1561.

 

Hack is getrouwd 1551 met Sjuck Pieters van Cammingha, overleden 1581, zoon van Peter van Cammingha en Eelck van Aebinga.

 

Huwelijksvoorwaarden 4-3-1551 waarbij aan Sjuck wordt toegekend Doeckemastate onder Leeuwarden (Eekhoff II-403 over Leeuwarden).

T326-1204:testament van Sjuck en zijn vrouw Hack uit 1559.

Met hem stierf deze tak van de Cammingha's uit.

 

Sjuck was later gehuwd met Popck van Heemstra, dochter van Feye van Heemstra en Ebel van Hemmema.

Sjuck was later gehuwd met Riem Galesdr van Galama, geboren 1535, overleden 15 sep 1625 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, dochter van Gale van Galama en Foeck van Hoxwier.

 

           4   Anna van Camstra, overleden 7 sep 1563.

 

Anna was gehuwd met Gerrolt Hessels van Feytsma, overleden 1552, zoon van Hessel Jelgers van Feytsma en His Gerroltsdr van Herema.

 

Bij RvA 1540 genoemd met bezit te Goutum en Wirdum.

In 1542 is hij volmacht voor Homme Campstra te Wirdum.

 

 

           5   Tjalling van Camstra, volgt onder VII-e.

 

 

   VI-e Rienck van Andla, overleden 25 jun 1513 *, begraven Weidum, grafschrift, zoon van Sytse van Camstra (V-d) en Ath Aedesdr van Unga.

 

Hij woonde te Weidum.

Renick Sytsesz tekende in 1504 mede voor Fedde Pibesz (Haerda) de reversaalbrief.

Op 5-1-1505 staat Rienick Andela op de lijst van edelen uit Franekeradeel.

Bij RvA 1511 met bezit o.a.te Weidum.

 

Rienck is getrouwd 1486 met  Jetscke Sjoerds van Grovestins, overleden 4 jul 1521, begraven Weidum, grafschrift, dochter van Sjoerd van Grovestins en Bauck van Hania.

 

Jetscke testeerde in 1521

Jetscke is eerder getrouwd 1480 met Feycke Keimpes van Unia, overleden v 1486, zoon van Keimpe Feyckes van Unia en His N..

 

Uit het huwelijk van Rienck en Jetscke:

 

           1   Sjoerd van Andla, overleden 6 mei 1541 *, begraven Weidum.

 

Sjoerd wordt bij testament van zijn moeder in 1521 tot universeel erfgenaam gemaakt (GJB 2011-236).

OFO II-352 d.d.4-7-1530:hij bevestigt een schenking van zijn moeder Jets aan de armen van Leeuwarden.

HvF 16481-418 d.d.28-3-1536:Sjoerd Andla als eiser.

HvF 16481-174 d.d.20-12-1538:hij procedeert namens zijn vrouw Kinsck tegen de weduwe van Gabbe van Scheltema.

HvF 16481 d.d.15-2-1539:hij procedeert namens zijn vrouw Kinsck.

Bij RvA 1540 heeft hij bezit te Hallum en Westernijkerk,dat in 1511 behoorde aan Popcke en Gerben Mockema.

Uit zijn huwelijk had hij geen kinderen en met hem stierf deze tak uit in de mannelijke lijn.

 

Sjoerd was gehuwd met Kinsck Fockesdr van Ropta, overleden 15 jun 1581, begraven Weidum, dochter van Focke Sybrens van Ropta en Graets van Eysinga.

Kinsck is later getrouwd Weidum met Taecke van Hermana, overleden Weidum 13 jul 1565 *, begraven aldaar, zoon van Hobbe van Hermana en Wick Hesselsdr van Feytsma.

 

Bij donatiebrief d.d.2-4-1541 stichten de echtelieden Sioerd Andle en Kinsck te Weidum een weeshuis (GJB 2011-236).

 

           2   Jadts van Andla, overleden 1556.

 

Non in klooster Bethlehem.

 

 

           3   Sytze van Andla, overleden 1518.

 

Als Sibrandus Camstra op 29-8-1510 student te Leuven.

 

           4   Aede van Andla, overleden 1513.

 

           5   Bauck van Andla, overleden 27 jun 1513.

 

           6   Hessel van Andla, overleden 1503.

 

 

  VII-a Abbe Saskers van Heringa, overleden Harlingen 13 sep 1516 *, zoon van Sascker van Heringa (VI-a) en His van Dekema.

 

Op 5-1-1505 als Abbe Heringa op de lijst van edelen uit Baarderadeel.

Bij R.v.A.1511 genoemd als Abbe Sasckers Heringa van Oosterwierum met veel bezit.

Onthoofd te Harlingen met zijn zwager Epe van Douma.

Zie ook GJB 2011-239.

 

Abbe was gehuwd met  Jel Douwes van Douma, overleden 1540, dochter van Douwe Janckes van Douma en Bauck Doeckesdr van Rinia.

 

Jel was later gehuwd met Ede van Martena, overleden 23 dec 1541, zoon van Doecke van Martena en Sjouck Keimpes van Unia.

 

Uit het huwelijk van Abbe en Jel:

 

           1   His van Camstra, overleden voor 1544.

 

His was gehuwd met Hessel van Bootsma, overleden 1550/1558, zoon van Sierck van Bootsma en Geel N..

 

OFO II-351 d.d.9-6-1530:Hessel Bootsma en zijn vrouw His Abbesdr wisselen landen met Oge Gerbezn.

Hij woonde in 1548 met zijn tweede vrouw te Kollum en testeerde daar op 6-12-1550 (F.T.211).

Uit dit testament de namen van zijn 6 wettige kinderen;verder had hij een natuurlijke dochter Katrina.

Een deel van de erfenis moet naar de kinderen van Syds Botnia en Bauck Camstra,een zuster van zijn eerste vrouw His.

Zijn neef Sjuck Mellema moet voogd worden over zijn drie jongste kinderen.

 

Hessel is later getrouwd 1544 met Mary van Harinxma, overleden na 27 jun 1558, dochter van Sierck van Harinxma en Ath van Fons.

 

           2   Bauck van Camstra, overleden 8 mrt 1547, begraven Nijland ,grafschrift.

 

Zij testeerde op 22-2-1547 te Nijland (zie F.T.nr.195).

Zie ook Grafschriften Roorda IV.

 

Bauck was gehuwd (1) met Tjebbe van Martena, overleden 12 jun 1530, zoon van Doecke van Martena en Sjouck Keimpes van Unia.

 

Hij verhuurde bezit van hem te "Barrahûs" bij Wirdum (OFO IV-247 d.d.5-1-1526).

Bij RvA 1540 hebben zijn weeskinderen bezit te Wirdum.

 

Bauck was gehuwd (2) met Syds van Botnia, overleden 4 jan 1548, begraven Nijland ,grafschrift, zoon van Tjalling van Botnia, ,ook Jeppema en Frouck van Hottinga.

 

Hij woonde met zijn vrouw op Hottingastate te Nijland.

Bij RvA 1540 met bezit te Marrum (in 1511 op naam van zijn vader).

Zijn naam en die van zijn vrouw op een zerk te Nijland (de Vrije Fries XXIII).

Zie verder GJB 1998-140.

 

 

           3   Sasckera  van Camstra, overleden n 1550.

 

In 1550 woonde zij in klooster Smalle Ee (testament F.T.211).

 

 

 

  VII-b Eelcke van Heringa, overleden na 1543, zoon van Sascker van Heringa (VI-a) en Tiets Oenesdr van Juwsma.

 

Zie  Eelcke Heringa voor het Hof van Friesland HvF 16687/311,397 en 528 d.d. 1530,1531 en 1532.

Bij RvA 1540 met bezit te Goutum,dat in 1511 behoorde aan de vader van Womck.

HvF 16481-792 d.d.20-12-1537:Eelcke als man en voogd van Womck.

In 1543 procedeert Eelcke Heeringa te Marssum inzake 30 pm land (GJB 2011-240).

Hij woonde op Heringastate (later Poptaslot) te Marssum.

Zie voor hem en zijn nageslacht GJB 1968-41.

 

Eelcke was gehuwd (1) met  Lisck van Rinia, dochter van Hobbe Doeckes van Rinia en Riem van Popma.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Hobbe van Heringa, geboren ± 1512, volgt onder VIII-a.

 

           2   Sascker van Heringa, volgt onder VIII-b.

 

 

 

Eelcke was gehuwd (2) met  Womck van Jongema, dochter van Eda Keimpes van Jongema en Saeck van Eminga.

 

In het Poptaslot te Marssum bevindt zich een bedstee uit 1540 met de initialen W.I. en E.H. van Womck en Eelcke met daarbij de wapens Iongema en Heringa (mededeling Hessel de Walle)

 

Womck was later gehuwd met Fedde van Haerda, ook Fredericus, overleden 9 mei 1599 *, begraven Leeuwarden ,Galileërkerk, zoon van Pybe van Haerda en His Siercksdr van Bootsma.

