Genealogie van het adellijk geslacht van Gerbranda

 

                            Voor de bronnen en de afkortingen zie pagina 6 van de site.

                        Eveneens voor het nodige voorbehoud bij sommige personen en filiaties.

 

                                                                      

 

 

 

     I-a Hobbe van Gerbranda.

 

Op Gerbrandastate te Almenum.

 

Hobbe was gehuwd met  Tryn van Wiarda.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Wybrant van Gerbranda, later Wybrant van Hermana, volgt onder II-a.

 

           2   Tjets van Gerbranda.

 

Tjets was gehuwd met Sicke te Nyenhuys.

 

Sicke wordt vermeld te Wynaldum in 1420.

 

           3   Edwert Hobbesdr van Gerbranda.

 

Edwert was gehuwd (1) met Allart van Sjaerda, ,ook Sjaerdema,, zoon van Douwe van Sjaerda, ,later Sicke en Catharina van Roorda.

 

Hij woonde op Sjaerdemahuis te Franeker.

Zijn vrouw Edwert hertrouwde met Goffe van Tamminga,zoon van Rombert van Tamminga.

 

Edwert was gehuwd (2) met Goffe Romberts van Tamminga.

 

Hij liet zich Goffe van Sjaerda noemen.

 

 

 

Een broer van Hobbe zou kunnen zijn:

 

I-b  Ede van Gerbranda

 

Niet te vinden in primaire bronnen, maar zie P.N.Noomen “De stinzen in middeleeuws Friesland”.

 

Zijn zoons bij een onbekende vrouw:

 

1  ? Douwe Edes van Gerbranda, volgt onder II-b

 

2 Broer Edes van Gerbranda

 

Hij wordt vermeld in 1420 onder Harlingen (GJB 1998-100).

 

 

 

 

II-a Wybrant van Gerbranda, later Wybrant van Hermana, overleden 1427 *, zoon van Hobbe van Gerbranda (I) en Tryn van Wiarda.

 

Hij woonde na zijn huwelijk te Minnertsga en wordt genoemd in 1420 en 1422.

Hij noemt zich Hermana naar de naam van zijn vrouw.Hij was dus geen zoon van een Taco van Hermana,zoals beweerd in de genealogie van Petrus Suffridus (zie GJB 1970-46).

 

Wybrant was gehuwd (1) met  Syts Tjercksdr van Hermana.

 

Volgens het “Dootboeck”  de enige dochter van Tzierck Harmana.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Hobbe van Hermana, volgt onder III-a.

 

           2    Catharina Wybrantsdr van Gerbranda, afkomstig uit Almenum.

 

Catharina was gehuwd met Pybe van Sickema, overleden Franeker 1427 *.

 

Pybe wordt genoemd te Herbayum op Sickemastate en was in 1426 mederechter van Franekeradeel.

Het jaar daarop werd hij vermoord.

Zie voor hem en Sickemastate GJB 1998-97 e.v.

 

 

           3   Douwe van Gerbranda

 

Douwe was misschien gehuwd met Bauck Pybesdr Tzymmingha, afkomstig van Oosterbierum.

            

Misschien is deze Douwe dezelfde als Douwe van Gerbranda onder II-b

 

 

 

Wybrant was gehuwd (2) met  Gerlant Lollesdr van Ockinga, afkomstig uit Burgwerd, overleden 1456, dochter van Lolle van Ockinga en Bauck Ndr

 

Gerlant was eerder getrouwd met Taecke Pieters van Camstra, overleden voor 1413.

Zij testeerde op 17-1-1456 te Minnertsga (F.T.nr 18).

 

Uit dit huwelijk:

 

           4   Teda Wybrandsdr van Hermana, overleden v 1456.

 

Zij en haar zonen worden genoemd in het testament van haar moeder uit 1456.

OFO I-87 d.d.13-11-1441:Wyert Gerbranda en Tete Gerbranda.

 

Teda was gehuwd met Epe Tjaerts van Aylva, geboren Witmarsum 1411, overleden n 1468, zoon van Tjaert Epes van Aylva en Swob van Juwsma.

 

Hij maakt met Douwe van Sjaerda als Schieringers een blokhuis tegen de Vetkopers (Makkum,1450);in 1456 grietman van Wonseradeel;ook genoemd in 1466 en in 1468.Na het overlijden van Teda hertrouwde hij.

Uit dat huwelijk een Peter en vermoedelijk Sjoerd, overleden 13-6-1461.

Zie GJB 1995-145.

