Genealogie van de adellijke geslachten van Cammingha

 

                                                             

 

                        Voor bronnen en afkortingen zie pagina 6 van de site.

                        Eveneens voor het voorbehoud bij sommige personen en filiaties.

 

 

 

 

     A-I Gerrolt van Cammingha, afkomstig uit Ferwerd, overleden 1401/1424.

 

Hij wordt ook vermeld als Gerrard of Gerrit en was afkomstig van Camminghastate bij Ferwerd.

Aanhanger van Albrecht van Beieren in 1398 en door deze tot baljuw benoemd van Zuidelijk Oostergo.

Vermeld in 1399 als heer van Leeuwarden op Camminghaburg,verkregen door zijn vrouw Hack.

Camminghaburg werd toen door de Schieringers onder Dekema,Hania en Botnia ingenomen en hij moest vluchten naar Holland en bleef daar tot 1401 in ballingschap.

Genoemd met Botte van Helbada in OFO I-27 d.d.2-2-1418.

Hij wordt later genoemd in het testament van zoon Peter.

Zie voor hem en zijn nageslacht Leeuwarder Historische Reeks VI-74.

 

Gerrolt was gehuwd (1) met  Hack van Cammingha, afkomstig uit Leeuwarden, overleden v 1424, dochter van Syds van Cammingha en N.N..

 

Zie Leeuwarder Historische Reeks VI-74.

Zij was de bezitster van Camminghaburg bij Leeuwarden.

Uit haar huwelijk 2 zoons, die vroeg en kinderloos overleden, en ook 2 dochters.

In 1424 is sprake van de erfenis van Gerrolt en Hack en is hun enig overgebleven kind,dochter Wick, hun erfgenaam.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Wick van Cammingha, volgt onder A-II-a.

 

 

Gerrolt was gehuwd (2) met  Tjemck Ndr.

 

Was zij een dochter van Botte van Helbada ?

 

Uit dit huwelijk:

 

           2   Peter van Cammingha, volgt onder A-II-b.

 

 

A-II-a Wick van Cammingha, overleden n 1424, dochter van Gerrolt van Cammingha (A-I) en Hack van Cammingha.

 

Zij zou Camminghaburg hebben verkregen na de dood van haar moeder en haar broers omdat haar vader was hertrouwd.

Haar halfbroer Peter zou het haar met geweld hebben ontnomem.Zie ook OFO I-52 d.d.8-3-1431.

Zij wordt genoemd in het testament van Peter uit 1440 (F.T.11).

Over haar eigen testament wordt gesproken in GPCV d.d.24-7-1445.

 

Wick was gehuwd met  Taecke van Cammingha, afkomstig uit Ferwerd, overleden 1422/1431.

 

Hij zou genoemd zijn te Ferwerd in 1422 op Camminghastate aldaar;hij sloot toen als Vetkoper samen met zijn zwager Peter een verbond met de Schieringers.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Syds van Cammingha, volgt onder A-III-a.

 

           2   Gerrolt van Cammingha, volgt onder A-III-b.

 

           3   Ernst van Cammingha.

 

Hij overleed zonder kinderen.

 

 

           4   Tjemck van Cammingha.

 

Tjemck was gehuwd met Bonne van Bonninga,  waarschijnlijk zoon van Louw Broers van Bonninga en N. Hillesdr.

 

Bonne wordt genoemd bij de mannen die Schelte Roorda in 1453 uit de kerk van Harlingen halen en op het kerkhof  vermoorden (GJB 2011-242).

Tjemck als vrouw van Bonne postuum vermeld in 1500 (OFO IV-112, regel187).

 

 

 

A-III-a             Syds van Cammingha, zoon van Taecke van Cammingha en Wick van Cammingha (A-II-a).

 

Zijn zonen bij een onbekende vrouw:

 

           1   Hidde van Cammingha, overleden n 4 nov 1502.

 

Pastoor te Leeuwarden (Nijehove),Dokkum en Anjum.

Hij wordt genoemd rond 1470 in GsvD-110.

Uit een contract d.d 1480 blijkt dat hij een broer Taco had en uit een contract d.d.1490 blijkt dat Wick zijn grootmoeder was.

OFO I-379 d.d.24-4-1490:genoemd met Sascker van Heringa.

OFO IV-131 d.d.4-11-1502:genoemd als priester te Dokkum.

Zie de Vrije Fries VII (1856)-362/378:hij was 1483/1484 ook pastoor van Nijehove (Leeuwarden) en heeft daar omstreeks 1485 een boek over oude Friese wetten laten drukken in een klooster.

 

 

           2   Taecke van Cammingha,  overleden na 1504 ?

 

In 1480 genoemd als broer van Hidde.

Op 9-7-1504 ondertekent een Take Kamminga de reversaalbrief (nr.78 en  nr.162)

Een Tako Camminga wordt op 5-1-1505 vermeld op de lijst van Friese edelen uit diverse grietenijen. (zie ook bij zijn neef Taecke A-III-b-1)

Taecke is kinderloos overleden (SFA).

 

 

           3   Ernst van Cammingha.

 

Ernst is kinderloos overleden (SFA).

 

 

 

A-III-b             Gerrolt van Cammingha, overleden na 1472, zoon van Taecke van Cammingha en Wick van Cammingha (A-II-a).

 

Ook vermeld als Gerbeth of Gerbrand.

Genoemd met Peter Cammingha als voogden in OFO II-214 d.d.1439.

Hij wordt in 1454 genoemd in een ruilcontract met Gabbe Holdinga en dan blijkt dat hij 3 zoons had n.l.Taco,Kempo en Sjuck.

OFO I-210 d.d.24-1-1470: Gerrit Cammingha is betrokken bij wisselkoop van landen op het Leeuwarder Nieuwland.

In 1473 in het bezit van Doeckemastate,dat is Dokemahuis op Bilgaard (zie Eekhoff,Leeuwarden II-403).

 

Gerrolt was gehuwd met 1)  Lolck Ndr.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Taecke van Cammingha, overleden na 1504 ?.

 

Op 9-7-1504 ondertekent een Take Kamminga de reversaalbrief (nr.78 en nr.162).

Een Tako Camminga wordt op 5-1-1505 vermeld op de lijst van Friese edelen uit diverse grietenijen.(zie ook bij zijn neef Taecke A-III-a-2)

 

 

           2   Keimpe van Cammingha, volgt onder A-IV-a.

 

           3   Sjuck van Cammingha, volgt onder A-IV-b.

 

 

 

Gerrolt was gehuwd met 2) Woble Ndr, overleden voor 1467.

 

Uit dit huwelijk:

 

4 Hack van Cammingha, overleden n 1467.

 

Met haar vader genoemd in OFO I-187 d.d.18-2-1467:

Garret Kammynga kwiteert de stad Leeuwarden voor het ontvangen van het derde deel van het doodgeld voor Ema en dat namens zijn dochter Hack ,geboren uit “sillige Woble, zilliga Ema broeder” ( Ema, de broer van Woble, was vermoord ). Garret Kammynga zegelt met een dubbele adelaar.

OFO I-163 d.d.22-1-1461: Ema, de broer van Haebel  was vermoord en  Haebel met haar zoon Eecko te Sneek,verkreeg als compensatie een derde deel van het doodgeld van de stad Leeuwarden.

Deze kwitantie voor ontvangst werd gezegeld door Bocke Harinxma

 

 

 

A-IV-a             Keimpe van Cammingha, zoon van Gerrolt van Cammingha (A-III-b) en Lolck Ndr.

 

Keimpe was gehuwd met  Jetske Sjoerdsdr van Popma, afkomstig uit Terschelling, dochter van Sjoerd van Popma, van Terschelling en Ebel van Sjaerda.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Rixt van Cammingha.

 

           2   Auck van Cammingha.

 

 

A-IV-b Sjuck van Cammingha, overleden n 1514, zoon van Gerrolt van Cammingha (A-III-b) en Lolck Ndr.

 

OFO I-310 d.d.4-7-1481:hij wordt genoemd te Grouw.

OFO IV-70:in 1487 genoemd onder 84 in het register van Leeuwarden.

In 1494 verkoopt hij land als bewoner van het Dokemahuis op Bilgaard bij Leeuwarden (zie OFO I-407 d.d.16-5-1494).

In 1506 bedankte hij de regering dat zijn zoon Petrus voor misdaden genade had gekregen (de Vrije Fries XIII-91/96).

Bij RvA 1511 met bezit te Bilgaard,Huizum,Bergum en Marrum (daar samen met Pieter Hayes Cammingha).

Vermeld met zijn vrouw in Grafschriften IV-76.

 

Sjuck was gehuwd met  Bauck van Mockema, dochter van waarschijnlijk Juw van Mockema.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Peter van Cammingha, volgt onder A-V.

 

           2   Tjemck Sjucksdr van Cammingha, overleden 1524.

 

Zij testeerde in 1524.Zie GJB 1994-152.

 

Tjemck was gehuwd met Adzert van Aebinga, overleden 1547/1549, zoon van Anlof van Aebinga, ,ook Andlef en Saepck Ndr, ,Scheltema ?.

 

Bij R.v.A.1511 en 1540 met bezit te Blija en Ferwerd (ook als Adzert Abbema).

T327-1782:acte van scheiding van het ouderlijk goed met zijn broer Lieuwe,waarbij bepaald wordt dat Aebingastate te Blija gemeenschappelijk goed blijft (1523).

Hij testeerde op Aebingastate te Blija op 5-1-1524 (F.T.105 en T327-1783).Uit dit testament blijkt dat zijn eerste dochter Tjemck dan al overleden is,maar er is wel een dochter Anna.Zij is ws.een onwettige dochter want zij krijgt slechts een legaat.

HvF 16481-582 d.d.20-12-1536:Als voormond over de kinderen van broer Lieuwe contra Frans Humalda en Worp Ropta voor zijn vrouw.

T327-1784:uitspraak in het geschil van Adzert en zijn stiefzoons Johannes en Worp contra Kempe Wynia als voogd over de kinderen van zijn stiefdochter Frau en Sjuck Wynia (1547).

T327-1785:verkoop aan zijn stiefzoon Johannes Renskema (1548).

T327-1786:schenking aan zijn stiefzoons Worp en Johannes Renskema (1548).

Zie verder GJB 1994-152,153.

Adzert was later gehuwd met Wyts van Ydsma, overleden n 1544, dochter van Werp van Ydsma en Saepck Ndr.

 

 

    A-V  Peter van Cammingha, overleden Bilgaard 5 mei 1544 *, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk ,grafschrift, zoon van Sjuck van Cammingha (A-IV-b) en Bauck van Mockema.

 

Petrus Suffridus Cammingha is in 1514 student te Bologna en in 1515 te Ferrara.

In 1515 bij de heerschappen, die Karel V huldigen, als Peter Camminga (Thabor) en als Pieter Cammingha (Winsemius).

 

Bekend als Dr.Petrus Cammingha,die een genealogie maakte van het geslacht Cammingha.

Hij woonde op Dokemahuis in Bilgaard.

HOF 7488 (1516-1542):crim.sent.d.d.27-3-1527:Dr.Petrus van Cammingha krijgt een boete van 800 gulden wegens smaad en laster van het landsbestuur.Zie ook de Vrije Fries XIII (1877)-91/96.

 

Peter was gehuwd met  Eelck van Aebinga, afkomstig uit Blija, overleden te Bilgaard 5 feb 1548 *, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk ,grafschrift, dochter van Anlof van Aebinga en N.N.

 

Misschien was haar moeder Saepck van Scheltema (zie bij Aebinga).

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Bauck Pietersdr van Cammingha, geboren ± 1540, overleden 15 jun 1570 ,ongeveer 30 jaar,GEN 742.

 

Zij was de oudste dochter.

 

 

           2   Sjuck Pieters van Cammingha, overleden 1581.

 

Huwelijksvoorwaarden 4-3-1551 waarbij aan Sjuck wordt toegekend Doeckemastate onder Leeuwarden (Eekhoff II-403 over Leeuwarden).

T326-1204:testament van Sjuck en zijn vrouw Hack uit 1559.

Met hem stierf deze tak van de Cammingha's uit.

 

Sjuck is getrouwd 1551 (1) met Hack van Camstra, overleden 1561, dochter van Homme van Camstra en Eelck van Eysinga, ,ook Isck.

 

T327-1106:zij verkocht land te Wirdum aan haar broer Foppe van Camstra.

T326-1204:overeenkomst uit 1559 met haar broers Tjalling en Foppe en haar zuster Anna.

T326-1205:scheiding van de nalatenschap van Hack in 1561.

 

Sjuck was gehuwd (2) met Popck van Heemstra, dochter van Feye van Heemstra en Ebel van Hemmema.

Sjuck was gehuwd (3) met Riem Galesdr van Galama, geboren 1535, overleden 15 sep 1625 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, dochter van Gale van Galama en Foeck van Hoxwier.

Zij testeerde in 1625 (DDD1-303).

Riem is later getrouwd 7 jan 1586 ,of op 17-1-1586 met Frans van Eysinga, geboren ± 1530, overleden 16 mei 1603 *, begraven Wirdum, zoon van Aede van Eysinga en Tieth Ritsckesdr van Juckema.

 

           3   Wick Pietersdr van Cammingha, overleden 21 jul 1598 *, begraven Dronrijp 26 jul 1598 ,grafschrift.

 

PI 1578: Wick van Ockinga aangeslagen te Dronrijp.

