Genealogie van het adellijk geslacht van Martena

 

                                                                   

                                    Voor de bronnen en de afkortingen zie pagina 6 van de site.

                           Eveneens voor het nodige voorbehoud bij sommige personen en filiaties.

 

 

 

 

         I Sytze van Martena, overleden 1416.

 

Sytze was gehuwd met  N Jarichsdr van Jelckema, afkomstig uit Meskenwier, overleden 1416.

 

Uit dit huwelijk:

 

                1    Doecke van Martena, volgt onder II.

 

           2                 waarschijnlijk Jel van Martena.

 

Jel was gehuwd met Homme van Oedtsma, overleden na 1422.

 

Vermeld te Boksum in 1422.

 

 

 

       II   Doecke van Martena, overleden Cornjum 1424, zoon van Sytze van Martena (I) en N Jarichsdr van Jelckema.

 

Hij woonde met zijn vrouw te Cornjum.

Heeft hij een broer Jarich van Martena te Cornjum ? Deze wordt genoemd in OFO-I-44 d.d.14-8-1427.

 

Doecke was gehuwd met  Auck van Heemstra, overleden Cornjum 1428, waarschijnlijk dochter van Feye van Heemstra.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Sytze van Martena, volgt onder III.

 

           2   Bauck van Martena.

 

Bauck was gehuwd met Keimpe Feyckes van Unia, overleden Wirdum 1481 *, zoon van Feycke van Unia en waarschijnlijk N.Fons.

 

GJB 1970-29:D.J.van der Meer heeft grote twijfels of de Unia's oorspronkelijk uit Beers kwamen en denkt dat Keimpe woonde te Wirdum op Unia-state in 1443 en 1445.In 1450 grietman van Leeuwarderadeel (OFO II-30 d.d.1-10-1450).

Genoemd in OFO I-150 d.d.4-4-1458 als schepen te Leeuwarden en later herhaaldelijk genoemd bij het tekenen van overeenkomsten.

OFO II-84 d.d.13-9-1477:betrokken bij een overeenkomst over de Ee.

Ook eigenaar van het Uniahuis te Leeuwarden.In 1478 olderman van Leeuwarden en grietman van Leeuwarderadeel.

Onjuist zal dan ook zijn dat het stamboek F.A. als grootvader van hem een Keimpe van Unia vermeldt te Beers in 1443.

 

Keimpe was later gehuwd met His N..

Keimpe was later gehuwd met Frouck van Amama, overleden na 1487.

 

 

      III Sytze van Martena, overleden 1489, zoon van Doecke van Martena (II) en Auck van Heemstra.

 

Hoofdeling te Cornjum.

OFO I-126 d.d.11-8-1451:genoemd bij de zoenlieden.

OFO I-129 d.d.22-1-1452:zegelde mee een overeenkomst.

OFO II-84 d.d.13-9-1477:betrokken bij de overeenkomst over de Ee.

OFO II-101 en OFO IV-60 d.d.16-2-1482:Sithia Mertna als hoofdeling te Cornjum met zijn zonen Doeka en Hessel.

Sytze testeerde in 1482.

Zie ook de Vrije Fries I (1839)-189/232 voor hem en zijn nageslacht.

Volgens een inscriptie in de kerk van Cornjum was Sytze voor de tweede keer getrouwd met Jitske van Heemstra,overleden 16-9-1467 (blz.196 DVF) ,maar dit was zijn schoonmoeder, de inscriptie berust dus op een misverstand. Sytze was voor de tweede keer getrouwd met Jel, dochter van Jitske van Heemstra.

Misschien was Jitske een zuster van zijn moeder, in dat geval was zijn tweede vrouw dus zijn nicht.

 

 

 

Sytze was gehuwd (1) met  Hylck van Camstra, waarschijnlijk dochter van Pieter Wigles van Camstra en Site Lousma, ,ook Syts.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1    waarschijnlijk Jouck Sytzesdr van Martena, overleden n 1488.

 

Zij testeerde te Wetzens 1474/1488 als Jouka Tirdema,dorsaal Jouck Tyaerda (F.T.51 en OFO I-384).Uit haar testament blijkt dat zij dan een zuster heeft met een dochter in klooster Klein Nazareth en ook een broer met dochter Doed in klooster Bethlehem.

