Genealogie
van het adellijk geslacht Harinxma thoe Slooten
Deze tak van de
familie woonde te Sneek,Sloten, Leeuwarden en Waaxens (W.D.).
De familie stierf tweemaal uit in de
mannelijke lijn, maar werd dan voortgezet in de vrouwelijke lijn.
I Haring
van Harinxma, overleden Heeg n 1401.
Heerschap te Heeg;potestaat van
Westergo 1381-1388.
Charterboek I-282:op 10-8-1398
genoemd als Haring in den Hage,die trouw had gezworen aan hertog Albrecht van
Beieren.
Zie ook GJB 1977-28.
Haring was gehuwd met
Jelck Ndr.
Uit dit huwelijk:
1 Agge van Harinxma, volgt onder II.
2 waarschijnlijk
Hotze van Harinxma.
Waarschijnlijk geestelijke.Een
geschil over Hotze Harings goed tussen Wytze van Harinxma en het
Hospitaalconvent wordt genoemd in OFO I-275 d.d.24-4-1477.
3 Ymck Haringhsdr van Harinxma.
Ymck was gehuwd met Homme van
Hommema, overleden Dronrijp n 22 jul 1459.
GJB 1977-28:hij tekende als
Schieringer in 1422 een zoenbrief tussen Vetkopers en Schieringers.
In 1424 maakte hij met zijn
schoonzoon Foppe van Sjaerda een tocht naar het Heilige Land.
Hij was als Humme Hummingha grietman
van Wymbritseradeel en woonde toen te Abbega,maar later te Dronrijp.
OFO I-99 d.d.28-10-1447:genoemd met
zijn zwagers Agge en Douwe bij een geschil met Lolle van Ockinga c.s.
OFO I-157 d.d.22-7-1459:hij heeft
een geschil met Keimpe van Unia;zijn schoonzoon Epe Tietes hoort bij de
zoenlieden.
4 Sierck van
Harinxma-Donia
Zie voor het nageslacht bij de familie van Donia.
5 Epe van Harinxma
Zie voor het nageslacht bij de familie Harinxma thoe IJlst
6 Douwe van Harinxma
Zie voor het nageslacht bij de familie Harinxma thoe Heeg
II Agge van Harinxma, overleden n 1446,
zoon van Haring van Harinxma (I) en Jelck Ndr.
Genoemd met zijn huwelijk in 1402 in
de Tegenw.St.blz.572.
Charterboek I-407:Agge wordt in
nov.1419 genoemd als Schieringer bij een compromis tussen Schieringers en
Vetkopers.
Genoemd in 1422 als Schieringer
hoofdeling te Sloten.
Ook olderman te Sneek (bezit daar
via zijn vrouw).
OFO I-99 d.d.28-10-1447:hij heeft
samen met zijn broer Douwe een geschil met Lolle van Ockinga c.s.
Agge is getrouwd 1402 met His Riencksdr van Bockema,
overleden 1412, dochter van Rienck van
Bockema en Both Feyckesdr Sickinga.
Uit dit huwelijk:
1 Bocke van Harinxma, geboren 1403, volgt
onder III.
2 Hylck Aggesdr van Harinxma.
Zie Tegenw.St.I-572.
Hylck was gehuwd met Gerrolt van
Herema, afkomstig uit Tzum, overleden n 1478, zoon van waarschijnlijk Johan van Herema en N.N..
In 1437 was Gerrolt Herema van Tzum
eigenaar van Aesgemastate te Peins.
Hij was mederechter en grietman van
Franekeradeel in 1438 (zie OFO II-18 ,rechtsomgang Franekeradeel).
Hij wordt ook genoemd in een charter
uit 1443.
Voor zijn kinderen en kleinkinderen
zie T326-1047 en N.L.62 (1944)-6/14.
OFO I-141 d.d.21-6-1457:genoemd als
Gerrold a Hederem.
OFO III-10 d.d.6-5-1476:overeenkomst
tussen Franekeradeel en Gerrolt in Herum.
OFO-I-296 d.d.13-4-1479:Gerrold
Herama wordt benoemd als voogd over de kinderen van Schelte van Liauckema.
III Bocke van Harinxma, geboren 1403,
overleden 1468, begraven Sneek ,grafschrift, zoon van Agge van Harinxma (II) en His
Riencksdr van Bockema.
Schieringer hoofdeling en olderman
te Sneek.
Voor zijn geboortejaar zie
Tegenw.St.I-572.
OFO-II-14:hij tekent op 2-5-1427 als
Bocka Doynga (Donia) namens Scharnegoutum het verdrag inzake onderhoud
Nieuwlandsdijken om en nabij Sneek.
OFO I-89 d.d.30-11-1442:Bocke Harinxma
te Sneek.
OFO II-37 d.d.1-8-1455:hij zegelt
voor Sneek het besluit dat er een "gaerleger" komt tussen Sneek en
Bolsward.
OFO II-45 d.d.13-8-1459:hij sluit
voor Sneek de overeenkomst tussen Bolsward,Franeker en Sneek.
Dootboeck (GEN 742):Bocke Harincxma,heerschap
te Sneek,verslaat juli 1458 Solcke Meijnama en Ayssa Tziebbinga bij Sloten en
hij wordt in 1468 bij zijn voorouders in het klooster Thabor boven Sneek
begraven.
Zijn grafsteen in het museum te
Sneek (Walle-5885)
Bocke was gehuwd met
Galtje Watzes van Dekema,
,ook Gatske, overleden na 1468, dochter van Watze
van Dekema en Feyck Ndr.
OFO I-149 en T327-1411
d.d.1-8-1457:Bocka Harinxma en Galthye Walthye dochter Dekama doen afstand van
bezitsaanspraken op Dekamahuis en landen te Weidum en dragen over aan Hetta
Dekama en nakomelingen.
Uit dit huwelijk:
1 Jel Bockesdr van Harinxma, overleden
1471/1472.
Zij testeerde in 1471.
Jel was gehuwd (1) met Keimpe Aedes
van Jongema, overleden 1468, in het klooster Thabor boven Sneek, zoon van Aede Keimpes van Jongema en Foockel Ndr.
Hij woonde te Rauwerd.
OFO I-162 d.d.24-2-1461:hij voert
samen met Jelle Hessels Jongema de laatste wil uit van zijn broer Hessel.
Bij huwelijk met Jel was hij
weduwnaar van een zekere Ansck,ws.een zuster van Luts Feickes van Oenema.
Dootboeck (GEN 742):Kempo Eedes
Jongama bij zijn voorouders in het klooster Thabor begraven in 1468.
Keimpe was weduwnaar van Ansck N..
