Genealogie van het adellijk geslacht van Feytsma
met index
Voor de bronnen en
de afkortingen zie pagina 6 van de site.
Eveneens voor het
nodige voorbehoud bij sommige personen en filiaties.
Over Wyger van
Feytsma en diens kinderen een toevoeging na deze genealogie (voor de
index).
I Jelger
van Feytsma, overleden n 28 feb 1472.
Hij woonde te Huizum.
OFO I-126 d.d.11-8-1451:genoemd bij
de zoenlieden.
Met anderen genoemd in OFO II-217
d.d.1-3-1452.
OFO I-168,169 d.d.23-6-1463:Jelger
en Tete te Huizum ontvangen van Leeuwarden de doodgelden voor hun gestorven
zoon Hessel en vrijwaren de stad voor aanspraken van zijn familie wegens de
doodslag op Hessel.
OFO I-193 d.d.1-2-1468: Jelger en
zijn vrouw Tete verkopen een huis op de Weerd te Leeuwarden aan heer Jelle
Juwsma, pastoor Oldehove .
OFO IV-35 d.d.6-4-1470;genoemd bij
de zoenlieden.
OFO I-222 d.d.28-2-1472:hij zegelt
de schenking van Tjomme van Wiarda.
Jelger was gehuwd met
Tieth Wytzesdr van Oenema,
afkomstig uit Wirdum, overleden n 1 feb 1468, dochter van Wytze van Oenema en waarschijnlijk N.van Sjaerda.
OFO I-193 d.d.1-2-1468:zij verkoopt
met haar man een huis in Leeuwarden.
Uit dit huwelijk:
1 Hessel van Feytsma, overleden v 1463.
2 Luts van Feytsma, overleden n 1483.
Luts was gehuwd (1) met Jeppe Jeppes
Jeppema, overleden 1483, zoon van Jeppe
Keimpes van Jeppema en Frouck van Helbada.
Hij woonde op Jeppemastate bij
Westernijkerk en wordt genoemd in 1472 en 1481. Hij testeerde op 29-10-1483
(F.T.43) en vermaakte Jeppemastate aan zijn halfbroer Feye.Ook zijn andere
halfbroers en halfzusters worden in het testament genoemd.
Luts was gehuwd (2) met Tjalling van
Jellinga, overleden n 1504, zoon van Lieuwe
van Sythiema, ook Jellinga en Ansck
Sippesdr van Heemstra.
OFO II-195 d.d.19-6-1498:hij heeft
een geschil met Gerbet Mockema.
In 1501/1504 accijnsmeester te
Dokkum (GsvD-108,112).
Op 5-1-1505 als Tzalingh Sitghema op
de lijst van Friese edelen onder 83 (T342-05,62).
3 Hessel Jelgers van Feytsma, volgt onder
II.
II Hessel Jelgers van Feytsma, overleden 6
mei 1505, begraven Huizum ,grafschrift, zoon van Jelger van Feytsma (I) en Tieth
Wytzesdr van Oenema.
Hij woonde in Huizum en is in 1479
grietman van Leeuwarderadeel.
Genoemd bij een overeenkomst in GPCV
d.d.20-4-1481.
OFO IV-70:genoemd in 1487 in een
register onder 119.
OFO IV-109 en OFO I-416
d.d.4-8-1495:genoemd bij de zoenlieden.
HvF 16481-581 d.d.20-12-1536:Mr Syds
Tjaerda contra zijn zoons Ruurd,Jelger en Gerrit,tegen zijn dochters Wick en
Aegh,en tegen kinderen van zijn overleden dochter Luts.
Hessel was gehuwd met
His Gerroltsdr van Herema,
afkomstig uit Tzum, overleden n 1511 ,op 4-6-1527 ?, begraven Huizum
,onduidelijk grafschrift, dochter van Gerrolt
van Herema en Hylck Aggesdr van
Harinxma.
Bij RvA 1511 als His Jelgers
(m.z.Gerrolts) met bezit te Huizum.
His is eerder getrouwd 1465 met Ruurd
van Dekema, overleden 1471 ,volgens grafschrift, begraven Weidum, zoon van Hette van Dekema en Wick Ruurdsdr van Albada.
Uit het huwelijk van Hessel en His:
1 Ruurd Hessels van Feytsma, geboren ±
1476, volgt onder III-a.
