Genealogie van het adellijk geslacht van Sjaerda  ( A en B)

 

                                                                                                   

 

                                        Voor de bronnen en afkortingen zie pagina 6 van de site

                                        Eveneens voor het nodige voorbehoud bij sommige personen en filiaties.

                                                                                                   

                                                                      A

 

 

 

         I Douwe van Sjaerda, ,later Sicke, overleden Franeker n 25 jul 1417 ,1422 ?.

 

Hij wordt ook Sjaerdema genoemd.

Hij overleed samen met zijn vrouw bij de bezetting van het oude Sjaerdemahuis te Franeker en werd met haar begraven in het klooster Anjum bij Berlikum.

GPCV I en OFO II-10 d.d.25-7-1417:genoemd als Sikke Siarda te Franeker.

Hij zou op 12-5-1420 met Schieringers door een invasieleger vanuit de Zuiderzee zijn verslagen bij Hindelopen.

GPCV I d.d.15-6-1422:nog vermeld als Sikke Syarda.

 

Douwe was gehuwd met  Catharina van Roorda, overleden Franeker 1418 ,op Sjaerdahuis, begraven in Klooster Anjum.

 

Misschien is zij een zuster van Goffe van Roorda,die omstreeks 1400 te Tzummarum woonde.

Zie ook GJB 1997-164,165.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1    Magdalena van Sjaerda, overleden mrt 1424.

 

Zie GJB 1997-165.

 

Magdalena was gehuwd met Ruurd Agges van Albada, overleden Goënga 1423, begraven aldaar, zoon van waarschijnlijk Agge Ruurds van Albada.

 

Ruurd Agges wordt genoemd te Goënga.

Zie verder GJB 1997-164,165.

 

 

           2    Catharina van Sjaerda, ,ook Sjaerdema,.

 

Catharina was gehuwd met Goffe van Roorda, overleden v 1455, zoon van Ruurd van Roorda en Ath Jaersum.

 

Hij leefde omstreeks 1443.

 

 

           3   Allart van Sjaerda, ,ook Sjaerdema,, volgt onder II.

 

 

       II Allart van Sjaerda, ,ook Sjaerdema,, zoon van Douwe van Sjaerda, ,later Sicke (I) en Catharina van Roorda.

 

Hij woonde op Sjaerdemahuis te Franeker.

Zijn vrouw Edwert hertrouwde met Goffe van Tamminga,zoon van Rombert van Tamminga (daarom heet Allart in het stamboek van de Friese adel per abuis eveneens Goffe in plaats van Allart).

 

Allart was gehuwd met  Edwert Hobbesdr van Gerbranda, dochter van Hobbe van Gerbranda en Tryn van Wiarda.

 

Edwert was later gehuwd met Goffe Romberts van Tamminga.

 

Het nageslacht van Edwert en Goffe noemde zich ook  Sjaerda.

 

Zie daarvoor de tweede tabel B.

 

Uit het huwelijk van Allart en Edwert:

 

           1   Ebel van Sjaerda, overleden n 1467.

 

OFO IV-31 d.d.23-6-1467:genoemd als weduwe van Sjoerd in een zaak tegen haar zwager Rienck.

 

Ebel was gehuwd met Sjoerd van Popma, overleden v 23 jun 1467, zoon van Poppe van Popma.

 

Hij wordt genoemd bij arbitrage in 1429 als zoon van Poppe en met vrouw Ebel.

 

 

           2   Sicke van Sjaerda, volgt onder III.

 

 

      III Sicke van Sjaerda, zoon van Allart van Sjaerda, ,ook Sjaerdema, (II) en Edwert Hobbesdr van Gerbranda.

Sicke was gehuwd met  Both van Hobbema, overleden 1444.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Edwer van Sjaerda, volgt onder IV-a.

 

           2   Allert van Sjaerda, volgt onder IV-b.

 

           3    misschien Doedt van Sjaerda, overleden n 1476.

 

Zij wordt genoemd in het testament van haar tantezegger Sicke in 1476.

 

 

 

   IV-a Edwer van Sjaerda, overleden 1510 ,op 8 november ?, begraven Franeker ,grafschrift slecht leesbaar, dochter van Sicke van Sjaerda (III) en Both van Hobbema.

 

Pax-198 d.d.12-11-1496:zij sluit samen met anderen een verdrag met Groningen,Leeuwarden en Dokkum.

Als vrouw van Douwe vermeld op de klok van de Martinikerk in Franeker uit 1450: “Douwe Tiaerd soen Aielva had in dien tiden Sicka Sciaerda dochter,  Edewaer die goede, tot enen wive”.

