Genealogie van het adellijk geslacht van Oenema uit Blija

 

                                                                  

 

Voor de bronnen en afkortingen zie pagina 6 van de site.

            Eveneens voor het nodige voorbehoud bij sommige personen en filiaties.

         

 

 

 

         I Ernst van Oenema, overleden 1465.

 

Zijn vader zou mogelijk zijn Taco Oenema, die in 1406 en 1413 wordt vermeld (Burmaniaboek).

OFO I-100: Yrst Unama wordt in 1448 genoemd als mederechter in Ferwerderadeel.

OFO I-130 d.d.14-10-1452:Ernst van Oenema te Blija zegelt.

Ook genoemd in 1465 te Blija.

Hij noemde zich later ook Jeppema en woonde op Oenemastate/Jeppemastate ten N.W.van Westernijkerk.

Zie N.O.I (Ferwerderadeel).

 

Ernst was gehuwd met  Frouck van Helbada, afkomstig uit Ferwerd.

 

Haar ouders zijn onbekend; Botte Helbada is vermoedelijk een broer.

 

Frouck was weduwe van Jeppe Keimpes van Jeppema, overleden n 1437, zoon van Keimpe van Jeppema.

 

Uit het huwelijk van Ernst en Frouck:

 

           1   Feye van Oenema, afkomstig uit Blija, volgt onder II-a.

 

           2   Gerrit van Oenema, volgt onder II-b.

 

           3   Oentze van Oenema, volgt onder II-c.

 

           4   Ulck van Oenema, afkomstig uit Blija.

Ulck was gehuwd met Sybeth van Scheltema, overleden v 1511, zoon van Schelte van Scheltema en N.N..

 

In N.O.II wordt hij vermeld als Frans Scheltema.

OFO II-220 d.d.4-7-1482:Sybeth Scheltema bevestigt als getuige een overeenkomst.

Pax-47 d.d.17-9-1491:Sybeth Scheltema neemt voor Nijkerk deel aan het verbond tussen Oostergo en Groningen.

OFO I-322 d.d.11-10-1495:hij zegelt een acte.

OFO IV-142 d.d.9-11-1504:hij stelt mee de huwelijksvoorwwarden vast voor het huwelijk van Wopcke van Jaerla met Frouck van Roorda.

Hij was ook olderman van Dokkum.

Op 5-1-1505 als Sybe Scheltema op de lijst van Friese edelen (T342-05,62).

Door zijn hertrouwen met Frouck Riemersma,weduwe Heemstra,kwam hij in bezit van Heemstrastate onder Morra,waar velen uit zijn nageslacht begraven liggen (zie N.O.II-391).

 

Sybeth was later gehuwd met Frouck van Riemersma, overleden n 1514, dochter van Hessel van Riemersma en Bernsck van Heslinga.

 

           5   Beyts van Oenema.

 

In het testament van haar halfbroer Jeppe uit 1483 genoemd als Botke.

OFO IV-92 (1491-1511):er is sprake van door haar nagelaten goederen.

 

 

           6   Taecke van Oenema, ,ook Helbada, overleden n 1487.

 

OFO IV-40 d.d.4-12-1473:genoemd te Blija.

OFO II-155 d.d.1-11-1487:Sjoerd Bolta zegelt voor Taka Unama en Gabbe Jarla.

Zijn kinderen noemen zich Mockema,naar de eerste man van zijn vrouw.

Voor zijn kinderen zie bij Mockema.

 

Taecke was gehuwd met Doedt van Holdinga, overleden n 1475, dochter van Gabbe van Holdinga en Tjemck van Meckema.

 

Doedt was weduwe van Taecke van Mockema, overleden voor 1475, zoon van vermoedelijk Juw van Mockema.

Zij wordt genoemd met haar man Taecke (eerste of tweede ?) in het testament van haar moeder uit 1472 (F.T.29).

Zij woonde in 1475 met haar tweede man op de Mockemastins in Dokkum (GsvD,93).

 

 

 

 

    II-a Feye van Oenema, afkomstig uit Blija, overleden n 30 mei 1487, zoon van Ernst van Oenema (I) en Frouck van Helbada.

 

Hij erfde in 1483 Jeppemastate van zijn halfbroer Jeppe en noemde zich daarom ook Jeppema.

Genoemd in 1487 in een register onder 76 en 124 (OFO IV-70).

Zie ook N.O.I (Ferwerderadeel).

 

Feye was gehuwd met  Sybrich van Jellinga, overleden n 8 mei 1495, dochter van Lieuwe van Sythiema, ook Jellinga en Ansck Sippesdr van Heemstra.