 

Aede van Jongema is een broer van Womck en sterft kinderloos en daarom erven de kinderen van Womck (F.T. 127 d.d. 3-1-1532).

 

Uit het huwelijk van Eelcke en Womck:

 

3         Saeck van Heringa,  overleden na 1532.

 

Saeck wordt als dochter genoemd naast hun 3 andere kinderen in het testament van Aede van Jongema  d.d.3-1-1532 (F.T.127)

 

 

4         Lisck van Heringa, geboren ± 1525, overleden 1584 ,59 jaar.

 

Zij woonde in 1578 op het Mockemahuis te Dokkum (GJB 1995-174).

 

Lisck was gehuwd met Juw van Mockema, overleden 28 mrt 1566 *, begraven Dokkum, zoon van Popcke van Mockema en Tieth van Sjoerda.

 

Hij woonde 1565/1566 te Dokkum.

HvF 16690-156 d.d.4-5-1551:Juw Mockema als volmacht voor Popcke Mockema contra de abt van Dokkum.

HvF 16691-182 d.d.4-9-1556:Julius van Mockema contra Reynthie Folckerts,grietman van Dongeradeel.

HvF 16692-162 d.d.28-2-1561:Anna Feytsma,weduwe Frans van Humalda,voor zich en voor haar kinderen procedeerde over het bezit van een sate tegen de broers Botte en Julius.

HvF 16692-278 d.d.13-3-1562:Frans Canters als man van Geel van Humalda contra de broers Botte en Julius (zie ook GJB 1978-79).

HvF 16693-14 d.d.5-10-1565:Juw Tjaerts Mockema te Leeuwarden contra Juw Mockema te Dokkum.

HvF 16693-74 d.d.24-1-1566:Juw Mockema te Dokkum contra Dirck Dircks,olderman aldaar, en Jan van Coelen.

 

 

                5              Aede van Heringa, oorspronkelijk Gerlof van Heringa, volgt onder VIII-c

 

                6              Edo van Heringa, overleden 31 aug 1575 ,ongehuwd, begraven Rauwerd, grafschrift [5527]

 

Op 8-8-1547 wordt Edo Heryngha student te Leuven.

Hij woonde op Heringastate te Marssum en testeerde op 25-7-1575 (zie T323-2776).

Zijn broer Aede erft Heringastate te Marssum en goederen in West-Friesland, zijn zuster Lisck de goederen in Rauwerd Verder zijn er legaten voor andere familieleden.

Hij werd begraven in Rauwerd.

Zijn broer Aede werd later in hetzelfde graf in de kerk van Rauwerd begraven.

 

 

 

  VII-c Haring van Heringa, overleden in of na 1556, zoon van Sascker van Heringa (VI-a) en Tiets Oenesdr van Juwsma.

 

Hij woonde met zijn vrouw op Aebingastate te Hijum en was bij RvA 1540 eigenaar/gebruiker van bezit te Hijum en Hallum dat bij RvA 1511 behoorde aan Binnert Aebinga en Binnert Hania kinderen;hij had bij RvA 1540 ook bezit te Stiens dat in 1511 behoorde aan zijn moeder Tjets.

Haring van Heringa voor het Hof van Friesland zie HvF 16687/282 d.d.1530, 16688/315 d.d.1536, 16689/264 d.d.20/6/1543, 16690/174 d.d.1551 en 16690/210 d.d. 20/2/1552.

Bij HvF 16481-612 d.d.20-12-1536 genoemd als voogd over Hil,weeskind van Bennert Aebinga.

HvF 16481-735 d.d.14-7-1537:hij is eiser namens zijn ongenoemde vrouw en haar zuster Yde Hania en samen met Andries Waltinga namens diens moeder Riem contra klooster Smalle Ee.

Ook met bezit genoemd bij BB 1543.

HvF 16691-158 d.d. 14-2-1556: Haring van Heringa ,zijlvoogd van de zijl op de Leye.

 

Haring was gehuwd met  His van Hania, afkomstig uit Hijum, overleden na 1536, dochter van Sipt van Hania en N.N..

 

HvF 16481-612 d.d.20-12-1536:His,getrouwd met Haring van Heringa,en haar zusters procederen over de erfenis van wijlen Pieter Jans Auckema.

HvF 16481-735 d.d.14-7-1537:His heeft Ydt Hania als zuster.

Zie ook GJB 1994-147.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Lisck van Heringa, geboren voor 1523, jong overleden

 

Genoemd in het testament van haar grootmoeder Tjets in 1523.

 

 

           2   Tjets van Heringa, geboren ± 1523, overleden 22 dec 1556 *,33 jaar, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk.

 

Tjets was gehuwd met Ritscke Sickes van Dyxtra, overleden 29 apr 1569 *, begraven Huizum, zoon van Sicke van Dyxtra en Tiets Aebes.

 

Bij RvA 1540 met bezit te Huizum.

 

Ritscke was later gehuwd met Jouck van Galama, overleden 30 mrt 1588 *, begraven Huizum, dochter van Sicke van Galama en Jelts van Heemstra.

 

           3   Oene van Heringa, ,ook Onno, overleden 1575, begraven Rauwerd ,grafschrift [5526]

 

Onesus ab Heringa werd op 6-7-1564 student te Orleans.

Oene woonde met zijn vrouw op Aebingastate te Hijum, waar ook zijn ouders Haring en His van Hania woonden.

Hij werd in 1568 verbannen.

 

Oene was gehuwd met Foockel van Aylva, overleden 1575, begraven Rauwerd ,grafschrift [5526], dochter van Watze van Aylva en Syts Johansdr van Roorda.

 

           4   Binnert van Heringa, volgt onder VIII-d.

 

           5   Sascker van Heringa, volgt onder VIII-e.

 

           6   Doedt van Heringa, afkomstig uit Hijum, overleden in/voor 1582

 

Doedt was gehuwd met haar neef Binnert van Roorda, overleden in/na 1585, zoon van Feye van Roorda en Rixt van Hania.

 

HvF 16699-5 d.d.1581: Binnert Roorda als voogd over Aesge en His Heringa, nagelaten kinderen van Sasker Heringa en Rixt Heringa.

HvF 16699-212 d.d.1582: Binnert Roorda als vader van zijn kinderen bij wijlen Doed Heringa.

HvF 16700-205 d.d.1583: Binnert Roorda als vader van de kinderen bij  …… Heringa.

 

           7    Juw van Heringa, overleden in of voor 1581

 

HvF 16694-3 d.d.1569: Juw Heringa te Heeg.

 

Juw was gehuwd met Tjets Douwesdr van Harinxma (Heeg),  overleden 1613/1614.

 

In 1571 was Tjets nog niet getrouwd.

HvF 16697-90 d.d.1578: Juw Heringa ,gehuwd met Tiets Haersma.

HvF 16699-5 d.d.1581: Tiets Haersma te Goënga als weduwe van Jouw Heringa.

HvF 16700-205 d.d.1583: Tiets Haersma, gehuwd geweest met Juw Heringa.

Tiets hertrouwde nog tweemaal.

 

 

  VII-d Foppe van Camstra, afkomstig uit Wirdum, geboren 1530, overleden  1570/1578, ws.te Emden, zoon van Homme van Camstra (VI-d) en Eelck van Eysinga.

 

Foppe wordt in 1555 vermeld als kerkmeester te Scharnegoutum (GJB 2011-229).

Hij woonde 1559/1570 met zijn vrouw te Deinum op Sierdsmastate (zie GJB 1964-20/22 en T327-1113).

Hij vertrekt in 1567 met de komst van Alva uit het land en is daarna watergeus.

In ballingschap te Emden omstreeks 1570 en kort daarna overleden.Zie Vrije Fries 1899-160.

T327-1104:voorlopige dispensatie voor zijn huwelijk met Tieth (afgegeven na huwelijk in 1551) wegens gebleken verwantschap in de vierde graad.

T327-1115 en GJB 1979-8:verklaring van Epe Abbes Hania,dat Foppe en zijn nakomelingen op Adamastate te Scharnegoutum mogen wonen (1569).

Zie verder nog T327-1105,1107/1112,1114 en 1124 en ook GJB 2011-229/230.

 

Foppe is getrouwd 1551 met  Tieth Ruurdsdr van Feytsma, overleden 16 apr 1606 *, begraven Deinum 23 apr 1606, dochter van Ruurd Hessels van Feytsma en Tjemck van Eminga.

 

Bij de P.I.1578 te Deinum als weduwe aangeslagen.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Homme van Camstra, volgt onder VIII-f.

 

 

  VII-e Tjalling van Camstra, overleden 30 aug 1577 *, begraven Wirdum, zoon van Homme van Camstra (VI-d) en Eelck van Eysinga.

 

Hij overleed zonder kinderen en testeerde op 24-8-1577 (T323-152, ,T326-1207 en EEE-1-207); Tjalling, de kleinzoon van zijn broer, wordt zijn erfgenaam.