Zij testeerde te Franeker op 27-5-1510 (F.T.nr.77 en OFO II-238)

Er was boedelscheiding in 1511.

 

Edwer was gehuwd met  Douwe Tjaerts van Aylva, overleden 1482 *, begraven Franeker ,grafschrift Douwe Sjaerda, zoon van Tjaert Epes van Aylva en Swob van Juwsma.

 

Afkomstig van Witmarsum; na zijn huwelijk nam hij de naam Douwe Sjaerda aan;hij stichtte met zijn vrouw in 1449 Sjaerdemahuis te Franeker.

Hij had 2 onwettige zoons n.l.Tjaert Groestera en Rienck.Zie hiervoor GPCV I d.d.20-4-1481 en verder GJB 1995-144,146.

Genoemd als Douwe Sjaerda in GPCV I en OFO II-40 d.d.17-3-1456,waar hij een overeenkomst zegelt tussen Franeker en Harlingen.

OFO II-45 d.d.13-8-1459:hij sluit voor Franeker de overeenkomst tussen Bolsward,Franeker en Sneek.

OFO I-179 d.d.13-12-1465:Douwe Sjaerda te Franeker bij de zoenlieden.

OFO I-211,226,229,251 d.d.25-3-1471,6-5-1472,23-6-1472,13-7-1474:Douwe Sjaerda koopt land.

T313-467,468 d.d.1471,1472:Douwe Sjaerda koopt land bij Franeker.

Pax-28 d.d.24-9-1476:Douwe en zoon Sicke brengen het geschil met Groningen op zoenlieden.

OFO-I-296 d.d.13-4-1479:Douwe benoemd als voogd over de kinderen van Schelte van Liauckema.

OFO IV-52 d.d.17-8-1479:Douwe en zoon Sicke genoemd als voogden over de kinderen van Jarich van Hottinga bij het opstellen van de huwelijksvoorwaarden van Juw van Dekema en Catharina van Hottinga,Jarichs dochter.

Pax-34 d.d.30-5-1480:compromis van Douwe met Groningen.

Genoemd bij een overeenkomst in GPCV d.d.20-4-1481.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Swob van Sjaerda, overleden 1520.

 

Zij wordt genoemd als Swob Hottinga met zoon Heere in GPCV d.d.20-4-1481.

Bij R.v.A.1511 genoemd als Swob Hottinga van Franeker met veel bezit o.a.te Nijland en Wolsum.

Zij testeert in 1518.Daaruit blijkt dat haar moeder Edwert heette en haar grootmoeder Both.Dit testament is niet meer beschikbaar,dus niet gepubliceerd bij F.T.

 

Swob was gehuwd met Jarich van Hottinga, overleden Nijland 1475, begraven aldaar, zoon van Epe Jarichs van Kee en Foockel Goslicksdr van Hottinga, ,ook Fouwel.

 

Grietman van Hennaarderadeel in 1450.

Hij woonde als hoofdeling te Nijland en testeerde op 25-5-1475 (zie F.T.34 en OFO IV-45).

Zijn 3 zoons Juw,Epe (later Jarich) en Here en ook dochter Doed worden in het testament genoemd,maar niet de andere dochters.

Als voogden worden aangewezen zijn schoonouders,zijn vrouw,zijn neef Tjaert van Juwinga en zwager Sicke van Sjaerda.

Zijn broers Jacob,Anne en Wybe en zijn zuster Hil worden eveneens in het testament genoemd.

Voor een stamreeks vanaf zijn vader in acht geslachten zie HvF 10446 d.d. 31-7-1718.

 

 

           2   Tjaert van Sjaerda, volgt onder V-a.

 

           3   Sicke van Sjaerda, volgt onder V-b.

 

 

   IV-b Allert van Sjaerda, overleden v 1476, zoon van Sicke van Sjaerda (III) en Both van Hobbema.

 

Zie voor hem,zijn vrouw en zijn kinderen GJB 2001-89,90.

 

Allert was gehuwd met  Engele van Oedsinga, overleden 7 jun 1476.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Sicke van Sjaerda, overleden 18 sep 1476.

 

Hij testeerde te Dronrijp of Franeker op 16-9-1476 (F.T.36 en OFO IV-49).

Bij overlijden had hij als concubine ("vrijster") His Ofckesdr van Dotinga,maar hij overleed zonder kinderen en daarmee stierf de oude familie Sjaerda uit  (zie GJB 2001-89,90).

Bij de erfgenamen worden genoemd zijn tantes Edwer en Doedt.

 

 

           2   Epe van Sjaerda, overleden v 1476.

 

Overleden zonder kinderen.