Zie Grafschriften IV-75.

T342-05,nr.38:haar begrafenis in 1598.

 

Wick was gehuwd (1) met Watze van Ockinga, overleden 31 dec 1575 *, begraven Dronrijp ,grafschrift, zoon van Lolle Heres van Ockinga en Ael van Hermana.

 

Hij woonde met zijn vrouw op Fetsestate te Dronrijp.

Grietman van Menaldumadeel 1540-1541 (OFO IV-268 d.d.19-5-1541).

Raadsheer bij het Hof van Friesland 1541-1574.

Zie ook Grafschriften IV-75.

Watze was weduwnaar van Elisabeth Costers, afkomstig uit Brussel.

 

Wick was waarschijnlijk gehuwd (2) met Aede van Eysinga, zoon van Ritscke van Eysinga en Mary Sydsdr van Tjaerda.

 

           4   Saepck Pietersdr van Cammingha, overleden sep 1607.

 

Zij woonde in 1598 als weduwe op Frittemastate te Dongjum.

 

Saepck was gehuwd met Reinier van Frittema, overleden 1591/1598, zoon van Ivo van Frittema en Tjaerteke van Donia.

 

Hij werd op 17-11-1567 aangesteld als grietman van Westdongeradeel en als zodanig in 1570 ontvoerd door Watergeuzen (GsvD-139).

Hij was Spaansgezind en werd in oktober 1572 grietman van Wonseradeel.

In 1580 met zijn gezin in ballingschap (C.E.).

Voor de testamenten van Reinier en Saepck uit 1591 en 1598 zie T313-85.

 

 

 

A-II-b Peter van Cammingha, overleden 1440 ,na 8-5-1440, zoon van Gerrolt van Cammingha (A-I) en Tjemck Ndr.

 

OFO IV-2 d.d.29-8-1405:Roomskoning Maximiliaan bevestigt Peter het eigen recht op Ameland.Zie ook OFO II-8 d.d.29-8-1405 over het verlenen van dit eigen recht aan Ameland door Oostergo en Westergo.

In 1422 genoemd met zijn zwager Taecke als zij als Vetkopers een verbond sluiten met de Schieringers.

OFO I-52 d.d.8-3-1431:hij maakt een beschikking voor Camminghaburg als hij zonder kinderen/kleinkinderen zou sterven.Dan zou zijn zuster Wick erven.

Hij behoorde tot de Vetkopers en was 1435/1437 grietman van Leeuwarderadeel (zie OFO I-73 d.d.3-10-1437).

Hij was bezitter van de stins Camminghaburg bij Leeuwarden en was daarom in 1435 tegen de vereniging van Hoek met Leeuwarden (zie OFO II-21 d.d.21-1-1435).

OFO II-214 d.d.1439:als voogd betrokken bij boedelscheiding.

Hij wordt ook genoemd in GPCV d.d.21-1-1435 en 29-9-1437.

Peter Kammengha van Ameland testeerde ziek van lichaam op 8-5-1440 te Leeuwarden (zie F.T.11 en OFO II-215).

In dit testament wordt zijn vrouw driemaal vermeld als Zyce of Zyca en ook zijn 4 kinderen worden met namen genoemd.Zijn stiefzoon Rienck Camstra zegelt ook.

Camminghaburg liet hij na aan zijn zoon Sicke.

 

Peter was gehuwd met  Site Lousma, ,ook Syts, overleden n 18 apr 1451, begraven Leeuwarden.

 

Zij testeerde als Site Kammingha op 18-4-1451 (zie F.T.nr.14 en OFO IV-12).De naam van haar moeder was Frouke.

Bij het testeren leven nog 3 van de 4 kinderen uit haar tweede huwelijk;zoon Sjuck wordt niet meer genoemd.

Wel is mede-erfgenaam zoon Rienck uit haar eerste huwelijk met Pieter Camstra.

Haar graf was in het Galileërklooster,later in de Galileërkerk te Leeuwarden (zie Grafschriften III).

Site was weduwe van Pieter Wigles van Camstra, overleden v 1435, zoon van Wigle van Camstra.

 

Uit het huwelijk van Peter en Site:

 

           1   Sicke van Cammingha, volgt onder A-III-c.

 

           2   Tjemck van Cammingha, overleden n 6 sep 1479, begraven Goutum (?) ,opschrift.

 

Zij en haar zuster worden genoemd in het testament van hun tantezegger Graets.

OFO IV-53 d.d.6-9-1479:er is een geschil met haar over het testament van Graets.

Zie ook grafschriften Roorda IV-31,128.

 

Tjemck was gehuwd met Minne van Eminga, afkomstig uit Stiens, overleden aldaar 5 apr 1467, begraven Goutum (?) ,opschrift, zoon van Sjuck van Eminga en Frouck van Wiarda.

 

Met zijn vrouw vermeld in een oorkonde uit 1462.

Hij woonde op Emingastate te Stiens.

Volgens het stamboek F.A. had hij maar één zoon Ids en zouden zijn andere kinderen kleinkinderen zijn.Dit is niet aannemelijk gelet op de namen van de kinderen en zijn kleinkinderen (3x Tjemck).Volgens andere genealogieën was Ids niet de vader maar de broer van Sjuck en zou het opschrift te Goutum niet deugen.

Zie ook grafschriften Roorda IV-31,128.

 

 

           3   Saeck van Cammingha, overleden v 1472.

 

Voor de huwelijksvoorwaarden zie OFO I-129 d.d.22-1-1452.

 

Saeck is getrouwd 1452 met Watze van Harinxma, overleden n 11 nov 1472, zoon van Bocke van Harinxma en Galtje Watzes van Dekema, ,ook Gautje of Gatske.

 

Hij testeerde op 11-11-1472 (F.T. 28 en OFO I-232).Hij woonde eerst in Sloten (in 1458) en later in Sneek.

Volgens zijn testament had hij dochters Syts (non),Hilke,Wybrich en een dochter Katherine "deer Ebel moeder toe is " (Ebel als moeder-verzorgster ?)

 

 

           4   Sjuck van Cammingha, overleden v 1451.

 

Over hem is niets bekend.

Misschien is hij wel de Sjuck Dokema,de vader van Doedt Dokema,die dan trouwde met haar oom Sicke van Cammingha.

 

 

 

A-III-c             Sicke van Cammingha, overleden voor 1458, begraven Leeuwarden, zoon van Peter van Cammingha (A-II-b) en Site Lousma, ,ook Syts.

 

Hij was bezitter van de stins Camminghaburg.

Hij wordt genoemd in OFO-I-126 d.d.11-8-1451 als zoenlieden een geschil beslechten tussen Sicke Cammingha c.s. en Keimpe Unia c.s.

Ook genoemd in OFO-I-129 d.d.22-1-1452 als de huwelijksvoorwaarden worden vastgesteld voor het huwelijk van Watze Bockes Harinxma en zijn zuster Saeck.

Met zijn zoons sterft deze tak uit in de mannelijke lijn.

Hij werd begraven in het Galileërklooster (Oldegalileën),maar later werd de zerk overgebracht naar de nieuwe Galileërkerk in Leeuwarden.

Zie Grafschriften III (Leeuwarden,Galileërkerk).

 

Sicke was gehuwd met  Doedt Sjucksdr van Dokema, overleden Leeuwarden 1500, begraven aldaar, dochter van Sjuck van Dokema en Sjouck van Juwsma.

 

Zij testeert op 22-3-1499 als Doedt Dokema (F.T.57).Het testament is ook te vinden in OFO I-440.

OFO II-218 d.d.6-5-1454:Doedt,als dochter van Sjuck Dokema,getrouwd met Sicke Cammingha.

OFO II-219 d.d.14-6-1458:overeenkomst tussen Doedt Cammingha t.e.z. en Romke,Kempe en Haye Sasckerszonen t.a.z.

Zij werd vroeger vaak vermeld als Doedt van Dekema,maar dat is onjuist.

Doeckemastate,ook genoemd Dokemahuis,lag in Bilgaard onder de rook van Leeuwarden.

Zij werd begraven bij haar eerste man Sicke.

 

Doedt is later getrouwd 1458 met Haye van Jelmera, ,later Heringa en Cammingha, zie B-I.

 

Uit het huwelijk van Sicke en Doedt:

 

           1   Graets van Cammingha, overleden 1476 ,na 10-12-1476, begraven Leeuwarden,Galileërkerk ,onduidelijk grafschrift.

 

OFO I-242 d.d.25-10-1473:zij verkoopt een huis in Leeuwarden.

Zij testeerde op 10-12-1476 te Leeuwarden als Grathie Kamminga (zie F.T. 37 en OFO I-271) en liet de stins Camminghaburg na aan haar moeder Doedt;haar broers waren toen al overleden.

Zij werd begraven in het Galileërklooster (Oldegalileën);later werd haar zerk overgebracht naar de nieuwe Galileërkerk in Leeuwarden (Leeuwarder Historische Reeks VI-76).

Zie ook Grafschriften III (Leeuwarden,Galileërkerk).

 

 

Graets was gehuwd (1) met Peter Abbes Onsta, overleden v 1472.

Graets is getrouwd 1472 (2) met Epe Janckes van Douma, afkomstig uit Langweer, overleden 1473, zoon van Jancke Douwes van Douma en Eets Douwesdr van Harinxma, ook Jets.

Hij woonde te Irnsum.

 

Graets is daarnaast getrouwd 1473 (3) met Watze Abbes van Dekema, overleden 1481 *, begraven Leeuwarden,Galileërkerk ,onduidelijk grafschrift, zoon van Abbe N. en Feyck Ndr.

 

Olderman te Leeuwarden (OFO I-301 d.d.9-8-1480).

Hij noemde zich evenals zijn moeder van Dekema.In 1458 genoemd als naastligger te Huizum;in OFO I-170 d.d.21-7-1463 als koper van land,grenzend aan Abbema;in OFO I-191 d.d.13-10-1467 te Wirdum als koper van land;ook genoemd in OFO I-237 d.d.24-4-1473;in OFO I-277 d.d.30-4-1477 met Tiede Deckama te Leeuwarden;in OFO II-82 d.d.13-7-1476 bij een geschil over het slatten van een deel van de Ee.

OFO IV-52 d.d.17-8-1479:genoemd als "eem" van Juw van Dekema;"eem" zou volgens het middelnederlands woordenboek afgeleid kunnen zijn van "oheem",zoiets als uit het huis van grootvader.Zie ook OFO II-339 waar "eem" de betekenis heeft van oudoom.

OFO IV-54 d.d.12-9-1480:vermeld bij de verdeling van goederen tussen de broers Hette en Juw van Dekema.

OFO IV-82 d.d.8-2-1491:genoemd als wijlen Huizumer hoofdeling.

Zie ook GJB 1996-178.

 

Watze is eerder getrouwd 1454 met Wick Wytzesdr van Oenema, afkomstig uit Wirdum, dochter van Wytze van Oenema en waarschijnlijk N.van Sjaerda.

Watze was weduwnaar van zijn halfoomzegster Jel Bockesdr van Harinxma, overleden n 1471, dochter van Bocke van Harinxma en Galtje Watzes van Dekema, ,ook Gautje of Gatske.

 

           2   Pier van Cammingha, overleden voor 1476.

 

Genoemd in het testament van Graets.

 

 

           3   Lieuwe van Cammingha, overleden voor 1476.

 

Genoemd in het testament van Graets.

 

 

           4   Gerrit van Cammingha, overleden voor 1476.

 

Hij wordt genoemd in OFO I-129,155 d.d. 22-1-1452,1-2-1459 en was in 1459 bezitter van Camminghaburg.

Hij overleed ongehuwd,waarna zijn zuster Graets in het bezit kwam van de stins.

 

 

 

 

 

     B-I Haye van Jelmera, ,later Heringa en Cammingha, overleden 1486, zoon van Sascker van Jelmera en Ydt Tjaertsdr van Aylva.

 

Hij noemde zich Heringa (OFO II-64,84 d.d.27-5-1466 en 13-9-1477).

Hij was heer van Ameland na overlijden van zijn halfbroer Keimpe.

Ook olderman van Leeuwarden (OFO I-320,326,341 d.d.28-4-1482,21-2-1483,26-3-1485).

T327-1913a d.d.24-6-1450:zijn moeder en hij verklaren dat zijn broers Romke en Keimpe afstand hebben gedaan van het derde deel van de erfenis,die vader Sascker en de grootouders Ritske en Ael op Ameland hebben nagelaten,behalve het "foerndeel".

Zie ook OFO II-219 d.d.14-6-1458 en OFO III-6 d.d.9-8-1466.

OFO IV-40,42 d.d.4-12-1473 en 28-6-1474:hij heeft een geschil met Jets,dochter van zijn broer Romcke.

OFO II-82 d.d.13-7-1476:hij heeft een geschil met de grietman over het slatten van een deel van de Ee.

OFO IV-53 d.d.6-9-1479:hij heeft een geschil met Tjemck van Cammingha (Eminga) over het testament van Graets van Cammingha.

Hij testeerde op 9-3-1486 als Haye Kammingha (EEE 2-521,F.T.50 en OFO I-346).

Hanty van Heringa was een onwettige zoon van hem.Deze Hanty trouwde een zekere Doedt,die op Ballum,Ameland,testeerde.Voor haar testament,zie F.T.49 d.d 13-7-1485 en OFO I-342.