T327-1096:huwelijksvoorwaarden uit 1546 voor zijn huwelijk met Wick.

T327-1097:testament uit 1547 van Wytze van Camstra en Rema van Hermana,waarbij werd bepaald dat hun familiebezit aan Tjalling zou komen.

Zie verder ook T326-1211 (1588) , T327-1098/1102 en GJB 2011-229.

 

Tjalling was gehuwd (1) met  Anna Jelgersdr van Feytsma, dochter van Jelger Hessels van Feytsma en Claer van Eminga.

 

Tjalling is getrouwd 1546 (2) met  Wick Jaspersdr van Aesgema, ,ook Wypk, overleden 21 nov 1551 *, dochter van Jasper van Aesgema en Tjepck Tjepckesdr van Tjallinga.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Homme van Camstra.

 

Homme is jong overleden.

 

 

           2   Rienck van Camstra.

 

Rienck is jong overleden.

 

 

 

VIII-a Hobbe van Heringa, geboren ± 1512, overleden 26 dec 1562 ,50 jaar, begraven Hylaard ,grafschrift, zoon van Eelcke van Heringa (VII-b) en Lisck van Rinia.

 

Grafschriften IV-23:Hobbe Eelckes Heringa en Doedt Wygersdr Eelsma als grootouders van Tjerck van Herema.

 

Hobbe was gehuwd met  Doedt Wygersdr van Eelsma, geboren ± 1512, overleden 1 mei 1560 ,48jaar, begraven Hylaard ,grafschrift, dochter van Wyger van Eelsma en Swob Hobbesdr van Epinga.

 

Uit dit huwelijk:

 

1 Wyger van Heringa

 

Als Wicherus ab Heringhe op 3-8-1559 student te Keulen en in 1560 te Orleans.

            

               

           2   Laas van Heringa, geboren ± 1544, overleden 25 apr 1571 ,27 jaar, begraven Hylaard ,grafschrift.

 

Misschien als Ludovicus ab Heringa op 14-7-1561 student te Keulen.

 

 

           3   Sjouck van Heringa, geboren ± 1551, overleden Hylaard 18 mrt 1589 ,38 jaar, begraven aldaar ,grafschrift.

 

Begraven met 2 van haar kinderen,Sjouck anderhalf jaar en Sjouck half jaar.

 

Sjouck is getrouwd ± 1580 met Ulbe van Aylva, geboren ± 1551, overleden Hylaard 23 aug 1617 ,66 jaar, begraven aldaar ,grafschrift, zoon van Douwe van Aylva en Frouck van Mockema.

 

Hij woonde op Tjessingastate te Hylaard en was 23-12-1581/18-10-1610 grietman van Baarderadeel en 1597/1600 ook waarnemend grietman van Hennaarderadeel.

HvF d.d.22-5-1610 en 20-12-1610:Ulbe van Aylva contra Imck van Decama.

HvF d.d.20-12-1616:Ulbe van Aylva contra zijn schoonzuster Barbara van Douma.

Zie ook GJB 1995-157.

 

Ulbe was later gehuwd met Rints Aggesdr van Osinga, geboren ± 1579, overleden Hylaard 9 mei 1605 ,26 jaar,, begraven aldaar ,grafschrift, dochter van Agge van Osinga en Rints van Aylva.

 

           4   Tryn van Heringa, overleden 21 dec 1605 *, begraven Bolsward.

 

HvF 16700-148 d.d.1583: Tryn Heringa, eerder weduwe van Tyerck Heytsma, en nu getrouwd met Goslick Herema.

T326-1054:testament van Catharina,  3e vrouw van Goslick Herema.

 

Tryn was gehuwd (1) met Tjerck van Haytsma, overleden voor 1578, zoon van Bonne van Haytsma en Ebel van Walta.

 

Tryn was gehuwd (2) met Goslick van Herema, geboren 1531, overleden 1 jun 1611 *, begraven Bolsward, zoon van Johan van Herema en Syts Goslicksdr van Juwinga, ,ook Jongema.

 

Grietman van Wonseradeel in 1560.Later te Bolsward.

Zie in GJB 1961-18,19 de afbeelding van de grafsteen van hem en zijn vrouwen.

Zijn zoon Jan en dochter Buyck worden met hem genoemd in het testament van Wilcke van Holdingha uit 1594 (GJB 1975-123).

Zie ook T326-1052/1054,1068,1069.

 

Goslick was weduwnaar van Rixt van Gratinga, overleden 4 mrt 1562/okt 1563, dochter van Douwe van Gratinga en Tryn Riencksdr van Roorda.

Goslick was weduwnaar van Syts van Cammingha, overleden 9 mrt 1574, begraven Bolsward, dochter van Watze van Cammingha en Bjuck van Aylva.

 

           5   Lisck van Heringa, overleden 25 mrt 1565 *, begraven Leeuwarden,Oldehove.

 

Zij overleed zonder kinderen.

 

Lisck is getrouwd 1561 met Goffe van Aebinga, overleden Leeuwarden 1579, begraven Leeuwarden,Oldehove ,grafschrift, zoon van Douwe van Aebinga en Catharina van Offenhusen.

 

Zie GJB 1994-149.

Roorda heeft bij Grafschriften V begraven Oldehove 1597,een verschrijving.

 

Goffe was weduwnaar van Tjemck van Aebinga, afkomstig uit Blija, overleden 1558, dochter van Adzert van Aebinga en Wyts van Ydsma.

 Goffe was later gehuwd met Bjuck van Cammingha, geboren ± 1546, overleden 26 sep 1626 *,ongeveer 80 jaar,, begraven Leeuwarden,Oldehove ,grafschrift, waarschijnlijk dochter van Watze van Cammingha en Bjuck van Aylva.

 

 

VIII-b Sascker van Heringa, overleden 1 mrt 1565, begraven Groningen ,Martinikerk, zoon van Eelcke van Heringa (VII-b) en Lisck van Rinia.

 

Als Caesar de Heringhe op 27-8-1531 student te Leuven en in maart 1535 te Orleans.

Hij was later burgemeester van Groningen.

Bij RvA 1540 is hij eigenaar van goed onder Stiens en Hallum,dat in 1511 behoorde aan schoonvader Bennert Aebinga.

 

Sascker is getrouwd 2 dec 1532 (?) , met  Hil van Aebinga, overleden na 1545, begraven Groningen ,Martinikerk, dochter van Binnert van Aebinga en Geel Ndr, ,Alma ?.

 

HvF 16481-612 d.d.20-12-1536:Haring Heringa  als voormond van Hyl,weeskind van Bernard Aebinga.

Hil zal dus in feite na deze datum getrouwd zijn met Sascker Heringa, bovendien was Sascker in 1535 nog student.

In 1545 worden Sasscher van Herengha en Hille genoemd als erfgenamen van Mr. Goesen Alma, vicaris te Groningen.

Het huwelijkscontract is uit 1532 of 1535, zie GJB 1994-146,147 (noot 55 en 66).

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Eelcke van Heringa, overleden 15 jan 1606 *, begraven Oosterend ,grafschrift.

 

Eelco Heringa is in 1565 student te Douai.

HvF 16698-84 d.d.1579: Eelcke van Heringa te Winsum.

In 1580 uit Winsum en met zijn vrouw als ballingen uit Baarderadeel (C.E.).

HvF 16702-483 d.d.1588: Eelcke van Heringa en Teth van Roorda

Hij testeerde met zijn vrouw te Oosterend in 1596 (EEE 4-161).

 

Eelcke was gehuwd met Teth van Roorda, overleden 7 jan 1606 *, begraven Oosterend ,grafschrift, dochter van Hessel van Roorda en Tieth Janckesdr van Douma.

Teth was weduwe van Sybrant van Osinga, zoon van Agge van Osinga en Rints van Aylva.

 

           2   Geel van Heringa, overleden 1 feb 1608 *, begraven Holwerd ,grafschrift.

 

Geel was gehuwd met (1) Sicke Werps van Tjessens, overleden 16 dec 1572, begraven Holwerd, zoon van Werp van Tjessens en Tjets van Galama.

 

Hij kreeg in 1572 opdracht om soldaten te werven voor de Prins van Oranje (GsvD,141).

HvF 16698-62 d.d.1579:  Sicke Tyessens, vader van Syedts Tyessens en in leven gehuwd met Geel Heringa te Holwerd, weduwe met minderjarige kinderen.

HvF 16700-269 d.d.1583: Sicke Tyessens, vader van Syts Tyessens, in leven gehuwd met Geel Heringa te Holwerd.

 

Sicke was weduwnaar van Auck Popckesdr van Bonga, overleden 29 nov 1558, begraven Waaxens (W.D.) *,grafschrift, dochter van Popcke van Bonga en N. van Sjucksma.

 

Geel was gehuwd met (2)  Sjuck van Humalda,  overleden 1584/1585,  zoon van Frans van Humalda en Anna van Feytsma

 

HvF 16701-265 d.d.1585: Geel Heringa

HvF 16707-105 d.d.14-6-1605: Wyger Fetses te Waaxens contra juff. Geel van Heringa, weduwe wijlen Sjuck van Humalda.