 

Epe was later gehuwd met N.N. (Jongema ?).

 

 

    II-b Douwe (Edes ?) van Gerbranda, overleden 1453, zoon van  ? Ede van Gerbranda (I-b)

 

Op Gerbrandastate te Almenum bij Harlingen,maar later bewoner van Sickemastate te Herbayum.

Hij wordt al vermeld in 1414.

In 1431/1436 vermeld als mederechter van Franekeradeel (Rechtsomgang).

Hij is in 1453 vermoord bij Bolsward door Johan van Roorda (Dootboeck en T326-443,30).

OFO IV-112 d.d.1496/1504: zijn vrouw Popck is na zijn overlijden hertrouwd  met Haring van Harinxma in Heeg.

 Zie ook GJB 1998-100 over Douwa Herbadeghum, Douwe Gerbranda.

Douwe Gerbranda wordt vermeld zonder patroniem, maar Noomen (Stinzen, blz.152) noemt hem Douwe Edes Gerbranda als broer van Broer Edes Gerbranda.

De andere optie dat Douwe Gerbranda identiek is met Douwe Wybrants Gerbranda (II-a-3) is minder aannemelijk.

 

 

Douwe was gehuwd met 1) N.N.   

 

Uit het huwelijk van Douwe en N.N. :

 

           1   Eda Douwes van Gerbranda, volgt onder III-b

 

 

Douwe was gehuwd  met 2) Popck Riencksdr van Popma, afkomstig uit Terschelling, overleden na 1497, dochter van Rienck van Popma, van Terschelling en Gaets Ndr.

 

Zij wordt met haar ouders Renick en Gaeltie genoemd als zij met de erfgenamen van haar ouders een geschil heeft met haar stiefzoon Eeda, zoon van Douwe Gerbranda..

Het gaat over de schulden die haar man Douwe had bij haar ouders (zie OFO IV-112 en GJB 1998-100)

Popck testeerde in 1497.

 

Popck was later gehuwd met Haring van Harinxma, ,thoe Heeg, overleden 1478, zoon van Douwe van Harinxma en N.N.

 

Uit het huwelijk van Douwe en Popck:

 

 

           2   Bauck van Gerbranda.

Bauck was gehuwd met haar oom Wybe van Popma, zoon van Rienck van Popma, van Terschelling en Gaets Ndr.

 

           3   Wilsck van Gerbranda.

Wilsck was gehuwd (1) met N.N..

Wilsck was gehuwd (2) met haar oom Foppe van Popma, overleden n 13 apr 1479, zoon van Rienck van Popma, van Terschelling en Gaets Ndr.

 

OFO I-296 d.d.13-4-1479:voogd over de kinderen van Schelte van Liauckema.

 

 

 

 

 

  III-a Hobbe van Hermana, overleden voor 1456, zoon van Wybrant van Gerbranda, later Wybrant van Hermana (II) en Syts Tjercksdr van Hermana.

 

Hij woonde te Minnertsga op Hermanastate.

 

Hobbe was gehuwd met  N. (Bauck ?) Taeckesdr van Camstra, dochter van Taecke  van Camstra en Gerlant van Ockinga.

 

Haar moeder Gerlant hertrouwde Wybrant van Hermana en zij trouwde dus met haar stiefbroer Hobbe (zie GJB 2011-223).

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Jel Hobbesdr van Hermana, overleden n 1488.

 

OFO III-20 d.d.28-3-1488:als weduwe te Mantgum heeft zij met haar kinderen een zaak tegen Here Aedgers en Ruurd Aedgers te Bozum.

 

Jel was gehuwd (1) met Laes van Eelsma, ,ook Mauritsma, overleden Sexbierum 24 jun 1463, begraven aldaar ,grafschrift.

 

Hij woonde en overleed te Sexbierum.

 

Jel was gehuwd (2) met Aesge van Hoxwier, overleden n 1464, zoon van Aesge van Hoxwier en Sicca Beslinga.

 

Hij woonde te Mantgum,daar vermeld in 1464.

 

Aesge was weduwnaar van Gerlant Gerroltsdr van Herema, dochter van Gerrolt van Herema en Hylck Aggesdr van Harinxma.

 

           2   Taecke van Hermana, ,ook Taco, overleden v 1487 ?.

 

Als zijn grootmoeder Gerlant van Ockinga testeert in 1456 (F.T.18)  worden hem de goederen te Firdgum van zijn grootvader Taecke van Camstra toebedeeld (Noomen).