Zij moet wel uit het eerste huwelijk van haar vader zijn,omdat zij anders in 2e huwelijk met haar halfbroer zou zijn getrouwd (met Aede).

 

Jouck was gehuwd (1) met Worp van Tjaerda, overleden n 30 jan 1469 ,in 1470?, begraven Rinsumageest, zoon van Syds van Tjaerda en Alydt van Huninga.

 

Hij woonde op Tjaerdastate te Rinsumageest.Zie ook N.O.III-136.

Genoemd te Rinsumageest in Pax-18,20 d.d.7-11-1463,4-8-1468.

OFO I-199 d.d.30-1-1469:hij zegelt te Rinsumageest,mee voor zijn broers Sippe en Bartolt,de huwelijksvoorwaarden voor Hack van Eysinga.

 

Jouck was gehuwd (2) met Aede Hessels van Jongema, overleden 22 sep 1474 *, zoon van Hessel Aedes van Jongema en Jel Epesdr van Harinxma.

 

Hij behoorde tot de Schieringers,woonde na zijn huwelijk te Rinsumageest en was ook rechter te Dokkum.Hij werd vermoord op 22-9-1474 door Vetkoperse hoofdelingen tussen Rinsumageest en Dokkum (GsvD,92).

 

Jouck was gehuwd (3) met Gabbe van Jarla, overleden Ee 1488 *, zoon van Botte van Jarla en Anna N., ,Anna van Bolta ?.

 

Hij wordt genoemd in 1474 bij ongeregeldheden in Dokkum (zie M.Schroor,Geschiedenis van Dokkum,blz.92,93).

OFO II-155 d.d.1-11-1487:hij tekent het verbond tussen Dokkum,Dongeradeel,Dantumadeel en Ferwerderadeel.

Hij werd in 1488 doodgeslagen door de knechten van Syds van Botnia.

Zijn kinderen worden in 1494 genoemd in het testament van zijn broer Minne.

 

 

Sytze was gehuwd (2) met  Jel Epesdr van Harinxma, afkomstig uit IJlst, overleden 1467, dochter van Epe van Harinxma en Jitske van Heemstra.

 

Jel was weduwe van Hessel Aedes van Jongema, overleden 1459, zoon van Aede Keimpes van Jongema en Foockel Ndr.

 

Uit het huwelijk van Sytze en Jel:

 

           2   Hessel van Martena, geboren Cornjum ± 1461, volgt onder IV-a.

 

           3   Doecke van Martena, volgt onder IV-b.

 

           4   Auck van Martena.

 

Zie genealogie Herema in T326-1046 en de genealogie Martena in de Vrije Fries uit 1839.

Zij zou wel 10 kinderen hebben gehad,waarvan slechts 4 in leven bleven.

 

Auck was gehuwd met Agge van Herema, zoon van Gerrolt van Herema en Hylck Aggesdr van Harinxma.

 

 

   IV-a Hessel van Martena, geboren Cornjum ± 1461, overleden op Rhodos aug 1517, begraven Franeker, zoon van Sytze van Martena (III) en Jel Epesdr van Harinxma.

 

Raadsheer bij het Hof van Friesland 1499-1517 (HvR onder nr.11) en in 1505 en 1508 genoemd als grietman van Menaldumadeel.

Pax-68 d.d.10-10-1492:hij sluit zich met anderen aan bij het verdrag met Groningen.

OFO II-192 d.d.31-10-1495:hij moet de door hem in beslag genoen goederen van Binnert Aebinga teruggeven.

Hij was Schieringer hoofdeling op Groot Terhorne bij Beetgum,wat in 1496 werd verwoest (zie GJB 1956-44).

Pax-198 d.d.12-11-1496:hij sluit samen met anderen een verdrag met Groningen,Leeuwarden en Dokkum.

Hij maakte na 1496 de weg vrij voor de komst naar Friesland van Albrecht van Saksen in 1498 (GsvD-100/102).

In 1498 laat hij het Martenahuis in Franeker bouwen;daar een gebrandschilderd raam uit 1609 met daarop zijn naam als stichter van dat huis.

Hessel van Martena tekende op 9-7-1504 de reversaalbrief en op verzoek ook voor Doecke Rienicks (nrs.11 en 12).