Jel was gehuwd (2) met haar halfoom Watze
Abbes van Dekema, overleden 1481 *, begraven Leeuwarden,Galileërkerk
,onduidelijk grafschrift, zoon van Abbe
N. en Feyck Ndr.
Olderman te Leeuwarden (OFO I-301
d.d.9-8-1480).
Hij noemde zich evenals zijn moeder
van Dekema.In 1458 genoemd als naastligger te Huizum;in OFO I-170 d.d.21-7-1463
als koper van land,grenzend aan Abbema;in OFO I-191 d.d.13-10-1467 te Wirdum
als koper van land;ook genoemd in OFO I-237 d.d.24-4-1473;in OFO I-277
d.d.30-4-1477 met Tiede Deckama te Leeuwarden;in OFO II-82 d.d.13-7-1476 bij
een geschil over het slatten van een deel van de Ee.
OFO IV-52 d.d.17-8-1479:genoemd als
"eem" van Juw van Dekema;"eem" zou volgens het
middelnederlands woordenboek afgeleid kunnen zijn van "oheem",zoiets
als uit het huis van grootvader.Zie ook OFO II-339 waar "eem" de
betekenis heeft van oudoom.
OFO IV-54 d.d.12-9-1480:vermeld bij
de verdeling van goederen tussen de broers Hette en Juw van Dekema.
OFO IV-82 d.d.8-2-1491:genoemd als
wijlen Huizumer hoofdeling.
Zie ook GJB 1996-178.
Watze is eerder getrouwd 1454 met Wick
Wytzesdr van Oenema, afkomstig uit Wirdum, dochter van Wytze van Oenema en waarschijnlijk N.van Sjaerda.
Watze is later getrouwd 1473 met Graets
van Cammingha, overleden 1476 ,na 10-12-1476, begraven
Leeuwarden,Galileërkerk ,onduidelijk grafschrift, dochter van Sicke van Cammingha en Doedt Sjucksdr van Dokema.
2 Feycke van Harinxma, ,thoe Slooten,
volgt onder IV-a.
3 Watze van Harinxma, volgt onder IV-b.
4 Ydt Bockesdr van Harinxma, overleden n
1483.
Zij testeerde op 20-12-1483 (F.T.
44).Zij was niet getrouwd.
5 Juw van Harinxma, volgt onder IV-c.
6 His Bockesdr van Harinxma.
IV-a Feycke van Harinxma, ,thoe Slooten,
overleden 1471, zoon van Bocke van
Harinxma (III) en Galtje Watzes van
Dekema, ,ook Gautje of Gatske.
Feico Harinxma is op 15-12-1454
student te Keulen.
In 1469 genoemd als grietman van
Wymbritseradeel.
Feycke was gehuwd met
Luts Feyckes van Oenema,
overleden 1477, waarschijnlijk dochter van Feycke
van Oenema en Graets N..
Zij had een zuster Ansck,die
misschien de eerste vrouw was van Keimpe van Jongema.(Volgens UvB was deze
zuster kloosterlinge maar dat is ws.onjuist).
Uit dit huwelijk:
1 Catharina van Harinxma, overleden n 28
okt 1501.
Zij testeerde op 28-10-1501
(F.T.62).
Catharina was gehuwd (1) met Tjaert
van Sjaerda, overleden 18 apr 1491, zoon van Douwe Tjaerts van Aylva en Edwer
van Sjaerda.
OFO II-94 d.d.10-10-1481:de broers
Tjaert en Sicke van Franeker sluiten het verbond met Leeuwarden.
Catharina was gehuwd (2) met Louw
Pieters van Donia, overleden Sneek 27 jan 1533 *, zoon van Pieter Lolles van Ockinga en N Louwsdr van Donia.
Heerschap te Sneek en grietman van
Wymbritseradeel (genoemd 1504 tot 1517).
Vanaf 16-1-1493 herhaaldelijk
genoemd in de Sneker recesboeken (1490-1517).
OFO III-30 d.d.25-2-1500:de stad
Sneek zal haar aandeel in het losgeld van Lou Donia betalen.
Ook genoemd als grietman van
Rauwerderhem (1502,1506).
Op 5-1-1505 op de lijst van Friese
edelen (T342-05,62).
OFO IV-156 d.d.14-8-1506:genoemd als
grietman van Idaarderadeel.
Bij R.v.A.1511 als Lou Donia van
Sneek met veel bezit.
OFO IV-223 d.d.8-4-1514:genoemd als
grietman van Wymbritseradeel.
Op 4-4-1536 is er een uitspraak van
het Hof van Friesland in de zaak van zijn erven tegen Westergo.
2 Bocke van Harinxma, volgt onder V-a.
3 Yde van Harinxma, overleden n 1501.
4 Hylck Feyckesdr van Harinxma.
Hylck was gehuwd met Louw van
Bonninga, overleden 6 sep 1494, zoon van Broer van Bonninga en Ath van
Reynarda.
Volgens het "Dootboeck"
(GEN 742) gedood in de slag bij Warns door de Galama's.
IV-b Watze van Harinxma, overleden n 11 nov
1472, zoon van Bocke van Harinxma
(III) en Galtje Watzes van Dekema,
,ook Gautje of Gatske.
Hij testeerde op 11-11-1472 (F.T. 28
en OFO I-232).Hij woonde eerst in Sloten (in 1458) en later in Sneek.
Volgens zijn testament had hij
dochters Syts (non),Hilke,Wybrich en een dochter Katherine "deer Ebel
moeder toe is " (Ebel als moeder-verzorgster ?)
Watze is getrouwd 1452 met Saeck van Cammingha,
overleden v 1472, dochter van Peter van
Cammingha en Site Lousma, ,ook
Syts.
Voor de huwelijksvoorwaarden zie OFO
I-129 d.d.22-1-1452.
Uit dit huwelijk:
1 Syts van Harinxma, overleden n 1472
,als non.
2 Hylck van Harinxma, volgt onder V-b.
3 Wybrich van Harinxma, overleden n 1472.
4 Pieter van Harinxma, overleden Sneek
1488 *.
Hij was hoofdeling te Sneek en wordt
in 1487 genoemd als grietman van Wymbritseradeel.
OFO II-76 d.d.23-8-1473:Pieter
Watzes Harinxma zegelt een overeenkomst.
OFO IV-53 d.d.6-9-1479:Haye van
Heringa heeft een geschil met hem en zijn familie over het testament van Graets
van Cammingha.
Met zijn broer Rienck genoemd bij
een overeenkomst in GPCV d.d.20-4-1481.