Hij woonde te Minnertsga en zal wel niet meer leven als zijn zoon Hobbe aldaar in 1487 wordt genoemd .

Voor zijn nakomelingen zie het adellijk geslacht van Hermana.

 

Taecke was gehuwd met Ael Werpsdr van Juckema, dochter van Werp Lieuwes van Juckema en Eelck Feyesdr van Eysinga.

 

Volgens SFA .en ook in GJB 1977-29 hertrouwde zij als weduwe met Hotze Siercks van Donia maar deze was getrouwd met Ael Lieuwesdr (en dat was geen Juckema).

 

 

 

 

   III-b Eda  Douwes van Gerbranda, overleden voor 1504, zoon van Douwe van Gerbranda (II-b) en N.N.

 

Edo Gerbranda Dodonis fil. wordt op 8-11-1463 student te Keulen.

Hij woonde op Gerbrandastate bij Harlingen.

Genoemd in 1468, zie GJB 1998-100.

Vermoedelijk genoemd in OFO I-296 d.d.13-4-1479 als voogd over de kinderen van Schelte van Liauckema.

Bij een overeenkomst tussen Franeker en Bolsward is in OFO II d.d.23-10-1494 sprake van Edo Douwa zonen.

OFO I-399 d.d.21-2-1493:Eda Douwes Gerbranda zegelt een koopbrief.

OFO IV-112 d.d.1496/1504: zijn moeder Popck heeft een claim op Eda vanwege haar ouderlijke goederen.

Eda wordt genoemd in 1496 als hoofdeling te Harlingen maar niet meer genoemd bij de edelen in 1504 (reversaalbrief).

OFO IV-204 d.d.13-2-1511:in het testament van Douwe Pybes te Dronrijp worden de 3 zoons van Eda n.l.Douwe,Rienck en Johan als begunstigden genoemd (blz.211).

 

Eda was gehuwd met  Rixt van Roorda, overleden n 1505, dochter van Johan van Roorda en Rints Juwsdr van Juwinga, ,ook Jongema.

 

Het huwelijk kwam tot stand als een verzoening tussen de families Gerbranda en Roorda, nadat in 1453 de vader van Rixt de vader van Eda had vermoord.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Douwe van Gerbranda, volgt onder IV-a.

 

           2   Rienck van Gerbranda, volgt onder IV-b.

 

           3   Johan van Gerbranda Roorda, ,ook Juw, volgt onder IV-c.

 

 

   IV-a Douwe van Gerbranda, overleden n 1525, zoon van Eda van Gerbranda (III-b) en Rixt van Roorda.

 

In 1484 wordt Douwe Gerbranda met zijn vrouw Doucke Rinia vermeld.

OFO-I-487,490 d.d.21-6-1504 en 5-10-1504:Douwe Edes Gerbranda te Herbayum verkoopt land aan Symen Hendricks van Harlingen.

Op 9-7-1504 tekent Douwe Gerbranda de reversaalbrief (nr.128).

Op 5-1-1505 staat Douwe Edissz Gerbranda op de lijst van edelen uit Barradeel.

Hij is in 1511 bezitter van Sickemastate te Herbayum,uit het bezit van zijn schoonouders.

T342-04,23: een verklaring door 2 commissarissen d.d.27-6-1530 over de overeenkomst,die Douwe Gerbranda had gesloten met Take Glins over de nalatenschap van zijn schoonvader Douwe Doeckes. Tot deze nalatenschap behoorde het Sickema-goed te Herbayum.

OFO IV-204 d.d.13-2-1511:met zijn broers in het testament van Douwe Pybes te Dronrijp.

Zie GJB 1998-101.

 

Douwe was gehuwd (1) met  Doucke Douwesdr van Rinia, dochter van Douwe Doeckes van Rinia en N.N..

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Ede van Gerbranda, overleden v 1538.

 

Hij woonde op Sickemastate te Herbayum.In 1541 wordt het door zijn erven verkocht aan Andries van Waltinga.

Zie voor hem GJB 1998-102.

 

 

           2   Rixt van Gerbranda.

 

Zie GJB 1998-102.

 

 

Douwe was gehuwd (2) met  N.N..

 

Uit dit huwelijk:

 

           3   Watze van Gerbranda.

 

Zie GJB 1998-102.

 

 

           4   Doutgen van Gerbranda.

 

Zie GJB 1998-102.

 

Doutgen was gehuwd met Reyner Gosses, afkomstig uit Harlingen.

 

 

   IV-b Rienck van Gerbranda, overleden 6 sep 1558 *, begraven Jelsum, zoon van Eda van Gerbranda (III-b) en Rixt van Roorda.

