Genealogie van het adellijk geslacht van Oedtsma

 

                                          Voor de bronnen en de afkortingen zie pagina 6 van de site.

                                    Eveneens voor het nodige voorbehoud bij sommige personen en filiaties.

 

                                             

 

 

         I Homme van Oedtsma, overleden n 1422.

 

Vermeld te Boksum in 1422.

 

Homme was gehuwd met  Jel van Martena, waarschijnlijk dochter van Sytze van Martena en N Jarichsdr van Jelckema.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Laes van Oedtsma, volgt onder II-a.

 

           2   Homme Hommes van Oedtsma, volgt onder II-b.

 

           3   Lieuwe van Oedtsma, volgt onder II-c.

 

 

    II-a Laes van Oedtsma, zoon van Homme van Oedtsma (I) en Jel van Martena.

 

Hij woonde te Boksum.

 

Laes was gehuwd met  Doedt Ndr.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Saeck Laesdr van Oedtsma.

 

Saeck was gehuwd met Haring Doeckes van Rinia, overleden n 1511, zoon van Doecke van Rinia en Lisck Pybes van Sickema.

 

Op 5-1-1505 op de lijst van Friese edelen (T342-05,62).

Hij was de jongste zoon en wordt vermeld in 1511 als heerschap op Riniastate te Blessum met meerdere bezittingen aldaar (R.v.A.).

 

 

           2   Wytze van Oedtsma, volgt onder III.

 

           3   Tryn Laesdr van Oedtsma.

 

Tryn was gehuwd met Feycke van Heslinga.

 

           4   Foekel Laesdr van Oedtsma, overleden v 1514.

 

Foekel was gehuwd met Agge Keimpes van Jongema, ook Walta, overleden v 1511, zoon van Keimpe Aedes van Jongema en Jel Bockesdr van Harinxma.

 

Pax 197 d.d.25-7-1496: Agge zegelt met zijn broer Hessel het verbond van Westergo met Groningen,ook voor hun broer Hette,vicarius te Bolsward.

In 1498 vermeld als grietman van Baarderadeel.

Vermeld op de lijst van Friese edelen d.d.5-1-1505 (T342-05,62).

Bij R.v.A.1511 hebben zijn erven veel bezit o.a.te Boksum.

Als zijn dochter Foeckel in 1514 testeert zijn haar ouders beiden reeds overleden.

 

 

           5   Doedt Laesdr van Oedtsma, overleden 1492.

 

Doedt was gehuwd met Goffe van Aebinga, overleden Stiens 1511, natuurlijke zoon van Douwe van Aebinga en Rieme Ndr.

 

Pax-127 d.d.25-8-1495:Goffe sluit als hoofdeling te Stiens met zijn broer Taecke een verdrag met Groningen.

Hij staat op 5-1-1505 op de lijst van Friese edelen (T342-05,62).

Goffe testeerde op 23-3-1511 te Stiens (F.T.82 en OFO II-248),waarbij 6 kinderen worden genoemd.

R.v.A.1511:bezit te Stiens en Hijum voor Goffa Dowa zoen maar ook voor Goffa erwen en kinderen.

Zie voor hem ook GJB 1994-147.

 

Goffe was later gehuwd met Catharina van Gratinga, overleden v 1511. Goffe had een buitenechtelijke relatie met Rints Hansdr, overleden n 1511.

 

 

    II-b Homme Hommes van Oedtsma, zoon van Homme van Oedtsma (I) en Jel van Martena.

 

Homme was gehuwd met waarschijnlijk  N.van Albada, Tieth ?.

 

Zij zou uit het geslacht Albada zijn volgens kwartieren op een graf,zie GJB 1988-84.Ook Burmania noemt haar als Tied van Albada,zie GJB 1995-159.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Jel Hommesdr van Oedtsma.

 

Genoemd als non.

 

 

           2   Hylck Hommesdr van Oedtsma.

 

Hylck was gehuwd met Brentlick Douwes, afkomstig uit Bozum.

 

           3   Syts Hommesdr van Oedtsma.

 

Syts was gehuwd (1) met Syds Scheltes van Scheltema, afkomstig uit Huizum, overleden 1476, zoon van Schelte van Scheltema en Ansck Ruurdsdr van Albada.

 

Hij wordt als Sythya Scheltazn genoemd bij koop in OFO I-188,189,225,243d.d.12-3-1467,19-3-1467,6-5-1472,25-11-1473.

Hij woonde op Scheltema te Huizum.

 

Syts was gehuwd (2) met Juw van Aylva, overleden 28 mei 1521 *, begraven Leeuwarden ,Jacobijnerkerk, zoon van Tjaert Epes van Aylva en Auck van Haerda.