OFO II-129 d.d.21-8-1486:hij zegelt
mee een verbond tussen Sneek en andere steden.
Hij overleed zonder kinderen en
beschouwde zijn oomzegger Watze als zoon.
Pieter was gehuwd met Rixt
Goslicksdr van Juwinga, overleden Burgwerd 1499, dochter van Goslick van Juwinga en Syts Tjaertsdr van Aylva.
Rixt was later gehuwd met Here Lolles
van Ockinga, overleden n 1514, zoon van Lolle
Epes van Ockinga en His Heresdr van
Albada.
5 Rienck van Harinxma, overleden n 28 jun
1487.
Met zijn broer Pieter genoemd bij
een overeenkomst in GPCV d.d.20-4-1481.
OFO IV-75 d.d.28-6-1487:genoemd bij
het verbond tussen Westergo en delen van Oostergo.
Hij zal kinderloos overleden zijn
voordat zijn broer Pieter in 1488 overleed.
Rienck was gehuwd met Rixt Tjercksdr
Juwinga van Walta, dochter van Tjerck
Juwinga van Walta en Ebel van Walta.
6 Catharina van Harinxma, overleden
1518/1524, begraven Dokkum.
Zij wordt in de Sneker recesboeken
d.d.12-12-1509 genoemd als Katherina,Tiaerd Mockama wyff.
Zij testeerde als Katherina Mockumma
op 10-10-1518 (F.T.94).Zij wilde in Dokkum begraven worden bij haar zoon,die
overleden was.Bij het testeren had zij uit haar eerste huwelijk een zoon
Tjerck,een dochter Saeck en 2 dochters Rynck en Gaets als nonnen in het
klooster Aalsum onder Akkrum.Over een zoon uit tweede huwelijk wordt niet
gesproken.Haar dochter Saeck is de erfgename met legaten voor de anderen.
Voor de afhandeling van haar
nalatenschap in 1524 zie de stukken van klooster Aalsum (Tresoar T234-01,inv.nr
55) en GPCV II-463 d.d.21-1-1524.
Catharina was gehuwd (1) met Juw van
Juwinga, ook Jongema, overleden 4 okt 1496, zoon van Tjerck Juwinga van Walta en Ebel
van Walta.
Na het overlijden in 1479 van zijn
neef Tjaert van Juwinga/Jongema kiest de stad Bolsward hem om de stad als
hoofdeling te besturen,omdat Goslick,de zoon van Tjaert,nog jong is.Juw
behoorde tot de Vetkopers.
OFO II-126 d.d.13-3-1486:Juw genoemd
te Leeuwarden.
OFO IV-74,76 d.d.16-6-1487,1-8-1487:genoemd
als grietman van Wonseradeel.
OFO IV-99 d.d.23-2-1493:Juw van
Juwinga/Jongema,Tjerck van Walta,hun zuster(s) en hun zwager Aucke van Unia
brengen hun geschil met achterneef Goslick van Juwinga/Jongema en diens zwager
Bocke van Harinxma voor de zoenlieden.
OFO II-190 d.d.23-10-1494:met zijn
broer Tjerck vermeld bij een overeenkomst tussen Bolsward en Franeker.
Hij wordt in 1496 vermoord te
Bolsward door deze achterneef Goslick van Juwinga/Jongema (zie GJB 1981-83 en
GsvD-102).
Op de lijst van Friese edelen
d.d.5-1-1505 wordt gesproken over Juw Jongema kinderen (T342-05,62).
Catharina was gehuwd (2) met Tjaert
van Mockema, overleden 1528/1529, zoon van Taecke van Mockema en Doedt
van Holdinga.
Hoofdeling te Dokkum,waar hij
Mockemastate bewoonde onder Aalsum (zie Tegenw.Staat van Friesland II-215 en
het Aardrijkskundig woordenboek van v.d.AA).Schroor (GsvD-95) vermeldt ook een
stadsstins in Dokkum.
Hij was aanvankelijk als Schieringer
tegen het verbond met Groningen (1491);de Groningers,samen met de Vetkopers van
Dokkum,maakten zijn stinsen met de grond gelijk (1492).In 1492 houdt hij zich
nog afzijdig (Pax-75),maar in 1493 sluit hij zich met zijn broer Gerbrant aan
bij het verbond tussen Dokkum en Groningen d.d.17-9-1491 en schenkt zijn rechten
en goederen in Dokkum aan Groningen (Pax-85).Hij hoort daarna met zijn broers
bij de Vetkopers.
In 1494 en in OFO I-426
d.d.31-5-1497 genoemd als grietman van Oostdongeradeel.
In of kort na 1498 liet hij een
stins herbouwen op de hoek bij de Zijl (plaats van het latere Dokkumer
stadhuis).
In 1505 vermeld in het register van
edelen onder 41 (T342-05,62).
OFO IV-119 d.d.27-3-1500:genoemd bij
het herstel van dijken en zijlen.
Bij R.v.A.1511 heeft hij naast bezit
in Dokkum,Morra en Blija ook bezit in Goënga (door zijn vrouw Catherina).
Hij wist in 1512 aan arrestatie te
ontkomen door te vluchten naar Groningen (zie GsvD-123).
Later doet hij een aanval op Dokkum
en neemt de stad in op 18-1-1515,maar bang voor de bende van de Zwarte Hoop
vertrekt hij met zijn volk uit Dokkum op 28-4-1515 (Levensschets van Tjaard
Mockema in mengelwerk uit de L.C. d.d.18-2-1834).
HvF 16480-blz.22 (WW 1-23
d.d.3-10-1527):Tjaert Mockema contra Julius van Botnia.
HvF 16480-blz.219 (WW 1-268
d.d.15-7-1528):Tjaert Mockema contra Julius van Botnia.
HvF 16687 d.d.2-12-1529:de
erfgenamen van Tjaert van Mockema contra de heren Julius van Botnia en Douwe
van Burmania (de erfgenamen worden niet bij name genoemd).
HvF 16480-blz.465 (WW 1-501,502
d.d.27-12-1529):het Hof kan nog geen uitspraak doen in de zaak van de
erfgenamen van zalige Tjaert Mockema contra Julius van Botnia en Douwe van
Burmania.
Over de voorgaande zaken zie ook de
Quaclappen HvF 16687-40,56,84,89,131,271 d.d.
27-1-1528,14-2-1528,31-3-1528,24-4-1528 (zijn oomzegger Abbe Sjucksma is dan
requirant namens hem) ,18-7-1528 en 2-12-1529.
Volgens het stamboek F.A. overleed
hij zonder kinderen,maar is dat zo ?