 

Haye is getrouwd 1458 met  Doedt Sjucksdr van Dokema, overleden Leeuwarden 1500, begraven aldaar, dochter van Sjuck van Dokema en Sjouck van Juwsma.

Doedt was weduwe van Sicke van Cammingha, zie A-III-c.

 

Uit het huwelijk van Haye en Doedt:

 

           1   Sjouck Hayesdr van Cammingha, geboren ± 1460, volgt onder B-II-a.

 

           2   Pieter van Cammingha, volgt onder B-II-b.

 

 

B-II-a Sjouck Hayesdr van Cammingha, geboren ± 1460, overleden 1515, dochter van Haye van Jelmera, ,later Heringa en Cammingha (B-I) en Doedt Sjucksdr van Dokema.

 

Haar moeder Doedt schonk haar de stins Camminghaburg.

Zij vernoemde haar zonen naar haar eerste man en diens vader.

Zie ook Leeuwarder Historische Reeks-77.

 

Sjouck is getrouwd 1477 (1) met  Wytze van Dekema, overleden Wirdum 1493, zoon van Watze Abbes van Dekema en Wick Wytzesdr van Oenema.

 

Vermoedelijk genoemd in OFO I-318,327 d.d.16-3-1482,15-5-1483 als Wytze Watzes Cammingha op Camminghabuur.

En ook in OFO III-23 d.d.19-12-1491:gezegeld door Peter Hayes en Wytze Watzes van Leeuwarden (Peter Hayes Cammingha en Wytze Watzes zijn zwagers).

Soms ook Wytze Oenema genoemd naar moeders familie.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Watze van Cammingha.

 

Als Valerius (ook Walterus) Cammingha op 10-6-1502 student te Leuven en 1505 student te Orleans.

Hij is overleden zonder kinderen.

 

Sjouck is getrouwd ± 1495 (2) met  Rienck van Eminga, ,later van Cammingha, overleden 1531, zoon van Minne van Eminga en Tjemck van Cammingha.

 

Rienck zal als jongste zoon van Minne en Tjemck geboren zijn omstreeks 1465.

Volgens mijn overwegingen bij het geslacht Eminga zal hij geen zoon zijn van Ids, zoals wel wordt vermeld in het SFA en in HvR.

Dit vermoeden van mij werd later ook bevestigd in de Historische Reeks VI-75,77.

Hij woonde met zijn vrouw op het slot Camminghaburg (Camminghabuur).

Raadsheer bij het Hof van Friesland 1499-1531.

OFO IV-119 d.d.17-3-1501:namens Leeuwarderadeel bij de besluiten van de Leppa.

Renick van Kambuer tekende op 9-7-1504 de reversaalbrief (nr.112).

Op 5-1-1505 als Rienick Kamingabuyr op de lijst van edelen uit Leeuwarderadeel.

Bij R.v.A.1511 heeft Rienck Eminga/Cammingha van Leeuwarden veel bezit.

In 1515 bij de heerschappen,die Karel V huldigen, als Rinck toe Kammingabuer (Thabor) en als Rienick Cammingha te Cammingha Buyr (Winsemius).

 

Uit dit huwelijk:

 

           2   Wytze van Cammingha, volgt onder B-III-a.

 

 

B-III-a             Wytze van Cammingha, overleden 1533 ,na 24-10-1533, begraven Leeuwarden ,bij de Dominicanen, zoon van Rienck van Eminga, ,later van Cammingha en Sjouck Hayesdr van Cammingha (B-II-a).

 

In 1515 bij de heerschappen, die Karel V huldigen, als Wytze Camminga (Thabor) en als Witze Cammingha (Winsemius).

Hij was heer van Camminghaburg bij Leeuwarden,maar woonde op Oenemastate bij Wirdum.

Ook raadsheer bij het Hof van Friesland 1531-1533.

Hij testeerde met zijn vrouw op 24-10-1533 (F.T.129).

T323-2754: op het graf konden vroeger bij de wapens de namen van zijn grootouders worden afgelezen Kamminga-Eminga en Heringa-Jousma.

De grootouders zijn echter Minne van Eminga x Tjemck van Cammingha en Haye van Jelmera x Doedt van Dokema.

 

Wytze was gehuwd met  Rints Fransdr van Minnema, overleden 1546, begraven Leeuwarden ,bij de Dominicanen, dochter van Frans Sipckes van Minnema en Rints Tietesdr van Hommema.

 

Zij woonde met haar man op Camminghaburg en sloot in 1536 een overeenkomst met het stadsbestuur van Leeuwarden om bijstand voor Camminghaburg in geval van oorlog.

HvF 16481-527 d.d.27-10-1536:als weduwe van Wytze met haar broer en zusters bij de gedaagden.

Zij testeerde in 1533 en 1545 (F.T.129 en 189).

T323-2754: op het graf konden vroeger bij de wapens de namen van haar grootouders worden afgelezen Minnema-Botnia en Hommema-Poppinga.

De grootouders zijn echter Sipcke van Minnema x Ymck van Dotinga en Tiete van Hommema x Tryn van Foppinga.

 

Rints was later gehuwd met Here van Roorda, afkomstig uit Tzummarum, overleden 1541, zoon van Sybrant van Roorda en Haring Heresdr van Hottinga.

 

Uit het huwelijk van Wytze en Rints:

 

           1   Watze van Cammingha, geboren ± 1515, volgt onder B-IV-a.

 

           2   Frans van Cammingha, volgt onder B-IV-b.

 

           3   Catryn van Cammingha, overleden 1 mrt 1546, begraven Bolsward ,grafschrift.

 

Catryn was gehuwd met Tjaert van Juwinga, ,ook Jongema, overleden Leeuwarden v 11 sep 1586, begraven Bolsward ?, zoon van Goslick van Juwinga, ,ook Jongema en Ydt Sytzesdr van Harinxma.

Tjaert was later gehuwd met Jel van Dekema, overleden 1587, dochter van Hette van Dekema en Reynsck van Camstra.

 

           4   Doedt van Cammingha, overleden 16 apr 1590 *, begraven Leeuwarden, Jacobijnerkerk.

 

T326-889,890: Doedt beheerde de nalatenschap van haar man 1553-1588 en zij testeerde te Leeuwarden in 1588 als weduwe van George van Roorda.

Dochter Rints van Roorda en kleindochter Doedt van Holdinga lieten haar steen plaatsen in 1590 (notities Aernout van Buchel).

 

 

Doedt was gehuwd met Jurjen van Roorda, ook George, afkomstig uit Tzummarum, overleden Antwerpen 1553, zoon van Sybrant van Roorda en Haring Heresdr van Hottinga.

 

Vermeld in GJB 1975-112.

T326-884:George van Roorda koopt land te Spannum van Sipcke Ebes (1548).

T326-885:zijn testament uit 1553.

 

 

           5   Tiete van Cammingha, volgt onder B-IV-c.

 

           6   Minne van Cammingha, volgt onder B-IV-d.

 

           7   Sytse van Cammingha, ook Sipcke.

 

           8   Rienck van Cammingha, overleden 16 apr 1584 *.

 

Als Reinerus Cammingha in sep 1546 student te Leuven en op 28-4-1552 te Keulen.

 

Volgens testamenten van zijn ouders kwam hij als jongste zoon in bezit van Camminghaburg.

Hij testeerde op 26-12-1561 en vermaakte zijn goederen aan zijn vrouw Beyts en aan zijn broer Minne en diens zoon Gerrolt,die aanspraken kreeg op Camminghaburg.

 

 

 

Rienck was gehuwd met Beyts van Haerda, geboren 4 feb 1536, overleden 22 sep 1589, dochter van Fedde van Haerda en Saeck Gerlofs van Herwey.

 

Voor haar geboortedatum zie GJB 1970-49.

Zij testeerde als weduwe op 4-4-1589 (T313-353, T323-25 en EEE-1-3).

 

 

           9   Tjemck van Cammingha, overleden 19 jun 1546 *, begraven Dokkum.

 

1         *Het "Dootboeck" (GEN 742) geeft als sterfdatum 19-6-1545,begraven te Bornwerd en ook 19-6-1546,begraven te Dokkum. Omdat in de Grote Kerk van Dokkum een grafsteen is gevonden van een vrouwelijke Cammingha, overleden in 15.. is dit vermoedelijk haar grafsteen en dan is de tweede datum de juiste. Hessel de Walle maakte een foto van deze grafsteen met vrouwenwapen Cammingha en zeer waarschijnlijk het mannenwapen Aylva van Bornwerd. Ook GJB 1995-161 vermeldt Dokkum als begraafplaats.

 

 

Tjemck was gehuwd met Frans van Aylva, geboren ± 1513, overleden 25 jan 1563 ,50 jaar, begraven Bornwerd ,grafschrift, zoon van Sytse van Aylva en Luts van Minnoltsma.

 

Hij woonde op Sytsemastate/Minnoltsmastate te Bornwerd.

Hij testeerde op 20-1-1563,krank van lichaam (T323-01,inv.nr.158).

Zijn naam en die van Rixt van Unia op een zerk te Bornwerd (de Vrije Fries XXIII).

Zie ook GJB 1995-161.

Frans was later gehuwd met Rixt van Unia, overleden 1606 *, begraven Bornwerd, dochter van Juw Auckes van Unia en Ael Ritsckesdr van Juckema.

 

         10   Mary van Cammingha.

 

         11   Sjouck van Cammingha, ,ongehuwd.

 

         12   Ymck van Cammingha, overleden na 1545 ,ongehuwd.

 

Volgens het stamboek F.A. in 1545 als minderjarige onder voogdij van haar oom Watze en van haar tante Tryn.

 

 

         13   Haye van Cammingha., overleden na 1549 (?)

 

Haye wordt genoemd in het testament van zijn ouders d.d.27-10-1533.

Als Hayo Cammingha op 14-7-1540 student te Leuven en vermoedelijk op 23-12-1549 te Orleans.

 

B-IV-a             Watze van Cammingha, geboren ± 1515, overleden Wirdum 20 okt 1576, begraven aldaar ,grafschrift, zoon van Wytze van Cammingha (B-III-a) en Rints Fransdr van Minnema.

 

Als Valerius Cammingha op 28-8-1533 student te Leuven.

Hij woonde op Oenemastate bij Wirdum en wordt bij RvA 1540 genoemd met bezit te Wirdum.

Er is in het Fries Museum een door Adriaen van Cronenburg geschilderd portret van Watze van Cammingha uit 1547/1549.

 

Watze was gehuwd (1) met  Bjuck van Aylva, afkomstig uit Bornwerd, overleden Wirdum 28 mrt 1544, begraven aldaar ,grafschrift, dochter van Sytse van Aylva en Luts van Minnoltsma.

 

Uit dit huwelijk:

 

1 Syts van Cammingha, geboren voor 1544, overleden 9 mrt 1574, begraven Bolsward ,grafschrift.

Syts was gehuwd met Goslick van Herema, geboren mei 1532, overleden 1 jun 1611 *,79 jaar en 20 dagen, begraven Bolsward ,grafschrift, zoon van Johan van Herema en Syts Goslicksdr van Juwinga, ,ook Jongema.

 

Grietman van Wonseradeel in 1560.Later te Bolsward.

Zie in GJB 1961-18,19 de afbeelding van de grafsteen van hem en zijn vrouwen.

Zijn zoon Jan en dochter Buyck worden met hem genoemd in het testament van Wilcke van Holdingha uit 1594 (GJB 1975-123).

Zie ook T326-1052/1054,1068,1069.

 

Goslick was weduwnaar van Rixt van Gratinga, overleden 4 mrt 1562/okt 1563, dochter van Douwe van Gratinga en Tryn Riencksdr van Roorda.

 Goslick is later getrouwd 1575 ? met Tryn van Heringa, overleden 22 dec 1605 *, begraven Bolsward ,grafschrift, dochter van Hobbe van Heringa en Doedt Wygersdr van Eelsma.

 

              2                Bjuck van Cammingha, geboren 1544 (?), overleden 26 sep 1626 *,ongeveer 80 jaar,, begraven Leeuwarden,Oldehove ,grafschrift.

 

Volgens de kwartierstaat van Lucia Emerentia van Burmania was zij uit het eerste huwelijk van Watze.

T326-1210:Biuck van Cammingha,weduwe Goffe van Aebinga (1587).

In het Fries Museum is een geschilderd portret van Biuck van Cammingha uit 1590/1599.

Zie ook Grafschriften V (Roorda).

 

Bjuck was gehuwd met Goffe van Aebinga, overleden Leeuwarden 1579, begraven Leeuwarden,Oldehove ,grafschrift, zoon van Douwe van Aebinga en Catharina van Offenhusen.

 

Goffe was weduwnaar van Tjemck van Aebinga, afkomstig uit Blija, overleden 1558, dochter van Adzert van Aebinga en Wyts van Ydsma.

Goffe is eerder getrouwd 1561 met Lisck van Heringa, overleden 25 mrt 1565 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, dochter van Hobbe van Heringa en Doedt Wygersdr van Eelsma

Zie GJB 1994-149.

Roorda heeft bij Grafschriften V :  begraven Oldehove 1597,duidelijk een verschrijving.

 

 

 

Watze is in ondertrouw gegaan 9 okt 1546 en getrouwd 19 feb 1547 (2) met  Frouck van Haerda, geboren 10 mei 1526, overleden 24 dec 1584, begraven Wirdum ,grafschrift, dochter van Fedde van Haerda en Saeck Gerlofs van Herwey.