 

 

           3   Petrick van Sjaerda, overleden n 1476.

 

 

     V-a Tjaert van Sjaerda, overleden 18 apr 1491, zoon van Douwe Tjaerts van Aylva en Edwer van Sjaerda (IV-a).

 

Titardus Dodonis Sjaerdema is op 24-7-1479 student te Leuven.

OFO II-94 d.d.10-10-1481:de broers Tjaert en Sicke van Franeker sluiten het verbond met Leeuwarden.

 

Tjaert was gehuwd met  Catharina van Harinxma, overleden n 28 okt 1501, dochter van Feycke van Harinxma, ,thoe Slooten en Luts Feyckes van Oenema.

 

Zij testeerde op 28-10-1501 (F.T.62).

 

Catharina was later gehuwd met Louw Pieters van Donia, overleden Sneek 27 jan 1533 *, zoon van Pieter Lolles van Ockinga en N Louwsdr van Donia.

 

Uit het huwelijk van Tjaert en Catharina:

 

           1   Luts van Sjaerda, ,ook Louise, overleden 1 mrt 1532, begraven Franeker ,grafschrift.

 

T342-04,27:brief van Goslick van Jongema d.d.21-6-1528 uit Bolsward aan Gerrolt van Herema en Luts.

 

Luts was gehuwd met Gerrolt van Herema, overleden 2 apr 1538 (?), begraven Franeker ,grafschrift, zoon van Taecke van Herema en Ath van Roorda.

 

Op 5-1-1505 op de lijst van Friese edelen (T342-05,62).

Bij RvA 1511 en 1514 heeft Gerrolt Herema van Franeker veel bezit aldaar,maar ook te Tzum en Zweins.

Hij woonde in 1515 te Franeker.

Raadsheer bij het Hof van Friesland 1515-1538.

OFO II-319 d.d.7-11-1524:huwelijksvoorwaarden voor het huwelijk van zijn dochter Ath met Hette van Hoxwier.

OFO-IV-252 d.d.13-4-1526:afkoop van een rente door Gerrolt en zijn vrouw Luts.

HvF 16480-259 d.d.30-10-1528:Gerrolt Herema als eiser.

OFO-IV-262 d.d.23-4-1535:hij sloot een overeenkomst met Ymck van Minnema over een toekomstig huwelijk tussen zijn zoon Tjaert en haar dochter Luts.

HvR:zijn overlijden was 5 weken voor 15-5-1538,dus vermoedelijk op 2-4-1538;het stamboek F.A. geeft per abuis 2-4-1536.

 

 

 

     V-b Sicke van Sjaerda, overleden Franeker 1487 *, zoon van Douwe Tjaerts van Aylva en Edwer van Sjaerda (IV-a).

 

Sicco Sjaerdema in dec. 1471 als student te Keulen.

Genoemd in OFO I-324 d.d.5-1-1483.

OFO II-94 d.d.10-10-1481:Sicke en broer Tjaert uit Franeker sluiten een verbond met Leeuwarden.

Genoemd op 2-9-1486 in een register (OFO IV-70).

OFO IV-74,75 d.d.16-6-1487,28-6-1487:genoemd als grietman van Wonseradeel.

Pax-39 d.d.28-2-1487:Sicke geeft Julius van Hottinga toestemming om met Groningen te onderhandelen.

 

Sicke was gehuwd met  Luts van Harinxma, overleden 6 mrt 1528 *, begraven Sneek, dochter van Juw van Harinxma en Wyts Wopckesdr van Juwsma.

 

OFO IV-178 d.d.3-10-1508:zij verkoopt een huis in Franeker.

Bij R.v.A 1511 heeft Luts Liauckema van Sneek veel bezit.

Zij testeerde 4 maal in 1527,op 25/10,4/11,voor 11/11 en op 11/11 (F.T. 116/119) en bepaalde dat zij begraven wilde worden in Sneek bij haar tweede man.

 

Luts is later getrouwd 1491 met Schelte van Liauckema, overleden Sneek 1503 *, begraven aldaar ,grafschrift Sexbierum, zoon van Schelte van Liauckema en Tieth Sickesdr van Nyenhuys.

 

Uit het huwelijk van Sicke en Luts:

 

           1   Douwe van Sjaerda, geboren 1478, overleden 1506 ,ongehuwd.

 

Dodo Sjaerdema is in 1500 student te Parijs.

Hij was in 1502grietman van Franekeradeel en werd in 1506 bij Sneek vermoord (SFA).

 

 

 

 

                                                                                            B

_

 

 

 

         I Goffe Romberts van Tamminga.