IV-c Juw van Harinxma, overleden v 1475,
zoon van Bocke van Harinxma (III) en Galtje Watzes van Dekema, ,ook Gautje of
Gatske.
Julius Harinxma is in 1453 en op
27-10-1454 student te Keulen.
Genoemd met zijn vrouw als hij een
overeenkomst treft met Gatze van Juwsma (in OFO I-221 d.d.7-2-1472).
Juw is getrouwd ± 1468 met Wyts Wopckesdr van Juwsma,
afkomstig uit Rinsumageest, overleden 1519, dochter van Wopcke Bouckes en Sjouck
Popckesdr van Donia.
Zij kwam na het overlijden van haar
vader in bezit van Juwsmastate bij Rinsumageest (N.O.III-139).Zij werd daar in
1468 belegerd door Hans her Juwsma.
OFO I-221 d.d.7-2-1472:zij heeft een
geschil met Gatze van Juwsma en staat Juwsmastate af aan Gatze en zijn vrouw.
Genoemd als Wyts Jongema met
kinderen in GPCV d.d.20-4-1481.
OFO I-322 en OFO II-220
d.d.4-7-1482:zij maakt als weduwe van Tjaert Jongema te Rinsumageest een
overeenkomst met Gatze van Juwsma.
OFO IV-91 d.d.4-11-1491:zij heeft
een geschil met de kerk van Huizum,waarbij ook haar grootvader Popcke van Donia
wordt genoemd ("sillighe Popke Theerns").
Ook genoemd met haar kinderen uit
tweede huwelijk in OFO IV-99 d.d.23-2-1493.
Bij R.v.A.1511 heeft Wyts Jongema
van Bolsward veel bezit.
Wyts was later gehuwd met Tjaert van
Juwinga, overleden 8 jul 1479 *, zoon van Goslick van Juwinga en Syts
Tjaertsdr van Aylva.
Wyts is later getrouwd n 1488 met Botte
van Holdinga, overleden 1493/1498, zoon van Gabbe van Holdinga en Tjemck
van Meckema.
Uit het huwelijk van Juw en Wyts:
1
Luts van Harinxma, overleden 6 mrt 1528 *, begraven Sneek.
T313-108:
uitspraak over een geschil tussen haar als weduwe van Schelte en Tjerck Sybrens
(1604).
OFO IV-178 d.d.3-10-1508:zij
verkoopt een huis in Franeker.
Bij R.v.A 1511 heeft Luts Liauckema
van Sneek veel bezit.
Zij testeerde 4 maal in 1527,op
25/10,4/11,voor 11/11 en op 11/11 (F.T. 116/119) en bepaalde dat zij begraven
wilde worden in Sneek bij haar tweede man.
Luts was gehuwd (1) met Sicke van
Sjaerda, overleden Franeker 1487 *, zoon van Douwe Tjaerts van Aylva en Edwer
van Sjaerda.
Genoemd in OFO I-324 d.d.5-1-1483.
OFO II-94 d.d.10-10-1481:Sicke en
broer Tjaert uit Franeker sluiten een verbond met Leeuwarden.
Genoemd op 2-9-1486 in een register
(OFO IV-70).
OFO IV-74,75
d.d.16-6-1487,28-6-1487:genoemd als grietman van Wonseradeel.
Pax-39 d.d.28-2-1487:Sicke geeft
Julius van Hottinga toestemming om met Groningen te onderhandelen.
Luts is getrouwd 1491 (2) met Schelte
van Liauckema, overleden Sneek 1503 *, begraven Sexbierum ,grafschrift,
zoon van Schelte van Liauckema en Tieth Sickesdr van Nyenhuys.
Hij woonde eerst op Liauckemastate
te Sexbierum.
Pax-154 d.d.22-6-1496:hij gaat
akkoord met het verbond tussen Westergo en Groningen.
OFO IV-127 d.d.5-4-1502:hij wordt
genoemd als grietman van Wymbritseradeel.
Hij testeerde te Sneek op 3-10-1503
(F.T. 65).
Op 5-1-1505 nog vermeld op de lijst
van Friese edelen (T342-05,62).
Bij R.v.A.1511 met veel bezit o.a.te
Sexbierum zal dan slaan op zijn zoon Sicke ?
V-a Bocke van Harinxma, overleden 3 apr
1499, begraven Sneek ,grafschrift, zoon van Feycke
van Harinxma, ,thoe Slooten (IV-a) en Luts
Feyckes van Oenema.
Na Pieter van Harinxma hoofdeling te
Sneek (1488).Zie ook Gsvd-94,95 (1492) en GsvD-100/102 (1496/1498).
OFO II-183 d.d.28-6-1492:hij sluit
namens Sneek een verbond met Leeuwarden.
Pax-69 d.d.13-10-1492:hij sluit
namens Sneek en andere plaatsen en kloosters een verbond met Groningen.
Pax-80 d.d.22-3-1493:hij verzoekt
namens Sneek aan Groningen om over vrede te onderhandelen.
OFO I-409 d.d.30-9-1494:genoemd als
grietman van Wymbritseradeel (ook in 1492).
Pax-134 d.d.4-4-1496:Bocke Harinxma
van Sneek zoekt aansluiting bij het verbond met Groningen.
Bocke was gehuwd met
Ansck van Juwinga, overleden
n 1527, dochter van Tjaert van Juwinga
en Wyts Wopckesdr van Juwsma.
OFO IV-99 d.d.23-2-1493:zij wordt
genoemd met haar man,broer Goslick en moeder Wyts.
Zij wordt ook genoemd in 1527 in
F.T.116/119.
Uit dit huwelijk:
1 Luts van Harinxma, overleden 1537.
Luts was gehuwd met Roelof Onnes van
Ewsum.
V-b Hylck van Harinxma, overleden na 1487 ,
in 1511 ?, dochter van Watze van Harinxma
(IV-b) en Saeck van Cammingha.
Misschien overleden 24-8-1511 en
begraven te Sloten (Walle-5845).
Hylck was gehuwd met
Keimpe van Abbema, overleden
n 1504, zoon van Hessel van Abbema en
Wick Wytzesdr van Oenema.
Hij woonde op Abbemastate te Huizum
en testeerde in 1503.
De reversaalbrief d.d.9-7-1504 wordt
ondertekend door Kempe Hessels Abbema uit Leeuwarderadeel.
Hij staat als Kempo Abbis op de
lijst van edelen d.d.5-1-1505.
Ook in 1506 in OFO IV-151 Keimpe
Abbes genoemd.
Zie verder GJB 1996-178.
Uit dit huwelijk:
1 Watze van Harinxma, ,thoe Sloten,
overleden 1511/1515.