 

Pax-124 d.d.8-5-1495:zij vraagt als weduwe van Feye aansluiting bij het verbond met Groningen.Zij woont dan op Jeppemastate.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Frouck van Oenema, afkomstig uit Blija, overleden n 1529.

 

Genoemd bij HvF 6-2-1529 als Frouck van Jeppema.

 

Frouck was gehuwd met Tjepcke van Goslinga, overleden n 1516, zoon van Feye van Goslinga en N.N..

 

Grietman van Ferwerderadeel 1515/1517.

Genoemd in 1480 en in OFO IV-92 (1491-1511) bij een geschil met Jancke van Oenema.

Hij staat op 5-1-1505 op de lijst van Friese edelen (T342-05,62).

Bij RvA 1511 met bezit te Hallum en Ferwerd.

OFO II-281 d.d.5-1-1517:Tjepcke en Frouck Oenema verkopen renten.

 

 

           2   Sipt van Oenema, ,ook Sixt, volgt onder III-a.

 

           3   Ernst van Oenema, overleden n 1529.

 

Hij noemde zich van Jeppema en wordt vermeld bij HvF 6-2-1529.

 

 

           4   Jeppe van Oenema, ,ook Jeppema, overleden 1496.

 

 

    II-b Gerrit van Oenema, overleden n 1491, zoon van Ernst van Oenema (I) en Frouck van Helbada.

 

OFO IV-92 (1491-1511):over zijn nagelaten goederen.

 

Gerrit was gehuwd met  N.N..

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Frouck Gerritsdr van Oenema.

Frouck was gehuwd met Oene van Wytsma, overleden n 4 mrt 1513.

 

Hij woonde te Birdaard en wordt daar al genoemd in 1480.

OFO IV-217 d.d.4-3-1513:hij wordt vermeld als naastligger te Wanswerd.

 

 

 

    II-c Oentze van Oenema, overleden n 19 jun 1493, zoon van Ernst van Oenema (I) en Frouck van Helbada.

 

Hij wordt genoemd te Blija omstreeks 1481 in OFO I-314.

Hij en Minne van Jarla waren betrokken bij het verbond met Groningen op 17-9-1491.

Grietman van Ferwerderadeel op 19-6-1493 in OFO I-404.

 

Oentze was gehuwd met  Tjets Janckesdr van Douma, afkomstig uit Langweer, dochter van Jancke Douwes van Douma en Eets Douwesdr van Harinxma, ook Jets.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Jancke van Oenema, volgt onder III-b.

 

 

  III-a Sipt van Oenema, ,ook Sixt, overleden 17 jan 1509, zoon van Feye van Oenema (II-a) en Sybrich van Jellinga.

 

Hij noemde zich ook Jeppema.

OFO IV-92 (1491-1511):hij en zijn zwager Tjepcke van Goslinga hebben een geschil met hun neef Jancke van Oenema.

Op 5-1-1505 staat Sipke Onema bij de edelen uit Ferwerderadeel.

Bij RvA 1511 hebben zijn erfgenamen bezit te Holwerd en Britsum.

 

Sipt was gehuwd met  Rints van Foppinga, overleden n 1511, dochter van Hessel van Foppinga en Frouck van Eminga.

 

Genoemd als weduwe Rints Jeppema met bij RvA 1511 bezit te Ferwerd,Nijkerk en Leeuwarden.

Zij woonde toen op Jeppemastate (Nijkerk) volgens N.O.I (Ferwerderadeel).

 

Rints was weduwe van Romcke van Donia, overleden n 9 aug 1466, zoon van Sascker van Jelmera en N.N..

 

Uit het huwelijk van Sipt en Rints:

 

           1   Romcke van Jeppema, overleden n 1540.

 

Hij wordt genoemd te Nijkerk op Jeppemastate in 1529,bezit afkomstig van zijn moeder.

Hij trouwde niet adellijk en verhuurde bij RvA 1540 Jeppemastate aan Johan van Roorda en was samen met de laatste eigenaar van de state en van goed te Hallum (N.O.I,Ferwerderadeel).

Bij RvA 1540 ook met bezit te Britsum,dat in 1511 behoorde aan zijn vader.

 

 

 

   III-b Jancke van Oenema, overleden 13 nov 1540, begraven Blija ,grafschrift, zoon van Oentze van Oenema (II-c) en Tjets Janckesdr van Douma.

 

Hij woonde op Oenemastate te Blija en wordt genoemd in OFO IV-92 (1491-1511).

Op 9-7-1504 tekent Iancke Unema de reversaalbrief (nr.125 en nr.158).

Op 5-1-1505 staat Jancko Onema bij de edelen van Ferwerderadeel.

Bij RvA 1511 en 1540 heeft Jancke Oenema van Blija daar veel bezit o.a.Oenemastate en ook bezit te Ferwerd.

