Genealogie van het adellijk geslacht van Jelmera

 

                            Voor bronnen en afkortingen zie pagina 6 van de site.

                        Eveneens voor het voorbehoud bij sommige personen en filiaties.

                                           

 

 

         I Ritscke van Jelmera, geboren Ternaard 1383, overleden 1450.

 

Heer van Ameland en bezitter van Jelmerastate aldaar; ook bezitter van “Donia” te Hallum.

Hij testeerde op 17-1-1450 op Ameland (F.T.13 en EEE 2-519).

Zijn zoon Sascker is dan al overleden,maar zijn kleinzoons Romcke,Keympe en Haye erven,evenals zijn kleindochters Ael en Eelck.

Zie ook OFO IV-11 d.d.17-1-1450 en 13-3-1483 en GJB 1972-94.

Hij had ook een onwettige zoon Hannyke (zie OFO II-214 d.d.1439)

 

Ritscke was gehuwd (1) met  Tjemck N..

 

Vermeld in 1430 (zie GJB 1972-94).

 

Ritscke was gehuwd (2) met  Ael N..

 

Als zijn vrouw in 1450 in het testament.

 

Kinderen uit 1) of 2) :

 

           1   Sascker van Jelmera, volgt onder II.

 

           2   Jouck van Jelmera.

 

Jouck was waarschijnlijk gehuwd met Popcke van Donia, overleden 1467, zoon van Popcke van Donia en N.N..

 

Genoemd als zwager van Rienck van Juwsma in OFO I-111 d.d.12-3-1450.

 

 

           3   Jeltje van Jelmera.

 

           4   Wyts van Jelmera.

 

           5   Ansck Ritsckesdr van Jelmera.

 

Ansck was gehuwd  met Sjuck van Dokema.

 

OFO II-218 d.d.6-5-1454:de nalatenschap van Ansck Ritsckesdr op Ameland ging naar haar kind en toen dat kind overleden was naar de vader Sjuck Dokema,die het weer liet overerven op zijn dochter Doedt,die trouwde met Sicke Cammingha.

Sjuck Dokema zou stammen uit een gegoede familie uit Lekkum.

Dokemahuis (ook Doeckemastate) lag ten noorden van Leeuwarden.

 

Sjuck was later gehuwd met Sjouck van Juwsma.

 

Sjouck was erfdochter Juwsma; dit geslacht Juwsma bezat Juwsmahuis onder Camminghaburen bij Leeuwarden; het andere geslacht Juwsma uit Wirdum bezat een Juwsmahuis ten zuiden van Leeuwarden.

Uit het huwelijk van Sjuck en Sjouck een dochter Doedt Dokema en een zoon Juw,welke in 1483 wordt genoemd als Juw Syouckaz en die getrouwd was met Doed Goerda uit Menaldum.Hun dochter Katharina Juwsma trouwde met Feycke Andringa.

 

 

           6   Hil van Jelmera.

 

 

       II Sascker van Jelmera, overleden 1448, zoon van Ritscke van Jelmera (I) en Ael N..

 

Bij zijn huwelijk schonk zijn vader hem “Donia” te Hallum (Burmaniaboek) en hij noemde zich ook Donia.

OFO II-216 d.d.24-6-1450:zijn zoons Haye en Romke maken een overeenkomst inzake de erfenis door Sascker Donia aan hun grootvader Ritske op Ameland nagelaten.

“Haye en Rumka Sasker znn inzake het erfschap door Sasker Doeynga aan Ritska op Ameland nagelaten”    Yde Heringhe en Haye Sasker zoen over de erfenis van Saesker Doeynga us vader, Ritska op Aemland us aldvader ende Ael us aldmoeder”      “Rumka Sasker zoen en Keympa zijn broer”

OFO II-219 d.d.14-6-1458:zijn zoons Romke,Keimpe en Haye maken een overeenkomst met Doedt Cammingha (Dokema).

“Baer tussen Doede Kammynga t.e.z.  en Romka,Kempo en Haye Sasker znn Doynga t.a.z. “

OFO III-6 d.d.9-8-1466:Haye en Eelck worden halfbroer en halfzuster genoemd van Keimpe, maar Keimpe en Romke worden volle broers.genoemd;Haye en Eelck worden alleen genoemd in het testament van hun moeder Ydt;de andere kinderen zullen dus uit een eerste huwelijk stammen.

Zie ook GJB 1963-35 en GJB 1972-94.

 

Sascker was gehuwd (1) met  N.N..

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Romcke van Donia, volgt onder III.

 

           2   Keimpe van Donia, overleden 3 mei 1452/9 aug 1466.

 

Heer van Ameland.

OFO IV-14 d.d.3-5-1452:Keimpe en zijn broer Romke hebben een geschil met Botte Aldhuustra.

OFO III-6 d.d.9-8-1466:hij overleed zonder kinderen en zijn volle broers (?) Romke en Aert (zuster Ael ?) erven 2/3e deel en zijn half broers (?) Haye en Eelck 1/3e deel.