Zie ook Onno Hellinga in GJB 2009-65 met noot 182.

 

           3   Lisck van Heringa.

 

Lisck was gehuwd met Ernst van IJsselmuiden.

 

           4   Gosse van Heringa, overleden na 1581.

 

Gosse van Heringa was ongehuwd en wordt genoemd bij HvF 16699-105 en 140 d.d. 1581.

 

 

           5   Epe van Heringa, overleden Leeuwarden 5 apr 1607 *, begraven Groningen.

 

Eppius Heringha werd op 7-4-1574 student Heidelberg en 25-6-1576 student te Geneve.

In 1606 was hij landdagafgevaardigde voor Zuidwolde.

Hij was niet getrouwd.

 

 

 

VIII-c Aede Heringa van Jongema, overleden Emden 8 mei 1586, begraven Emden, herbegraven 1611 Rauwerd, grafschrift [5527], zoon van Eelcke van Heringa (VII-b) en Womck van Jongema.

 

Oorspronkelijk Gerlof van Heringa, maar in het testament van Aede Edazn van Jongema (F.T. 127 d.d. 3-1-1532) bepaalde deze dat Gerlof als zijn erfgenaam voortaan Aede zou moeten heten.

 

Hij woonde te Rauwerd op Jongemastate en erfde Heringastate te Marssum in 1575 van zijn broer Edo(ook Aede).

HvF 16698-204 d.d.1579: Aede Heringa te Rauwerd als curator over het weeskind van wijlen Pybe Haerda.

HvF 16699-5 d.d.1581: Aede van Heringa als voogd over de kinderen van Binnert Heringa en Doed Heringa.

Aede van Heringa te Rauwerd genoemd bij HvF 16699-212 d.d.1582 en HvF 16700-205 d.d.1583, maar in het laatste geval is de inschrijving doorgehaald.

 

Aede was Spaansgezind en wordt in 1580 met vrouw en zoon Eelcke vermeld als balling buiten Friesland (C.E.).

De grafsteen in de kerk van Rauwerd voor hem en zijn broer Edo met kwartierwapens.

“De Friesche Adelaar “ 1888-4: onder het grafschrift op de steen onder helmteken Heringa de wapens Heringa en Jongema van de ouders.

Boven rechts: onder helmteken Jousma een manswapen Camstra links en een vrouwswapen Harinxma thoe Heeg rechts met namen Kamstra en Harsma.

Beneden rechts: onder helmteken Heringa een manswapen Heringa links en een vrouwswapen Jousma rechts met namen Jovsma en Heringa (grootouders vaderskant)

Boven links:  onder helmteken Eminga een manswapen Cammingha links en een vrouwswapen Harinxma thoe IJlst rechts met namen Kamminga en Haringsma.

Beneden links: een manswapen Jongema links en een vrouwswapen Eminga rechts met namen Jongama en Eminga (grootouders moederskant)

De grootouders zijn Sascker van Heringa x Tiethvan Juwsma en Eda Keimpes van Jongema x Saeck van Eminga.

De overgrootouders zijn Wigle van Camstra x Eelck van Jelmera, Oene van Juwsma xLisck van Harinxma thoe Heeg, Keimpe Aedes van Jongema x Ansck N. (? Harinxma thoe IJlst ),  Minne van Eminga x Tjemck van Cammingha.

 

Aede was gehuwd met  Anna van Roorda, overleden Emden 12 mrt 1585, begraven Emden, herbegraven 1611 Rauwerd, grafschrift [5527], dochter van Ruurd van Roorda en Doutzen Hansdr van Sassinga.

 

 

De overblijfselen van Aede en zijn vrouw Anna werden in 1611 overgebracht van Emden naar Rauwerd en daar herbegraven.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Foockel van Heringa, geboren 1567, overleden Rauwerd 5 mei 1639 ,72 jaar,op Jongemastate, begraven aldaar.

 

Foockel is getrouwd 1594 met Pieter van Eysinga, geboren 1564, overleden Rauwerd, op Jongemastate 16 jan 1645 ,80 jaar, begraven Rauwerd, zoon van Tjalling van Eysinga en Hylck van Harinxma.

 

Hij testeerde met zijn vrouw Foockel op 11-7-1635 op Jongemastate te Rauwerd (EEE I-380/384).

Grietman van Rauwerderhem,aangesteld 30-7-1602,aftredend in 1635 ten gunste van zijn neef Tjalling.

Zie ook de Vrije Fries 27-125/126.

 

 

           2   Womck van Heringa, afkomstig uit Marssum, overleden 2 sep 1596.

 

Volgens anderen (bij Solckema) zou zij een dochter zijn van Binnert van Heringa en Foockel van Roorda.

 

Womck is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 11 okt 1595 met Tjalling van Eysinga, geboren ± 1562, overleden Marssum 31 aug 1603 *, begraven Dronrijp, zoon van Tjalling van Eysinga en Hylck van Harinxma.

 

Hij was rechtsgeleerde en woonde op Heringastate te Marssum.

Grietman van Menaldumadeel (1601/1603).

 

Tjalling is later in ondertrouw gegaan Leeuwarden 19 jun 1602 ,bij het gerecht met Lucia van Dekema, ,ook Luts, overleden 26 okt 1652, dochter van Sicke van Dekema, ,de oudere,ook Sixtus en Hil Onnesdr van Tamminga.

 

           3   Eelcke van Heringa, overleden  1580/1589.

 

HvF 16696-184 d.d.1576: Eelck Heringa

HvF 16697-92 d.d. 1578: Eelcke van Heringa en Jeme van Burmania.

In 1580 vermeld als balling te Emden met zijn vader (C.E.).

 

4 Johan van Heringa, overleden Napels 1592

 

Johannes ab Heringhe werd op 5-8-1586 student te Freiburg.

HvF 16703-301 d.d. 1589: Johan van Heringa met zijn zusters.

 

 

 

VIII-d Binnert van Heringa, overleden 24 mrt 1561 *, begraven Hantumhuizen, zoon van Haring van Heringa (VII-c) en His van Hania.

 

SFA verwisselt hem met zijn zoon (zie GJB 1963-35).

 

 

Binnert was gehuwd met  Deytzen van Elinga, overleden na 1561, dochter van Jeppe van Ydsma en N. van Elinga.

 

Zie voor haar kwartieren GJB 1963-36.

Deytzen wordt meestal vermeld als Doed Heringa.

HvF 16699-5 d.d.1581: Aede van Heringa  en Sybrant van Camminga, grietman Leeuwarderadeel, als voogden  over de kinderen van wijlen Binnert Heringa en Doed Heringa. 

HvF 16699-212 d.d.1582: Sybrant Kamminga te Huizum voogd over  het weeskind van Binnert Heringa.

HvF 16700-205 d.d.1583: Sybrant Camminga als curator over het weeskind  van Binnert  Heringa.

 

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Binnert van Heringa, volgt onder IX-a.

 

 

VIII-e Sascker van Heringa, overleden 9 aug 1565 *, begraven Sneek, zoon van Haring van Heringa (VII-c) en His van Hania.

 

HvF 16699-5 d.d.1581: Sasker Heringa in leven gehuwd met Rixt Heringa.

HvF 16699-212 d.d.1582: Sasker Heringa , vader van de kinderen bij Rixt Hoytema.

 

 

Sascker was gehuwd met  Rixt Jansdr van Hoytema, overleden 1584, dochter van Jan Romckes van Hoytema en Eeck Haringsdr van Harinxma (thoe Heeg)

 

Rixt was weduwe van Aesge Gerrits Ysera, overleden Leeuwarden 1555, zoon van Gerrit Aesges Ysera en Ansck Gysberts (Aesge Ysera was schepen en burgemeester Leeuwarden 1553/1555).

 

Rixt was later gehuwd met Hans Pirast, overleden 1585 (Rixt en Hans als echtpaar te Oosterend in 1578).

 

Rixt wordt meerdere malen vermeld als Rixt Heringa b.v.

HvF 16695-42 d.d. 1572 en HvF 16696-4 d.d.1575

HvF 16699-5 d.d.1581: Binnert Roorda als voogd over Aesge en His Heringa, nagelaten kinderen van Sasker Heringa bij  Rixt Heringa.

HvF 16700-205 d.d.1583:Rixt Hoytema als moeder van de kinderen bij Sasker Heringa.

 

 

Uit het huwelijk van Sascker en Rixt:

 

           1   His Sasckersdr van Heringa.

 

His was gehuwd met Lolle van Ockinga, overleden 19 mei 1609 *, begraven Sneek, zoon van Watze van Ockinga en Elisabeth Costers.

 

Grietman van Menaldumadeel 1576-1578.

Hij ging in 1580 in ballingschap (C.E.) en als hopman in Spaanse dienst.

 

Lolle was eerder getrouwd 1573 met Elisabeth Antoniusdr Delvaille.