 

Hij woonde op Scheltemastate te Huizum.

In 1505 onder de edelen van Leeuwarderadeel.Zie verder GJB 1995-159.

Voor de grafsteen in de Jacobijnerkerk te Leeuwarden met 4 kwartierwapens zie GJB 1995-175,noot 263.

 

Juw was weduwnaar van Tjemck N..

 

               

 

 

    II-c Lieuwe van Oedtsma, overleden n 1453, zoon van Homme van Oedtsma (I) en Jel van Martena.

 

Genoemd in 1453 als hoofdeling uit Boksum.

 

Zijn dochter bij een onbekende vrouw:

 

           1   waarschijnlijk Doedt van Oedtsma.

 

Doedt was gehuwd met Ofcke van Dotinga, overleden n 1480, zoon van Doecke van Dotinga.

 

Hij woonde op Dotinga te Marssum en staat bekend als Schieringer.

Genoemd als grietman van Menaldumadeel in 1470 (OFO I-209 d.d.10-10-1470).

Het staat niet vast dat alle kinderen uit zijn tweede huwelijk zijn.

Zie ook GJB 2001-132 en GJB 2005-174.

 

Ofcke was later gehuwd met Luts Feddesdr van Mernstra, dochter van Fedde van Mernstra en Catharina Ndr.

 

 

      III Wytze van Oedtsma, overleden Franeker 16 jul 1500, zoon van Laes van Oedtsma (II-a) en Doedt Ndr.

 

Hij woonde te Boksum en bij R.v.A.1511 hebben zijn erven bezit te Boksum en Weidum.

OFO IV-75 d.d.28-6-1487:genoemd bij het verbond tussen Westergo en delen van Oostergo als grietman van Menaldumadeel.

OFO IV-111 en Pax-146 d.d.20-6-1496:genoemd te Boksum als onderhandelaar met Groningen.

Pax-148 d.d.22-6-1496:verbond met Groningen.

Hij sneuvelde in 1500 bij de opstand tegen de hertog van Saksen in de slag bij  Franeker (GEN 742).

Op 5-1-1505 staan Wytie Laessz Glins kinderen op de lijst van edelen uit Menaldumadeel.

 

Wytze was gehuwd (1) met  Bauck Ndr.

 

Wytze was gehuwd (2) met  Hylck Pybesdr van Hoxwier, dochter van Pybe van Hoxwier en Auck van Haerda.

 

Uit dit huwelijk:

 

 

           1   Bauck  van Oedtsma

 

Volgens SFA zou zij een dochter zijn van Homme van Oedtsma, maar uit kwartieren op de grafsteen van haar zoon Wytze van Juckema uit 1565 blijkt dat haar moeder een Hoxwier is.

Zij is een dochter van Wytze en genoemd naar diens eerste vrouw (zie ook N.L.1885-21).

 

 

Bauck was gehuwd met Werp van Juckema, overleden 16 sep 1510 *, begraven Hallum ,grafschrift, zoon van Lieuwe van Juckema en Tjemck van Ayenga.

 

Hij was Schieringer en in 1487 betrokken bij de inname van Leeuwarden.

OFO II-168 d.d.27-7-1489:bevestiging verbond Werp Lieuwes en Oostergo.

OFO IV-110 d.d.5-6-1496:genoemd te Britsum.

Hij was in 1499 en daarna grietman van Ferwerderadeel (genoemd OFO IV-115 d.d.24-10-1499),vermoedelijk tot zijn overlijden in 1510.

Op 5-1-1505 op de lijst van Friese edelen (T342-05,62).

Bij RvA 1511 is sprake van bezit voor zijn erven te Stiens,Britsum en Boksum.

Het grafschrift te Hallum geeft 1516 als jaar van overlijden,maar dat kan niet;het "Dootboeck" geeft 1510 als sterfjaar(voor het juiste grafschrift zie N.L.1885-19-VI).

 

 

           2   Anna van Oedtsma.

 

Anna was gehuwd (1) met Ofcke van Foppinga, overleden n 1529, zoon van Hessel van Foppinga en Frouck van Eminga.

 

Op 5-1-1505 staat Vfcke Foppinga op de lijst van edelen uit Menaldumadeel.

Bij R.v.A.1511 als Ofcke Hesselszoon Oedsma,heerschap te Boksum met bezit aldaar.

 

Anna was gehuwd (2) met Epe van Hettinga, zoon van Haring van Hettinga en Hylck N..

 

Hij is overleden zonder kinderen.

 

 

           3   Saeck van Oedtsma.

 

Genoemd als non.