 

Op 5-1-1505 staat Rienick Edissz Gerbranda met zijn broers op de lijst van edelen uit Barradeel.

OFO IV-204 d.d.13-2-1511:met zijn broers Douwe en Johan in het testament van Douwe Pibes te Dronrijp.

OFO-II-324 d.d.29-4-1524:Rienck Gerbranda (op Fetza) ondertekent mee de overeenkomst tussen Sexbierum en Pietersbierum over de korenmolen.

HvF 16481-528 d.d.27-10-1536:Rienck Gerbranda als curator gedagvaard.

HvF 16481-318 d.d.16-10-1539:Rienck als curator over de kinderen van Alef Groestra.

 

Rienck was gehuwd met  Luts van Elinga, overleden 10 mrt 1559 *, begraven Jelsum, dochter van Jeppe van Ydsma en N. van Elinga.

 

Had zij uit een eerdere relatie een zoon Jeppe van Groestera ?(overleden 1559).

Deze Jeppe wordt genoemd een halfbroer van Tryn van Gerbranda,haar dochter.

 

Uit het huwelijk van Rienck en Luts:

 

           1   Tryn van Gerbranda, overleden 19 feb 1559 *, begraven Jelsum.

 

Tryn was gehuwd met Frans van Donia, afkomstig uit Jelsum, overleden 4 jan 1559 *, begraven Jelsum, zoon van Pieter van Donia en Jantje Hayesdr Siccama van Walta.

 

 

   IV-c Johan van Gerbranda Roorda, ,ook Juw, overleden 1540/1546, zoon van Eda van Gerbranda (III-b) en Rixt van Roorda.

 

Op 5-1-1505 staat Johan Edissz Gerbranda met zijn broers op de lijst van edelen uit Barradeel.

In 1505 heeft hij met zijn moeder Rixt een geschil met Jouck,weduwe Pybe Haerda,over de nalatenschap van Beyts en Baet Haerda (T326-892,893).

OFO I-506 d.d.4-10-1505: de zaak tegenJohan Edes Roorda en Jouck, weduwe Pybe Haerda, over de nalatenschap van Beyts en Baet Haerda, wordt voor zoenlieden gebracht.

T326-894:Johan en vrouw Wick betreffende de scheiding van Mernstra te Pietersbierum in 1506.

Hij heeft in 1511 bezit o.a. te Tzummarum en Huizum en in 1540 te Britsum en Westernijkerk; in 1546 hebben de erven bezit te Tzummarum,Pietersbierum en Wynaldum.

OFO IV-204 d.d.13-2-1511:met zijn broers in het testament van Douwe Pybes te Dronrijp.

OFO IV-226 d.d.20-10-1515:genoemd als Johan Roorda Edazn.

T326-895:hij koopt een rente uit Fritsmagoed te Pietersbierum in 1522.

Zie ook T326-896/901 (vanaf 1523).

OFO-II-324 d.d.29-4-1525:Johan Gerbranda alias Roorda zegelt een overeenkomst tussen Sexbierum en Pietersbierum over de korenmolen van Sexbierum,mede ondertekend namens zijn broer Rienck Gerbranda.

HvF 16481-499 d.d.30-7-1536:Johan Gerbranda als gedaagde.

HvF 16481-66 d.d.15-10-1538 en HvF 16689-149 d.d.7-7-1540:hij procedeert tegen Fedde Haerda.

 

Johan is getrouwd 1505 (1) met  Wick Hesselsdr van Haerda, overleden 1522, dochter van Hessel van Mernstra en Beyts van Haerda.

 

Johan was gehuwd (2) met  Tjets Tjepckesdr van Goslinga, overleden 1581 (?), dochter van Tjepcke van Goslinga en Frouck van Oenema.

 

In 1546 is er bezit te Tzummarum voor Tjets,Johan Gerbranda weduwe.

T326-902:Tjets Goslinga als weduwe van Johan Gerbranda in 1550.

T326-905:scheiding van de nalatenschap van Johan en Tjets in 1559.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Tjepcke van Gerbranda, overleden Emden 1582.

 

Op 31-7-1545 wordt Tiberius Joannis Gerbranda student te Leuven.

T313-406/408: Tjepcke Gerbranda en Ysck Foppinga,echtpaar in 1557;o.a.over het weeskind van Bocke Wattema,de eerste man van zijn vrouw.