 

2 Aesge van Heringa, overleden na 1581

 

 

VIII-f Homme van Camstra, overleden 9 feb 1579 *, begraven Deinum ,grafschrift, zoon van Foppe van Camstra (VII-d) en Tieth Ruurdsdr van Feytsma.

 

Op 18-5-1569 wordt Homme van Campstra van Wirdum bij verstek verbannen en zijn goederen geconfisqueerd omdat hij de kant van de Prins van Oranje had gekozen.

Hij trouwde in 1574 met dispensatie van paus Gregorius XIII en woonde met zijn vrouw op Sierdsmastate te Deinum.

PI 1578: Homme aangeslagen te Deinum.

Zijn nalatenschap werd op 20-11-1579 geïnventariseerd (T326-1208).

Zijn naam op een zerk te Deinum,samen met zijn neef Ofcke van Feytsma (de Vrije Fries XXIII).

T327-1116/1117:brieven van Homme aan zijn moeder Tietke (1573).

Zie ook T327-1119/1120 en 1123/1127;T326-1209;GJB 1964-22;Grafschriften IV-58.

 

Homme is getrouwd 1574 met  Sjouck Scheltesdr van Liauckema, geboren Sexbierum 23 dec 1550, overleden 16 apr 1599 *, begraven Deinum ,grafschrift, dochter van Schelte van Liauckema en Jel van Dekema.

 

T326-1208:inventaris van nagelaten goederen van Homme,opgemaakt voor weduwe Sjouck en hun zoon Tjalling (1579).

T327-1121:brief van Sicke van Liauckema aan zijn zuster Sjouck,weduwe van Homme (1582).

T327-1128:verantwoording van beheer over de goederen van haar zoon Tjalling door Sjouck over de jaren 1583/1590.

T326-1213:legaat van haar aan de armen van Franeker (1599).

Zie ook GJB 1964-24.

 

Sjouck was later gehuwd met Ofcke Hessels van Feytsma, overleden 11 feb 1613 *, begraven Deinum ,grafschrift, zoon van Hessel Ruurds van Feytsma en Luts van Mellema, ,ook Louise.

 

Uit het huwelijk van Homme en Sjouck:

 

           1   Tjalling van Camstra, geboren 1576, volgt onder IX-b.

 

 

   IX-a Binnert van Heringa, overleden 9 sep 1583, zoon van Binnert van Heringa (VIII-d) en Deytzen van Elinga.

 

Hij woonde te Hijum.

HvF 16703-74 d.d.1588: Binnert Heringa in leven gehuwd met Fokel Roorda, weduwe met minderjarige kinderen.

 

Binnert was gehuwd met  Foockel van Roorda, overleden 14 okt 1590, dochter van Ruurd van Roorda en Doutzen Hansdr van Sassinga.

 

HvF 16703-106 d.d.1588: Fokel Roorda als weduwe Binnert Heringa

HvF 16703-301 d.d.1589:Foockel Roorda als weduwe Bennert Heringa.

HvF 16704-119 d.d.20-7-1590: Fokel Roorda, weduwe Binnert Heringa, als eigenares van Eelingha.

Inventarisatie te Leeuwarden d.d.21-10-1590 na haar overlijden.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Rixt van Heringa, geboren 1580, overleden 4 dec 1654.

 

T347-960:Rixt van Heringa,weduwe Andries Waltinga (11-11-1652).

Zij was de laatste van de Heringa's en testeerde als weduwe op 11-11-1652 te Herbayum (EEE I-251 en T323-02,25).

 

Rixt is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 28 apr 1604 en getrouwd aldaar 20 mei 1604 (1) met Frans van Cammingha, overleden 4 jan 1610 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, zoon van Sybrant van Cammingha en Catharina Fransdr van Donia.

 

In 1604 genoemd als hopman (kapitein).

Hij en later zijn weduwe Rixt woonden in het Camminghahuis in de Grote Kerkstraat.

Het huwelijk was kinderloos.

 

Rixt was gehuwd (2) met Tjalling van Botnia, overleden 15 mrt 1614 *, begraven Franeker, zoon van Jarich van Botnia en Luts Jeppesdr van Stania.

 

In 1580 met zijn vader in ballingschap buiten Friesland (C.E.).

Hij woonde in 1599 te Weidum,waar zijn vrouw bezit had.

Hij testeerde met zijn vrouw te Weidum in 1608 (DDD1-212).

Hij testeerde ook op 14-3-1614 (T323-25).

Zie verder GJB 1998-139.

 

Tjalling was weduwnaar van Foockel van Botnia, ,ook Florentia, overleden 5 jan 1609 *, begraven Weidum 11 jan 1609, dochter van Juw van Botnia, ook Julius en Mary van Dekema.

 

Rixt was gehuwd (3) met Andries Hobbes van Waltinga, geboren 1593, overleden 8 mrt 1652 ,59 jaar, zoon van Hobbe van Waltinga en Jel Douwesdr van Bootsma.

 

Hij woonde op Sickemastate te Herbayum,had geen kinderen en was de laatste man uit het geslacht Waltinga.

Hij testeerde op 31-1-1651 (T323-02,25) en benoemde Douwe van Walta als erfgenaam van Sickemastate.Zie GJB 1998-103.

 

 

           2   Binnert van Heringa, ook Bernard, geboren ± 1583, overleden 10 jan 1638 ,54 jaar.

 

Hij was niet getrouwd en met hem sterft het geslacht Heringa uit in de mannelijke lijn.

Hij vraagt in 1636 voogdij aan voor de kinderen van zijn nicht Foockel van Roorda (HvF 16792,acte 436).

 

 

           3   Deytzen van Heringa, overleden 29 aug 1636.

 

Deytzen was gehuwd in Menaldumadeel 7 okt 1599 met haar neef Ruurd van Roorda, overleden 3 feb 1636, zoon van Hans van Roorda en Rixt van Gerbranda.

 

HvF d.d.27-1-1626:Ruurd van Roorda c.s.contra His van Roorda.

T323-01/384:stukken over de periode 1600/1655 betreffende Ruurd,zijn vrouw Deytzen en hun dochter Tietke.

 

 

 

   IX-b Tjalling van Camstra, geboren 1576, overleden 23 dec 1614 , begraven Sexbierum, grafschrift, zoon van Homme van Camstra (VIII-f) en Sjouck Scheltesdr van Liauckema.

 

In 1587 kopen de broers Offke en Jelger van Feytsma als voormonden over de jonge Tziallinck van Campstra 2pm nieuwland bij de molen te Wirdum (GJB 2011-182).

Portretten van hem en zijn vrouw zijn uit 1599.

Hij woonde op Liauckamastate te Sexbierum.

Het graf van hem en van zijn vrouw te Sexbierum volgens een tekening in het Friesch Museum.

T323-2754: de 16 kwartiernamen op het graf te Sexbierum waren : Camstra-Tjaerda, Eysinga-Bolta, Feytsma-Heerma, Eminga-Unia, Liauckema-Harinxma, Minnema-Feytsma, Decama-Hottinga en Camstra-Aylva.

Zijn betovergrootouders zijn: Feycke van Camstra x Syts van Tjaerda, Tjalling van Bolta x Hack van Eysinga, Hessel van Feytsma x His van Herema, Sjuck van Eminga x Ynts van Sierdsma, Schelte van Liauckema x Luts van Harinxma, Frans van Minnema x Luts van Feytsma, Juw van Dekema x Catryn van Hottinga en Rienck van Camstra x Gerlant van Hoxwier.

De wapens van Tjalling en Tjemck staan op de klok van Deinum uit 1617 (zie GJB 1994-149 en Grafschriften IV-61,62 en Walle [1001]).

Ook op de kerkklok van Pietersbierum uit 1614 wordt zijn naam vermeld.

Hij voerde diverse processen voor het Hof van Friesland.

Zijn naam en die van zijn vrouw op een zerk te Sexbierum (de Vrije Fries XXIII) en op een muursteen te Leeuwarden Turfmarkt/Koningstraat (nu in Fries Museum, med. De Walle).

Alg.Ned.Familieblad d.d.3-11-1883 blz.3:1614 te Sexbierum Heer Tzallingh van Camstra en vrouwe Tzemck van Aebinga zijn wijff.

Het Dootboeck (GEN 742) heeft als sterfdatum 21-9-1615, maar dat is niet juist.

Zie verder nog T326-1214/1215 en T327-1129/1153.

 

Tjalling is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 30 apr 1596 ,voor het gerecht, met  Tjemck van Aebinga, overleden na 1635, begraven Sexbierum, sterfdatum op zerk niet leesbaar, dochter van Goffe van Aebinga en Bjuck van Cammingha.

 

T342-05,nr.38:op 25-5-1615 uitgenodigd als weduwe Camstra te Sexbierum voor de begrafenis van Isck van Feytsma.

BAR-84-41:Tiamck van Aebinga,weduwe Camstra te Franeker,koopt,3e pr.6-6-1621.