Omdat zijn oom Pieter kinderloos
stierf mocht hij als aangenomen zoon van Pieter de naam Harinxma dragen.
Maar ook Watze stierf kinderloos en
na hem droeg Tiete,de zoon van zijn zuster Wick de naam Harinxma.
Pax-131 d.d.3-2-1496:hij verzoekt als
recht en raad van Sloten om een verbond met Groningen.
De reversaalbrief d.d.9-7-1504 wordt
getekend door Wathia Haringsma voor my ende Epe Haringsma ende voor mijn wyfs
moeder. (Epe is zijn zwager en Teth de
weduwe van Sytze van Harinxma is zijn schoonmoeder).
Op 5-1-1505 als Watge Harincxma op
de lijst van Friese edelen uit Wymbritseradeel.
Hij wordt genoemd in de Sneker
recesboeken d.d.3-2-1507,9-6-1507 en 7-12-1509 (in het laatste geval met
"moye" Katherina).
In 1511 met bezit o.a.te
Sneek,Wirdum en Lekkum.
Zie ook GJB 1996-178,179.
Watze was gehuwd met Hylck Sytzesdr
van Harinxma, overleden 7-4-1532, begraven Warga, grafschrift, dochter van Sytze van Harinxma en Teth van Bonninga
Hylck hertrouwde met Douwe van
Juwsma, overleden 4-3-1532, begraven Warga, grafschrift.
2 Wick van Abbema, volgt onder VI.
3 Rienck van Abbema.
Geestelijke in klooster Groendijk.
4 Barber van Abbema.
Non in klooster Foswerd.
5 Hessel van Abbema, overleden 15 apr
1550 *, begraven Huizum ,grafschrift.
Hij maakte een overeenkomst met de
kerk van Huizum (OFO IV-246 d.d.6-12-1525) en noemt zich dan Hesselus Abinga.
HvF 16481-464 d.d.4-4-1536:Hessel
Aebinga als eiser.
HvF 16481-501 d.d.30-7-1536:Hessel
meent eigenaar te zijn van alle nagelaten goederen van zijn broer wijlen Watze
Harinxma en procedeert tegen de erfgenaam,zijn oomzegger Pieter Harinxma
e.a.;de eis wordt niet toegekend.
Hij testeerde op 9-4-1539 te Huizum
(F.T.151) en heeft dan 4 kinderen.
Begraven te Huizum als Hessel van
Abbingha.
Zie verder GJB 1996-179.
Hessel was gehuwd met Jel van
Jelckema, afkomstig uit Meskenwier onder Akkrum, overleden 27 nov 1546 *,
begraven Huizum ,grafschrift, dochter van Wybe
Jarichs van Jelckema en Tieth
Lieuwesdr.
Begraven als Jel van Metselwier.
VI Wick van Abbema, dochter van Keimpe van Abbema en Hylck van Harinxma (V-b).
Wick was gehuwd met
Homme van Hettinga, overleden
n 1511, zoon van Epe Tietes van Hettinga
en Jel Hommesdr van Hommema.
Hij woonde te Hommerts (OFO III-23).
Genoemd als grietman van Wymbritseradeel
buitendijks in 1487.
Genoemd in de Sneker recesboeken
onder 14,226,4009,4334 d.d. 21-2-1491,27-10-1494,7-12-1509 en 13-5-1507.
Op 5-1-1505 op de lijst van Friese
edelen (T342-05,62).
In OFO IV-151 d.d.15-4-1506 genoemd
als zwager van Watze van Harinxma.
Uit dit huwelijk:
1 Hylck van Hettinga, overleden 1571.
Hylck was gehuwd (1) met Pieter van
Auckama, overleden nov 1534, zoon van Johan
Sybrants van Auckama en Auck Ungha.
OFO III-27 d.d.13-7-1498 en
18-7-1498:dagvaarding met vrijgeleide van Bolsward voor Peter Jan Sybrantszn.
In 1498 op de lijst van burgers in
Leeuwarden (de Vrije Fries 73-82 e.v.).
R.v.A.1511:genoemd als Pyter Jans
van Leeuwarden met veel bezit ook te Jelsum,Britsum,Marssum enz.
OFO II-250 d.d.2-4-1511:genoemd met
zijn overleden tante Sibbel Sybethsma.
Tussen 1512 en 1529 enkele malen
burgemeester van Leeuwarden.
Hij testeerde op 18-3-1534 (zie
F.T.nr.134) en op 29-10-1534 (zie F.T.nr.136).
Pieter was weduwnaar van Tryn
Doeckesdr van Gralda.
Hylck was gehuwd (2) met Taecke Doeckes
van Rinia, overleden 1557, zoon van Doecke
Hayes van Rinia en Rints Taeckesdr
van Herema.
2 Pieter van Harinxma, eigenlijk Tiete van Hettinga, volgt onder VII.
3 Epe van Hettinga.
Epe was gehuwd (1) met Auck van
Herema, afkomstig uit Tzum.
Haar ouders zijn niet bekend.
Epe was gehuwd (2) met Wypck
Simonsdr van Hoytema, dochter van Simon
van Hoytema en Gerck Wytzesdr van
Beyma.
4 Jel van Hettinga, overleden 12 okt
1543, begraven Sexbierum.
Grafzerk te Sexbierum (de Vrije
Fries XXIII).
Jel was gehuwd met Schelte van
Latsma, overleden 24 aug 1550, begraven Sexbierum.
Op Latsmastate te Sexbierum (bij
zijn overlijden in 1550 ging de state naar zijn oomzegster Jets Latsma).
Schelte was weduwnaar van Rempt van
Oenema, ook Rinck, overleden 29 nov 1516, dochter van Keimpe Tjepckes van Oenema en Jel
van Galama, of Ydt.
VII Pieter van Harinxma, overleden Sloten 6
mei 1541 *, begraven aldaar, zoon van Homme
van Hettinga en Wick van Abbema
(VI).
Hij nam de naam Harinxma over van
zijn oom Watze en noemde zich daarbij ook "thoe Slooten".
Zijn oom Hessel procedeerde tegen
hem inzake de erfenis Harinxma (HvF 16481-501 d.d.30-7-1536).
Zie ook Grafschriften IV-102.
Pieter was gehuwd met
His Douwesdr van Juwsma,
afkomstig uit Wirdum, geboren ± 1506, overleden 8 jan 1589 *,80 jaar, begraven
Marssum ,grafschrift, dochter van Douwe
van Juwsma en His van Camstra.
Op de grafsteen is of de
overlijdensdatum of de vermelde
leeftijd van 80 jaar fout (immers haar moeder overleed in 1506)
HvF 16689-383 d.d.19-6-1545: zij
procedeert als weduwe van Pieter.