 

Hij liet zich Goffe van Sjaerda noemen.

 

Goffe was gehuwd met  Edwert Hobbesdr van Gerbranda, dochter van Hobbe van Gerbranda en Tryn van Wiarda.

 

Edwert was weduwe van Allart van Sjaerda, ,ook Sjaerdema,, zoon van Douwe van Sjaerda, ,later Sicke en Catharina van Roorda.

 

Uit het huwelijk van Goffe en Edwert:

 

           1   Foppe van Sjaerda, volgt onder II.

 

 

 

       II Foppe van Sjaerda, overleden n 1470, zoon van Goffe Romberts van Tamminga (I) en Edwert Hobbesdr van Gerbranda.

 

Hij wordt genoemd in OFO I-469 en OFO III-9.

Zie GJB 2001-144,noot 4.

 

Foppe was gehuwd met  Hylck Hommesdr van Hommema, dochter van Homme van Hommema en Ymck Haringhsdr van Harinxma.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Foppe van Sjaerda, volgt onder III.

 

           2    waarschijnlijk Allart Foppes.

 

Hij wordt genoemd in het testament van Sicke Allartszoon (F.T.36)

Zie ook GJB 2001-144,noot 4.

 

 

 

      III Foppe van Sjaerda, overleden 19 sep 1490 *, zoon van Foppe van Sjaerda (II) en Hylck Hommesdr van Hommema.

 

Zie GJB 1997-164 voor zijn huwelijk met Perck.

Hij stierf van “rouw en hartzeer”  3 dagen nadat zijn huis te Abbega op 16-9-1490 door Douwe Epes Hettinga in brand was gestoken en verwoest (Dootboeck).

 

Foppe was gehuwd met  Perck Hillesdr van Bonninga, dochter van Hille van Bonninga en Jets Wybesdr van Minnema.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Syts van Sjaerda, overleden n 1517.

 

Genoemd in OFO I-272 d.d.16-4-1472 en OFO I-319 d.d.27-3-1482.

T326-1200:scheiding tussen de erfgenamen van Syts en Feycke (1550).

 

Syts was gehuwd met Feycke van Camstra, overleden 1517, zoon van Rienck van Camstra en Tieth van Unia.

 

Hij was Schieringer te Wirdum en in 1495 grietman van Leeuwarderadeel.

In 1477 koopt hij met zijn vrouw land van zijn broer Eda (OFO I-272 d.d.16-4-1477).

OFO I-339 d.d.1484:zijn broer Ede is overleden;het gaat over land dat vroeger in bezit was van de overleden Sytze Camstra.

OFO IV-75 d.d.28-6-1487:genoemd bij het verbond tussen Westergo en delen van Oostergo.

OFO II-186 d.d.10-8-1492:genoemd bij het verbond tussen Oostergo en Westergo.

Pax-79 d.d.9-3-1493:hij sluit zich als hoofdeling te Wirdum aan bij het verbond tussen Leeuwarden en Groningen van 10-10-1492.

OFO I-413 d.d.7-5-1495:Rienck Peters Camstra verkoopt land te Jellum aan Feicke en zijn vrouw Syts.

Hij werd wegens ontrouw verbannen en in 1500 werden bezittingen van hem verbeurd verklaard (zie GJB 1969-65).

Op de lijst van Friese edelen d.d.5-1-1505 (T342-05,62)

Bij RvA 1511 en 1514 heeft Feycke Camstra van Wirdum veel bezit o.a. ook bezittingen te Tzum en Zweins en bij Scharnegoutum (zie hiervoor GJB 1979-7,8).

OFO II-247 d.d.14-1-1511:hij wisselt landerijen met Tjesse Hayes te Wirdum.

T326-1200:een stuk uit 1550 betreffende de scheiding van de nalatenschap van Feycke en Syts.

Zie ook T327-1079/1094.

 

 

           2   Pier Bonninga van Sjaerda, volgt onder IV.

 

 

      IV Pier Bonninga van Sjaerda, overleden 1496/1504, zoon van Foppe van Sjaerda (III) en Perck Hillesdr van Bonninga.

 

Op 8-3-1491 wordt Peer Foppez Syaerda huys te Oppenhuizen door Epe Tietes Hettinga uit de Hommerts en diens zoon Douwe veroverd en verwoest (GJB 2011-245).

In 1495 wordt zijn huis “in die Morra” bij Abbega door de Bolswarders veroverd en verwoest.

Op 13-7-1496 nemen Peer Foppez en zijn dochter Atte Laws weduwe (Ath weduwe van Laes) het dat jaar gesloten verbond van Groningen met Westergo aan.