2 Wick Hesselsdr van Feytsma, afkomstig
uit Huizum, overleden 29 jan 1548 ?,
begraven Minnertsga ,grafschrift 29-1-15.8.
HvF 16480-335 d.d.2-3-1529:Wick
weduwe Hobbe Hermana als eiser.
HvF 16481-298 d.d.16-10-1539:weduwe
Wick als aangeklaagde.
Wick was gehuwd met Hobbe van
Hermana, overleden 18 okt 1521 ,St.Lucasdag, begraven Minnertsga
,grafschrift, zoon van Taecke van Hermana,
,ook Taco en Ael Werpsdr van Juckema.
OFO IV-75 d.d.28-6-1487:genoemd te
Minnertsga bij een verbond tussen verschillende grietenijen.
Pax-165 d.d.7-7-1496:Hobbe Hermana
van Minnertsga gaat akkoord met het verbond tussen Westergo en Groningen.
OFO I-432 d.d.23-3-1498:met zijn
vrouw Riem genoemd bij verkoop van land.
Op 5-1-1505 op de lijst van Friese
edelen (T342-05,62).
OFO IV-204 d.d.13-2-1511:genoemd te
Minnertsga in het testament van Douwe Pibes te Dronrijp.
Bij RvA 1511 en 1514 heeft Hobbe
Hermana van Minnertsga veel bezit,ook te Tzum.
Voor hem en zijn kinderen zie GJB
1970-46,47.
Hobbe was weduwnaar van Riem Eggesdr
van Wobbinga, afkomstig uit Weidum, overleden 19 jan 1508.
3 Jelger Hessels van Feytsma, volgt onder
III-b.
4 Luts Hesselsdr van Feytsma, overleden
22 mrt 1507.
Luts was gehuwd met Frans Sipckes
van Minnema, overleden Leeuwarden 25 dec 1511, zoon van Sipcke Hotzes van Minnema en Ymck Offckesdr van Dotinga.
Hij was olderman te Leeuwarden
(vermeld 1500/1503) en raadsheer bij het Hof van Friesland 1504-1511 (HvR onder
nr.28).
Hij woonde op het Minnemahuis in
Leeuwarden.
OFO IV-108 d.d.19-2-1495:hij schenkt
land aan de kerk van Huizum.
In 1501 en 1511 genoemd als grietman
van Leeuwarderadeel;in 1502 en 1504 als grietman van Tietjerksteradeel.
OFO IV-187 d.d.mei 1509:register van
aan hem verschuldigde grondpachten in Leeuwarden en daar buiten.
Op de lijst van Friese edelen
d.d.5-1-1505 onder 115 (T342-05,62).
Bij R.v.A.1511 heeft Frans Minnema
te Leeuwarden veel bezit.
Frans was weduwnaar van Rints
Tietesdr van Hommema, overleden 1494, dochter van Tiete van Hommema en Tryn
Ofckesdr van Foppinga.
Frans was later gehuwd met Catharina
Scheltesdr van Liauckema, overleden 2 apr 1512, dochter van Schelte van Liauckema en Luts van Harinxma.
5 Gerrolt Hessels van Feytsma, volgt
onder III-c.
6 Agatha Hesselsdr van Feytsma, overleden
25 mei 1567, begraven Goutum ,opschrift.
Bij RvA 1540 met bezit te Huizum,dat
in 1511 op naam stond van haar moeder His Jelgers.
Zie grafschriften Roorda IV-128.
Agatha was gehuwd (1) met Jarich
(Epe) van Hottinga, overleden Rome 1500, zoon van Jarich van Hottinga en Swob
Douwesdr van Sjaerda.
Als zijn vader testeert in 1475
wordt hij nog Epe genoemd.Hij verkrijgt bezittingen te Franeker
(o.a.Hottingahuis).
Hij staat bekend als Schieringer te
Franeker en wordt in 1492 genoemd bij de verdediging van Franeker tegen de
Groningers (GsvD,100).
Pax-68 d.d.10-10-1492: hij sluit met
zijn broers een verdrag met Groningen.
Pax-135,136
d.d.4-4-1496,15-4-1496:Jarich en Here zoeken namens Franeker aansluiting bij
Groningen.
Pax-198 d.d.12-11-1496:hij tekent
met zijn broer Here en anderen een verdrag met Groningen,Leeuwarden en Dokkum.