Zij testeerde op 8-10-1563 en
3-3-1586 .
T323-2: testamenten d.d. 3-3-1586
juffr. His van Jousma, nagelaten weduwe Pieter van Harinxma .
Verdeling van goederen tussen haar
dochter Hylck en de kinderen van wijlen haar zoon Homme.
Het ene testament getekend 3-3-1586
en het andere 14-9-1588.
Zie ook Grafschriften IV-102.
Uit dit huwelijk:
1 Homme van Harinxma, ,thoe Slooten,
volgt onder VIII.
2 Hylck van Harinxma, overleden 28 sep
1594 *, begraven Marssum ,grafschrift.
Zij procedeerde tegen haar
schoonzuster Doedt van Mockema (HvF 16704-27 d.d.30-3-1590).
Zie ook Grafschriften IV-102.
Hylck was gehuwd met Tjalling van
Eysinga, overleden Wesel 1569, begraven Rauwerd, zoon van Aede van Eysinga en Tieth Ritsckesdr van Juckema.
Dr.Tjalling van Eysinga was
raadsheer bij het Hof van Friesland 1557/1568 en werd op 22-10-1568 door Alva
verbannen.
Hij is overleden als balling te
Wezel in 1569 en werd herbegraven in Rauwerd (in 1572?)
Zie ook Grafschriften IV-102.
VIII Homme van Harinxma, ,thoe Slooten,
overleden v 1584, zoon van Pieter van
Harinxma (VII) en His Douwesdr van
Juwsma.
HvF 16690-326 d.d.23-7-1553:Popcke
Mockema contra Homme als man van Doedt.
HvF 16691-89 d.d.30-4-1555:Mr.Jan
Jans,pastoor te Waaxens,contra de erfgenamen van Abbe Sjucksma,onder wie zijn
vrouw Doedt.
HvF 16692-29 d.d.14-12-1559:Mr.Jan
Jans (zie boven) contra Homme Haersma voor zijn vrouw Doed en voor zijn
schoonzusters Frouck en Anna,getrouwd met resp.Douwe Aluwe en Worp Juckema.
Hij testeerde op 12-1-1563
(T323-02,25).
Homme is getrouwd 1552/1553 met Doedt van Mockema,
geboren ± 1527, overleden 28 apr 1621 *,94 jaar, dochter van Ernst van Mockema en Anna van Foppinga.
HvF 16690-238 d.d.2-9-1552:zij was
nog minderjarig en behoorde tot de erfgenamen van haar neef Abbe van
Sjucksma;George van Roorda is haar curator.
HvF 16703-218 d.d.15-3-1589:Doedt
Mockema voor wijlen haar man Homme van Harinxma contra de gedeputeerde staten
van Friesland.
HvF 16704-27 d.d.30-3-1590:Hylck
Harinxma,weduwe Tjalling van Eysinga,contra haar schoonzuster Doedt
Mockema,weduwe Homme van Harinxma.
Doedt Mockema verkreeg Sjucksmastate
te Waaxens (W.D.) na de dood van Syts van Tjessens in 1606.
Uit dit huwelijk:
1 Ernst van Harinxma, ,thoe Slooten, volgt
onder IX.
2 His van Harinxma, overleden 21 jun 1625
*, begraven ter Idzard.
T325-79: scheiding goederen tussen
haar, haar broer Ernst en Geertruyt van Engelstede (1606).
His testeerde als weduwe op
20-6-1625 (T323-25).
His was gehuwd met Meynert van Idzerda,
geboren ter Idzard 1565, overleden
Leeuwarden 20 dec 1618 , begraven ter Idzard, grafschrift, zoon van Baerthe van
Idzerda en Magdalena Rommerts
Meinardus Idzerda was op 28-9-1586
student te Heidelberg.
Meynert was grietman van
Weststellingwerf 1600-1618 en gedeputeerde.
Voor zijn 6 nagelaten kinderen
Homme,Magdalena,Jan,Baerthe,Doedtje en Pieter zie HvF d.d.2-4-1639.
Homme als Homerus Idzerda op
28-4-1616 student te Franeker en Baerthe als Bartoldus Idzerda op 28-6-1621
student te Franeker.
3 Pieter van Harinxma, overleden Genève
,19 jaar oud.
Als Petrus ab Harinxma in nov 1568
student te Heidelberg,op 17-4-1570 te Marburg en in 1571 student te Basel en
Genève.
4 Anna van Harinxma.
Anna was gehuwd met Ludolf
Engelstede.
5 Homme van Harinxma, overleden 1604.
Als Homerus ab Harincksma op
1-7-1580 student te Leiden, gelijk met zijn broer Ernst.
Hij was ongehuwd en wordt misschien
genoemd in 1598 als gecommitteerde om de rekening van de ontvanger-generaal te
controleren.
IX Ernst van Harinxma, ,thoe Slooten,
overleden 1631 ,voor 4-6-1631, zoon van Homme
van Harinxma, ,thoe Slooten (VIII) en Doedt
van Mockema.
Als Ernestus ab Harincksma student
te Leiden op 1-7-1580, gelijk met zijn broer Homme.
Hij was raadsheer bij het Hof van
Friesland 1597-1631.
Bij huwelijk in 1606 kwam hij uit
Leeuwarden,waar hij ook eerst woonde met zijn vrouw.
Hij woonde later met haar op
Sjucksmastate te Waaxens (W.D.).
Zijn naam en die van zijn vrouw met
trouwjaar 1606 vermeld boven de poort van Sjucksmastate (anno 1668).
Ernst is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 1 aug 1606 en
getrouwd Franeker (?) 24 aug 1606 met Tietke van Botnia, geboren ± 1585,
overleden n 1610, dochter van Julius van
Botnia en Foockel van Walta.
Bij huwelijk in 1606 kwam zij uit
Franeker.
Uit dit huwelijk:
1 Homme van Harinxma, ,thoe Slooten,
gedoopt Leeuwarden 2 aug 1607, volgt onder X-a.
2 Julius van Harinxma, gedoopt Leeuwarden
2 aug 1607.
Hij was een tweelingbroer van Homme
en niet getrouwd.
Met zijn broerHomme op 20-4-1625 student
te Franeker, met zijn broers Homme en Pieter op 18-5-1628 student te
Leiden en in 1630 met Pieter te Angers.
Lid van Gedeputeerde Staten.
3 Pieter van Harinxma, ,thoe Slooten,
gedoopt Leeuwarden 30 mrt 1610, volgt onder X-b.
