Genealogie van het adellijk geslacht van Tietema

 

                                                  

                Voor de bronnen en afkortingen zie pagina 6 van de site

                        Eveneens voor het nodige voorbehoud bij sommige personen en filiaties.

 

 

 

 

         I Parcke van Tietema.

 

Hij leefde in 1450 te Elahuizen (SFA).

 

Zijn zonen bij een onbekende vrouw:

 

           1   Hans van Tietema, volgt onder II.

 

           2   Baucke van Tietema.

 

Baucke woonde evenals zijn broer te Elahuizen.

 

Baucke was getrouwd  met misschien Syts van Roorda, dochter van Johan van Roorda en Rints Juwsdr van Juwinga.

 

De relatie van Baucke met Syts berust niet op een primaire bron, maar bekend was dat hun zoon Johan het bezit te Kubaard verkreeg via zijn moeder Roorda.

Volgens van Solckema in zijn Lineageboek:

Baucke trouwde met een nicht van de oude Ruurd van Roorda (en deze Ruurd is een oom van Syts)

Bovendien heeft hun zoon Johan een dochter Syts.

Voor zoon Johan en het nageslacht  zie bij Roorda van Kubaard.

 

 

 

       II Hans van Tietema, begraven te Elahuizen, zoon van Parcke van Tietema (I).

 

Hij was Schieringer en woonde te Elahuizen (1487).

Over zijn 6 met namen genoemde kinderen en hun nakomelingen zie ook de stukken van het Tietemaleen (HCL T 119).

PI 1578: Er worden geen Tietema’s vermeld te Elahuizen, maar Tietemastate te Elahuizen is later in bezit van zijn achterkleindochter Eelck, getrouwd met Johan Sjoerds van Aylva. Na hun huwelijk wonen Eelck en Johan  daar (GJB 1995-152).

 

Uit het boek “De stinzen van middeleeuws Friesland en hun bewoners” door P.Noomen:

 

Tietema op Trophorne

In de Tegenwoordige Staat III-305/306 (1788) worden de beide Elahuister wieren nog genoemd. Ze worden

met verdwenen stinzen in verband gebracht: Trophorne, alwaar nog twee overgebleven wieren de gedenktekenen

van twee oude staten zijn. Weleer vond men hier een sterk huis van Hans Perkeszen.3717

Bij één van beide wieren zal dus het stamhuis van de familie Tietema hebben gestaan. Het

wordt voor het eerst in 1487 genoemd. Toen werd Hans Parckis huys toe Eylahuysen gelijktijdig met

Jarichsma en Galama in Oudega-Noordwolde door de Schieringers verwoest. Bovendien vingen sy

Hans Parckis.3718

Hans Parckesz was dus een bondgenoot van de Vetkoperse Galama's.

Het Lineageboek van Solckema geeft een uitgebreidere versie van het verhaal. Volgens dat

verhaal zouden de Tietema's oorspronkelijk geen Vetkopers zijn geweest. Integendeel, olde Hans

Tetema was goet van de Schierringer partije. Zijn stens te Elahuizen was seer starck ende dick van muerren.

Zijn dochter Wysck Tetema was geschaakt door een Gaasterlandse Vetkoper, genaamd Rycke

Rencke. Daartegen ondernam Hans echter geen actie, enerzijds omdat ze toch al van Rycke Reynttie

bislapen was en ook omdat hij een vreedzaam man was. Geleidelijk kwam Hans daardoor in het

Vetkoperse kamp terecht. Hans' broer Baucke Tetema, aldaer ... wonende op syn eygen huis ende stens

ende een groten Schierring, nam hem zijn passieve houding kwalijk. Met hulp van de Schieringer

Minne Hillema van Harich en diens ruiters verwoestte hij daarom Hans' stins en ving zijn vrouw

en één van zijn dochters. Hans stierf van verdriet en werd in de kerk van Elahuizen begraven, zes

kinderen nalatend.3719 Indien we dit verhaal voor waar houden, zouden beide stinswieren in

Elahuizen dus de resten van Tietema-stinzen zijn geweest

 

 

Hans  was getrouwd  met  Bauck Douwesdr van Harinxma, dochter van Douwe van Harinxma en N.N.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Ids van Tietema,  volgt onder III-a.

 

           2   Wisck van Tietema, overleden na 1513 ,ws.te Welsrijp.

 

Zij was bij trouwen weduwe van Rycke Riencks,die behoorde tot de vetkopers in Gaasterland.