 

Voor data van geboorte en huwelijk zie GJB 1970-48/49.

 

Uit dit huwelijk:

 

           3   Wytze van Cammingha, afkomstig uit Wirdum, volgt onder B-V-a.

 

           4   Fedde van Cammingha, overleden 23 apr 1587 *, begraven Wirdum ,grafschrift.

 

           5   Sjouck van Cammingha, overleden 15 jul 1627, begraven Hallum ,grafschrift.

 

Er is in het Fries Museum een geschilderd portret van Sjouck van Cammingha uit 1619.

 

Sjouck was gehuwd met Ernst van Goslinga, overleden 2 feb 1614 *, begraven Hallum 11 feb 1614 ,grafschrift, zoon van Ernst van Goslinga en Syts Keimpesdr van Donia.

 

Hij testeerde te Hallum op 3-3-1592 (T313-417) en overleed zonder kinderen.

 

 

 

B-V-a Wytze van Cammingha, afkomstig uit Wirdum, overleden 19 nov 1612 *, begraven Wirdum ,grafschrift, zoon van Watze van Cammingha (B-IV-a) en Frouck van Haerda.

 

Op 5-7-1581 student te Leiden.

Hij woonde op Oenemastate bij Wirdum.

In het Fries Museum is een portret van hem uit 1608.

 

Wytze was gehuwd met  Rixt Ruurdsdr van Roorda, overleden 24 okt 1625 *, begraven Wirdum ,grafschrift, dochter van Ruurd van Roorda en Hylck Galesdr van Galama.

 

T342-05,nr.38:op 25-5-1615 als weduwe Cammingha te Wirdum bij de begrafenis van Isck van Feytsma.

Begraven te Wirdum (grafschriften Roorda).

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Watze van Cammingha, geboren 1602, volgt onder B-VI-a.

 

           2   Hylck van Cammingha, overleden 25 okt 1621 *, begraven Hallum 2 nov 1621.

 

Zij had uit haar huwelijk nog 3 jong overleden kinderen en stierf in de kraam.

 

Hylck is getrouwd 4 jun 1615 met Schelte van Aebinga, geboren 3 sep 1588, overleden 11 sep 1666 ,oud 78 jaar, begraven Hallum ,grafschrift, zoon van Schelte van Aebinga en Gerlant Scheltesdr van Liauckema.

 

Met hem stierf het geslacht uit in de mannelijke lijn.

Zijn naam en die van zijn tweede vrouw op de kerkklok van Hallum uit 1648.

Hij testeerde op 11-12-1656 (GJB 1953-70,civ.s.512-1) en met zijn vrouw in 1663 te Hallum (EEE3-372,376).

Zie ook GJB 1958-88 en GJB 1994-149.

Schelte is later getrouwd 1632 met Andriesa Lucia van Bronckhorst, geboren ± 1604, overleden 14 okt 1666 ,oud 62 jaar, begraven Hallum ,grafschrift, dochter van Lambert van Bronckhorst en Lucia van Espelbach.

 

           3   Fedt van Cammingha, overleden 8 jan 1634 *, begraven Stiens 20 jan 1634 ,grafschrift.

 

Het graf te Stiens voor George en zijn beide vrouwen vermeldt ook voor haar 8 kwartieren.

Onderaan op de grafsteen links : van vaderszijde Cammingha,Minnema, Haerda, Herewey, van moederszijde Roorda, Juckema, Galama, Walta.

Haar overgrootouders waren Wytze van Cammingha x Rints van Minnema, Fedde van Haerda x Saeck van Herewey, Rienck van Roorda x Rixt van Juckema en Gale van Galama x Aelcke van Walta.

 

 

Fedt was gehuwd met George van Burmania, overleden 10 dec 1634, begraven Stiens ,grafschrift, zoon van Upcke van Burmania en Rints van Roorda.

 

Grafschriften te Stiens voor hem en zijn vrouwen (met 8 kwartieren voor elk),zie grafschriften Roorda III-78.

 

T320-60:request van George van Burmania als voogd over juffrouw Lucia van Dekema (1615/1616).

Zie ook GJB 2000-143.

 

George is eerder in ondertrouw gegaan Leeuwarden 19 nov 1602 ,bij het gerecht en getrouwd aldaar 13 dec 1602 ,voor het gerecht met Luts van Dekema, ook Lucia, overleden 30 jun 1625 ,op Sacramentsdag, begraven Stiens ,grafschrift, dochter van Julius van Dekema, ook Juw en Jel Sytzesdr van Harinxma.

 

           4   Frouck van Cammingha, overleden 11 jul 1625 *, begraven Hallum ,grafschrift.

 

Het "Dootboeck" heeft als datum van overlijden 13-7-1623.

In het Fries Museum is een portret van Frouck en haar man Syds uit 1608.

 

Frouck was gehuwd met Syds van Sythiema, overleden 7 jun 1636, begraven Hallum ,grafschrift, zoon van Haring van Sythiema en Syts Minnesdr van Eminga.

 

Hij woonde in 1615 met zijn vrouw in Hallum.

Hun namen staan op de kerkklok van Hallum uit 1648.

Voor zijn graf en dat van zijn vrouw zie N.O.I-156.

 

 

 

B-VI-a             Watze van Cammingha, geboren 1602, overleden Wirdum 13 dec 1686 ,84 jaar, begraven Wirdum ,grafschrift, zoon van Wytze van Cammingha (B-V-a) en Rixt Ruurdsdr van Roorda.

 

Hij woonde op Oenemastate onder Wirdum.

Voor zijn 16 betovergrootouders waren er 16 losse wapenbordjes op Wiardastate te Goutum (Fr.Adelaar 1887-3).

Van vaderszijde: Cammingha-Oenema (?), Minnema-Hommema, Haerda-Burmania (bordje ontbrak) en Heerwey-Jongema.

Van moederszijde: Roorda-Camstara, Juckama-Aesgama, Galama-Tetema en Walta-Dekama.

Zijn betovergrootouders zijn Rienck van Cammingha (Eminga) x Sjouck van Cammingha, Frans van Minnema x Rints van Hommema, Pybe van Haerda x Jouck van Burmania, Gerlof van Herewey x Womck van Jongema, Rienck van Roorda x Syts van Camstra, Ritscke van Juckema x Syts van Aesgema/Baerda, Otte van Galema x Wisck van Tietema en Douwe van Walta x Hylck van Dekema.

 

In het Fries Museum is een geschilderd portret uit 1642 van Watze , oud 40 jaar.

 

 

Watze was gehuwd (1) met  Sjouck van Aebinga, overleden 18 dec 1630 *, begraven Wirdum ,grafschrift, dochter van Schelte van Aebinga en Gerlant Scheltesdr van Liauckema.

 

Zij werd eerst begraven te Hallum,maar later herbegraven bij haar man in Wirdum.Zie grafschriften Wirdum (Roorda).

Zie verder GJB 1994-149.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1                                                                                                                                                                                                   Wytze van Cammingha,  overleden  Eppigem  13 sep 1652, begraven Mechelen.

 

Met zijn vrouw woonde hij 1650/1652 op Liauckemastate te Sexbierum (bezit van zijn vrouw).

In 1651 testeerde hij met zijn vrouw (T311-161).

Wytze werd tijdens de reis met zijn vrouw uit Brussel bij de plaats Eppigem lafhartig vermoord (zie uitvoerig “Liauckematate en haar bewoners”)

Hij werd begraven te Mechelen in het graf van Sicke Scheltes van Liauckema.

Op het graf de kwartieren Camminga, Minnema, Levarda, Herwey, Roorda, Juckama, Galama, Walta, Aebbinga, Dekema, Camminga, Walta van Jongema, Liaucama, Minnema, Dekema, Camstra.

Het betreft de betovergrootouders van Wytze:

Wytze van Cammingha x Rints van Minnema;  Fedde van Haerda x Saeck van Herwey;  Rienck van Roorda x Rixt van Juckema;  Gale van Galema x Aelcke van Walta;  Ruurd van Aebinga x Ydt van Dekema;  Frans van Cammingha x Jouck van Walta;  Schelte van Liauckema x Ymck van Minnema; Jarich van Dekema x Catharina van Camstra.

 

 

Wytze trouwde in 1649 met Sophia Anna van Pipenpoy, overleden op Liauckemastate Sexbierum 18 nov 1670, enig kind van Eraerdt van Pipenpoy en Juliana van Liauckema.

 

Zij hertrouwde op 22-3-1659 met Johan Albrecht graaf Schellard van Obbendorp.

Zij testeerde in 1659,1662 en 1670 (T311-213/215).

Zie voor haar ook T311-160/163 en T311-800.

Sophia Anna overleed kinderloos  (zie uitvoerig “Liauckemastate en haar bewoners” )

 

 

 

 

 

Watze is getrouwd in Leeuwarderadeel 22 okt 1637 (2) met  Anna van Wytsma, geboren Ee 3 jun 1613, overleden Wirdum 7 jan 1652 ,op Oenemastate, begraven aldaar ,grafschrift, dochter van Gerrit van Wytsma en Bjuck Ofckesdr van Bawema.

 

Uit dit huwelijk:

 

           2   Sjouck van Cammingha, geboren 1639, overleden Wirdum,Oenemastate 5 nov 1727 ,in het 88e jaar, begraven Wirdum ,grafschrift.

 

Zij testeerde in 1719 en 1724.

 

 

           3   Rixt Anna van Cammingha, geboren 1641, overleden Wirdum,Oenemastate 17 mrt 1712 ,in het 71e jaar, begraven Wirdum ,grafschrift.

 

In het Fries Museum is van haar een portret geschilderd door Julius de Geest, periode 1665/1674.

Zij testeerde op 13-2-1687.

 

 

           4   Gerrit van Cammingha, geboren jul 1642, overleden 29 mrt 1646 ,3 jaar,6 maanden en 3 weken oud, begraven Wirdum ,grafschrift.

 

           5   Bjuck van Cammingha, geboren jul 1645, overleden 6 aug 1645 ,oud 3 weken, begraven Wirdum ,grafschrift.

 

           6   Bjuck van Cammingha, geboren n 1646, overleden n 13 feb 1687.

 

Zij testeerde te Wirdum op 13-2-1687.

 

 

           7   Gerrit van Cammingha, geboren Wirdum 1647, volgt onder B-VII.

 

           8   Ruurd van Cammingha, geboren 1650, overleden 7 feb 1672 ,in het 22e jaar, begraven Wirdum ,grafschrift.

 

In het Fries Museum is een portretschildering van Ruurd omstreeks 1670 door Nicolaas Wierenga.

 

           9   Fedde van Cammingha.

 

Fedde was gehuwd met Machteld Agnes van Mulert.

 

 

B-VII Gerrit van Cammingha, geboren Wirdum 1647, overleden 25 jun 1712 ,65 jaar, zoon van Watze van Cammingha (B-VI-a) en Anna van Wytsma.

 

Hij woonde eerst op Klein Hermana en later op Roordaburg onder Franeker.

Met zijn vrouw testeerde hij op 7-9-1688.

T323-2754: voorheen waren naast de wapens op het graf namen te lezen van zijn 16 betovergrootouders n.l.Cammingha-Minnema, Haerda-Herweij, Roorda-Juckema, Galema-Walta, Wytsma- …., Eminga-Heemstra, Bauwema- …. en    .. .….-……..

Voor zo ver bekend zijn de betovergrootouders : Wytze van Cammingha x Rints van Minnema, Fedde van Haerda x Saeck van Herwey, Rienck van Roorda x Rixt van Juckema, Gale van Galema x Aelcke van Walta, Gerrit van Wytsma x Dorothea van Albada, Ids van Eminga x Wick van Heemstra, ……Bawema x …….

 

Gerrit is getrouwd in Idaarderadeel 29 jan 1677 ,gerecht met  Catharina Victoria van Sternsee, geboren 1649, overleden 14 dec 1703 ,54 jaar, dochter van Sjuck van Sternsee en Ammerentia van Paffenrode.

 

Zij was in 1677 afkomstig uit Tzum.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Sjuck van Cammingha, ,ook Sixtus Antonius, geboren 1677, overleden 30 jan 1719 ,41 jaar.

 

Bij huwelijk in 1707 was hij afkomstig van Roordaburg onder Franeker.

Hij is kinderloos overleden.

 

Sjuck is getrouwd Franeker 25 jul 1707 ,gerecht met Veronica Dorothea de Wolff, overleden Leeuwarden 1744.

 

           2   Watze van Cammingha, ,ook Valerius Vitus, geboren 1682, volgt onder B-VIII.

 

           3   Douwe van Cammingha, ,ook Dominicus Franciscus, geboren 1684, overleden 21 feb 1728.

 

Douwe was gehuwd met Anna Maria van Moens, geboren 13 mrt 1678, overleden 14 nov 1726.

 

           4   Ruurd van Cammingha, geboren 1686, overleden 6 mei 1762 ,76 jaar.

 

Hij bleef ongehuwd.

 

 

 

B-VIII Watze van Cammingha, ,ook Valerius Vitus, geboren 1682, overleden Wirdum 14 apr 1764 ,82 jaar, zoon van Gerrit van Cammingha (B-VII) en Catharina Victoria van Sternsee.

 

Hij was luitenant-generaal en woonde eerst op Wiardastate bij Goutum,maar later op Oenemastate onder Wirdum.

Bij zijn vrouw had hij 8 kinderen.