X-a Homme van Harinxma, ,thoe Slooten,
gedoopt Leeuwarden 2 aug 1607, overleden 1663, zoon van Ernst van Harinxma, ,thoe Slooten (IX) en Tietke van Botnia.
Met zijn broer Julius student te
Franeker 20-4-1625 en op 18-5-1628 met zijn beide broers student te Leiden.
Hij was als opvolger van zijn vader
raadsheer bij het Hof van Friesland 1631-1641 en afgevaardigde Staten-Generaal
1632/1633.
Hij stierf kinderloos en testeerde
in 1656 te Waaxens (EEE I-348).
Homme is getrouwd 5 apr 1637 met Catharina
van Cammingha, overleden 26 apr 1665, begraven 10 mei 1665, Leeuwarden,
Galilëerkerk, dochter van Frans van
Cammingha en Bjuck van Herema.
T325-81: scheiding goederen tussen Catharina en haar zwager Pieter van
Harinxma (1663).
Catharina werd begraven “met de wezen” te Leeuwarden (GJB 1966-90).
Uit dit huwelijk:
1 Teth van Harinxma, gedoopt Leeuwarden 9
feb 1640.
Jong overleden.
2 Ernst van Harinxma, gedoopt Leeuwarden
21 mrt 1641.
Jong overleden.
X-b Pieter van Harinxma, ,thoe Slooten,
gedoopt Leeuwarden 30 mrt 1610, overleden 29 jul 1669, begraven Leeuwarden,
Jacobijnerkerk, 10 aug 1669, zoon van Ernst
van Harinxma, ,thoe Slooten (IX) en Tietke
van Botnia.
Student te Franeker september
1626,student te Leiden met zijn broers Homme en Julius op18-5-1628,met zijn broer
Julius in 1630 te Angers.
Als opvolger van zijn broer
raadsheer bij het Hof van Friesland 1641-1669 (zie ook T325-14).
Zijn naam en die van zijn vrouw met
hun trouwjaar op een bank in de kerk van Waaxens (W.D.) en ook op een rouwbord
aldaar met data van overlijden.
“De Friesche Adelaar “ 1887-3:
Vroeger hing in huize Tjessens bij Waaxens een wapenbord met 16 kwartieren van
zijn betovergrootouders.
In het midden het wapen Harinxma
thoe Sloten met daar onder Jr.Pieter van Harinxma thoe Sloten, Raedt Ordinaris
’s Hoffs van Friesland, obiit den 29 july 1669.
Rechtsboven: Harinxma-Abbema en
Jousma-Kamstra Rechtsonder:
Mockema-Unema en Foppinga-Eminga.
Linksboven: Botnia-Hottinga en
Ockinga-Minnema Linksonder
Jongema-Harinxma en Jouwinga-Heerma.
Zijn betovergrootouders zijn: Homme
van Hettinga x Wick van Abbema, Douwe van Juwsma x Hylck van Harinxma (eerste
vrouw His van Camstra is niet mogelijk),
Taecke van Oenema x Doedt van Holdinga, Hessel van Foppinga x Frouck van
Eminga, Juw van Botnia x Foockel van Hottinga, Joost van Ockinga x Luts van
Minnema, Agge van Walta x Fedt van Hermana en Tjerck Juwinga van Walta x Tieth
van Herema.
Hij testeerde in 1656 te Waaxens
(EEE I-350/357).
Pieter werd begraven “met de wezen”
te Leeuwarden (GJB 1966-91).
T325-82: stukken nalatenschap Pieter
en zijn vrouw Susanne.
Pieter is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 2 nov 1648
,gerecht en getrouwd 1648 .19-11-1648 3e pr.Leeuwarden met Susanna
Idzertsdr van Burmania, overleden Leeuwarden 2 jan 1691, begraven Waaxens
14 jan 1691, dochter van Idzert van
Burmania en Jel van Cammingha.
Zij testeerde op 29-12-1690 te
Leeuwarden (EEE 5-399).
Susanna werd begraven “met de wezen”
(vanuit Leeuwarden naar Waaxens op een wagen). Zie GJB 1966-94.
Uit dit huwelijk:
1 Ernst van Harinxma, geboren 1648,
gedoopt Leeuwarden 15 dec 1650, volgt onder XI.-a
2 Jeltje Pietersdr van Harinxma, ,ook
Juliana, geboren 19 aug 1649, gedoopt Leeuwarden 22 aug 1649, overleden 13 jul
1677, begraven Leeuwarden,
Jacobijnerkerk, 17 jul 1677.
Zij werd “met de wezen” begraven te
Leeuwarden (GJB 1966-92).
Zij overleed zonder kinderen.
Van haar is een portret uit 1671,
waarop staat dat zij dan 22 jaar oud is.
Verder is bewaard gebleven een
toiletspiegel met haar kwartieren (zie “De Friesche Adelaar”1887-2).
Boven de spiegel Harinxma-Burmania
(haar ouders).
Aan de rechterkant op de
spiegel:Harinxma-Botnia (grootouders v.z.) en aan de linkerkant op de spiegel
Burmania-Cammingha (grootouders m.z.).
Haar grootouders zijn Ernst van
Harinxma x Tieth van Botnia en Idzert van Burmania x Jel van Cammingha.
Jeltje is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 22 feb 1672 ,gerecht en getrouwd
Cornwerd 3 mrt 1672 met Sybren van
Ockinga, gedoopt Leeuwarden 5 apr 1646, overleden 22 feb 1698, begraven
Roordahuizum ,grafschrift, zoon van Here
van Ockinga en Magdalena van Burmania.
Hij was kapitein in het leger en
later ontvanger-generaal van Friesland.
Hij stierf kinderloos.
3 Titia van Harinxma, gedoopt Leeuwarden
17 dec 1651, overleden Dronrijp 15 dec 1715 ,bijna 64 jaar oud, begraven
Waaxens (W.D.).
In 1698 eigenares van Dronrijp stem
5 en deels van 18.
Zij was niet getrouwd en wordt op
16-4-1711 als getuige gehoord;ze is dan ongeveer 60 jaar (zie HvF 10399
d.d.22-2-1718 als haar broer Ernst procedeert tegen Dr.Simon Gerroltsma).
T325-86: stukken over haar
nalatenschap (1715/1732).
4 Lucia van Harinxma, gedoopt Leeuwarden
15 mei 1653, overleden aldaar 19 jun 1684.
Zij was niet getrouwd.
5 Idzart van Harinxma, gedoopt Leeuwarden
16 jun 1654, volgt onder XI-b
6 Julius van Harinxma, gedoopt Leeuwarden
5 aug 1657, overleden aldaar 1657/1658.