 

Wisck is getrouwd 1505 ,volgens charter met Otte van Galama, overleden Welsrijp 1511/1514, zoon van Yge van Galama en waarschijnlijk N. van Goslinga.

 

Pax-75 d.d.18-11-1492:hij sloot met anderen een verbond van Zevenwouden met Groningen.

In 1496 vertegenwoordigde hij Noordwolde en Elahuizen bij een verbond met Groningen.

Genoemd te Welsrijp bij R.v.A.1511.

 

 

           3   Auck van Tietema.

 

Auck was gehuwd met Lieuwe Alles.

 

Auck had een dochter Jay (genoemd in het testament van Dr.Douwe van Tietema) en een zoon Alle..

Zie voor haar en de nakomelingen van zoon Alle bij het geslacht van der Leij en ook bij het Tietemaleen (HCL).

            

           4   Sjouck van Tietema, begraven Stavoren.

 

Zij was non in het klooster te Stavoren en is daar overleden en begraven.

 

 

           5   Douwe van Tietema, overleden Leeuwarden 1528, na 11-10-1528, begraven Leeuwarden ,in de Jacobijnerkerk.

 

In febr.1505 is Dominicus Tetema student te Orleans.

RvA 1511: Dominicus Tetema heeft bezit te Dronrijp.

In 1527/1528 was Dr.Douwe Tietema even raadsheer bij het Hof van Friesland.

T2-54:wedde van de raadsheren o.a.Dominicus Tetema (Douwe Tietema).

T2-656 d.d.1528:verzoek van het Hof van Friesland aan de landvoogdes om nieuwe raadsheren te benoemen na het overlijden van o.a.Dominicus Tetema.

Hij was ongetrouwd en testeerde 11-10-1528 (F.T.121).

In het testament worden zijn zusters Auck en Wick, en zijn oomzegsters Saeckel Haringdr en Parck Idsdr genoemd.

HvF 16694-334 d.d.19-9-1571:Dr.Haring Andringa en Inne Tyallings Luuckema, burgemeester Bolsward, over het testament van Douwe Tietema.

Douwe was stichter van het Dr.Douwe Tietema leen (stukken van het Tietemaleen bij HCL).Bij testament is 3500 gg bestemd voor de aankoop van een jaarrente tot 125 gg waarmee iemand uit zijn broederlijke of zusterlijke stam maximaal 16 jaar mag studeren.De meest geschikte heeft voorrang, maar bij twijfel eerst de nakomelingen  van zijn zuster Auck, daarna die van zijn zuster Wisck en tenslotte die van Saeckel, dochter van broer Haring.

Kleding en sieraden zijn er voor zijn nichten Rints,Yge(Ydt),dochters van Wisck;  voorJay,dochter van Auck en voor Saekel,dochter van Haring; voor neef Gale, zoon van Wisck; voor doctor Joost, getrouwd met Rints; voor “swager”Hoyte (getrouwd met Ydt); en voor doctor Kempe.

Verder legaten voor de kerk en voor zijn personeel.

Executeurs zijn Doctor Joost (Herema) en Gala Galama.

 

 

6  ? Tiete van Tietema, overleden 1505/1511 (?)

 

Hij staat op 5-1-1505  als Teta Hansz met zijn broer Haring Hansz bij de edelen van Wymbritseradeel

Vermoedelijk is hij identiek met bovengenoemde Ids, die niet op de lijst van edelen staat, maar wel een zoon Tiete heeft.

Bovendien had Douwe 2 broers en 3 zusters (SFA en ook bijlage bij HvF   d.d.18-4-1742, Tietemaleen).

Bij RvA 1511 wordt Tiete/Tete niet gevonden maar Ids wel.

SFA kent Ids wel maar Tiete niet.

 

           7   Haring van Tietema, volgt onder III-b.

 

 

  III-a Ids van Tietema, overleden na 1528 (?), begraven Harich, zoon van Hans van Tietema (II) en Bauck Douwesdr van Harinxma.

 

Hij is de jongste zoon volgens het testament van zijn broer Douwe, maar erft niet van zijn broer.

RvA II-163,164: in 1511 Ids Hanssz als eigenerfde te Woudsend.

RvA II-176: in 1511 Ids Hansz toe Woldseijnd met bezit te Ypekolsga.

Hij woonde bij overlijden op Tietemastate te Harich.

 

Ids was gehuwd met  Tryn Haycodr van Idserda, geboren 1486, overleden 1576, 90 jaar, begraven  Bolsward, dochter van Hayco Meines van Idsaerda.