Douwe van Burmania tekent in 1504 mede namens zoon Goffe en zijn weduwe Tryn de reversaalbrief.

In 1505 staan zijn erven in het register van edelen uit Wymbritseradeel.

 

Pier was gehuwd  met  Tryn Lollesdr van Ockinga, afkomstig uit Burgwerd, overleden na 1504, dochter van Lolle Epes van Ockinga en His Heresdr van Albada.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   His Bonninga van Sjaerda, overleden Sneek 25 mei 1555 *, begraven aldaar ,grafschrift.

 

Zij kwam door haar eerste man in het bezit van de state te Terkaple.

HvF 16481-blz.135 d.d.20-12-1538:haar broer Tjomme is overleden en haar man Frans behartigt haar rechten.

Over de grafzerk uit 1556 van haar en haar man,zie GJB 1997-164.

 

His was gehuwd (1) met Douwe Keimpes van Oenema, overleden 1517, begraven Terkaple, zoon van Keimpe Tjepckes van Oenema en Jel van Galama, of Ydt.

 

Hij woonde te Terkaple en is daar begraven met zijn kinderen Keimpe en Doutje.

Zie voor de Oenema-grafsteen in de kerk van Terkaple het artikel in de Vrije Vries II (1842)-131/134.

De 8 kwartieren van zijn kinderen (hun overgrootouders) op deze grafsteen :boven OenemaxDouma en SjaerdaxBonninga en onder GalamaxHarinxma en OckingaxAlbada.

 

His was gehuwd (2) met Frans van Roorda, overleden Sneek 20 okt 1553, begraven aldaar ,grafschrift, zoon van Johan van Roorda en Tieth van Scheltema (Scheltinga).

 

In 1538 genoemd als grietman van Wymbritseradeel.Ook olderman te Sneek,waar hij woonde.

HvF 16480-403 d.d.14-7-1529:met zijn broer Johan en zuster Rints als eisers.

HvF 16481-701,71 d.d.14-7-1537 en 15-10-1538:Frans namens zijn vrouw His als gedaagde,samen met zijn zwager Goffe Piers en anderen.

Hij wordt vermeld in het testament van Syds Tjaerda (1540) en was medevoogd over diens kinderen.

Voor de kwartieren van hem zie GJB 1995-175,noot 256.

 

 

           2   Douwe van Sjaerda, overleden v 1538.

 

Op 9-7-1504 ondertekent Douwe Tziaerda de reversaalbrief (nr.111).

 

Douwe was gehuwd met zijn nicht Wick Heresdr van Ockinga, dochter van Here Lolles van Ockinga en Gaets van Dekema.

 

Uit dit huwelijk misschien:

 

                2.1 Catharina van Sjaerda, overleden n 1548.

 

Zij wordt vermeld met haar man op een steen in 1548.

 

Catharina was gehuwd met Keimpe van Wynia, overleden 16 aug 1568 *, begraven Marrum, zoon van Deytse van Wynia en Lisck Ndr.

 

RvA 1540:hij woonde op Pongastate te Marrum en had ook bezit te Hallum.

Er is een steen uit 1548 waarop vermeld worden Kempa Wynia en Katerina Syarda (N.O.I-275,Ferwerderadeel).

In 1547 en op 30-4-1551 is hij curator over de weeskinderen van Sjuck Wynia (zie T327-1784 en HvF 16690-156).

Genoemd bij HvF 16692-394 d.d.8-5-1562.

Volmacht voor Ferwerderadeel (HvF 16692-519 d.d.12-4-1564.

In 1572 is Jel van Wynia erfgenaam van Pongastate;in 1606 wordt het bewoond door Frouck van Wynia.

Zie ook GJB 1995-150.

 

Keimpe was later gehuwd met Tied van Aylva, dochter van Rienck van Aylva en Hil van Roorda.

 

 

 

 

           3   Ath Bonninga van Sjaerda, overleden 14 sep 1522 *, begraven Leeuwarden ,Oldehove.

 

Als haar broer Tjommein 1537  is overleden maken haar zoons en Jancke van Douma namens haar dochter Mary aanspraak op de erfenis (HvF 16481-blz135 d.d.20-12-1538).

 

 

Ath was gehuwd (1) met Laes van Harinxma, overleden nov. 1495* ,zoon van Haring Douwes van Harinxma en Popck Riencksdr van Popma

 

Laes in 1487 genoemd als grietman van Wymbritseradeel.