Voor zijn nageslacht tot op heden zie N.A.1990.

 

Watze is getrouwd Oudheusden 3 apr 1707 met  Petronella Jacoba van Bueren, geboren Oudheusden 12 mrt 1686, overleden Wirdum 13 sep 1751 ,op Oenemastate.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Catharina Victoria van Cammingha, geboren Heusden 7 dec 1707, overleden Wirdum 8 aug 1773.

 

Zij was niet getrouwd.

In het Fries Museum is van haar een portretschilderij uit 1765/1771.

 

 

           2   Charlotte Juliana van Cammingha, geboren ± 1709.

 

Zij was priorin in een abdij.

 

 

           3   Anna Dorothea van Cammingha, geboren ± 1711.

 

Zij is jong overleden.

 

 

           4   Frederik Ignatius van Cammingha, geboren ± 1713, overleden Wirdum 20 dec 1768 ,55 jaar.

 

Hij was heer van Oudheusden,eerst ritmeester,later majoor.

Hij was niet getrouwd.

 

 

           5   Gerard Ferdinand van Cammingha, geboren ± 1715, volgt onder B-IX.

 

           6   Douwe Valerius van Cammingha, geboren ± 1718, overleden 20 sep 1794 ,76 jaar, begraven Rinsumageest ,grafschrift.

 

Hij was niet getrouwd.

 

 

           7   Ruurd Karel van Cammingha, geboren Bunnik 15 aug 1721, overleden 25 jun 1793, oud 72 jaar en 10 maand, begraven Wirdum ,rouwbord Goutum met grafschrift.

 

Hij was overste van een regiment, maar resideerde op Wiardastate te Goutum.

In het Fries Museum is van hem een door Bernardus Accama geschilderd portret uit 1759 en eveneens een door Andries Warmoes geschilderd portret uit 1769.

Rouwbord in de kerk van Goutum met 16 kwartierwapens;  hij werd echter begraven te Wirdum (zie “De Friesche Adelaar nr.2 d.d.1887).

Van de 16 betovergrootouders slaan de 8 van vaderskant op:

Wytze van Cammingha x Rixt van Roorda, Gerrit van Wytsma x Sjucke van Bawema, Bocke van Humalda x Catharina van Herema, Schelte van Paffenrode x Wick van Dekema.

Ruurd had bij de eerste vrouw 5 kinderen en bij de tweede vrouw 3 kinderen

Bij de eerste vrouw o.a. Petronella Jacoba van Cammingha ,geboren 26-2-1763 en overleden 27-6-1792,begraven te Wirdum.

 

Ruurd was ondertrouwd te Leeuwarden op 12-3-1758 met 1) Maria Gertrudis Selis de Fanson, afkomstig uit Maastricht in 1758, geboren 1731, overleden Goutum 7-11-1785, 54 jaar.

Ruurd is getrouwd te Goutum op 18-5-1788 met 2) Anna Catharina Lemper, in 1788 weduwe te Leeuwarden, geboren te Doornik op 11-4-1754, overleden Goutum 16-10-1832.

 

           8   Susanna Barbara van Cammingha, geboren dec 1724, overleden 21 jan 1801 ,76 jaar en een maand, begraven Rinsumageest ,grafschrift.

Susanna was gehuwd met Tjalling van Asbeck.

 

 

 

  B-IX Gerard Ferdinand van Cammingha, geboren ± 1715, overleden Goutum 27 dec 1770 ,55 jaar, begraven aldaar, zoon van Watze van Cammingha, ,ook Valerius Vitus (B-VIII) en Petronella Jacoba van Bueren.

 

Hij was kapitein in het leger,later kolonel.

De kinderen uit zijn tweede huwelijk werden R.K.gedoopt te Leeuwarden (parochie het Klooster).

Hij verkreeg door vererving o.a.Wiardastate te Goutum en overleed daar.

 

Gerard was gehuwd (1) met  Henriette van Alkemade, overleden voor 1758.

Gerard is getrouwd mei 1758 (2) met  Anna Catharina Eleonora van Albada, geboren ± 1730, overleden 2 apr 1762 ,32 jaar.

Gerard is getrouwd Heino aug 1768 (3) met  Maria Ursula Sophia van Oldenneel, overleden Linde (onder Vorden) 2 mei 1833

 

Uit het tweede huwelijk:

 

           1   Petronella Jacoba van Cammingha, gedoopt Leeuwarden 28 feb 1759.

 

Zij is jong overleden.

 

 

           2   Doodgeboren kind van Cammingha, geboren apr 1761.

 

Uit het derde huwelijk :

 

           3   Maria Margaretha van Cammingha, gedoopt Leeuwarden 16 mei 1769, overleden 6 mei 1770.

 

           4   Petronella Jacoba Maria van Cammingha, gedoopt Leeuwarden 16 mei 1769, overleden 26 apr 1770.

 

Maria Ursula hertrouwde Leeuwarden 2 aug 1773 met Engelbertus Tiberius Haring van Harinxma, geboren Leeuwarden 2 juni 1740, overleden Vorden 1795.

 

 

 

 

B-IV-b Frans van Cammingha, overleden 22 jul 1559 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, zoon van Wytze van Cammingha (B-III-a) en Rints Fransdr van Minnema.

 

Op 27-1-1532 student te Leuven.

Bezitter van het Camminghahuis in de Grote Kerkstraat van Leeuwarden.

In 1560 is er scheiding/deling tussen de kinderen (T313-97).

 

Frans was gehuwd (1) met  Jouck Piersdr van Walta, afkomstig uit Bozum, overleden 24 nov 1539, begraven Bozum ,grafschrift, dochter van Pier van Walta en Bauck Werpsdr van Unia.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Sjouck van Cammingha, overleden 12 nov 1588.

 

Voor haar huwelijk met Hette werden op 26-4-1556 voorwaarden opgesteld.(T313-96).

 

Sjouck is getrouwd 1556 met Hette van Aebinga, overleden Leeuwarden 12 jul 1575/27 aug 1576, zoon van Ruurd van Aebinga, ,ook Rewert en Renert en Ydt van Dekema.

 

Friesche Volksalmanak 1897-10/16:op 23-12-1572 aangesteld als grietman van Menaldumadeel,maar tegen de zin van de inwoners.Op 12-7-1575 maakte hij een afrekening als grietman,maar woonde toen te Leeuwarden.In 1576 is Lolle van Ockinga grietman en op 27-8-1576 worden door Hette nagelaten goederen door zijn weduwe verkocht.Zijn sterfdatum is 4-6-1575 volgens het stamboek F.A.,maar dat zal vermoedelijk zijn 4-6-1576.

Hij werd begraven in het St.Annaklooster te Leeuwarden,maar later door bemiddeling van zijn zoon Schelte herbegraven in Hallum.

 

 

           2   Jouck Fransdr van Cammingha.

 

Zij is een dochter uit het eerste huwelijk van Frans volgens de 8 kwartieren van kleinzoon Foppe van Grovestins (zie Grafschriften IV-92).

 

Jouck was gehuwd met Foppe van Grovestins, overleden Leeuwarden 28 mei 1607 *, begraven Engelum 3 jun 1607, zoon van Idzart van Grovestins en Tjets van Oenema.

 

Hij was raadsheer bij het Hof van Friesland 1580-1607.

 

Foppe was later gehuwd met Ansck Minnesdr van Eminga, overleden 21 dec 1605 *, begraven Engelum, dochter van Minne van Eminga en Eelck Bottesdr van Jarla.

 

 

Frans was gehuwd (2) met  Fedt Sybrensdr van Stenstera, geboren Keulen 1517, overleden 20 jul 1559 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, dochter van Sybren Jeppes van Stenstera en Saepck van Ydsma.

Fedt was weduwe van Rienck van Burmania, overleden 10 jan 1541 *, zoon van Douwe van Burmania en Ath Piersdr Bonninga van Sjaerda.

 

Uit het huwelijk van Frans en Fedt:

 

           3   Douwe van Cammingha, geboren okt 1550, overleden 15 jul 1559 *, begraven Leeuwarden,Oldehove.

 

           4   Rienck van Cammingha, volgt onder B-V-b.

 

           5   Sybrant van Cammingha, volgt onder B-V-c.

 

           6   Wytze van Cammingha, overleden Emden 12 nov 1606 *, begraven Leeuwarden,Oldehove 26 nov 1606.

 

Als Witso Cammingha op 29-3-1564 student te Leuven.

In 1580 wegens het R.K.geloof in ballingschap (C.E.).

Hij testeerde op 14-2-1606 (DDD1-311,EEE1-49 en T323-25) en liet het Camminghahuis van zijn ouders na aan zijn oomzegger Frans.

 

 

           7   Saepck Fransdr van Cammingha, overleden 11 jun 1610 *, begraven Burgwerd.

 

Saepck was gehuwd met Joost van Ockinga, overleden v 1610, zoon van Here van Ockinga.

 

 

B-V-b Rienck van Cammingha, overleden 8 mrt 1598, begraven Franeker ,grafschrift, zoon van Frans van Cammingha (B-IV-b) en Fedt Sybrensdr van Stenstera.

 

Als Reinerus Cammingha op 23-5-1562 student te Keulen.

Hij testeerde in 1589 (EEE I-3).

Een zerk te Franeker voor Rienck en zijn vrouw (de Vrije Fries XXIII).

“De Friesche Adelaar” 1889-6 : op de grafsteen op de 4 hoeken de wapens en namen van hun grootouders Cammingha-Minnema, Stenstera-Ydtsma, Botnia-Hottinga en Stania-Heemstra.

Deze grootouders zijn: Wytze van Cammingha x Rints van Minnema,  Sybren van Stenstera x Saepck van Ydtsma, Tjalling van Botnia x Frouck van Hottinga en Jeppe van Stania x Margaretha van Heemstra.

 

Rienck was gehuwd met  Margriet Jarichsdr van Botnia, overleden 24 okt 1615 *, begraven Franeker, dochter van Jarich van Botnia en Luts Jeppesdr van Stania.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Frans van Cammingha, overleden Wenen 27 mei 1597 *.

 

Op 2-2-1591 student te Franeker,op 14-8-1594 te Geneve en in aug 1596 student te Frankfurt.

Bij overlijden in 1597 student te Wenen.

 

           2   Jarich van Cammingha, geboren ± 1581, volgt onder B-VI-b.

 

 

           3   Lucia van Cammingha, overleden n 2 feb 1636.

 

Zij testeerde als weduwe op 2-2-1636 (T323-25).

 

Lucia was gehuwd met Upcke van Burmania, overleden 16 okt 1607 *, zoon van Gemme van Burmania en Jel van Aylva.

 

           4   Fedt van Cammingha, overleden 12 jul 1650.

 

Zij testeerde als weduwe op 5-12-1644 (EEE-1-508v en T323-25).

 

Fedt was gehuwd met Taecke van Burmania, overleden 23 jan 1619 *, zoon van Gemme van Burmania en Jouck van Haerda.

 

Hij stierf kinderloos.

 

Taecke was weduwnaar van Lucia Gerroltsdr van Cammingha, overleden 1597, dochter van Gerrolt van Cammingha (B-V-d) en Ath Heresdr van Ockinga.

Taecke was weduwnaar van Rixt van Botnia, geboren ± 1577, overleden 25 okt 1607 *,30 jaar, begraven Ferwerd, dochter van Julius van Botnia en Foockel van Walta.

 

 

B-VI-b Jarich van Cammingha, geboren 1581, overleden 17 sep 1615 *, oud 34 jaar, begraven Dronrijp 26 sep 1615 , grafschrift Walle, zoon van Rienck van Cammingha (B-V-b) en Margriet Jarichsdr van Botnia.

 

Als Jarichius Cammingha op 30-3-1599 student te Franeker en op 1-5-1600 te Geneve.

Op de grafzerk van Jarich en Jetscke de namen Camminga, Stinstra, Botnia, Stania, Douwema, Latsma, Mockema, Tiaerda.

Het betreft  hun grootouders : Frans van Cammingha x Fedt van Stenstera,  Jarich van Botnia x Luts van Stania,  Botte van Mockema x Womck van Tjaerda, Ulcke Douma van Oenema x Jets van Latsma.

 

Jarich is getrouwd omstreeks 1610 met  Jetscke van Mockema, geboren 1586, overleden Leeuwarden 27 aug 1630, 44 jaar, begraven Dronrijp ,grafschrift Walle, dochter van Syds van Mockema en Eets Ulckesdr Douma van Oenema.

 

Met haar stierf de adellijke familie Mockema uit.

MEN 52-9 d.d.5-11-1619 (blz.17):Jetscke is hertrouwd en Watze van Ockinga wordt voogd over haar kinderen Jeltje(10) en Margrieta(5).

MEN 52-9v d.d.5-11-1619 (blz.18 e.v.):inventarisatie t.b.v de kinderen.

MEN 52-20v d.d.9-11-1619 (blz.40/41):scheiding/deling der goederen.

HvF 16792-106 :authorisatie d.d.24-7-1628:Margretha van Cammingha,in haar 14e jaar,verzoekt samen met haar moeder Jetske van Mockema als curator p.g.  te benoemen Hobbe van Aylva,grietman van Baarderadeel, in plaats van Dr.Joannes Nijs.

 

Jetscke is later getrouwd 1619 ,voor 5-11-1619 met Hobbe van Aylva, geboren Hylaard ± 1582 ,Tjessingastate,, overleden aldaar 14 jun 1645 ,in het 63e jaar, begraven aldaar ,grafschrift, zoon van Ulbe van Aylva en Sjouck van Heringa.