 

 

           3   Ael van Jelmera, overleden n 1498.

 

Genoemd met 2 zoons in OFO I-433 d.d.10-5-1498.

 

Ael was gehuwd met Fecco van Aebinga, ook Feicke, overleden v 1498, zoon van Goffe van Aebinga en Catharina van Roorda.

 

Hij wordt genoemd in OFO IV-39 d.d.24-6-1472.

Hoofdeling te Hijum en grietman van Leeuwarderadeel in 1479 (OFO I-299 d.d.19-10-1479).

Zie ook GJB 1994-144,145.

Voor Aebingastate te Hallum en haar bewoners zie de Friesche volksalmanak van 1897 blz.1/37.

 

 

Sascker was gehuwd (2) met  Ydt Tjaertsdr van Aylva, overleden n 23 apr 1473, dochter van Tjaert Epes van Aylva en Swob van Juwsma.

 

Zij woonde tijdens haar eerste huwelijk op Heringastate onder Rauwerd en tijdens haar tweede huwelijk op Jelmerastate in Ballum Zie GJB 1995-144.

Zij wordt met zoon Haye genoemd in T327-1913a d.d.24-6-1450 en in OFO III-6 d.d.9-8-1466.

Zij testeerde als Yde Heringhe op 23-4-1473 (zie F.T.nr.30 en OFO I-236).

Zij woonde toen weer in Rauwerd.In haar testament worden van de kinderen alleen Haye en een dochter(=Eelck) met zoon Sascker genoemd.Zie ook GJB 1963-35.

 

Ydt was weduwe van Eelcke van Heringa, afkomstig uit Rauwerd, overleden 1428/1431.

 

Uit het huwelijk van  Sascker en Ydt:

 

           4   Haye van Jelmera, ,later Heringa en Cammingha, overleden 1486.

 

Hij noemde zich Heringa (OFO II-64,84 d.d.27-5-1466 en 13-9-1477).

Hij was heer van Ameland na overlijden van zijn halfbroer Keimpe.

Ook olderman van Leeuwarden (OFO I-320,326,341 d.d.28-4-1482,21-2-1483,26-3-1485).

T327-1913a d.d.24-6-1450:zijn moeder en hij verklaren dat zijn broers Romke en Keimpe afstand hebben gedaan van het derde deel van de erfenis,die vader Sascker en de grootouders Ritske en Ael op Ameland hebben nagelaten,behalve het "foerndeel".

Zie ook OFO II-219 d.d.14-6-1458 en OFO III-6 d.d.9-8-1466.

OFO IV-40,42 d.d.4-12-1473 en 28-6-1474:hij heeft een geschil met Jets,dochter van zijn broer Romcke.

OFO II-82 d.d.13-7-1476:hij heeft een geschil met de grietman over het slatten van een deel van de Ee.

OFO IV-53 d.d.6-9-1479:hij heeft een geschil met Tjemck van Cammingha (Eminga) over het testament van Graets van Cammingha.

Hij testeerde op 9-3-1486 als Haye Kammingha (EEE 2-521,F.T.50 en OFO I-346).

 

Hanty van Heringa was een onwettige zoon van hem.Deze Hanty trouwde een zekere Doedt,die op Ballum,Ameland,testeerde.Voor haar testament,zie F.T.49 d.d 13-7-1485 en OFO I-342

Misschien had hij ook een onwettige dochter Swob van Heringa,getrouwd met Rinthie Aytta (zie GJB 2011-185)..

 

Haye is getrouwd 1458 met Doedt Sjucksdr van Dokema, overleden Leeuwarden 1500, begraven aldaar, dochter van Sjuck van Dokema en Sjouck van Juwsma.

 

Zij testeert op 22-3-1499 als Doedt Dokema (F.T.57).Het testament is ook te vinden in OFO I-440.

OFO II-218 d.d.6-5-1454:Doedt,als dochter van Sjuck Dokema,getrouwd met Sicke Cammingha.

OFO II-219 d.d.14-6-1458:overeenkomst tussen Doedt Cammingha t.e.z. en Romke,Kempe en Haye Sasckerszonen t.a.z.

Zij werd vroeger vaak vermeld als Doedt van Dekema,maar dat is onjuist.

Doeckemastate,ook genoemd Dokemahuis,lag in Bilgaard onder de rook van Leeuwarden.

Zij werd begraven bij haar eerste man Sicke.

 

Doedt was weduwe van Sicke van Cammingha, overleden v 1458, begraven Leeuwarden, zoon van Peter van Cammingha en Site Lousma, ,ook Syts.

 

Voor de kinderen van Haye en Doedt  zie bij Cammingha.

 

           5   Eelck van Jelmera, ook  Eelck van Heringa genoemd, afkomstig uit Rauwerd, overleden v 1499.

 

SFA noemt haar  Eelck Saskersdr Jelmera.

De zoon Sascker van Eelck en Wigle erft van haar moeder in 1473.