Op 5-1-1505 op de lijst van Friese edelen van Menaldumadeel.

Bij R.v.A.1511 heeft Hessel Martena van Beetgum/Franeker veel bezit.

In 1515 bij de heerschappen, die Karel V huldigen.

Hij testeerde op 21-3-1517 (F.T.92),vertrok in april met Tjalling en Juw Botnia naar het Heilige Land en overleed in 1517 op de terugreis van Jeruzalem.

Hij had ook 2 buitenechtelijke kinderen,een zoon Mr.Sytze,pastoor te Franeker,en een dochter in het Agnietenklooster.

 

Hessel is getrouwd 1489 met  Both van Hottinga, overleden 1541, begraven Franeker, dochter van Jarich van Hottinga en Swob Douwesdr van Sjaerda.

 

Zij werd met haar 4 kinderen in 1516 op de Zuiderzee gevangen genomen en pas weer vrijgelaten op 25-3-1517.

Zij hertrouwde met Frederick Bruckschlegel,hofmaarschalk in Leeuwarden.

 

Uit het huwelijk van Hessel en Both:

 

           1   Lucia van Martena, ,ook Luts, overleden 1561.

 

Zij was de oudste dochter en testeerde in 1523 met haar man (F.T.103).

Na de dood van haar man woonde ze op haar erfdeel, het slot Terhorne bij Beetgum (zie GJB 1956-45).

“De Friesche Adelaar” 1891-8 : in de kerk van Beetgum was een gedenksteen voor haar dochter Maria van Grumbach en haar man Johan Onuphrius thoe Schwartzenberg met zowel voor hem als voor haar de 16 kwartiernamen, die horen bij hun betovergrootouders.

Voor Lucia worden vermeld voor haar overgrootouders de namen Martena-Heemstra, Harinxma-Heemstra, Kee-Hottinga en Siaerda-Siaerdema.

Deze overgrootouders zijn : Doecke van Martena x Auck van Heemstra, Epe van Harinxma x Jitske van Heemstra, Epe van Kee x Foockel van Hottinga en  Douwe van Aylva (Sjaerda) x Edwer van Sjaerda.

 

Lucia is getrouwd nov 1511 met Frits van Grumbach, overleden 1541, begraven Franeker.

 

Hij was drost te Harlingen en grietman van Barradeel.

Hij testeerde op 27-9-1523 te Harlingen (F.T.103).In de inventaris van zijn vrouw uit 1561 is ook een testament van Frits (EVC-285,12-1-1547).

Raadsheer bij het Hof van Friesland 1512-1515 en 1522-1526.

Begraven te Franeker volgens het boek "Heeren van Raede",maar Grafschriften II vermeldt:begraven in de Galileërkerk van Leeuwarden.

Dochters: Maria, overleden 14-8-1564, Emerentia, overleden 14-6-1608, getr.met Sippe van Meckema, Amelia, overleden 8-10-1605 en Barbara, getr.met George van Frauenhoven.

 

 

           2   Cuneer van Martena, ,ook Cnierke, overleden n 8 mei 1564.

 

Zij testeerde op 8-5-1564 (T323-25).

 

Cuneer was gehuwd (1) met Roelof van Bunau.

 

Hij woonde te Sloten en wordt daar genoemd 1526/1532 in OFO III-41,42,43,49 en 50.

Hij testeerde op 25-8-1542 (F.T.176).

 

Cuneer was gehuwd (2) met Christoffel van Hauwitz.

Cuneer was gehuwd (3) met Herman Hutten.

 

           3   Jel van Martena.

 

Jel was gehuwd met Ernst van der Lauwijck.

 

           4   Foockel van Martena, overleden na 1553, voor 1580 (dit en de bron voor het derde huwelijk met dank aan de heer Jan van den Berg).

 

Zij was de jongste dochter.

 

Foockel was gehuwd (1) met Hans van Oosthem.

Foockel was gehuwd (2) met Here van Hottinga, overleden 1544, zoon van Jarich van Hottinga en Eelck Gales van Heslinga.

Foockel was gehuwd (3) met  een Nanning , overleden 1604.

 

Archief Leiden, index huw.voorw., rechterlijk archief, inv.nr.76b.