Hij raakte dodelijk verwond in de slag bij Workum

 

 

Ath was gehuwd (2) met Douwe van Burmania, overleden Ferwerd 1551, begraven aldaar, zoon van Rienck Upckes van Burmania en Eeck Tjaertsdr van Burmania.

 

In 1504 tekent Douwe van Burmania de reversaalbrief.

Douwe op 5-1-1505 op de lijst van Friese edelen (T342-05,62).

Hij was 1511/1512 grietman van Wonseradeel (zie OFO IV-211 en OFO II-265) en woont dan in Hichtum,maar 1520/1529 grietman van Ferwerderadeel.

HvF 16481-154 d.d.20-12-1538:zijn broer Tjaert procedeert tegen hem inzake land te Finkum.

HvF 16481-158 d.d.20-12-1538:er wordt geprocedeerd tegen Douwe en zijn vrouw Saepke te Stiens inzake overdracht van hun huis te Leeuwarden.

HvF 16481-211 d.d.4-3-1539:Douwe als gedaagde namens zijn kinderen bij zijn vorige vrouw Atte Bonge (Bonninga)

HvF 16481-262 d.d.7-5-1539:proces tegen Douwe en zijn vrouw Saepck.

Bij RvA 1511 heel veel bezit o.a. ook in Hallum,Marrum,Nijkerk en Ferwerd.

Bij RvA 1540 had hij verder bezittingen in Stiens,Hallum en Ferwerd,die in 1511 behoorden aan Gemme Herjuwsma.

Zie voor hem verder GJB 2000-137.

 

Douwe is later getrouwd 1524 met Saepck van Ydsma, overleden 17 feb 1570 *, begraven Leeuwarden,Galileërkerk, dochter van Werp van Ydsma en Frau van Juwsma.

 

 

           4   Goffe van Sjaerda, volgt onder V.

 

 

Uit een relatie van Pier met een onbekende vrouw:

 

           5   Tjomme van Sjaerda, overleden 1537 (?)

 

Pastoor te Hichtum(1511).

Bij RvA 1511als pastoor te Hichtum met bezit te Abbega.

GJB 2011-246: in 1537 meent zijn familie van moederskant  aanspraak te kunnen maken op zijn erfenis, maar het Hof oordeelt op 20-12-1538 dat Goffe Piers, Frans Roorda (wegens zijn vrouw His), Jancke Douwema (wegens zijn vrouw Marie) en Pier Burmania de erven zijn van hun broer en oom heer Tzumme. (HvF 16481-135 d.d.20-12-1538).

 

 

 

 

        V Goffe van Sjaerda, overleden 1552/1559, zoon van Pier Bonninga van Sjaerda (IV) en Tryn Lollesdr van Ockinga.

 

In 1504 tekent zijn zwager Douwe van Burmania mede voor hem de reversaalbrief.

Als Goffe Pietersz vermeld in 1505 in het register van edelen.

In 1511 als hoofdeling Goffa Piersz met bezit te Oppenhuizen, Uitwellingerga enz (GJB 1994-62).

HvF 16481-701,71 d.d.14-7-1537 en 15-10-1538:Goffe Piers en zijn zwager Frans Roorda,getrouwd met His,  en Pier Burmania en Jancke Douma voor Goffe's zuster Ath als gedaagden i.v.m de erfenis van broer Tjomme.

HvF 16481-135 d.d.20-12-1538: de familie van Tjomme van moederszijde heeft geen rechten en de erfenis gaat naar de Sjaerda’s.

HvF 16481-247 d.d.7-5-1539:Goffe behoort tot de erfgenamen van Simon Hendriks van Harlingen.

 

Goffe was gehuwd met  Teth  van Epinga, afkomstig uit Pietersbierum, overleden voor 1559, dochter van Hobbe van Epinga.

 

Zij was een Epinga volgens kwartieren bij haar achterkleindochter Perck van Roorda.

Dochter Perck (onder 3) was mede-erfgenaam van haar ouders wijlen Goffe Piersz Bonninga a Siaerda en jf. Tet van Eepinga; de nalatenschap van die ouders werd gescheiden in 1559 (GJB 2011-246,  T345-717)

 

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Foppe van Sjaerda, volgt onder VI-a.

 

2 Hobbe van Sjaerda,  overleden 27 nov 1557, begraven Folsgare, grafschrift

 

Hij woonde te Oppenhuizen.

Uit de wapens op het graf van zijn dochter Teth zou blijken dat hij een zoon is van Pier van Sjaerda en Tryn van Ockinga, maar dat zijn z’n grootouders.

SFA noteert hem terecht als zoon van Goffe en Teth Hobbesdr van Epinga (hij is dan genoemd naar zijn grootvader en zijn dochter naar zijn moeder).