 

HvF 16703-273 d.d.1589 en HvF 16703-324 d.d.11-7-1589: Broer Tyallings was namens zijn echtgenote mede-erfgenaam van Tryn, weduwe Idts Tetema.

Bij HvF 16704-93 d.d.1590 nog genoemd  als Trijn Idts Tietema weduwe  te Harich en Meyne Idts Tietema als erflater en Wybren Reyns, getrouwd met Idscke Meynes Tietema.

Zij was een halfzuster van Dr. Baerthe van Idsaerda, raadsheer bij het Hof van Friesland in 1578, overleden 1603.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Meyne van Tietema, volgt onder IV-a.

 

           2   Johan van Tietema, volgt onder IV-b.

 

           3   Tiete van Tietema, begraven Harich.

 

Jong overleden kort na zijn vader en bij hem begraven te Harich (SFA)

 

           4   Hans van Tietema, overleden na 1557, begraven Leeuwarden.

 

Hij was advocaat bij het Hof van Friesland.

HvF 16691-125 d.d.23-9-1557:Mr.Hans Tietema.

Hans werd begraven in de Jacobijnerkerk in het graf van zijn oom Douwe.

 

 

           5   Parck Idsdr van Tietema, overleden na 1528.

 

Zij erft van oom Douwe en wordt in zijn testament genoemd.

 

 

   III-b Haring van Tietema, overleden na 1511, voor 1528 (?), begraven Bolsward, zoon van Hans van Tietema (II) en Bauck Douwesdr van Harinxma.

 

RvA II-177: In 1511 Haring Hanssz toe Koldum met bezit te Ypekolsga.

Hij woonde eerst in Koudum (1511) en later in Bolsward (noot 3 SFA Tietema)

Op 5-1-1505 staat Haring Hansz met zijn broer Teta Hansz bij de edelen van Wymbritseradeel

Als zijn broer Douwe in 1528 testeert is Haring vrij zeker al overleden.

 

Uit het boek “De stinzen van middeleeuws Friesland en hun bewoners” door P.Noomen:

 

De stinsfenne in Henna Buwaz sate te Ypecolsga

Hoewel er in 1511 geen hoofdeling meer in Ypecolsga woonde, bestond er nog wel de herinnering

dat hier een stins had gelegen. In 1511 werd namelijk in Henna Buwaz sate, eigendom van

Haring Hanssz te Koudum, 6 pondematen graslandt, genoempt die Stins fenna, vermeld.3693 We kunnen

ook de eigenaars van de - inmiddels waarschijnlijk al verdwenen - stins aanwijzen. De genoemde

eigenaar Haring Hanssz was namelijk Haring Hansz Tietema alias Roorda uit het aangrenzende

Elahuizen. Hij werd in 1505 als edelman in Wymbritseradeel genoemd.

 

Haring was gehuwd met  Ansck van Hannema, begraven Bolsward.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Saeckel van Tietema, overleden 1569, begraven Minderbroerkerk Bolsward.

 

Saeckel was gehuwd met Juw van Andringa, overleden 2–6-1556, begraven St.Catharinakerk Leeuwarden (Hoek) , zoon van Feycke van Andringa en Catharina van Juwsma.

 

Hij woonde met zijn vrouw eerst op Juwsmahuis Camminghaburen en later na overlijden van zijn broer Jorrit  op Andringastate te Leeuwarden.

Zie ook HvR blz.232 en het Andringaboek blz.17.

Saeckel koopt als weduwe 1557/1558 land te Koudum.

In 1559 verliest zij met haar zoons Haring en Juw een proces tegen Tyerck Walles, getrouwd met Reynsck van Andringa.

 

 

 

 

   IV-a Meyne van Tietema, overleden voor 18 mei 1562, begraven Harich, zoon van Ids van Tietema (III-a) en Tryn Haycodr van Idserda.

 

Meynardus Edzarid Tetema werd op 29-8-1532 student te Leuven, samen met zijn broer Johannes.

Meyne woonde op Tietemastate te Harich.

Bij HvF 16704-93 d.d.1590 wordt Meyne Ids Tietema genoemd als erflater.

 

Meyne was gehuwd met  Rensck Idsdr Hannema, afkomstig uit Bakhuizen, overleden 18 mei 1562, begraven Harich, dochter van Ids Tjercks Hannema en Bauck Hylckema.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Luts van Tietema, overleden Teroele 30 jun 1594, begraven Harich.