 

 

Eelck was gehuwd met Wigle van Camstra, overleden 1501, zoon van Rienck van Camstra en N.N..

 

Wigle testeerde op 14-4-1499 te Oosterwierum (zie F.T.nr.58).

Wigle van Camstra te Oosterwierum wordt genoemd op 5-4-1464 als hij zegelt voor zijn schoonmoeder Yd Heringa samen met zijn zwager Eza van Heringa te Mantgum wegens een geschil met  heer Douwe pastoor te Rauwerd (OFO III-5).

OFO I-183 d.d.3-7-1466:Wigle van Camstra te Franeker heeft een geschil met zijn zwager Haye Heringa.

OFO III-6 d.d.9-8-1466:Er is een overeekomst tussen zwager Haye Heringa en diens moeder Yde t.e.z. en Wigle t.a.z.

Wigle wordt ook genoemd op 28-6-1487 bij het verbond tussen delen van Westergo en Oostergo (OFO II-154).

Op 23-4-1473 testeert schoonmoeder Yde Heringhe, waar bij zij haar zoon Haye en haar dochters zoon Sascker tot erfgenamen maakt.

Zie voor het testament van Wigle uit 1499 T327-1077 en 1078;de beide versies van het testament ook in OFO-I-441 en OFO-II-442 d.d.14-4-1499.

Wigle ook in GJB 1963-35,  1968-43 en GJB 2011-237.

 

Wigle was later gehuwd met Doedt N., overleden n 1514.

 

 

      III Romcke van Donia, overleden 1463, zoon van Sascker van Jelmera (II) en N.N..

 

Heer van Ameland, maar genoemd op “Donia”te Hallum.

Herma v.d.Berg in N.O. I op blz.172: “Romcke zou een zoon geweest zijn van Rixt van Cammingha, die op Donia gewoond zou hebben”. Dit is apocrief (S.W.)

In 1444 sluit Remko Doynge namens Sasschert zijn vader en Ritseko zijn grootvader een verbond met de stad Groningen (Pax-10)

Pax-10 d.d.10-10-1444:Romcke en andere hoofdelingen contra Syds van Tjaerda e.a.

Zie ook OFO IV-14 d.d.3-5-1452,OFO II-216,219 ,OFO III-6 d.d.9-8-1466 en de Vrije Fries I (1839)-345/355.

Lieuwe Jellinga van Britsum verbrandde in 1463 Romcke in de toren van Hallum, waar deze zich had opgesloten (Noomen volgens Worp van Thabor IV-111)

 

 

Romcke was gehuwd met 1) Catharina van Adélen

 

Uit het huwelijk van Romcke en  Catharina:

 

           1   Jetscke van Jelmera, overleden n 1474.

 

Zij wordt samen met haar man genoemd in OFO IV-40,42 d.d.4-12-1473 en 28-6-1474 bij een geschil met haar oom Haye.

 

Jetscke was gehuwd met Sjoele Sydses van Bonga, overleden n 1474,  zoon van Syds van Bonga.

 

Sjoele en zijn vrouw hadden een geschil met Haye van Heringa (zie OFO IV-40,42 d.d.4-12-1473 en 28-6-1474).Zie ook OFO I-252 d.d.9-8-1474.

Hun zoon was vermoedelijk Ritscke Bolema van Stiens.

 

 

           2   Hylck van Donia, overleden n 1494.

 

Zij was bij huwelijk met Schelte al weduwe van Botte van Liunia.

Zij wordt met Botte genoemd in OFO I-252 d.d.9-8-1474.

Door haar kwam “Donia”te Hallum in bezit van de familie Aebinga.

Volgens het "Dootboeck" (GEN 742) werd zij begraven te Hallum,maar het daar genoemde sterfjaar 1490 is dus niet juist.

 

Hylck was gehuwd met haar neef Schelte van Aebinga, overleden n 1498, zoon van Fecco van Aebinga, ook Feicke en Ael van Jelmera.

 

OFO-IV-104 d.d.5-7-1494:hij en zijn vrouw Hylck hebben een geschil met Peter Cammingha en diens zuster Sjouck over Jelmerastate op Ameland.

Ook genoemd in OFO I-433 d.d.10-5-1498.

Op 5-1-1505 staan zijn kinderen voor hun overleden vader op de lijst van Friese edelen (T342-05,62).

Zie voor hem ook de Vrije Fries I (1839) 345/355.

 

 

Romcke was gehuwd met  2) Rints van Foppinga, overleden n 1511, dochter van Hessel van Foppinga en Frouck van Eminga.

 

Genoemd als weduwe Rints Jeppema met bij RvA 1511 bezit te Ferwerd,Nijkerk en Leeuwarden.

Zij woonde toen op Jeppemastate (Nijkerk) volgens N.O.I (Ferwerderadeel).

 

Rints was later gehuwd met Sipt van Oenema, ,ook Sixt, overleden 17 jan 1509, zoon van Feye van Oenema en Sybrich van Jellinga.