Zie ook T326-1219/1220 (1618 en 1620) en T327-1149/1151 waar zij als weduwe wordt genoemd in 1622,1630 en 1635 en zie Grafschriften IV-67.

T323-2754: de 16 kwartiernamen op het graf te Sexbierum waren: Ebinga-Heemstra, Douma-Walta, Offenhusen-Roorda, Gratiga-Bonga, Cammingha-Unia, Minnema-Hommema, Aylva-Beyma en Minnoltsma-Aylva.

Haar betovergrootouders zijn: Douwe van Aebinga x Rieme N., N.van Gratinga x N.N., Douwe van Offenhusen x Tryn van Glins, Jorryt Jantiema x Jantien Popckema, Rienck van Eminga x Sjouck van Cammingha, Frans van Minnema x Rints van Hommema, Juw van Aylva x Syts van Oedtsma en Sape van Minnoltsma x Teth van Mellema.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Tjalling van Camstra, overleden voor 1662.

 

T327-1154:koopbrief van een graf in de kerk van Sexbierum door Tjalling,Homme en Goffe (1638).

Geschil tussen George van Liauckema en de 3 broers over graven in de kerk van Sexbierum (processtukken HvF,1641).

Hij koopt in de jaren 1653/1654 veel land o.a.te Tirns en Ferwerd.

T327-1159:scheiding/deling tussen de erfgenamen van Tjalling in 1662.

Zie ook T327-1155/1161.

 

 

           2   Homme van Camstra, afkomstig uit Minnertsga, volgt onder X-a.

 

           3   Goffe van Camstra, ,ook Tjalling Goffe,, volgt onder X-b.

 

           4   Sjouck van Camstra, ,5 à 6 jaar oud.

 

 

    X-a Homme van Camstra, afkomstig uit Minnertsga, overleden 7 mrt 1652, begraven Menaldum ,grafschrift, zoon van Tjalling van Camstra (IX-b) en Tjemck van Aebinga.

 

Hij woonde op Orxmastate te Menaldum.

Zie Grafschriften IV-126.

Hij kocht in 1630 land te Jelsum en had in 1639 bezit te Dronrijp en Winsum.

Hij testeerde in 1651 (T327-1172).

Zie ook T327-1162/1171.

 

Homme is getrouwd 1627 ,7-11-1627 3e pr.gerecht Barradeel met  Edwert Ruurdsdr van Juckema, ,ook Eduarda, geboren 30 jun 1609, overleden 24 mei 1654, begraven Menaldum ,grafschrift, dochter van Ruurd Werps van Juckema en Barbara van Dekema.

 

In 1627 uit Rinsumageest.

T327-1173:scheiding/deling van een zate te Jellum tussen haar als weduwe van Homme en anderen (1653).

T327-1174:acte scheiding/deling van door haar nagelaten goederen tussen haar zuster Barbara en haar kinderen Tjalling en Barbara (echtgenote Bonne van Donia).

Zie Grafschriften IV-126.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Tjalling van Camstra, geboren Menaldum 20 okt 1628 ,volgens T327-1167, volgt onder XI-a.

 

           2   Barbara van Camstra, afkomstig uit Makkum in 1668, geboren 9 mrt 1634, overleden 30 nov 1696 ,in het 63e jaar, begraven Roordahuizum ,grafschrift.

 

T327-1174: Barbara,vrouw van Bonne van Donia,maakt scheiding/deling met haar broer Tjalling van Camstra betreffende de goederen van wijlen hun ouders Homme van Camstra en Edwert van Juckema.(1660).

Zij testeerde 14-8-1696 te Leeuwarden als vrouw van Jarich van Ockinga (HvF 9005  d.d.20-12-1708).

 

 

Barbara is getrouwd 1660  (1) met Bonne Harinxma van Donia, gedoopt Beetgum 4 jan 1624, overleden Makkum 30 apr 1665, begraven aldaar ,grafschrift, zoon van Keimpe Syds van Donia en Ebel Bonnesdr van Haytsma, ,ook Ybel.

 

Hij testeerde in 1662 te Makkum (EEE 3-101 en T327-1310).

Zie voor hem en Barbara ook T327-1174.

Op 10-6-1652 legde hij de eerste steen van de kerk te Makkum (grafschriften,H.de Walle).

 

Barbara is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 28 mrt 1668 ,bij het gerecht en getrouwd Makkum 5 apr 1668  (2) met Jarich van Ockinga, gedoopt Leeuwarden 18 feb 1644, overleden aldaar 7 nov 1714, begraven Roordahuizum ,grafschrift, zoon van Here van Ockinga en Magdalena van Burmania.

 

Raadsheer bij het Hof van Friesland 1666-1714.

Daarvoor was hij kapitein infanterie en hij droeg dat in 1666 over aan zijn broer Sybrant.

In 1664 curator over de wezen van Tjalling van Camstra en Lucia van Aebinga te Menaldum.

Hij testeerde op 19-1-1708 en benoemde zijn neef Tjalling Willem van Camstra als erfgenaam.

Met hem stierf het geslacht Ockinga uit in de mannelijke lijn.

Zie ook GJB 1986-78.

 

Jarich is later in ondertrouw gegaan Leeuwarden 30 mrt 1700 ,gerecht en getrouwd Hempens 7 apr 1700 met Ida Maria Ulbesdr van Sixma, afkomstig uit Minnertsga in 1700, geboren 1661, overleden 26 aug 1705 ,in het 45e jaar, begraven Roordahuizum ,grafschrift, dochter van Ulbe van Sixma en Alegonda van Unia.

 

           3   Barbara van Camstra.

 

Jong overleden.

 

 

 

     X-b Goffe van Camstra, ,ook Tjalling Goffe,, overleden 27 jul 1663, begraven Minnertsga ,grafschrift, zoon van Tjalling van Camstra (IX-b) en Tjemck van Aebinga.

 

Als Godfridus Camstra op 29-6-1623 student te Leiden.

In 1640 eigenaar van o.a.stem 7 Scharnegoutum en stem 7 Roordahuizum.

Zijn naam en die van zijn vrouw op de kerkklok van Minnertsga uit 1648 en op een muursteen aldaar uit 1662 (Walle)

Hij woonde op Klein Hermana te Minnertsga,maar testeerde te Leeuwarden met zijn vrouw op 17-2-1662 (EEE-3-116/119v d.d.13-10-1665).

Op 1-10-1663 vond boedelscheiding plaats tussen zijn weduwe en de kinderen:oudste zoon Tjalling te Rinsumageest,His als weduwe van Jarich van Burmania en jongste zoon Homme te Minnertsga (EEE-3-119v/120v d.d.13-10-1665).

Zie ook T327-1176.

 

Goffe is getrouwd Dantumadeel 4 feb 1634 ,voor het gerecht met  Ael Ruurdsdr van Juckema, ,ook Alegonda, geboren 1612, overleden Minnertsga 23 aug 1703, 91 jaar, dochter van Ruurd Werps van Juckema en Maria Sydsdr van Tjaerda.

 

In het Fries museum is van haar bewaard gebleven een zilveren reliekdoosje met de wapens van de grootouders en de inscriptie Alegonde van Juckema 1628 (mededeling mw.Marlies Stoter).

Bij huwelijk in 1634 kwam zij uit Rinsumageest.

T313-33: acte uit 1664 waarbij zij als weduwe van Goffe haar onroerende goederen toedeelt aan haar kinderen Tjalling, His en Tjalling Homme.

Zij testeerde als weduwe van Goffe Tjallings op 21-9-1669 en op 7-2-1697 te Leeuwarden (EEE-6-346/349,geregistreerd 18-8-1705).

Met haar stierf het geslacht Juckema uit in 1703.

 

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Tjalling van Camstra van Tjaerda, volgt onder XI-b.

 

           2   His van Camstra, overleden Gorinchem 14 feb 1722.

His is getrouwd 1651 met Jarich van Burmania, overleden nov 1661, zoon van Idzert van Burmania en Suzanna van Schwartzenberg en Hohenlansberg.

 

T313-128:  acte uit 1694 van scheiding goederen tussen haar als weduwe en haar kinderen  Idzert, Ruurd, Jel,weduwe Paffenrode en Tjemck,echtgenote van A.Rham.

 

           3   Tjalling Homme van Camstra, ,ook Homme, volgt onder XI-c.

 

           4   Syts van Camstra, overleden v 1663.

 

Zij is jong overleden.

Er is een portret bewaard gebleven van een dochter van Goffe en Ael uit 1639 waarop een 2 jaar oud meisje staat (“De Friesche Adelaar” 1888-4).

Hierop de kwartieren Camstra-Aebinga en Juckema-Tjaerda, slaande op de grootouders van het meisje.

 

 

 

   XI-a Tjalling van Camstra, geboren Menaldum 20 okt 1628 ,volgens T327-1167, overleden Rinsumageest 28 aug 1664, begraven Menaldum, zoon van Homme van Camstra (X-a) en Edwert Ruurdsdr van Juckema, ,ook Eduarda.