 

Zij woonde met haar tweede man Tjerck op Tietemastate te Harich.

HvF 16702-155 d.d. 1586:  eind 1586 verklaart haar man Tierck dat hij heeft goedgekeurd wat zijn zaakwaarnemer Mr.Menno Broersma als curator over Eede, Syouck en Meyne Tyercks en zijn vrouw Lyoets Tetema in zijn afwezigheid hebben gedaan..

HvF 16706-441 d.d.10-9-1604:Idzar Solckema en Tjerck Solckema en Jan Willems n.ux. als erfgenamen van hun moeder wijlen Luts Tetema.

 

Luts was gehuwd (1) met Hans Holles, overleden voor 1568, begraven Harich.

 

In 1560 genoemd als grietman van Gaasterland.

Zijn broer Pier Holles is in 1565 subst.grietman, hun vader Holle Piers is grietman Gaasterland in 1550.

 

Luts is getrouwd 1568 (2) met Tjerck Annes van Solckema, overleden Teroele 1589, zoon van Anne Tjercks van Solckema en Sjouck Idzartsdr van Douma.

 

Hij woonde te Tjerkgaast(voor 1568),te Balk(1568/1570),te Tjerkgaast(na 1570) en te Teroele.In 1586 als balling in Steenwijk (C.E. en HvF 16702-155 d.d. 1586).

Op 21-3-1599 is zijn zoon Idzard curator over 4 kinderen uit Tjerks tweede huwelijk als erfgenamen van hun moeder Lioets Teetema,met consent van Hans Oenema en Jan Piers Nijholt,beiden als schoonzoon.

Zie voor Tjerck Annes en zijn voorouders GJB 1989-67/68 enz.

 

Tjerck is eerder getrouwd voor 1562 met Both Wybrensdr van Waltinga, overleden Teroele 1566/1567, dochter van Wybren Auckes van Waltinga en Ida Aedesdr Reynalda.

 

           2   Bauck van Tietema.

 

Bauck was gehuwd met Watze Aens ten Berge.

 

           3   Tieth van Tietema, overleden voor/in 1603.

 

Zie voor haar HvF 16483 d.d.13-12-1603 en HvF 16484 d.d.27-10-1604.

HvF 16706-441 d.d.10-9-1604: de erfgenamen van wijlen Luts Tetema contra Tjalling Broers Lieuwkema en zijn broers als erfgenamen van Teed Tetema.

 

Tieth was gehuwd met Broer Tjallings Lieuwkema., afkomstig uit Wons.

 

           4   Idscke van Tietema, overleden na 1590.

 

HvF 16704-93 d.d.1590:Idscke Meynes Tietema,gehuwd met Wybren Reyns.

 

Idscke was gehuwd met 1) Wytse N.

Idscke was gehuwd met 2) Wybren Reyns, afkomstig uit Balk.

 

Hun zoon wordt als Meyne Wybrants Tietema in 1640 vermeld te Harich op stem 8.

Hij was getrouwd met Tiedt Tiallingsdr, op 15-2-1642 weduwe met twee kinderen (zie HvF d.d.15-2-1642)

         

 

IV-b     Johan van Tietema, overleden na 1556, zoon van Ids van Tietema (III-a) en Tryn Haycodr van Idserda.

 

Johannes Edzardi Tetema werd op 29-8-1532 student te Leuven, samen met zijn broer Meynardus.

HvF 16691-147 d.d.1556: Mr.Jan Tietema.

 

Johan was gehuwd met  Sibbel Gales, afkomstig uit Warns.

 

Uit dit huwelijk:

 

           1   Eelck van Tietema, geboren Elahuizen, overleden na 11 mei 1609.

 

Zij testeerde te Bolsward op 11-5-1609 (EEE-1-437).

Recesboek WON C3 d.d.10-8-1605: Juffr.Eelck Tietema en juffr.Dorothea Groestra kopen land.

 

Eelck was gehuwd met Johan van Aylva, overleden Elahuizen voor 1609 (voor 1605 ?), zoon van Sjoerd van Aylva en Hansck Harmensdr van Hiddema.

 

Na zijn huwelijk woonde hij met zijn vrouw in Elahuizen op de Tietemastate.

Zie ook N.L.1989-36/37.

 

 

           2   Catharina van Tietema.

 

 Catharina was gehuwd met Homme Siercks Beysta,  afkomstig uit Kubaard.

 

Homme woonde te Bolsward.

Zie Beysta in het Boerderijenboek blz.203 en 272 (van der Meer).