 

Uit het huwelijk van Jarich en Jetscke:

 

1         Jel van Cammingha, geboren 1610, overleden 21 feb 1635 ,in het 25e jaar, begraven Britsum ,grafschrift.

 

Jel  is getrouwd 11 juni 1626  met Idzert van Burmania, geboren 17 sep 1594, overleden 5 dec 1632, begraven Britsum ,grafschrift, zoon van Sjuck van Burmania en Cnier van Douma.

 

Hij was grietman van het Bildt 1622-1632.

Zijn naam staat vermeld op de klok van Dronrijp uit 1632 (Grafschriften IV-88).

Hij testeerde op 16-12-1627 (T323-02,25).

 

Idzert is eerder getrouwd Beetgum 2 sep 1620 met Susanna van Schwartzenberg en Hohenlansberg, overleden 25 jul 1624 *, dochter van George Wolfgang van Schwartzenberg Hohenlansberg en Doedt van Holdinga.

 

           2   Margaretha van Cammingha, geboren ± 1614, overleden Dronrijp 23 mrt 1667, begraven aldaar.

 

MEN 72-37v/38 d.d.25-4-1667:na haar overlijden komen haar dochters Jetscke en Franscke onder voogdij van haar zwager Oene,grietman Hennaarderadeel;Idzart wordt medevoogd.

T323-2754 geeft voor haar de volgende kwartierstaat:

Ouders: Jarich van Cammingha x Jetscke van Mockema.

Grootouders: Rienck van Cammingha x Margaretha van Botnia en Syds van Mockema x Jets van Douwema (Eets Douma van Oenema)

Overgrootouders:N.N. x N.N., Jarich van Botnia x Luts van Stania, Botte van Mockema x Womck van Tiarda,  van Douwema x Jets van Latsma.

Zie ook Grafschriften IV-77.

 

Margaretha is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 16 apr 1635 ,bij het gerecht en getrouwd mei 1635 ,3-5-1635 att.van Leeuwarden voor Margaretha met Sicke Sirtema van Grovestins, overleden Leeuwarden 16 sep 1665, begraven Dronrijp 28 sep 1665, zoon van Idzart van Grovestins en Franscke van Jongema.

 

Sicke is in 1627 student te Franeker en van 24-1-1639 tot 1647 grietman van Hennaarderadeel.

Daarna raadsheer bij het Hof van Friesland 1648-1665.

HvR: hij woonde op "het Roodhuis" te Dronrijp en was daar ook ouderling (in 1658 afgevaardigde naar de synode).

Hij testeerde met zijn vrouw op 11-8-1665 (T323-02,25) en stierf op 16-9-1665 na hevige koorts.

Zie ook Grafschriften IV-77.

 

 

 

B-V-c Sybrant van Cammingha, overleden Leeuwarden 28 aug 1593 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, zoon van Frans van Cammingha (B-IV-b) en Fedt Sybrensdr van Stenstera.

 

Als Sybrandus Cammingha op 9-6-1566 student te Keulen, op 11-7-1568 te Freiburg en op 21-9-1569 student te Heidelberg.

Grietman van Leeuwarderadeel 1578/1593.

Zijn naam met die van anderen op de kerkklok van Huizum uit 1582.

 

Sybrant was gehuwd met  Catharina Fransdr van Donia, overleden Leeuwarden 12 sep 1604 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, dochter van Frans van Donia en Tryn van Gerbranda.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Frans van Cammingha, overleden 4 jan 1610 *, begraven Leeuwarden,Oldehove.

 

In 1604 genoemd als hopman (kapitein);op 8-3-1610 wordt Frans van Donia als zijn opvolger aangesteld.

Hij en later zijn weduwe Rixt woonden in het Camminghahuis in de Grote Kerkstraat.

Het huwelijk was kinderloos.

 

Frans is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 28 apr 1604 en getrouwd aldaar 20 mei 1604 met Rixt van Heringa, geboren 1580, overleden 4 dec 1654, dochter van Binnert van Heringa en Foockel van Roorda.

 

T347-960:Rixt van Heringa,weduwe Andries Waltinga (11-11-1652).

Zij was de laatste van de Heringa's en testeerde als weduwe op 11-11-1652 te Herbayum (EEE I-251 en T323-02,25).

 

Rixt is later getrouwd ± 1612 met Tjalling van Botnia, overleden 15 mrt 1614 *, begraven Franeker, zoon van Jarich van Botnia en Luts Jeppesdr van Stania.

Rixt was later gehuwd met Andries Hobbes van Waltinga, geboren 1593, overleden 8 mrt 1652 ,59 jaar, zoon van Hobbe van Waltinga en Jel Douwesdr van Bootsma.

 

           2   Fedt van Cammingha, overleden 15 apr 1604 *,ongehuwd, begraven Leeuwarden,Oldehove (?).

 

 

B-IV-c Tiete van Cammingha, overleden 15 nov 1552, begraven Leeuwarden,Oldehove ,grafschrift, zoon van Wytze van Cammingha (B-III-a) en Rints Fransdr van Minnema.

 

Op 28-2-1537 student te Keulen.

 

Tiete is getrouwd 1542 met  Tryn van Hottinga, overleden 29 aug 1575, begraven Leeuwarden,Oldehove ,grafschrift, dochter van Sicke van Hottinga en Anna Rippertsdr van Eelsma.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Wytze van Cammingha, overleden Osnabrück 29 mrt 1607 *,op Palmzondag,.

 

Als Vitus Cammingha op 27-5-1566 student te Keulen en in 1571 te Leuven.

Hij was niet getrouwd en overleed als monnik.

Zijn erfgenamen lieten zoals bepaald in zijn testament in Dronrijp een huis bouwen voor 3 arme weduwnaars en 3 arme weduwen (tekst in de gevel).

 

 

 

           2   Tiete van Cammingha, overleden Luik 3 aug 1593 *, begraven aldaar.

 

Als Titus Cammingha op 24-3-1578 student te Keulen.

In 1580 om het R.K.geloof uit Friesland verbannen (C.E.).

Kapitein in Spaanse dienst en als zodanig vermeld in 1586 bij de veldslag bij Boksum.

Hij was na zijn oom Frans bezitter van het Camminghahuis in de Grote Kerkstraat.

Tiete staat vermeld bij het opschrift uit 1574/1575 van de "Stiennen man" te Harlingen.

Er is een geschilderd portret van Tiete van Cammingha in het Fries Museum uit 1588/1589.

Hij stierf zonder kinderen.

Zie voor hem GJB 1965-33/34.

 

Tiete was gehuwd met Fransck van Roorda, overleden Rees 13 apr 1580, dochter van Douwe van Roorda en Tryn Sickesdr van Liauckema.

 

Zij stierf met een kind in het kraambed.

Voor haar graf zie GJB 1965-33 en voor de 8 kwartieren van het kind zie GJB 1965-34.

 

 

           3   Rints Tietesdr van Cammingha, overleden Dronrijp 1599.

 

Rints was gehuwd met Lolle van Ockinga, overleden Groningen 1581, zoon van Here Lolles van Ockinga en Anna van Dekema.

 

In 1580 afkomstig uit Franeker en met zijn gezin in ballingschap buiten Friesland (C.E.).

 

 

           4   Sjouck Tietesdr van Cammingha, overleden 8 jul 1620, begraven Sexbierum ,grafschrift.

 

Sjouck was gehuwd met Jarich George van Liauckema, geboren Sexbierum 17 dec 1558, overleden Sexbierum 24 aug 1642 ,in het 84e jaar, begraven aldaar, zoon van Schelte van Liauckema en Jel van Dekema.

 

Hij woonde op Liauckemastate te Sexbierum (1621).

In 1580 met zijn vrouw als balling buiten Friesland (C.E.).

Zie T326-1218 (1616) en T326-1222/1225.

Met zijn kinderen stierf het geslacht Liauckema uit.

 

 

 

B-IV-d             Minne van Cammingha, overleden 25 jan 1571 *, begraven Franeker ,grafschrift, zoon van Wytze van Cammingha (B-III-a) en Rints Fransdr van Minnema.

 

Op 28-2-1537 student te Leuven.

Bij RvA 1540 ook met bezit te Marrum

Hij woonde tot zijn overlijden op Camminghaburg.

Inventarisatie daar in 1571.

.

Zijn naam en die van zijn vrouw op een zerk te Franeker (de Vrije Fries XXIII).

Voor zijn kwartieren bij het graf  zie “De Friesche Adelaar”  1887-1.

 

Minne was gehuwd met  Luts Gerroltsdr van Herema, overleden 9 aug 1553 *, begraven Franeker ,grafschrift, dochter van Gerrolt van Herema en Luts Tjaertsdr van Sjaerda.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Luts van Cammingha, overleden 16 okt 1605 *, begraven Franeker ,grafschrift.

 

Luts werd begraven in het graf van haar ouders in de Martinikerk van Franeker.

“De Friesche Adelaar” 1889-6: bij de wapens op de steen voor Carel de namen Sternsee-Sigersdorf en Ropta-Humalda en voor Luts Cammingha-Minnema en Heerma-Sjaerdema.

Zijn grootouders zijn N.van Sternsee x N.van Sigersdorf en Werp van Ropta x Bjuck Aebinga van Humalda.

Haar grootouders zijn Wytze van Cammingha x Rints van Minnema en Gerrolt van Herema x Luts van Sjaerda.

 

Luts was gehuwd met Carel van Sternsee, geboren 1551, overleden Franeker 13 mei 1615, begraven Harlingen, zoon van Christoffel van Sternsee en Cunira van Ropta.

 

In het Fries Museum is een portret van hem uit 1584, hij is dan 33 jaar.

Hij had geen kinderen en vermaakte Roptastate te Metslawier aan Bocke van Humalda op voorwaarde dat hij zich voortaan Bocke van Sternsee zou noemen.

 

 

           2   Gerrolt van Cammingha, volgt onder B-V-d.

 

 

B-V-d Gerrolt van Cammingha, overleden 29 sep 1589 *, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk, zoon van Minne van Cammingha (B-IV-d) en Luts Gerroltsdr van Herema.

 

Op 29-3-1564 student te Leuven.

Hij erfde in 1584 Camminghaburg van zijn oom Rienk.

 

Gerrolt was gehuwd met  Ath Heresdr van Ockinga, overleden 11 jun 1605 *, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk, dochter van Here van Ockinga en Hylck van Roorda.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Minne van Cammingha, overleden in Henegouwen 1599, begraven Franeker ,onduidelijk grafschrift.

 

Hij erfde in 1589 Camminghaburg van zijn vader en overleed in 1599 op weg naar Italië zonder erfgenamen,waarna er ruzie ontstond over het bezit van Camminghaburg.Na een proces voor het Hof van Fiesland kwam het in 1610 in bezit van de nakomelingen van zijn zuster Edwert en haar man Ruurd.

 

 

           2   Edwer Gerroltsdr van Cammingha, ,ook Eduarda, overleden 22 mrt 1606 *, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk.

Edwer is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 9 sep 1603 ,voor het gerecht en getrouwd aldaar 6 okt 1603 ,voor het gerecht met Ruurd Werps van Juckema, overleden 13 nov 1639, begraven Rinsumageest ,grafschrift, zoon van Werp van Juckema en Aelcke Ruurdsdr van Roorda.

 

Ruurd woonde eerst op Orxmastate te Menaldum en in 1615 met zijn derde vrouw in Rinsumageest op Tjaerdastate (T342-05,38).

T327-1388,1389:extract uit huwelijksboek Leeuwarden van zijn huwelijk in 1608 met Barbara en de dispensatie voor het huwelijk wegens bloedverwantschap.

T327-1390:belofte van Ruurd aan Barbara om de roerende goederen voor zijn zoons uit 1e huwelijk te inventariseren (1608).

T327-1397:overdracht aan Ruurd en Maria van Tjaerda van de 20e penning uit een zate te Birdaard (1623).

T327-1401:scheiding en deling in 1634 van percelen land onder Jellum tussen Imck van Dekema c.s. en Ruurd van Juckema c.s. (n.a.v.sententie Hof van Friesland d.d.21-12-1629).

T327-1403:scheiding en deling in 1640 van door Ruurd nagelaten goederen tussen zijn vrouw en kinderen.

Autorisatie HvF d.d.14-1-1640:Gerrolt van Juckema als curator over zoon Worp,23 jaar;Homme van Camstra als curator over Schelte,21 jaar;Goffe van Camstra over Lieuwe,19 jaar.

Diverse data van overlijden en geboorte komen uit het "huisboek" van Ruurd (zie Grafschriften II-83/84 (Roorda).

 

Ruurd is later in ondertrouw gegaan Leeuwarden 23 feb 1608 ,voor het gerecht en getrouwd aldaar 17 mrt 1608 ,voor het gerecht met Barbara van Dekema, overleden Menaldum 17 jun 1610, dochter van Frans van Dekema en Gerlant Hettesdr van Hemmema.

Ruurd was later gehuwd met Maria Sydsdr van Tjaerda, overleden 8 jan 1661, begraven Rinsumageest 22 jan 1661 ,grafschrift, dochter van Syds van Tjaerda en Eelck Reynersdr van Frittema.