Hobbe is er ook niet bij als de kinderen van Pier in 1537 de erfenis van hun broer Tjomme opeisen.

 

Hobbe was gehuwd met  Foockel Johansdr van Roorda, afkomstig uit Hennaard, overleden 8 jul 1558, begraven Folsgare ,grafschrift, dochter van Johan van Roorda en Anna Hesselsdr van Hanckema.

 

Uit dit huwelijk:

 

        2.1  Teth van Sjaerda, overleden 16 feb 1561, begraven Rinsumageest ,grafschrift.

 

Teet Zyarda als erflaatster (GJB 1995-150).

Op de grafsteen van Teth en Wilco van Holdinga te Rinsumageest de volgende namen/wapens voor haar (“De Friesche Adelaar”  1887-1).

Midden van de steen:

 Zyarda-Roerda (ouders Teth).

Rechtsboven: Zyarda-Bonha en Ockinga-Albada.

Rechtsonder: Roerda-Kamstra en Tetema-Walta.

Het betreft voor Teth:

Van vaderskant 4 van de 8 betovergrootouders (dus niet de overgrootouders): Foppe van Sjaerda x Perck van Bonninga en Lolle van Ockinga x His van Albada..

Van moederskant zijn de combinaties niet goed: overgrootouders zijn Baucke van Tietema x Syts (?) van Roorda en Hessel van Hanckema  x Foockel van Jongema (Walta).

 

Teth was gehuwd met Wilcke van Holdinga, geboren Anjum ± 1540, overleden Leeuwarden 16 dec 1595 *, begraven Rinsumageest, zoon van Botte van Holdinga en Hack van Eysinga/Bolta.

 

 Hij erfde Eysingastate te Rinsumageest van zijn moeder.

Hij was tegen het Spaans bewind en vluchtte naar Emden.

Na terugkomst in 1580 werd hij Raadsheer bij het Hof van Friesland en liet een nieuwe Holdingastate bouwen bij Anjum.

Met zijn kinderen stierf het geslacht uit.

Er was ook een grafsteen van hem in Anjum, maar de grafsteen te Rinsumageest is met namen/wapens van zijn voorouders (“De Friesche Adelaar” 1887-1).

In het midden zijn ouders: Holdinga-Bouta.

Linksboven zijn overgrootouders vaderskant:Holdinga-Bolta en Kammingha-Emingha.

Linksonder zijn overgrootouders moederskant: Bolta-Eysinga en Hermana-Wibbema.

Het betreft: Botte van Holdinga x Luypck van Bolta, Pieter van Cammingha x Fouwel van Eminga, Tjalling van Bolta x Hack van Eysinga, Hobbe van Hermana x Riem van Wibbema.

Zie ook GJB 1975-114/125 voor zijn 3 testamenten uit 1588,1591 en 1594.

 

 

Wilcke was later gehuwd met Haring van Roorda, ook Harmck, overleden 1574, dochter van Jurjen van Roorda, ook George, en Doedt van Cammingha.

 

Wilcke was later gehuwd met Helena Roelofsdr van Bunau, geboren ± 1535, overleden 11 dec 1613 ,78 jaar, begraven Britsum ,grafschrift, dochter van Roelof van Bunau en Cuneer van Martena.

 

 

 

 

 

           3   Perck van Sjaerda, overleden 7 jun 1561 *, begraven Wanswerd ,grafschrift.

 

Volgens kwartieren op het graf van kleindochter Perck van Roorda was haar moeder een Epinga.

Volgens kwartieren bij het graf te Wanswerd waren de grootouders van haar vader van moederszijde Ockinga-Albada (zie GEN 742) en ook dat is in overeenstemming met de genealogie.

 

 

Perck was gehuwd met Sipt van Goslinga, overleden 7 jun 1561 *, begraven Wanswerd ,grafschrift, zoon van Tjepcke van Goslinga en Frouck van Oenema.

 

Hij woonde met zijn vrouw in Wanswerd en ze overleden daar op dezelfde dag.

HvF16693-70 d.d.1566:als hij en zijn vrouw Perck zijn overleden wordt Tjepcke Gerbranda voogd over hun weeskinderen.

 

Volgens kwartieren bij het graf te Wanswerd waren zijn grootouders van vaderszijde Goslinga-Galama (GEN 742).

 

 

 

           4   Pier van Sjaerda, overleden rond 1542.

 

Pier was gehuwd met Tryn Ndr., overleden 1561/1564

 

Tryn was rond 1540 weduwe geworden van Haye van Herbranda.

Zij hertrouwde Pier en  doodde haar man omstreeks 1542.