7 Julius van Harinxma, gedoopt Leeuwarden
31 okt 1658, overleden n 1712.
Hij vertrok van Waaxens naar
Leeuwarden,att.28-12-1712.
I
XI-a Ernst van Harinxma, geboren 1648, gedoopt
Leeuwarden 15 dec 1650, overleden 14 mei 1725 ,77 jaar, zoon van Pieter van Harinxma, ,thoe Slooten (I)
en Susanna Idzertsdr van Burmania.
Grietman van Baarderadeel van
2-7-1669 tot 20-10-1701,toen hij afstand deed t.b.v. zijn zoon.
Ernst is getrouwd Weidum 27 jun 1680 met Tjemck
van Scheltema, overleden 18 dec 1693, dochter van Feye van Scheltema en Luts
van Aylva.
Zij is in het kraambed overleden
(HvR).
Uit dit huwelijk:
1 Pieter Idzert van Harinxma, geboren 30
nov 1682, gedoopt Jorwerd 3 dec 1682, overleden Den Haag 11 feb 1708.
Hij werd op 20-10-1701 grietman van
Baarderadeel als opvolger van zijn vader.
T325-17: Klinkdicht bij zijn
uitvaart in 1708.
Van hem was een kwartierbord bekend
met de 16 kwartieren van zijn betovergrootouders (“De Friesche Adelaar”1887-3).
Vaderszijde: Harinxma-Moccama,
Botnia-Walta van Jongema, Burmania-Douma, Cammingha-Mockama.
Moederszijde: Scheltema-Aylva,
Roorda-Unama (lees Uninga), Aylva-Meckema, Meckema-Decama.
Zijn betovergrootouders waren: Homme
van Harinxma x Doedt van Mockema, Julius van Botnia x Foockel van Walta, Sjuck
van Burmania x Cnier van Douma, Jarich van Cammingha x Jetscke van Mockema,
Syds van Scheltema x Tjemck van Aylva, Feye van Roorda x Doedt Uninga van
Hoytema, Douwe van Aylva x Luts van Meckema, Juw van Meckema x Lucia van
Dekema..
2 Feyo Scheltema van Harinxma, geboren 26
nov 1684, overleden 29 nov 1685.
3 Feyo Scheltema van Harinxma, geboren 4
apr 1686, overleden 14 jan 1695.
4 Frans Ernst van Harinxma, gedoopt
Leeuwarden 29 nov 1689.
Hij is jong overleden.
5 Ernst Frans van Harinxma, gedoopt
Leeuwarden 29 nov 1693.
Hij is jong overleden.
XI-b Idzart van Harinxma, gedoopt Leeuwarden
16 jun 1654, overleden 12 sep 1693, begraven Waaxens (W.D.), zoon van Pieter van Harinxma, ,thoe Slooten (I)
en Susanna Idzertsdr van Burmania.
Bij huwelijk att.van Leeuwarden
d.d.25-1-1678.
T325-83: testament Edzard Duco van
Harinxma thoe Slooten (1693).
T325-85: stukken nalatenschap Edzard
Duco en zijn vrouw Helena van Scheltema (1705,1718).
Idzart is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 18 jan 1678 en
getrouwd Weidum 27 jan 1678 met Lucia Helena van Scheltema, geboren
1656, overleden 3 jul 1686, dochter van Feye
van Scheltema en Luts van Aylva.
Uit dit huwelijk:
1 Pieter Ernst van Harinxma, geboren
Waaxens 29 mei 1679, gedoopt aldaar 1 jun 1679, volgt onder XII
2 Rixiarda Lucia van Harinxma, geboren
Waaxens 6 sep 1681, gedoopt aldaar 11 sep 1681, overleden Leeuwarden 18 dec
1747, begraven Waaxens.
Rixiarda is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 27 nov 1716 ,gerecht en
getrouwd Marrum 6 dec 1716 met Albertus
Aemilius van Coenders, geboren ± 1679, overleden Aken 5 jun 1750 ,71 jaar.
3 Feyo Douwe van Harinxma, geboren
Holwerd 12 okt 1683, gedoopt Waaxens 14 okt 1683, overleden 19 nov 1688,
begraven Waaxens.
4 Julius Homerus van Harinxma, geboren Leeuwarden 12 feb 1686, gedoopt aldaar 14 feb 1686, overleden 30
nov 1717, begraven Waaxens.
T325-88: stukken over zijn nalatenschap (1717-1719).
XII Pieter
Ernst van Harinxma, geboren Waaxens 29 mei 1679, gedoopt aldaar 1 jun 1679,
overleden 20 sep 1716, begraven Waaxens, zoon van Idzart van Harinxma (II-b) en Lucia
Helena van Scheltema.
Op 20-9-1697 student te Franeker.
Later kapitein in het leger.
T325-87: stukken over zijn
nalatenschap (1716/1727).
Pieter is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 19 dec 1704
,gerecht, en getrouwd 28 dec 1704 met Godefrida van Molenschot, afkomstig uit
Leeuwarden in 1704, geboren ± 1686, overleden 1737 ,51 jaar, begraven Waaxens,
dochter van Johan van Molenschot en Saepck (Sippina) van Aylva.
Uit dit huwelijk:
1 Lucia Helena van Harinxma, geboren
1704, overleden 16 jul 1727, 23 jaar.
2 Juliana Aurelia van Harinxma, geboren
16 aug 1707, gedoopt Rinsumageest 21 aug 1707, overleden 9 jul 1729.
3 Susanna Titia van Harinxma, gedoopt
Leeuwarden 5 mrt 1710, overleden 1738.
4 Feyo Edzard van Harinxma, gedoopt
Leeuwarden 18 nov 1711, overleden 5 dec 1741.
5 Juliana van Harinxma, geboren 1712/1713
6 Johan Sippo van Harinxma, geboren
Weidum 10 aug 1714, gedoopt Beers 19 aug 1714, overleden 25 sep 1799.
Hij had 7 kinderen,waaruit het
nageslacht Harinxma thoe Slooten tot in de 20e eeuw.
Johan Sippo was militair, zie
T325-19/23.
Johan is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 18 dec 1750 ,gerecht, en getrouwd
aldaar 30 dec 1750 met Margaretha Titia
van Coenders, geboren Ferwerd 23 feb 1721, overleden Leeuwarden 10 apr
1793, dochter van Albert Aemilius van
Coenders en Rixiardia Lucia van Harinxma (XI-b-2).
7 Godefrida Petronella van Harinxma,
gedoopt Beers 15 sep 1715.
8 Rixiarda van Harinxma, geboren
1716/1717, overleden 3 mrt 1741.