 

           3   Lucia Gerroltsdr van Cammingha, overleden 1597.

Lucia was gehuwd met Taecke van Burmania, overleden 23 jan 1619 *, zoon van Gemme van Burmania en Jouck van Haerda.

 

Taecke was later gehuwd met Rixt van Botnia, geboren ± 1577, overleden 25 okt 1607 *,30 jaar, begraven Ferwerd, dochter van Julius van Botnia en Foockel van Walta.

 Taecke was later gehuwd met Fedt van Cammingha, overleden 12 jul 1650, dochter van Rienck van Cammingha (B-V-b) en Margriet Jarichsdr van Botnia.

 

           4   Hylck Gerroltsdr van Cammingha, ,ongehuwd.

 

           5   Catharina Gerroltsdr van Cammingha, overleden 15 dec 1580, begraven Franeker ,grafschrift.

 

Voor haar kwartieren bij het graf  zie “De Friesche Adelaar” 1887-1.

Rechtsboven Cammingha en Herema, rechtsonder Minnema en Sjaerdema, links boven Ockinga en Minnema, linksonder Roorda en Walta

Haar overgrootouders zijn: Wytze van Cammingha x Rints van Minnema, Gerrolt van Herema x Luts van Sjaerda, Joost van Ockinga x Luts van Minnema en Taecke van Roorda x Wick van Walta.

 

 

 

B-II-b Pieter van Cammingha, overleden Leeuwarden 1521, zoon van Haye van Jelmera, ,later Heringa en Cammingha (B-I) en Doedt Sjucksdr van Dokema.

 

Heer van Ameland.

OFO IV-140,157:Genoemd als olderman van Leeuwarden en grietman van Leeuwarderadeel (1506,1510) en Tietjerksteradeel (1504,1506,1510);ook in OFO II-250 d.d.2-4-1511.

Eigenaar en bewoner van het Amelandshuis in Leeuwarden.

Hij was als Schieringer betrokken bij het bieroproer in 1487 te Leeuwarden.

Hij sloot mee op 28-6-1492 (OFO II-182) namens Leeuwarden het verbond met Sneek,Franeker en Bolsward en was tegen een verbond met Groningen,maar volgens Pax-73 d.d.5-11-1492 sluit hij zich dan aan bij het verbond tussen Leeuwarden en Groningen van 10-10-1492.

Op 9-7-1504 tekende Peter Kamminga de reversaalbrief (nr.113).

Als Pieter Kaminga op 5-1-1505 op de lijst van edelen uit Leeuwarderadeel.

Bij R.v.A.1511 heeft Pieter Hayes van Cammingha te Leeuwarden veel bezit in Leeuwarden en ook daar buiten.

Hij testeerde te Leeuwarden op 26-11-1521 (EEE 2-307,516,F.T.98 en OFO IV-236)).

Sicke krijgt Heringastate bij Rauwerd,Wytze krijgt Jelmerastate op Ameland,Haye krijgt zijn state in Leeuwarden en voor Graets zijn er sieraden.

Vermoedelijk begraven te Leeuwarden in de Jacobijnerkerk (onduidelijk grafschrift).

 

Pieter is getrouwd 1485 met  Fouwel van Eminga, overleden 1518, dochter van Minne van Eminga en Tjemck van Cammingha.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Graets van Cammingha, geboren 1485, overleden 19 jan 1557 *, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk ,grafschrift.

 

HvF 16481-533 d.d.27-10-1536:Graets als eiser voor zichzelf en haar kinderen.

HvF 16481-95 d.d.29-10-1538:Anna Broersma procedeert tegen Graets van Cammingha.

HvF 16481-636 d.d.6-2-1537:Graets contra haar broers Sicke,Wytze en Haye inzake goederen nagelaten door wijlen haar vader Pieter.

Bij RvA 1540 heeft zij bezit te Hallum,dat in 1511 behoorde aan haar eerste man Wilcke Holdinga.

Graets procedeert 1555/1557 tegen stiefzoon Rienck i.v.m. de erfenis van Tjaert.

 

Graets was gehuwd (1) met Wilcke van Holdinga, overleden 1522, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk ,grafschrift, zoon van Botte van Holdinga en Luypck Sjoerdsdr van Bolta.

 

Op 5-1-1505 op de lijst van Fries edelen (T342-05,62).

Bij R.v.A.1511 heeft Wilcke Holdinga van Oosternijkerk(?) veel bezit.

 

Graets is getrouwd 1534 (2) met Tjaert van Burmania, overleden Leeuwarden 4 mrt 1541, begraven Leeuwarden/Oldehove, zoon van Rienck Upckes van Burmania en Eeck Tjaertsdr van Burmania.

 

Hij woonde op het Burmaniahuis te Leeuwarden.

Hij was raadsheer bij het Hof van Friesland 1512-1541.

OFO IV-155 d.d.8-7-1506:genoemd bij de zoenlieden.

Op de lijst van Friese edelen d.d.5-1-1505 onder 29 (T342-05,62).

Bij RvA 1511 heeft Tjaert Burmania van Leeuwarden veel bezit en ook bij RvA 1540 genoemd met bezit onder Leeuwarden en Goutum.

In 1517 drost van Dokkum (GsvD-125).

OFO II-294 d.d.12-4-1520:Tjaert Burmania en het St.Anthonygasthuis wisselen landen.

HvF 16481-154 d.d.20-12-1538:Tjaert behartigt de zaken voor zijn vrouw Graets inzake land te Finkum.

Hij testeerde te Leeuwarden op 9-1-1541 (F.T.164).Uit zijn 2e huwelijk had hij geen kinderen.

Zie verder voor hem GJB 2000-136.

 

Tjaert was weduwnaar van Tjets Keimpes van Unia, dochter van Keimpe Feyckes van Unia en Frouck van Amama.

 

           2   Sicke van Cammingha, geboren 1490, volgt onder B-III-b.

 

           3   Wytze van Cammingha, geboren apr 1492, overleden 10 okt 1552, begraven Ballum ,grafschrift.

 

Heer van Ameland en eigenaar van Jelmerastate,dat hij van zijn ouders had geërfd.

Hij was niet getrouwd en testeerde te Leeuwarden op 25-10-1541 (EEE 2-314 en F.T.171).

Zijn naam op een zerk te Ballum,Ameland (de Vrije Fries XXIII).

 

 

           4   Haye van Cammingha, geboren 1503, overleden Leeuwarden 19 dec 1556 *, begraven Ballum ,grafschrift.

 

Op 25-5-1521 student te Leuven en in 1528 te Dole.

Eigenaar en bewoner van het Amelandshuis te Leeuwarden,dat hij van zijn ouders had geërfd.

Bij RvA 1540 genoemd met bezit in omgeving Leeuwarden,maar ook o.a.te Marrum.

Na het overlijden van zijn broer Wytze heer van Ameland.

Hij werd in Leeuwarden vermoord door Feye Houwerda van Meckema.

 

Haye was gehuwd met Catharina van Roorda, overleden 17 dec 1562 *, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk, dochter van Taecke van Roorda en Wick van Walta.

 

Na het overlijden van Haye zou zij een zoon hebben gekregen,die nog voor haar overleed.

 

 

 

B-III-b             Sicke van Cammingha, geboren 1490, overleden 1540, zoon van Pieter van Cammingha (B-II-b) en Fouwel van Eminga.

 

HvF 16481-379 d.d.20-12-1539:Jelts van Heemstra contra Sicke van Cammingha.

Bij RvA 1540 met o.a.ook bezit te Hallum.

 

Sicke was gehuwd met  Catharina Gerroltsdr van Herema, geboren 1506/1507, overleden 1585, dochter van Gerrolt van Herema en Luts Tjaertsdr van Sjaerda, ,ook Louise.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Pieter van Cammingha, geboren 16 jul 1531, volgt onder B-IV-e.

 

           2   Taecke van Cammingha, geboren 13 okt 1536, volgt onder B-IV-f.

 

 

B-IV-e Pieter van Cammingha, geboren 16 jul 1531, overleden 29 okt 1575, begraven Leeuwarden, Catharinakerk (Hoek) ,grafschrift, zoon van Sicke van Cammingha (B-III-b) en Catharina Gerroltsdr van Herema.

 

In 1556 heer van Ameland na zijn oom  Haye.

Bezitter van het Amelandshuis.

In het Fries Museum is een door Adriaen van Cronenburg ge schilderd portret van hem als heer van Ameland uit 1555 (?).

Hij testeerde als weduwnaar op 1-9-1570 (EEE I-540) en benoemde voor het beheer van zijn nalatenschap tot de 3 kinderen meerderjarig waren Goslick van Herema,Gerrolt van Cammingha en Carel van Sternsse , eveneens zijn broer Taecke als die uit het buitenland zou zijn teruggekeerd.

 

Pieter was gehuwd met  Franscke van Minnema, geboren ± 1534, overleden voor 1 sep 1570, begraven Leeuwarden, Catharinakerk  (Hoek) ,grafschrift, dochter van Frans van Minnema en Wyts Goslicksdr van Juwinga.

 

Volgens een portret in 1555 was zij toen 21 jaar en haar man 23 jaar.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Sicke van Cammingha, geboren v 1555, overleden 1555, begraven Leeuwarden,Oldehove ,grafschrift.

 

           2   Idscke van Cammingha, geboren jun 1556, overleden 22 aug 1556, begraven Leeuwarden,Oldehove ,grafschrift.

 

           3   Sicke van Cammingha, volgt onder B-V-e.

 

           4   Frans van Cammingha, volgt onder B-V-f.

 

           5   Wyts Pietersdr van Cammingha, overleden 28 nov 1613.

 

Wyts is getrouwd 1596 met Johan van Herema, afkomstig uit Tjerkwerd, overleden Leeuwarden 15 jun 1628 *, begraven Bolsward 25 jun 1628, zoon van Goslick van Herema en Syts van Cammingha.

 

Hij was gedeputeerde bij de Staten van Friesland.

Zie ook T326-1051 (huwelijks contract Johan en Wyts uit 1596).

En verder T326-1055,1071.

 

 

           6   Wytze van Cammingha, overleden 7 jan 1570, begraven Leeuwarden, Galileërkerk ,grafschrift.

 

Op jonge leeftijd overleden.

 

 

 

B-V-e Sicke van Cammingha, overleden 10 jan 1624 *, begraven Bolsward, zoon van Pieter van Cammingha (B-IV-e) en Franscke van Minnema.

 

Na zijn vader heer van Ameland.

Hij testeerde met zijn vrouw op 5-8-1585.

 

Sicke is getrouwd 5 aug 1585 met zijn nicht  Catharina van Cammingha, geboren 9 jul 1562, overleden n 20 mei 1630, dochter van Taecke van Cammingha (B-IV-f) en Rints van Juwinga.

 

Zij testeerde als weduwe op 20-5-1630 (EEE I-46/50 en T323-25).

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Pieter van Cammingha, geboren 27 jan 1587, overleden mrt 1638, begraven Ballum,Ameland ,grafschrift.

 

Op 23-11-1608 samen met zijn broer Wytze student te Franeker.

Heer van Ameland na zijn vader.

Bij huwelijk in 1628 afkomstig van Ameland.

Hij overleed zonder kinderen.

 

Pieter is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 19 jul 1628 ,gerecht en getrouwd 1628 ,3-8-1628 att.Leeuwarden met Sjouck van Ockinga, afkomstig uit Leeuwarden in 1628, overleden 4 apr 1638, begraven Ballum,Ameland ,grafschrift, dochter van Joost van Ockinga en Saepck Fransdr van Cammingha.

 

Zij stierf zonder kinderen.

 

Sjouck is eerder getrouwd Franeker 15 apr 1609 ,gerecht met Hessel van Vervou, overleden okt 1619 *, zoon van Frederick van Vervou en Jel van Oosthem.

 

           2   Gerrolt van Cammingha, geboren 16 okt 1589, overleden voor 1624.

Gerrolt was gehuwd met Catharina Johansdr van Sickinghe, overleden 20 okt 1650, dochter van Johan Feyes van Sickinghe en Luts van Jongema.

Catharina was later gehuwd met Schelte Oenes van Tamminga, afkomstig uit Bellingweer.

 

           3   Franscke van Cammingha, geboren 5 mrt 1591.

Franscke was gehuwd (1) met Johan Rempt Johans Rengers.

Franscke was gehuwd (2) met Jebbe van Aldringa, afkomstig uit Groningerland.

 

           4   Wytze van Cammingha, geboren 11 aug 1592, overleden 24 jan 1641, begraven Ballum,Ameland.

 

Als Vitus Cammingha op 23-11-1608 samen met zijn broer Pieter student te Franeker.

Heer van Ameland als opvolger van zijn broer.

Hij testeerde met zijn vrouw op 14-11-1640 (EEE I-247 en T323-25) en had geen kinderen.

 

Wytze was gehuwd met Saepck Hesselsdr van Vervou, ,ook Sophia, geboren ± 1613, overleden Franeker. 28 jan 1671, dochter van Hessel van Vervou en Sjouck van Ockinga.

 

Zij hertrouwde in 1643 met Joachim Martijns van Andreae, overleden 11-5-1655, weduwnaar van Ansck Poppedr van Burmania.

 

 

           5   Catharina van Cammingha, geboren 8 aug 1595.

Catharina is getrouwd Leeuwarden 24 mei 1624 ,op het Amelandhuis met Ernst van Zhum, afkomstig uit Pommeren.