Daarna hertrouwde Tryn met Johan Reynskema (met hem genoemd 7-9-1544).

Op 6-10-1551 procedeert Goffe Piers Tziarda tegen Tryn Branda (GJB 2011-246).

 

 

           5   Doedt van Sjaerda.

 

Doedt was gehuwd met Douwe Uninga van Hoytema, afkomstig uit Joure, overleden na 1541, zoon van Botte Hoytes van Hoytema en Tjets Ulckesdr Douma van Oenema.

 

Hij woonde te Joure op bezit afkomstig van zijn moeder.

OFO II-305 d.d.28-5-1521:Douwe  genoemd als grietman van Haskerland.

Douwe Uninga van Hoytema genoemd als grietman Haskerland in 1517,1525, 1538 en 1541.

 

Douwe was later gehuwd met  Wilsck Idzartsdr van Douma, dochter van Idzart Janckes van Douma en Gaets van Popma.

 

 

Goffe  had vermoedelijk als onwettige zoon:

 

6 Pier Goffes Sjaerda, overleden na 1597.

 

HvF 16696-313 d.d.1577: Pier Goffez Syaerda procedeert tegen Foppe Tziaerda te Sneek en Hoyte Oenia over het bezit van een kleine sate te Abbega, nagelaten door wijlen Goffe Tziaerda.( Hoyte Uninga van Hoytema is de zoon man Doedt van Sjaerda).

HvF 16699-151 d.d.1581 (voortzetting van het proces uit 1577): Pier Goffes Syaerda contra Pieter Fritema voor Maria Syaerda en contra Hoyte Oenia van Hoytema over dezelfde sate nagelaten door wijlen Goffe Siaerda.

Het Hof oordeelt dat een derde deel van de sate toebehoort aan Pier Goffes en dat hij recht heeft op de vruchten daarvan sedert de dood van Goffe Tziaerda (zie GJB 2011-246). De goederen van Hoyte waren in 1581 geconfisceerd.

 

Pier wordt nog als curator vermeld op 8-9-1597.

 

 

 

 

   VI-a Foppe van Sjaerda, overleden voor 1578, zoon van Goffe van Sjaerda (V) en Teth Hobbesdr van Epinga.

 

GJB 2011-227: In 1552 is Foppe Zyaerda te Goënga uitgerust met een vol harnas.

HvF 16692-211,262 d.d.19-12-1561 en 8-9-1562: Douwe en Pier Goslinga te Wanswerd procederen tegen Tiepcke Goslinga te Driesum,Foppe Tzaerda te Goënga en Dr.Pieter Fritzma.

Genoemd bij HvF 16695-181 d.d.14-12-1574.

PI 1578: aanslag voor de erfgenamen van Foppe Syaerda te Sneek.

 

Foppe was gehuwd (1) met  Catharina van Gratinga.

 

Catharina van Gratinga zou de dochter kunnen zijn van Sicke van Gratinga,overleden 1538/1542, maar deze dochter van Sicke wordt ook vermeld als non te Haarlem.

 

Foppe was gehuwd (2) met  Tryn Deckensdr van Harinxma, dochter van Decken van Harinxma, ,thoe IJlst en Saeck Juwsdr van Juwinga.

 

Tryn was weduwe van Wigle van Camstra, overleden omstreeks 1543, zoon van Rienck van Camstra en His Heresdr van Ockinga.

 

Uit het huwelijk van Foppe en Tryn:

 

           1   Mary van Sjaerda,

 

Mary was gehuwd met Pieter van Frittema, geboren Sneek, overleden Groningen 5 jun 1589, zoon van Ivo van Frittema en Tjaerteke van Donia.

 

Dr.Pieter van Frittema was raadsheer bij het Hof van Friesland 1563-1578.

Zijn naam op een steen uit 1577 in de Kanselarij te Leeuwarden.

Op 4-7-1579 verbannen uit Friesland en genoemd in 1580 in ballingschap (Cons.Ex.)

HvF 16699-151 d.d.1581 (voortzetting van het proces uit 1577): Pier Goffes Syaerda contra Pieter Fritema voor Maria Syaerda en contra Hoyte Oenia van Hoytema over dezelfde sate nagelaten door wijlen Goffe Siaerda.

Het Hof oordeelt dat een derde deel van de sate toebehoort aan Pier Goffes en dat hij recht heeft op de vruchten daarvan sedert de dood van Goffe Tziaerda (zie GJB 2011-246). De goederen van Hoyte waren in 1581 geconfisceerd.

 

HvR: hij woonde later met zijn vrouw in Groningen.