Pax-204 d.d.27-6-1497:Jarich
Hottinga,recht en raad van Franeker,stuurt een brief aan de zoenlieden over het
geschil tussen Groningen en Westergo.
Op 30-4-1498 erkent hij met zijn
broer Here en anderen het gezag van
Albrecht van Saksen en zegelt de overeenkomst.
H.v.R.onder nr.12: raadsheer bij het
in 1499 opgerichte Hof van Friesland vanaf zijn aanstelling op 25-7-1499 tot
zijn dood het jaar daarop.
Tijdens de opstand in 1500 met zijn
broer Here op pelgrimsreis naar Rome,waar hij overleed.
Jarich was weduwnaar van His Wybesma.
Agatha was gehuwd (2) met Sjuck van
Eminga, overleden 1541, begraven Goutum ,grafschrift, zoon van Minne van Eminga en Tjemck van Cammingha.
Op 5-1-1505 staat hij op de lijst
van Friese edelen (T342-05,62).
In OFO IV-157 (1506/1510) wordt hij
vermeld als schuldeiser.
Bij RvA 1511 en 1540 heeft Sjuck
Eminga van Goutum veel bezit.
Zie ook grafschriften Roorda
IV-31,128.
Sjuck was weduwnaar van Ynts
Feyckesdr van Sierdsma, dochter van Feycke
van Sierdsma.
III-a Ruurd Hessels van Feytsma, geboren ±
1476, overleden 18 okt 1556 ,80 jaar, begraven Deinum ,grafschrift, zoon van Hessel Jelgers van Feytsma (II) en His Gerroltsdr van Herema.
Zijn schoonmoeder was een Sierdsma
en zo kwam Ruurd in het bezit van Sierdsmastate te Deinum (GJB 1964-18).
RvA 1511:eigenaar van Sierdsmastate
te Deinum.
Zie voor Ruurd Hessels:HvF 16687-19
d.d.1527,HvF 16687-643 d.d.1533,HvF 16689-115 d.d.1539,HvF 16690-242 d.d.1552
en HvF16691-100 d.d.12-11-1556.
Bij RvA 1540 met bezit ook te
Wirdum.
Ook in 1542 genoemd te Deinum
(Oorkonden St Anthonygasthuis I-313).
Zie ook GJB 1964-19 en GJB 1984-25.
Ruurd was gehuwd (1) met
Tjemck van Eminga, overleden
22 okt 1529 *, begraven Deinum ,grafschrift, dochter van Sjuck van Eminga en Ynts
Feyckesdr van Sierdsma.
Zie ook grafschriften Roorda IV-20.
Uit dit huwelijk:
1 Anna Ruurdsdr van Feytsma, geboren
1510, overleden 17 apr 1559, begraven Ee ,grafschrift.
Zij procedeerde als weduwe tegen
Julius en Botte Mockema over een sate land (HvF 16692-162 d.d.28-2-1561).
Haar kinderen Geel (getrouwd met
Frans Canters),Bjuck,Beyts (getrouwd met Botte Herbranda),Sjuck en Tjemck
procedeerden opnieuw tegen de broers Mockema (HvF 16692-278 d.d.13-3-1562).
Anna was gehuwd met Frans Aebinga
van Humalda, geboren 1507, overleden 8 dec 1557, begraven Ee ,grafschrift,
zoon van Sjoerd van Aebinga en Bets van Mockema, ,ook van Humalda.
Op Humaldastate te Ee (HvF 16688-312
d.d.5-12-1536).
Er wordt tegen hem geprocedeerd door
Gabbe van Scheltema (HvF 16481-blz.166 d.d.20-12-1538).
Bij RvA 1540 ook met bezit te
Marrum.
Zie verder GJB 1988-78/80,GJB
1994-154 en N.O.II-296 (Dongeradeel).
Frans was weduwnaar van Geel van
Mellema, afkomstig uit Oostrum, dochter van Poppe van Mellema en Eets van
Gauckema.
2 Sjuck Ruurds van Feytsma, geboren ±
1518, overleden 3 nov 1549 *,in het 31e jaar, begraven Deinum ,grafschrift.
Hij had geen kinderen.
Sjuck was gehuwd met Riem Lollesdr
van Ockinga, dochter van Lolle Heres
van Ockinga en Ael van Hermana.
3 Feycke Ruurds van Feytsma, overleden
Holwerd 1560/1561.