 

           6   Sicke van Cammingha, overleden 13 feb 1600 ?, begraven Ballum (?).

 

Er is een kinderzerkje Cammingha in de kerk van Ballum met overlijdensdatum 13-2-1600.

 

 

 

  B-V-f Frans van Cammingha, overleden 6 feb 1608 *, begraven Leeuwarden,Galilëerkerk 15 feb 1608, zoon van Pieter van Cammingha (B-IV-e) en Franscke van Minnema.

 

Hij werd na het overlijden van zijn vader bezitter van het Amelandshuis in Leeuwarden.

 

Frans was gehuwd met  Bjuck van Herema, overleden 5 mrt 1630, dochter van Goslick van Herema en Syts van Cammingha.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Johan van Cammingha, geboren ± 1600, overleden 20 jan 1626 *,26 jaar, begraven Leeuwarden,Galilëerkerk 30 jan 1626.

 

Op 31-8-1618 student te Franeker.

Hij was niet getrouwd.

 

2 Watze van Cammingha, ,ook Valerius, geboren Leeuwarden 24 jan 1603, volgt onder B-VI-c.

 

 

3 Franscke van Cammingha, overleden 16 sep 1602, begraven Leeuwarden,Galileërkerk ,grafschrift.

 

 

4 Franscke van Cammingha, geboren Leeuwarden 3 mei 1607, overleden  Wommels 7 feb 1654.

 

Belijdenis te Wommels in 1627, opnieuw ingekomen 28-7-1637 en volgens lidmatenlijst overleden 7-2-1654 om 8.00 uur.

 

 

5 Pieter van Cammingha, overleden 14 aug 1614 *, begraven Leeuwarden,Galileërkerk 21 aug 1614.

 

6 Syts van Cammingha, geboren 1593, overleden 1 jul 1658, begraven Wommels ,rouwbord.

 

Een meisjesportret van haar als 6-jarige, door Adriaen van der Linde geschilderd in 1599, is aanwezig in het Fries museum.

Syts ingekomen als lidmaat te Wommels op 9-8-1629 en daar nog bij de lidmaten in 1657.

In 1642 behoort juffrouw Syts van Cammingha uit Wommels, weduwe Doecke van Jongema, tot de genodigden voor het gastmaal na de begrafenis van Jarich van Liauckema.

 

Syts is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 23 nov 1627 en getrouwd aldaar 12 dec 1627 met Doecke van Jongema, ook Duco, afkomstig uit Leeuwarden in 1618, geboren 1580, overleden 25 dec 1638 ,58 jaar, begraven Wommels ,epitaaf, zoon van Laes van Jongema en Luts van Aylva.

 

Hij was grietman van Franekeradeel 1620-1629 en grietman van Hennaarderadeel 1629-1638.

Zijn naam en die van zijn eerste vrouw in 1627 op een kerkklok van Tzum.

Hij stierf kinderloos.

 

Doecke is eerder getrouwd Wirdum 1618 ,26-7-1618 3e pr. Leeuwarden met Lisck van Eysinga, afkomstig uit Wirdum in 1618, geboren 1598, overleden aug 1622 *, dochter van Juw van Eysinga, ook Julius en Rints van Gratinga.

 

           7   Catharina van Cammingha, overleden 26 apr 1665, begraven 10 mei 1665, Leeuwarden, Galilëerkerk.

Zij werd “met de wezen”  begraven te Leeuwarden (GJB 1966-90).

 

Catharina is getrouwd 5 apr 1637 met Homme van Harinxma, ,thoe Slooten, gedoopt Leeuwarden 2 aug 1607, overleden 1663, zoon van Ernest van Harinxma, ,thoe Slooten en Tietke van Botnia.

 

Hij stierf kinderloos en testeerde in 1656 te Waaxens (EEE I-348).

 

 

           8   Idscke van Cammingha, overleden 31 jan 1597, begraven Bolsward ,grafschrift.

 

 

B-VI-c Watze van Cammingha, ,ook Valerius, geboren Leeuwarden 24 jan 1603, overleden Menaldum 19 nov 1668, begraven Tjerkwerd, zoon van Frans van Cammingha (B-V-f) en Bjuck van Herema.

 

Op 1-5-1621 student te Franeker.

Hij erfde van zijn vader het Amelandshuis te Leeuwarden en werd ook heer van Ameland na de dood van zijn neven Pieter en Wytze.

Bij ondertrouw in 1648 uit Ameland.

Hij woonde in 1654 en 1656 met zijn vrouw op Waltastate bij Tjerkwerd.

Hij testeerde op 1-9-1668 te Menaldum.Voor zijn begrafenis zie T342-05 nr.37.

Zie ook Grafschriften IV (MEN)-blz.101.

 

Watze is in ondertrouw gegaan Beetgum 12 mei 1648 met  Rixt Keimpesdr van Donia, geboren 1620, overleden Tjerkwerd 26 jan 1681, begraven aldaar, dochter van Keimpe Syds van Donia en Ebel Bonnesdr van Haytsma.

 

Bij ondertrouw in 1648 uit Menaldum.

Op een steen Voorstreek 62 Leeuwarden de namen van de 16 betovergrootouders van haar en van Watze, zie Walle [3903].

Voor hem :Camminga,Eminga, Heerma, Tziaerda, Minnema, Feytsma, Juuiga, Harinxma, Heerma, Walta, Juuiga, Harinxma,Camminga, Minnema, Aylva en Winnolsma.

Voor haar: Donia, Eminga, Stinstra, Ytsma, Holdinga, Eyssinga, Roorda, Camminga, Haytsma, Walta, Heringa, Eelsma, Botnia, Ockinga, Walta en Walta.

Zijn betovergrootouders zijn: Pieter van Cammingha x Fouwel van Eminga, Gerrolt van Herema x Luts van Sjaerda, Frans van Minnema x Luts van Feytsma, Goslick van Juwinga x Ydt van Harinxma, Tjerck van Walta x Tieth van Herema, Goslick van Juwinga x Ydt van Harinxma, Wytze van Cammingha x Rints van Minnema en Sytse van Aylva x Luts van Minnoltsma.

Haar betovergrootouders zijn: Keimpe van Donia x Tjemck van Aebinga, Sybren van Stenstera x Saepck van Ydtsma, Botte van Holdinga x Hack van Eysinga, Jurjen van Roorda x Doedt van Cammingha, Bonne van Haytsma x Ebel van Walta, Hobbe van Heringa x Doedt van Eelsma,Douwe van Botnia x Rixt van Ockinga en Doecke van Walta x Jancke Juwinga van Walta.

Na overlijden van haar man staat Rixt bekend als "Rixt, vrouwe van Ameland".

Zij testeerde in 1680 en was steenrijk.Haar kinderen waren toen allemaal al overleden.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Bjuck van Cammingha, geboren Menaldum 29 jun 1650, overleden jul 1650, begraven Menaldum.

 

           2   Frans Doecke van Cammingha, geboren Tjerkwerd 6 sep 1654, gedoopt aldaar 10 sep 1654, overleden 10 nov 1680, begraven Tjerkwerd.

 

In 1668 na zijn vader heer van Ameland en in 1680 grietman van Menaldumadeel.

 

Frans is getrouwd Menaldum 14 dec 1679 met Lucia van Aylva, gedoopt Ternaard 5 aug 1660, overleden 25 mei 1722, begraven Borculo, dochter van Ernst Sicke van Aylva en Anna van Cammingha.

Lucia is later getrouwd Leeuwarden 10 feb 1683 ,in de Waalse kerk, met Frederick Willem van Limburg Stirum, geboren jul 1649, overleden Borculo jul 1722, zoon van Otto van Limburg Stirum en Elisabeth Charlotte Dohna.

 

           3   Ybel Doedt van Cammingha, ,ook Ebella Dodonea, geboren 1656, overleden 1676.

 

           4   Dieuwke van Cammingha, ,op jonge leeftijd overleden.

 

           5   Frans Johannes van Cammingha, ,op jonge leeftijd overleden.

 

 

B-IV-f Taecke van Cammingha, geboren 13 okt 1536, overleden 24 mrt 1618 *, begraven Bolsward, zoon van Sicke van Cammingha (B-III-b) en Catharina Gerroltsdr van Herema.

 

Als Taco Cammingha op 16-5-1551 student te Keulen en in mei 1553 te Leuven.

Toen zijn broer Pieter testeerde in 1570 verbleef hij in het buitenland.

 

Taecke was gehuwd met  Rints van Juwinga, overleden 16 dec 1612 *, begraven Bolsward, dochter van Tjaert van Juwinga, ,ook Jongema en Catryn van Cammingha.

 

Met haar stierf het geslacht Juwinga uit.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Catharina van Cammingha, geboren 9 jul 1562, overleden n 20 mei 1630.

Catharina is getrouwd 5 aug 1585 met haar neef Sicke van Cammingha, volgt onder B-V-e.

 

           2   Sicke van Cammingha, geboren 28 okt 1563, volgt onder B-V-g.

 

           3   Tjaert van Cammingha, geboren 20 jan 1566, overleden 29 jan 1614 *, begraven Bolsward.

 

Hij was zwakbegaafd.

 

 

           4   Gerrolt van Cammingha, geboren 30 apr 1569, overleden Bolsward 17 aug 1617 *.

 

Hij stierf kinderloos.

 

Gerrolt was gehuwd met Catharina van Ockinga, overleden 1648, begraven Burgwerd, dochter van Joost van Ockinga en Saepck Fransdr van Cammingha.

 

Zij testeerde als weduwe te Burgwerd op 10-5-1642 (EEE1-47/49,geregistreerd 12-10-1654).

Op 16-6-1648 ontving het weeshuis te Leeuwarden een legaat van 200 car.gld. uit haar nalatenschap (GJB 1966-85).

 

Catharina is later in ondertrouw gegaan Leeuwarden 29 sep 1621 ,gerecht en getrouwd Bolsward 21 okt 1621 met Frans van Jongema, overleden 1640 ,voor 7 juli, zoon van Laes van Jongema en Luts van Aylva.

 

 

B-V-g Sicke van Cammingha, geboren 28 okt 1563, overleden 4 apr 1637, zoon van Taecke van Cammingha (B-IV-f) en Rints van Juwinga.

Sicke is getrouwd dec 1604 met  Fedt van Ockinga, geboren 8 jun 1581, overleden 2 mrt 1606 *, begraven Arum 9 mrt 1606, dochter van Joost van Ockinga en Saepck Fransdr van Cammingha.

 

Volgens het stamboek F.A. zou ze zijn overleden op 28-2-1606.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Taecke van Cammingha, geboren 1605/1606, volgt onder B-VI-d.

 

 

B-VI-d             Taecke van Cammingha, geboren 1605/1606, overleden 11 aug 1668, zoon van Sicke van Cammingha (B-V-g) en Fedt van Ockinga.

 

Hij woonde op Camminghastate te Arum.

In 1642 behoorde hij met zijn vrouw Luts van Grovestins, wonende op Camminghastate te Arum, tot de genodigden voor het gastmaal na het overlijden van Jarich van Liauckema.

Grietman van Wonseradeel,aangesteld 22-11-1652,aftredend in 1664.

Hij testeerde op 25-9-1666 (EEE3-389v/392,geregistreerd 30-9-1668).

 

Taecke is getrouwd Arum 30 dec 1632 (1) met  Anna Johansdr van Sickinghe, afkomstig uit Groningerland, overleden 15 nov 1635, dochter van Johan Feyes van Sickinghe en Luts van Jongema.

 

Taecke is getrouwd 4 nov 1638 (2) met  Luts Sirtema van Grovestins, gedoopt Engelum 30 jan 1614, overleden na 1646, dochter van Idzart van Grovestins en Franscke van Jongema.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Anna van Cammingha, geboren Arum 5 feb 1640, overleden Ternaard 25 sep 1675.

 

Anna is getrouwd Ternaard 11 jul 1658 met Ernst Sicke van Aylva, gedoopt Ternaard sep 1635, overleden 1678/1680, zoon van Douwe Meckema van Aylva en Luts van Meckema.

 

Grietman van Westdongeradeel vanaf 1654 als opvolger van zijn vader.

Hij deed in 1678 afstand t.b.v.zijn zoon Ernst.

 

 

           2   Sicke van Cammingha, geboren jun 1643, overleden 27 mrt 1669.

 

           3   Fedt Sophia van Cammingha, afkomstig uit Arum in 1661, geboren okt 1644, overleden 1666/1667 ,in de kraam,, begraven Arum.

 

Fedt is in ondertrouw gegaan Franeker 22 nov 1661 ,gerecht, met Johan van Goslinga, geboren Menaldum, overleden 27 okt 1688, zoon van Johan van Goslinga en Jouck van Ockinga.

 

Hij werd in 1662 grietman van Franekeradeel en woonde als zodanig in 1687 te Dongjum.

FRL 51-208v d.d.24-1-1687:scheiding van goederen voor Sicco en Sophia van Goslinga met wijlen moeder Cammingha.

Johan testeerde op 8-9-1687 te Franeker (EEE5-289v/292,geregistreerd 26-2-1690).

Hij wil begraven worden te Dongjum en het gebeente van zijn vrouw moet uit Arum overgebracht worden naar Dongjum.

 

 

           4   Catharina van Cammingha, geboren sep 1646, overleden mrt 1668.

 

Catharina was gehuwd met Upcke van Burmania, geboren ± 1629, overleden 18 jun 1673, zoon van Sybrant van Burmania, ,de jongere en Wick van Ockinga.