Jancke wordt in 1517 genoemd als grietman van Ferwerderadeel.

HvF 16480 d.d.30-4-1528:Jancke Oenema contra Julius van Botnia.

HvF 16687-116,168,330 d.d.1528,1530: Jancke Oenema als eiser.

HvF 16481-427 d.d.4-4-1536:Jancke Oenema (Blija) en Syds Roorda (Genum) als eisers.

HvF 16481-668 d.d.18-4-1537:Jancke Oenema als eiser.

Op 8-11-1545 maken Idzert van Grovestins,Tjaert van Holdinga ,mr.Rienck van Burmania en Wouter van Matenes vanwege hun vrouwen Tjets,Anna, Deytzen en Eets (Ath) en Haring van Heringa en Jancke van Douma als curatoren over Tryn een scheiding van de nalatenschap voor de genoemde vrouwen  van hun ouders Jancke Oenema, heeschap te Blija en zijn vrouw Teth (zie GJB 2011-206).

Met zijn dochters stierf het geslacht Oenema uit.

Zijn naam en die van zijn vrouw op een zerk te Blija (de Vrije Fries XXIII).

 

Jancke was gehuwd met  Teth van Wyboltsma, overleden 2 okt 1532*, begraven Blija ,grafschrift.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Tjets van Oenema, overleden na 1545

 

Tjets was gehuwd met Idzart van Grovestins, zoon van Sjoerd van Grovestins en Gaets Foppesdr van Popma.

 

Zijn naam op de kerkklok van Engelum uit 1529.

 

Idzart was later gehuwd met Ydt Siptsdr van Hania, ,ook Jyts en Jetzen, overleden na 1554, dochter van Sipt van Hania en N.N..

 

           2   Deytzen van Oenema, overleden 15 apr 1568 *, begraven Leeuwarden,Oldehove.

 

Deytzen was gehuwd (1) met Rienck van Burmania, overleden 13 feb 1563 *, begraven Leeuwarden,Oldehove, zoon van Bocke van Gratinga, ,ook Bocke Burmania , en Teth van Glins.

 

Hij promoveerde tot doctor na een studie in Leuven.

Grietman van Leeuwarderadeel 1555/1563.

Zie verder voor hem en zijn vrouw uitgebreid GJB 2000-141/142 en voor zijn zoons noot 181.

 

Deytzen was gehuwd (2) met Haring van Glins, overleden 1572, zoon van Taecke van Glins en Habel Haringsdr van Harinxma.

 

Haring was weduwnaar van Anna van Albada, dochter van Otto Pieters en Jel Riencksdr van Albada.

 

           3   Anna van Oenema, overleden 29 nov 1585 *, begraven Finkum.

 

Haar schoonzoon Sjuck van Eminga procedeerde voor haar als vruchtgebruikster van het erfgoed van haar man Tjaert (zie HvF 16703-141,354 d.d.1588,1589).

 

Anna was gehuwd met Tjaert van Holdinga, geboren ± 1519, overleden 6 aug 1569 *,50 jaar, begraven Finkum ,grafschrift, zoon van Wilcke van Holdinga en Graets van Cammingha.

 

           4    Ath van Oenema., overleden na 1545.

 

Ath was gehuwd met Wouter Janses van Mathenes.

 

           5   Catharina van Oenema,  overleden 21 sep 1595 *.

 

In 1545 heeft zij als curatoren Haring van Heringa en Jancke van Douwema.

Met haar man Doecke genoemd bij koop d.d.11-1-1558 (de Vrije Fries 83-51)

Doecke is omstreeks 1570 eigenaar van Oenemastate te Blija; deze state werd in 1587 verkocht (HvF 16804-35 d.d.1587).

 

Catharina is getrouwd v 1558 met Doecke van Martena, geboren 1527, overleden 11 nov 1605 ,volgens grafschrift, begraven Leeuwarden,Galileėrkerk, zoon van Tjebbe van Martena en Bauck van Camstra.

 

Hij stelde zich na 1568 als vrijheidsstrijder tegen Spanje ter beschikking van Prins Willem van Oranje (GsvD-138/140).

In 1573 als admiraal op de Zuiderzee.

Later gedeputeerde en lid van de Staten-Generaal.

In 1604 genoemd als hopman en drost van Harlingen (zie 2417 bij de Walle).

Zijn naam ter herinnering op de kerkklok van Cornjum uit 1624.

Zie ook Grafschriften III (Galileėrkerk);er waren van hem 16 kwartieren.

 

Doecke was weduwnaar van Swob Tjallingsdr van Botnia, overleden v 1555, dochter van Tjalling van Botnia, ,ook Jeppema en Frouck van Hottinga.