Ook genoemd Feycke Syrsma.
Hij is vermoedelijk genoemd naar
zijn overgrootvader Feycke Sierdsma en hij
zou dan in de toekomst de bewoner worden van Sierdsmastate te Deinum.
Maar Feycke trouwde beneden zijn
stand en verhuisde naar Holwerd. Toen hij was overleden haalden familieleden
Feytsma goederen weg uit Holwerd, ook van de weduwe Gerrit Gerritsdr. Zij
protesteerde bij het Hof en de familieleden werden veroordeeld tot teruggave
(HvF 16692-157 d.d.20-2-1561).
In 1566 is Mr.Doecke Eninga,getrouwd
met zijn stiefmoeder,voogd over zijn kinderen.Zie GJB 1984-25.
Het bovenstaande uit D.J.v.d.Meer in
GJB 1964-19,20.
Zie ook GJB 1984-25.
Feycke was gehuwd met Gerritje
Gerrits, overleden na 1561.
Uit dit huwelijk:
Sjuck
van Feytsma, overleden na 1588.
HvF 16701-150
d.d.1585: Sjuck Feytsma te Leeuwarden, zoon van Feycke Feytsma, en diens
erfgenaam, procedeert tegen familieleden Feytsma..
. HvF 16702-147 d.d.29-11-1586: Familieleden Humalda
procederen tegen Sjuck Feytsma.
HvF
16702-220,349 d.d.1587: Sjuck Feytsma/Syrsma te Leeuwarden.
HvF
16703-17 d.d.1588: Sjuck Feytsma procedeert tegen zijn tantes Tiedt en
Catharina en neven/nichten Feytsma.
4 Tieth Ruurdsdr van Feytsma, overleden
16 apr 1606 *, begraven Deinum 23 apr 1606.
Bij de P.I.1578 te Deinum als weduwe
aangeslagen.
HvF 16703-17 d.d.12-5-1588:Tytske
Feytsma als nagelaten weduwe van Foppe van Camstra.
Tieth is getrouwd 1551 met Foppe van
Camstra, afkomstig uit Wirdum, geboren 1530, overleden n 1570 ,ws.te Emden,
zoon van Homme van Camstra en Eelck van Eysinga, ,ook Isck.
Hij woonde 1559/1570 met zijn vrouw
te Deinum op Sierdsmastate (zie GJB 1964-20/22 en T327-1113).
In ballingschap te Emden omstreeks
1570 en kort daarna overleden.Zie de Vrije Fries 1899-160.
T327-1104:voorlopige dispensatie
voor zijn huwelijk met Tieth (afgegeven na huwelijk in 1551).
T327-1115 en GJB 1979-8:verklaring
van Epe Abbes Hania,dat Foppe en zijn nakomelingen op Adamastate te
Scharnegoutum mogen wonen (1569).
Zie verder nog
T327-1105,1107/1112,1114 en 1124.
5 Ynts Ruurdsdr van Feytsma, overleden 12
jul 1558, begraven in Pruisen ,grafschrift Boksum.
Volgens Grafschriften II-147 en
stamboek F.A. overleden 17-7-1558.
Ynts was gehuwd met Wytze van
Juckema, overleden 7 jul 1565, begraven Boksum ,grafschrift, zoon van Werp van Juckema en Bauck Hommesdr van Oedtsma.
Op Oedtsmastate te Boksum.
Zie Grafschriften II-147 (Roorda).
6 Hessel Ruurds van Feytsma, volgt onder
IV-a.
7 Tryn
Ruurdsdr van Feytsma, overleden
in 1588.
HvF 16693-77 d.d.1566: Tryn Feytsma c.s. inzake de nalatenschap van Ruurd Feytsma en Feycke Syrsma (haar broer).
Tryn was gehuwd met Sybeth van
Scheltema, overleden na 1591, zoon van Gabbe
van Scheltema en Tjets Keimpesdr van
Ydsma.
HvF 16692-154 d.d.1561:Sybe
Scheltema namens zijn vrouw erfgenaam van wijlen Ruurd Feytsma contra diens
overige erfgenamen.
Zie ook HvF 16692-511 d.d.1564.
PI 1578: Sybe van Scheltema
aangeslagen te Boksum.
HvF 16699-222 d.d.1582: Sybe van
Scheltema te Franeker.
Zie ook HvF 16700-56,88 d.d.1582.