T326-906:overeenkomst tussen Tjepcke en Saepck van Burmania over land te Ternaard en Hogebeintum in 1561.

T2-956:opdracht van de landvoogd Alva om advies uit te brengen over een geschil tussen Tjepcke en Ruurd Roorda in 1573.

In 1580 afkomstig uit Menaldumadeel en met zijn vrouw in ballingschap (C.E.).

 

Tjepcke was gehuwd met Eesck Wybesdr van Popma, afkomstig uit Terschelling, overleden 1595, dochter van Wybe van Popma en Margaretha Wilckesdr van Rinia.

 

Zij testeerde op 11-11-1594 (T323-25).

 

Eesck was weduwe van Bocke van Wattema, overleden v 1557.

 Eesck was later gehuwd met Sybolt van Aylva, overleden apr 1614 *, zoon van Epe van Aylva en Auck van Sickema.

 

           2   Rixt van Gerbranda, overleden Emden 1582, begraven aldaar.

 

In 1580 met kinderen in ballingschap in Emden (C.E.).

 

Rixt is getrouwd 1563 met Hans van Roorda, overleden n jul 1595, zoon van Ruurd van Roorda en Doutzen Hansdr van Sassinga.

 

Hij woonde te Hennaard.

Hans was in 1580 wegens het R.K.geloof in ballingschap (C.E.).

Hij bepaalde in zijn testament dat de resten van zijn vrouw en kinderen uit Emden moesten worden overgebracht naar Hennaard.

T323-01/381:stukken over hem en Rixt over de periode 1563/1595.

Over hem en zijn zoons zie DVF 1993-103 e.v.

 

 

           3   Aede van Gerbranda, volgt onder V.

 

           4   Wick van Gerbranda, overleden Emden 1582.

 

Wick was gehuwd met Hoyte Uninga van Hoytema, overleden Groningen 1581, zoon van Douwe Hoytes van Hoytema en Doedt van Sjaerda.

 

In 1559 grietman van Haskerland;verbannen in 1568;in 1575 weer grietman.

Hij moest in 1580 vluchten uit Joure en ging in ballingschap (Cons.Ex.).

 

 

 

        V Aede van Gerbranda, overleden n 22 sep 1575, zoon van Johan van Gerbranda Roorda, ,ook Juw (IV-c) en Tjets Tjepckesdr van Goslinga.

 

Op 29-11-1547 wordt Edo à Gerbranda student te Leuven.

Hij behoorde in 1566 tot het Verbond der Edelen.

In 1568 werd hij gedaagd voor de commissarissen in Friesland van de Raad van Beroerten (T1-1171).

T313-409:Ede Gerbranda,1570.

Hij testeerde op 22-9-1575 (zie T313-410).

 

Aede was gehuwd met  Eets Ulckesdr Douma van Oenema, ,ook Jets, overleden 24 jun 1590 ?, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk ,grafschrift onduidelijk, dochter van Ulcke Douwes Douma van Oenema en Jets Abbesdr van Latsma.

Eets was later gehuwd met Syds van Mockema, overleden 11 feb 1595, begraven Leeuwarden,Jacobijnerkerk ,grafschrift, zoon van Botte van Mockema en Womck Sydsdr van Tjaerda.

 

Uit het huwelijk van Aede en Eets:

 

           1    Margaretha van Gerbranda, overleden Emden 1582 *, begraven Menaldum ?.

 

Margaretha was gehuwd met Keimpe van Donia, geboren Menaldum ± 1557, overleden 4 sep 1593 *, begraven Menaldum ,grafschrift, zoon van Syds van Donia en Jouck Sybrensdr van Stenstera.

 

Hij woonde op Hemmemastate bij Menaldum.

In 1580 met zijn vrouw als balling buiten Friesland (C.E.).

Zie ook Grafschriften IV-124.

 

Keimpe is later getrouwd ± 1590 met Doedt van Holdinga, geboren 1572, overleden 31 dec 1646, dochter van Wilcke van Holdinga en Haring van Roorda, ook Harmck. Doedt is later getrouwd Beetgum 30 jan 1596 met George Wolfgang van Schwartzenberg Hohenlansberg, geboren 1549, overleden 10 mrt 1633. George was weduwnaar van Sjouck van Meckema, ook Suzanna, overleden 12 nov 1587, dochter van Feye van Meckema en Ebel van Unia.

 

           2   Tjets van Gerbranda, overleden Groningen 29 sep 1581.

 

Zij was niet getrouwd.

Haar overlijden staat vermeld in de Cons.Ex.

 

 

 

  

_