 

Op 10-6-1645 wordt te Franeker onder nr.4342 als student ingeschreven Tjallingius à Camstra.

Hij bewoonde het in 1642 herbouwde Orxmastate te Menaldum,evenals zijn ouders.

T327-1174 d.d. 1660: hij maakt met zijn zuster Barbara een scheiding/deling van hun ouderlijke goederen met bemiddeling van hun ooms Tjalling van Camstra te Leeuwarden en Goffe van Camstra te Minnertsga.

T327-1183:scheiding/deling met zijn neef Tjalling van Camstra te Rinsumageest van de door hun oom Tjalling nagelaten goederen (1663).

T327-1186:procesverbaal uit 1665 van het boelgoed ten sterfhuize van Tjalling te Menaldum.

T327-1569:rekening van zwager Jarich van Ockinga voor de door Jr.Tjalling van Camstra nagelaten weeskinderen te Menaldum.

Zie ook Grafschriften IV-126 en ook T327-1177/1199.

 

Tjalling is getrouwd Hallum 13 jun 1659 ,op Aebingastate met  Lucia Helena Scheltesdr van Aebinga, afkomstig uit Hallum, geboren 2 apr 1635, overleden 6 mrt 1670, dochter van Schelte van Aebinga en Andriesa Lucia van Bronckhorst.

 

De 3e pr.van het huwelijk bij het gerecht van Menaldumadeel pas op 14-6-1659.

Zie verder GJB 1958-88 en GJB 1994-149.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Tjalling van Camstra, geboren ± 1660.

 

Bij de geboorte overleden.

 

 

           2   Maria Eduarda van Camstra, geboren Menaldum 22 aug 1662, overleden Leeuwarden 17 feb 1698.

 

Op 2-5-1697 attestatie van Leeuwarden naar Jellum.

Zij testeerde in 1698 te Leeuwarden (EEE-6-134 ).

 

Maria is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 24 apr 1697 ,bij het gerecht en getrouwd 2 mei 1697 ,ws.te Jellum met Frans Eysinga van Burmania, geboren Britsum 11 okt 1662, gedoopt aldaar 19 okt 1662, overleden Engelum 23 sep 1717, zoon van Gemme Laes van Burmania en Foeck van Eysinga.

 

Hij was houtvester van Friesland 1667/1717.

Een rouwbord in de kerk van Menaldum met zijn sterfdatum.

 

Frans is later getrouwd Bellingweer 4 feb 1700 met Wilhelmina Onnesdr van Tamminga, geboren Bellingweer 14 jun 1676, overleden Groningen jun 1753.

 

           3   Tjalling Homme van Camstra, geboren Leeuwarden 29 okt 1664, volgt onder XII-a.

 

           4   Andriesa van Camstra.

 

Overleden oud 14 jaar.

 

 

 

   XI-b Tjalling van Camstra van Tjaerda, overleden 21 jun 1693, zoon van Goffe van Camstra, ,ook Tjalling Goffe, (X-b) en Ael Ruurdsdr van Juckema, ,ook Alegonda.

 

Hij woonde op Tjaerdastate te Rinsumageest,maar in het doopboek van Rinsumageest is slechts éen dochter vermeld.

In de grafkelders van Tjaerdastate zijn veel kinderen van hem begraven.

Zie N.O.III-132 en ook T327-1183 en 1222/1230.

T313-32/41: Tjalling en Maria Anna.

 

Tjalling is getrouwd 1662 ,6-10-1662 3e pr.gerecht Dantumadeel met  Maria Anna Scheltesdr van Aebinga, afkomstig uit Hallum, geboren ± 1641, overleden 8 jun 1710 ,in het 69e jaar, begraven Rinsumageest ,grafschrift, dochter van Schelte van Aebinga en Andriesa Lucia van Bronckhorst.

 

Voor haar testament zie T313-48.

Zie ook  GJB 1994-149.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Tjalling Goffe van Camstra, geboren ± 1665, volgt onder XII-b.

 

           2   Schelte Franciscus van Camstra van Tjaerda, geboren Rinsumageest 13 dec 1666, overleden 13 dec 1666, begraven Rinsumageest ,grafschrift.

 

           3   Schelte Franciscus van Camstra van Tjaerda, geboren Rinsumageest 25 okt 1667, overleden 26 okt 1667, begraven Rinsumageest ,grafschrift.

 

           4   Suzanna Maria van Camstra, geboren Rinsumageest 14 jan 1670, gedoopt aldaar 16 jan 1670, overleden Leeuwarden 9 nov 1678.

 

           5   Anna Lucia van Camstra van Tjaerda, geboren Rinsumageest aug 1673, overleden 27 mrt 1674 ,31 weken oud, begraven Rinsumageest ,grafschrift.

 

           6   Anna Lucia Andriesa van Camstra, geboren Rinsumageest 1675, overleden Leeuwarden 2 aug 1745 ,70 jaar, begraven Rinsumageest 28 aug 1745 ,grafschrift.

 

Voor haar testament uit 1696 zie T313-42.

HvF d.d.1729:Tjalling Willem van Camstra contra Anna Lucia van Camstra.

 

Anna is getrouwd Goutum 29 mrt 1711 met Minne Frans van Burmania, geboren 23 jul 1687, overleden Leeuwarden 10 feb 1749 ,in het 62e jaar en 6 maanden, begraven Rinsumageest ,grafschrift, zoon van Ruurd Juckema van Burmania en Elisabeth Wegelina van Eminga.

 

Hij was in 1711 ritmeester en woonde op Tjaerdastate te Rinsumageest.

 

 

           7   Tjalling Schelte Lieuwe van Camstra van Tjaerda, geboren Rinsumageest apr 1678, overleden 7 okt 1678 ,oud een half jaar, begraven Rinsumageest ,grafschrift.

 

           8   Tjalling Schelte Leo Willem van Camstra, geboren Rinsumageest ± 1681, overleden Brussel 17 sep 1709 ,28 jaar.

 

Tjalling  testeerde op 23-10-1696 (T313-92).

Hij sneuvelde in de slag bij Malplaquet.

 

 

           9   Tjalling Ruurd Andries Lambrecht van Camstra, geboren Rinsumageest 19 mrt 1682, overleden 28 feb 1708 ,25 jaar, begraven Rinsumageest ,grafschrift.

 

Hij testeerde op 23-10-1696 en op 14-2-1708 (T313-93).

Voor het laatste testament  zie ook HvF  11819 d.d.18-2-1727 en HvF 12008 d.d.11-5-1728.

 

 

         10   Ebel van Camstra.

 

Zij is jong overleden.

 

 

         11   Maria Alegonda van Camstra, afkomstig uit Leeuwarden in 1713, begraven Groningen 12 nov 1763

 

Zie N.L. 1925-214 en T327-1253.

 

Maria is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 29 dec 1713 ,bij het gerecht en getrouwd aldaar 11 feb 1714 ,Galileërkerk met Balthasar Ernstes van Ewsum, afkomstig uit Roden in 1713, overleden Groningen nov 1763.

 

 

   XI-c Tjalling Homme van Camstra, ,ook Homme, overleden Minnertsga 16 aug 1719, zoon van Goffe van Camstra, ,ook Tjalling Goffe, (X-b) en Ael Ruurdsdr van Juckema, ,ook Alegonda.

 

Hij woonde op Klein Hermana te Minnertsga.

T327-1200:kopie wederkerig testament van Tjalling Homme en zijn vrouw Foockel van Burmania uit 1679 (ook HOF EEE-7-185 en 408).

Zie ook T327-1201/1221.

 

Tjalling is getrouwd Menaldum 1663 (1) met  Sjouck Keimpesdr van Donia, ,later Suzanna Margaretha, gedoopt Beetgum apr 1628, overleden Minnertsga 30 sep 1666, begraven aldaar ,grafschrift, dochter van Keimpe Syds van Donia en Ebel Bonnesdr van Haytsma, ,ook Ybel.

 

De derde proclamatie van het huwelijk op 28-5-1663 te Beetgum en op 7-6-1663 te Minnertsga.

Attestatie van Menaldum naar Minnertsga op 22-4-1666.

Begraven te Minnertsga met 3 van haar kinderen (grafschriften Roorda II).

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Isabella Johanna van Camstra, geboren Minnertsga 1 mei 1664, overleden aldaar 12 mei 1664.

 

           2   Tjalling Goffe van Camstra, geboren Minnertsga 5 jun 1665.

 

Hij overleed op jonge leeftijd.

 

 

Tjalling is getrouwd Britsum 18 apr 1669 ,18-4-1669 3e pr.Minnertsga (2) met  Foockel Gemmesdr van Burmania, geboren Cornjum 13 jul 1648, gedoopt aldaar 16 jul 1648, overleden Minnertsga 7 okt 1727, dochter van Gemme Laes van Burmania en Rints van Eysinga.

 

Inventarisatie te Leeuwarden in 1728,pas afgesloten 16-6-1730. Y82-18.