HvF 16703-17 d.d.12-5-1568: Sibe van
Scheltema als administrateur over zijn kinderen bij wijlen Catharina van
Feytsma.
In 1591 woont hij in Leeuwarden.
Hij is de Sybe Scheltema genoemd in
GJB 1994-150.
Ruurd was gehuwd (2) met
Catharina Sebastiaansdr,
overleden v 1580.
HvF 16481-247 d.d.7-5-1539 en HvF 16689-86,115 d.d.1539:Catharina,gehuwd met Ruurd Hessels Feytsma.
Catharina is later getrouwd v
1560 met Doecke van Eninga, overleden
1567, begraven Leeuwarden,Oldehove ,grafschrift, zoon van Tjaert Hanckes en Lisck Doeckesdr
Sippens.
III-b Jelger Hessels van Feytsma, overleden n
1556, zoon van Hessel Jelgers van Feytsma
(II) en His Gerroltsdr van Herema.
Bij R.v.A 1540 met bezit te Huizum
en vermeld als eigenaar van Gerbadastate te Hallum,verkregen door zijn vrouw.
Maar in 1556 op Feytsmastate bij
Hallum (Cleuting).
Hij voert veel processen vor het Hof
van Friesland o.a. HvF 16688-150,237
d.d.1535/1536.
Zie ook N.O.I-172/174.
Jelger was gehuwd met
Claer van Eminga, dochter van
Ids van Eminga en Saepck van Nittema.
In 1511 is zij als Ids Emingadochter
eigenaar van Gerbadastate bij Hallum.
Uit dit huwelijk:
1 Hessel Jelgers van Feytsma, overleden
10 jan 1585, begraven Huizum ,grafschrift.
Bij PI 1578 en GO 1580 als
hoofdeling van Huizum met bezit te Warstiens.
Zijn naam op de kerkklok van Huizum
uit 1582.
HvF 16701-98 d.d.1585: Hessel
Feytsma,in leven gehuwd met HabelOffenhuizen.
HvF 16701-205 d.d.1585:er wordt
geprocedeerd over zijn nagelaten goederen.
Hessel was gehuwd (1) met Bauck
Galesdr van Galama, geboren 10 jul 1530, dochter van Gale van Galama en Foeck van
Hoxwier.
Hessel was gehuwd (2) met Habel
Frederiksdr van Offenhusen, overleden 9 feb 1630 *.
Habel testeerde 20-11-1585 (HvF 16701-205 d.d.1585).
Habel was later gehuwd met Douwe van
Hottinga, zoon van Douwe van Hottinga
en Luts van Herema.
Uit het huwelijk met Habel:
A Gale
van Feytsma, jong overleden voor zijn vader.
B Jelger
van Feytsma, overleden 10 april 1621, begraven te Wartena, grafschrift.
Uit zijn huwelijk met
een onbekende vrouw:
Sjouck Jelgers van Feytsma, geboren rond 1617, overleden 13 aug
1627, 10 jaar oud, begraven te Wartena, grafschrift.
2 Anna Jelgersdr van Feytsma.
Anna was gehuwd met Tjalling van
Camstra, overleden 30 aug 1577 *, begraven Wirdum, zoon van Homme van Camstra en Eelck van Eysinga, ,ook Isck.
Hij testeerde op 24-8-1577
(T323-25,T326-1207 en EEE-1-207).
T327-1096:huwelijksvoorwaarden uit
1546 voor zijn huwelijk met Wick.
T327-1097:testament uit 1547 van
Wytze van Camstra en Rema van Hermana,waarbij werd bepaald dat hun familiebezit
aan Tjalling zou komen.
Zie verder ook T326-1211 (1588) en
T327-1098/1102.
Tjalling is later getrouwd 1546 met Wick
Jaspersdr van Aesgema, ,ook Wypk, overleden 21 nov 1551 *, dochter van Jasper van Aesgema en Tjepck Tjepckesdr van Tjallinga.
3 Saepck Jelgersdr van Feytsma, overleden
14 okt 1564, begraven Hallum ,grafschrift.
Zij verkreeg van haar vader
Gerbadastate te Hallum (later Doumastate).
Voor haar graf zie N.O.I-155.
Saepck was gehuwd met Epe Epes van
Douma, overleden 11 jan 1585 *, begraven Hallum ,grafschrift, zoon van Epe Douwes van Douma en Tjets van Camstra.