Op 5-8-1553 Paedts Vranckenz (Nanning) en Jvr. Foockel van Martena (nr.219-52v).

Nanning (Nanne) hertrouwde in 1580 met Jvr. Erkenraet van Lodesteyn en wordt in 1581 weer vermeld in het bev.reg. van Leiden.

Foockel was blijkbaar veel ouder dan Nanning en hun huwelijk was kinderloos.

 

 

   IV-b   Doecke van Martena, overleden Cornjum 1505/1511, zoon van Sytze van Martena (III) en Jel Epesdr van Harinxma.

 

OFO II-186 d.d.10-8-1492:genoemd bij het verbond tussen Oostergo en Westergo.

Pax-74 d.d.8-11-1492:Doecke Martena te Cornjum sluit zich aan bij het verbond met Groningen d.d.17-9-1491.

In 1494 verkopen Doecke en zijn broer Hessel land op de Tuinen aan de stad Leeuwarden (OFO I-408 d.d.18-6-1494).

In 1499 vermeld als grietman van Baarderadeel.

Doucke Martena tekende op 9-7-1504 de reversaalbrief  (nrs.8, 79/81), ook als mond voor salige Epesz ; hij tekende ook  voor salige Worp Lieuwesz. (dat zal RienckJuckema  zijn).

Was hij in 1504 voogd over de zoon van wijlen zijn neef Epe van Harinxma ?

Op 5-1-1505 staat hij op de lijst van Friese edelen van Leeuwarderadeel.

Bij R.v.A.1511 hebben de kinderen van Doecke Martena van Cornjum veel bezit.

 

Doecke is getrouwd 22 aug 1486 met  Sjouck Keimpes van Unia, overleden 22 aug 1496, dochter van Keimpe Feyckes van Unia en Frouck van Amama.

 

Uit het huwelijk van Doecke en Sjouck:

 

           1   Keimpe van Martena, geboren Cornjum ± 1487, volgt onder V-a.

 

           2   Ede van Martena, overleden 23 dec 1541.

 

In 1515 bij de heerschappen, die Karel V huldigen, als Edo Martena (Thabor en Winsemius).

OFO IV-257 d.d.4-5-1529:ruiling van aandelen/renten met Suds Tjaerda.

HvF 16481-707 d.d.14-7-1537:Edo van Martena als gedaagde inzake de erfenis van Amcke van Jarla.

Hij testeerde op 11-4-1541 (F.T.168) en stierf zonder kinderen.

 

Ede was gehuwd met Jel Douwes van Douma, overleden 1540, dochter van Douwe Janckes van Douma en Bauck Doeckesdr van Rinia.

Jel was weduwe van Abbe Saskers van Camstra, overleden Harlingen 1516 *, zoon van Sascker van Heringa en His van Dekema.

 

           3   Tjebbe van Martena, volgt onder V-b.

 

           4   Epe van Martena, overleden 3 nov 1542.

 

In 1515 bij de heerschappen, die Karel V huldigen, als Epo Martena (Thabor), maar niet vermeld bij Winsemius.

HvF 16481-554 d.d.27-10-1536:Epe Martena als armenvoogd van Dokkum contra Pybe Meckema.

HvF 16481-579 d.d.20-12-1536:Epe namens zijn vrouw als eiser.

HvF 16481-785,301 d.d.20-11-1537 en 16-10-1539:Epe Martena namens zijn vrouw als eiser contra Pybe Meckema e.a.

Genoemd in OFO IV-268 d.d.19-5-1541.

Hij testeerde op 29-10-1542 (F.T.177) en overleed zonder kinderen.

 

Epe was gehuwd met Eesck van Tjessens,  overleden 15 okt 1554, dochter van Gercke  van Tjessens  en Rints Ndr.

 

Zij testeerde op 5-10-1554 (archief Burgerweeshuis Leeuwarden).

Haar nichten, dochters van Hoyt Tjessens, behoren tot de erfgenamen.

Ook een neef Ulbe Tjessens krijgt als legaat een sate te Hantumhuizen.

T313-449: een lijst van goederen van Eesck Tjessens,weduwe Martena (1554).