 

Uit dit huwelijk:

 

           3   Rienckje Alegonda van Camstra, gedoopt Minnertsga 19 feb 1671, overleden v 1674.

 

           4   Rienckje Alegonda van Camstra, ,ook Reina Allegonda, gedoopt Leeuwarden 20 mrt 1674, overleden Sexbierum 18 aug 1719.

 

Op 1-9-1700 attestatie van Leeuwarden naar Minnertsga.

Zij testeerde met haar man op 13-1-1714,GJB 1953-72,zie HOF 12177 d.d.31-5-1729 en HOF 12178 d.d.31-5-1729.

 

Rienckje is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 16 aug 1700 ,bij het gerecht en getrouwd Minnertsga 1 sep 1700 met Arent Rutgers van Haersolte.

 

Hij was grietman van Barradeel.

 

 

           5   Tjemck Helena van Camstra, gedoopt Leeuwarden 3 mei 1678, overleden 24 okt 1710.

 

           6   Sophia van Camstra.

 

 

XII-a Tjalling Homme van Camstra, geboren Leeuwarden 29 okt 1664, overleden Menaldum 9 okt 1727 ,in het 63e jaar,, begraven Roordahuizum ,grafschrift, zoon van Tjalling van Camstra (XI-a) en Lucia Helena Scheltesdr van Aebinga.

 

Grietman van Idaarderadeel vanaf 5-1-1695 tot 1727.

In 1704 bij de Gedeputeerde Staten van Friesland.

T327-1229:hij werd geboren 9 weken na vaders dood.

Zie ook T327-1231/1251.

Grafschriften IV-116/117:drie rouwkwartierborden uit Orxmastate te Menaldum van hem,van zijn vrouw en van zijn dochter Frouck Juliana hangen in het Fries museum.

Voor Tjalling:  linksboven Camstra-Liauckema en Aebinga-Cammingha;  linksonder Juckema-Roorda en Dekema-Hemmema;  rechtsboven Aebinga-Cammingha en Liauckema-Dekema; rechtsonder Bronckhorst-Bryaerde  en Espelbach-Dekema.

Het betreft zijn betovergrootouders  Tjalling van Camstra x Sjouck van Liauckema ;  Goffe van Aebinga x Bjuck van Cammingha  ; Werp van Juckema x Aelcke van Roorda ; Frans van Dekema x Gerlant van Hemmema ; Hette van Aebinga x Sjouck van Cammingha ; Schelte van Liauckema x Jel van Dekema ; Lambert van Bronckhorst x Levine de Bryaerde  ; George van Espelbach x Catharina van Dekema.

 

Tjalling is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 10 jan 1685 ,bij het gerecht en getrouwd Menaldum 25 jan 1685 met  Juliana Agatha van Aylva, geboren sep 1664, overleden 2 nov 1700, begraven Menaldum ,grafschrift, dochter van Hans Willem van Aylva en Frouck van Aylva.

 

Attestatie van Leeuwarden naar elders op 25-1-1685.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Tjalling Willem van Camstra, gedoopt Leeuwarden 6 nov 1685, overleden 7 mrt 1742 ,ruim 56 jaar,, begraven Roordahuizum ,grafschrift.

 

Grietman van Idaarderadeel vanaf 27-11-1727 tot overlijden in 1742;ook ontvanger-generaal van Friesland.

Hij trouwt in 1731 met attestatie van Leeuwarden.

Zie ook T327-1254/1336.

 

Tjalling is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 19 okt 1731 ,bij het gerecht en getrouwd Grouw 28 okt 1731 met Auck van Haersma, ,ook Aurelia, afkomstig uit Oudega, overleden Leeuwarden 12 sep 1781.

 

Attestatie van Oudega naar Grouw op 28-10-1731.

In 1782 was er inventarisatie te Leeuwarden na haar overlijden.

 

 

           2   Hans Willem van Camstra, gedoopt Leeuwarden 9 nov 1687, overleden 3 apr 1761, begraven Menaldum (grafzerk aldaar, H. de Walle)

 

Hij was eerst kolonel in het leger en werd op 7-4-1742 benoemd als grietman van Idaarderadeel en was dat tot 1761.

Hij was ook kerkvoogd te Makkum en als grietman van Idaarderadeel werd hij vermeld op de kerkklok van Makkum uit 1738.

Hij was niet getrouwd en met hem stierf het geslacht uit in de mannelijke lijn.

Zie ook T327-1337/1351.

 

 

           3   Lucia Helena van Camstra, gedoopt Leeuwarden 14 aug 1689, overleden aldaar 1689/1693.

 

           4   Ulbe van Camstra, gedoopt Leeuwarden 2 aug 1691.

 

           5   Lucia Helena van Camstra, gedoopt Leeuwarden 11 okt 1693, overleden 26 dec 1751.

 

Zie T327-1352/1353.

 

Lucia was gehuwd met Willem Aemilius van Unia, gedoopt Leeuwarden 26 jun 1692, overleden 6 nov 1754, zoon van Douwe Carel van Unia en Luts van Aylva, ,ook Lucia,.

 

Hij was grietman van Kollumerland 1730/1743.

 

Willem is eerder getrouwd Holwerd 29 okt 1713 met Lucia Juliana van Schratenbach, geboren ± 1695, overleden 3 aug 1730 ,35 jaar,.

 

           6   Frouck Juliana van Camstra, gedoopt Leeuwarden 19 jul 1695, overleden 23 mrt 1712 ,in het 17e jaar,, begraven Menaldum ,grafschrift.

 

Begraven bij haar ouders te Menaldum.

Zie grafschriften MEN (IV-117) en Roorda I .

 

 

           7   Barbara van Camstra, geboren Leeuwarden 18 feb 1697, gedoopt aldaar 19 feb 1697, overleden Rinsumageest 12 jan 1732 ,bijna 35 jaar,, begraven Oenkerk ,grafschrift.

 

Zij kwam bij huwelijk in 1730 uit Menaldum.

Zie ook Grafschriften Roorda II en T327-1355/1358.

Op een rouwbord in de kerk van Oenkerk de namen van haar 16 betovergrootouders Camstra-Aebinga, Juckema-Ockema (?), Aebinga-Liaukema, Bronchorst-Espelbagh, Aylva-Meckema, Althain-Pagh, Aylva-Aylva en Lycklema-Osinga.

Haar betovergrootouders zijn: Tjalling van Camstra x Tjemck van Aebinga, Ruurd van Juckema x Barbara van Dekema, Schelte van Aebinga x Gerlant van Liauckema, Lambert van Bronckhorst x Lucia van Espelbach, Douwe van Aulva x Luts van Meckema, d’ Althan x Pagh (?), Hobbe van Aylva x Frouck van Aylva en Ayzo van Lycklema x Jel van Osinga.

 

Barbara is getrouwd Menaldum 15 okt 1730 met Hans Willem van Aylva, overleden mei 1776, zoon van Douwe Ernst van Aylva en Tjemck van Heemstra.

 

Bij huwelijk kapitein in het leger uit Doornik.

T327-1354: acte van scheiding/deling van door Barbara nagelaten goederen tussen haar man Hans Willem en haar broers en zusters (1732).

In 1766 generaal-majoor en in 1772 luitenant-generaal.

 

 

           8   Elisabeth Helena van Camstra, gedoopt Menaldum 18 mei 1699, overleden Namen 1 jul 1752 ,op het kasteel aldaar.

Elisabeth is getrouwd Rinsumageest 14 aug 1729 ,3e pr.Menaldum 14-8-1729 met Jan Sicco van Schwartzenberg en Hohenlansberg, gedoopt Leeuwarden 19 nov 1693, overleden Rinsumageest 6 nov 1757, zoon van Wilco van Schwartzenberg en Hohenlansberg en Fedt Sophia van Goslinga.

 

Bij huwelijk kolonel en afkomstig  uit Rinsumageest.

Luitenant-generaal en gouverneur van Namen.

 

 

 

  XII-b Tjalling Goffe van Camstra, geboren ± 1665, overleden 6 jun 1725 ,59 jaar, zoon van Tjalling van Camstra van Tjaerda (XI-b) en Maria Anna Scheltesdr van Aebinga.

 

Hij was ritmeester en wordt ook genoemd als Tjalling Gosse.

Inventarisatie te Leeuwarden d.d.7-11-1725 (alleen waardepapieren) Y81-179.

Zie ook T327-1252.

 

Tjalling is getrouwd nov 1696 met  Ida Lucia van Sissingh.

 

Uit dit huwelijk:

 

1         Maria Constantia van Camstra, gedoopt Leeuwarden 7 sep 1699 ,R.K., overleden Aerdt 11 mei 1731.

 

T313-95:haar testament uit 1725.

 

Maria is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 6 mrt 1725 ,voor het gerecht en getrouwd aldaar 6 mrt 1725 ,voor het gerecht, getrouwd aldaar 6 feb 1725 ,R.K,statie Koornmarkt met Alexander Walraad Diederik van Hugenpoth, geboren Dortmund 8 feb 1695, overleden Aerdt 1780.