Hij woonde te Hallum en had daar
bezit gekocht bij RvA 1540 (III-3/26).
Hij kwam door zijn eerste vrouw in
bezit van Gerbadastate,later Doumastate.
Epe was later gehuwd met Teteke
Tjaerda van Starkenborgh, overleden 5 apr 1580 *, begraven Hallum, dochter
van Bartholt Tjaerda van Starkenborgh
en Bawe Friling, ,ook Cater.
4 Aleid Jelgersdr van Feytsma, overleden
17 dec 1560, begraven Roordahuizum ,grafschrift.
Aleid was gehuwd met Abbe van
Bootsma, overleden 3 okt 1562, begraven Roordahuizum ,grafschrift, zoon van
Hessel van Bootsma en His van Camstra.
Hij was de tweede zoon en kreeg bij
testament van zijn vader bezittingen te Roordahuizum,waar hij ook in 1558
woonde.
5 Tieth Jelgersdr van Feytsma, overleden
1576/1578.
Zij was eigenaresse van Feytsmastate
bij Hallum,woonde daar en testeerde daar op 6-8-1576.
Tieth was gehuwd (1) met Haye
Doeckes van Rinia, zoon van Doecke
Hayes van Rinia en Rints Taeckesdr
van Herema.
Hij woonde te Driesum ?
Tieth was gehuwd (2) met Minne van
Scheltema, overleden Hallum 1597, begraven aldaar, zoon van Gabbe van Scheltema en Tjets Keimpesdr van Ydsma.
Minne woonde met zijn vrouw te
Hallum,ook daar na haar overlijden,maar in 1585 te Wolthuizum
(Wollinghuizen,Gr. ?)
HvF 16692-11 d.d.1559:Tieth Jelgers
Feytsma,gehuwd met Minne Gabbes Scheltema.
Zie voor Minne en Tieth ook HvF
16692-383 d.d.7-4-1562.
HvF 16698-65,330 d.d.1579,1580:Minne
te Hallum (als weduwnaar van Tieth) procedeert voor zijn kinderen; Haye Rinia
te Wanswerd ook erfgenaam van zijn moeder Tieth.
Zie hiervoor ook HvF 16699-22,240
d.d.1581 en 1582: Doecke Rinia,broer van Haye,ook erfgenaam van zijn moeder
Tieth.
HvF 16701-205 d.d.1585: Minne
Scheltema te Wolthuizum namens zijn kinderen bij Tieth Feytsma; zijn zwager Hessel Feytsma is
overleden en diens vrouw Habel testeerde op 20-11-1585.
HvF 16702-76 d.d.1586 (zijn broer
Sybe namens hem).
HvF 16702-343 d.d.1587 en HvF
16703-96 d.d.1588 (Haye Rinia namens hem).
III-c Gerrolt Hessels van Feytsma, overleden
1552, zoon van Hessel Jelgers van Feytsma
(II) en His Gerroltsdr van Herema.
Bij RvA 1540 genoemd met bezit te
Goutum en Wirdum.
Zie voor hem HvF 16689-71 d.d.1539
en HvF –535 d.d.1547.
Gerrolt was gehuwd met
Anna van Camstra, overleden 7
sep 1563, dochter van Homme van Camstra
en Eelck van Eysinga, ,ook Isck.
HvF 16690-202 d.d.1551: Apollonia,vrouw van Gerrolt Feytsma.
Uit dit huwelijk:
1 Homme van Feytsma, geboren ± 1548,
overleden Wirdum 8 feb 1588 ,40 jaar, begraven aldaar ,grafschrift.
Hij was niet getrouwd en wordt bij
PI 1578 en GO 1580 vermeld te Wirdum.
HvF 16699-31,148 d.d.1581 en HvF
16700-51 d.d.1582: Homme als volmacht van Wirdum en Swichem en als kerkvoogd te
Wirdum.
HvF 16701-269 d.d. 1585: Homme met
zijn zusters His,Jisk,Hylck en Syts.
HvF16702-147 d.d.1587: Homme Feytsma
te Wirdum met broer en zusters.
HvF 16702-190,239 d.d.1587: hij was
curator over de kinderen van zijn broer Wytze.
HvF 16703-181 d.d.1589: Homme,
curator over de kinderen van zijn broer Wytze.,is overleden De kinderen van
Wytze waren mede-erfgenamen van hun grootouders Gerrolt Feytsma en Anna Camstra
te Wirdum.