 

 

 

     V-a   Keimpe van Martena, geboren Cornjum ± 1487, overleden 6 mei 1538 *, begraven Leeuwarden ,Galileërkerk, zoon van Doecke van Martena (IV-b) en Sjouck Keimpes van Unia.

 

Hij woonde in Cornjum en Leeuwarden.

Op 10-6-1503 als student te Orleans, in 1507 te Leuven, in 1508 studeerde hij letteren in Orléans en vermoedelijk ook rechten en in 1511 als student te Bologna.

In 1515 bij de heerschappen, die Karel V huldigen, als Heer Kempo Martena (Thabor) en als Kempo Doctor Martena (Winsemius).

Keimpe was raadsheer bij het Hof van Friesland 1515/1538 en wordt in 1517 genoemd als grietman van Tietjerksteradeel.

Dr.Kempo van Martena testeerde op 3-5-1538 (F.T.144).

Hij had ook een buitenechtelijke dochter Anna;zij trouwde omstreeks 1530 met Sjoerd Wopckes  uit Garijp.

Hun kinderen noemen zich Wiarda en de moeder van Anna kwam misschien uit die familie.  Zie GJB 1991-114,125 e.v.

Keimpe's 2e vrouw Luts van Harinxma (volgens aant.F.T.144) heb ik niet kunnen traceren.

Zie ook Grafschriften III-43 (Galileërkerk).

 

Keimpe was gehuwd (1) met  Peye Lieuwesdr, afkomstig uit Groningerland, overleden 2 apr 1531 *, begraven Leeuwarden ,Galileërkerk.

 

Zie ook Grafschriften III-43.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Sjouck van Martena, overleden een paar dagen na 19 feb 1547, begraven Sexbierum.

 

Zij testeerde op 19-2-1547 (F.T.194).

 

Sjouck was gehuwd met Schelte van Liauckema, geboren  omstreeks 1519, overleden Oldenzaal 10 jun 1579, begraven Sexbierum ,grafschrift, zoon van Sicke van Liauckema en Ymck Fransdr van Minnema.

 

OFO II-329 d.d.13-4-1526:Schelte is dan nog jong ,maar voor zijn toekomstig huwelijk met Anna van Herema worden alvast de huwelijksvoorwaarden opgesteld door de wederzijdse ouders.

HvF 16481-268 d.d.11-6-1539:Schelte Liauckema als aangeklaagde.

T326-1206:testament van Schelte uit 1571.

 

Schelte is eerder getrouwd omstreeks 1537 met Anna Gerrolts van Herema, overleden 27 mei 1538, begraven Sexbierum ,grafschrift, dochter van Gerrolt van Herema en Luts Tjaertsdr van Sjaerda, ,ook Louise.

Schelte trouwde later op 10-10-1548 met Jel van Dekema, overleden 28 nov 1583, begraven Sexbierum ,grafschrift, dochter van Jarich van Dekema en Catharina van Camstra.

 

 

 

Keimpe was gehuwd (3 ?) met  Anna van Walta, overleden 8 nov 1537 *, begraven Leeuwarden ,Galileërkerk, dochter van Tjerck van Walta, ,ook Jongema en Tieth Johansdr van Herema.

 

 

 

     V-b Tjebbe van Martena, overleden 12 jun 1530, zoon van Doecke van Martena (IV-b) en Sjouck Keimpes van Unia.

 

Als Theobaldus Martena in 1507 student te Orleans en ook als zodanig genoemd aldaar op 7-4-1508.

Hij verhuurde bezit van hem te "Barrahûs" bij Wirdum (OFO IV-247 d.d.5-1-1526).

Bij RvA 1540 hebben zijn weeskinderen bezit te Wirdum.

 

Tjebbe was gehuwd met  Bauck van Camstra, overleden 8 mrt 1547, begraven Nijland ,grafschrift, dochter van Abbe Saskers van Camstra en Jel Douwes van Douma.

 

Zij testeerde op 22-2-1547 te Nijland (zie F.T.nr.195).

Zie ook Grafschriften Roorda IV.

 

Bauck was later gehuwd met Syds van Botnia, overleden 4 jan 1548, begraven Nijland ,grafschrift, zoon van Tjalling van Botnia, ,ook Jeppema en Frouck van Hottinga.

 

Uit het huwelijk van Tjebbe en Bauck:

 

           1   Doecke van Martena, geboren 1527, volgt onder VI.

 

 

      VI   Doecke van Martena, geboren 1527, overleden 11 nov 1605 ,volgens grafschrift, begraven Leeuwarden,Galileërkerk, zoon van Tjebbe van Martena (V-b) en Bauck van Camstra.

 

Als Doco Martena op 4-9-1544 student te Leuven.

Hij stelde zich na 1568 als vrijheidsstrijder tegen Spanje ter beschikking van Prins Willem van Oranje (GsvD-138/140).             

In 1573 als admiraal op de Zuiderzee.

Later gedeputeerde en lid van de Staten-Generaal.

In 1604 genoemd als hopman en drost van Harlingen (zie 2417 bij de Walle).

Zijn naam ter herinnering op de kerkklok van Cornjum uit 1624.

Zie ook Grafschriften III (Galileërkerk);er waren van hem 16 kwartieren.

 

Doecke was gehuwd (1) met  Swob Tjallingsdr van Botnia, overleden v 1555, dochter van Tjalling van Botnia, ,ook Jeppema en Frouck van Hottinga.

 

Doecke is getrouwd v 1558 (2) met  Catharina van Oenema, afkomstig uit Blija, overleden 21 sep 1595 *, dochter van Jancke van Oenema en Teth van Wyboltsma.

 

Met haar man Doecke genoemd bij koop d.d.11-1-1558 (de Vrije Fries 83-51).

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Johan van Martena, overleden 1584.

Johan was gehuwd met Maria van Sternsee, ,ook Maycke, begraven Franeker 12 sep 1603 *, dochter van Christoffel van Sternsee en Cunira van Ropta.

Maria was later gehuwd met Sybolt van Aylva, overleden apr 1614 *, zoon van Epe van Aylva en Auck van Sickema.

 

           2   Swob van Martena, overleden 27 sep 1614 *, begraven Cornjum ,grafschrift.

Swob was gehuwd met David van Gorlé, afkomstig uit Antwerpen, overleden 20 okt 1612, begraven Cornjum ,grafschrift.

 

           3   Bauck van Martena, overleden 1626/1629.

 

In 1626 had zij onenigheid met haar zwager Douwe over verdeling van goederen.

Zij was de laatste van de Martena's. Zie grafschrift Cornjum bij de Walle 943.

 

Bauck is ondertrouwd Groningen 15 juli 1598 en getrouwd sep 1598 (1) met Evert Bartholts Entens van Mentheda, overleden 1604.

 

Ondertrouw zie pr.boek 157 Groningen.

Evert was kapitein in het leger.

Volgens kwartieren bij de zerk van zijn kleinzoon Duco Martena van Burmania (overleden 1692) waren de namen van zijn grootouders Entens,Dulckens,Panser en Canter (N.L.1924-315).

Volgens het onderzoek van Ton Oosterhuis naar de familie Entens waren Everts grootouders van vaderskant:  Evert Entes en Teteke van Dulck (zie internet home.kpn.nl/oost 2014/entens).

De dochter van Bauck en Evert,Catharina, trouwde met 1) Thonis van Aylva en 2) met Sjuck van Burmania.

 

Bauck is getrouwd 1605 (2) met Juw van Harinxma, ,ook Jovius, geboren 1575 (?), overleden 3 jul 1626 *, begraven Heeg , in de kerk*, zoon van Haring van Harinxma en Wisck Uninga van Hoytema.

 

Hij was eerst kapitein in het leger,maar werd op 25-1-1622 benoemd als grietman van Wymbritseradeel.

Juw had geen kinderen en woonde op Harinxmastate te Heeg.

Hij overleed bij Sneek,doordat paarden op hol sloegen en hij onder een hooiwagen terecht kwam.

Kerkeboek Heeg: in 1594 meldt hij zelf dat hij nog niet “volcomenlijck vijff en twintigh jaeren oudt zijnde” niet rechtsgeldig mag tekenen (mededeling Gerben Wierda).

 

 

 

           4   Tjebbe van Martena, overleden 1557, begraven Cornjum ,grafschrift.

 

Hij is jong overleden.

 

 

           5   Tieth van Martena, overleden 1575.

 

           6   Tjebbe van Martena, overleden 1575 ,3 jaar oud.