2 Hessel van Feytsma, volgt onder IV-b.
3 Wytze van Feytsma, volgt onder IV-c.
4 Rienck van Feytsma.
Hij is ongetrouwd overleden.
5 Ysck Gerroltsdr van Feytsma, overleden
Leeuwarden 25 mei 1615, begraven Wirdum 31 mei 1615 ,grafschrift
onduidelijk,maar zie leedbrief.
Er is een kerkbankinscriptie uit
1594 in Dokkum,waar ze met haar man staat vermeld (zie Roorda grafschriften
III).
N.O.II-303:In 1600 verhuurde een
Eeck Mockema Tyaardasate te Medhuizen (ten noorden van Ee).
Op 13-4-1600 wordt Eesck Mockema bevestigd als lidmaat te
Leeuwarden.
HvF 16705-236 d.d.12-7-1601 en HvF
16706-137 d.d.29-3-1603: Eesck van Feytsma,weduwe Taco van Mockema,als eiseres
Leeuwarden Hyp.boek GG-2-171
d.d.8-5-1605:Eesck van Feytsma,weduwe Mockema,had een schuldvordering
d.d.4-6-1602 op de brouwer Olphert Olpherts van 100 dalers,30 stuivers het
stuk.
T342-05,nr.38:leedbrief voor de
begrafenis op 31 mei 1615 van Isck Feytsma,weduwe Taco Mockema,met de namen van
de genodigden en de aangezegden.
Ysck was gehuwd met Taecke van
Mockema, overleden 29 dec 1597, begraven Wirdum ,grafschrift, zoon van Botte van Mockema en Womck Sydsdr van Tjaerda.
HvF 16692-443 d.d.15-10-1563:Taecke Mockema contra
Auck Gerckes (Stania ?).
Hij wordt bij P.I.1578 genoemd met
bezit in Ee (Mockemastate).
HvF 16703-381 d.d.22-10-1589:Reyner
Willems bij Oudwoudumerzijl in Kollumerland c.s. contra Taecke van Mockema te
Ee.Taecke wordt veroordeeld tot betaling van 55 goudguldens.
Voor Taecke zie ook grafschriften
Roorda IV-91.
6 Hylck van Feytsma, overleden Leeuwarden
1 jul 1613, begraven Wirdum ,grafschrift.
Zij was niet getrouwd.
HvF 16698-86 d.d.1579: Hylck Feytsma
met haar zuster His.
7 His van Feytsma, overleden 15 okt 1613
*, begraven Wirdum ,grafschrift.
Zij was niet getrouwd.
HvF 16698-86 d.d.1579: His Feytsma
en haar zuster Hylck.
8 Syts Gerroltsdr van Feytsma, overleden
19 aug 1609 *, begraven Wirdum ,grafschrift.
HvF 16703-104 d.d.1589: Sytske
Feytsma als erfgename van haar broer Homme.
Zij testeerde met haar man in 1608
(EEE I-520).
Syts was gehuwd met Hessel van
Bootsma, overleden 1624/1631, zoon van Epe
van Bootsma en Rints van Aesgema.
Hij woonde te Wirdum,werd "de
blinde" genoemd en stierf kinderloos.
Zijn eerste huwelijk wordt genoemd
in het testament van Anna van Camstra,zijn schoonmoeder.
Hij testeerde met zijn eerste vrouw
in 1608 (EEE I-520).
Hij wordt vermeld op de
lidmatenlijst van Wirdum in 1622 en is daar overleden na zijn tweede vrouw,maar
voor 1631.
Hessel was later gehuwd met Tieth van
Botnia, geboren 3 feb 1575, overleden 14 mrt 1624, begraven Wirdum
,grafschrift, dochter van Syds van Botnia
en Tet van Douma.
9 Sjuck Gerrolts van Feytsma, overleden
23 nov 1596, begraven Wartena ,grafschrift.
Hij was vicarius te Boksum.
Recesboek IDA d.d.1586:Sjuck cessie
hebbende voor Homme Feytsma,syn broeder.
Sjuck was gehuwd met Doed Goslingsdr,
overleden 21 mei 1604, begraven Wartena ,grafschrift.
IV-a Hessel Ruurds van Feytsma, overleden 11
apr 1557 * (?), begraven Deinum
,grafschrift, zoon van Ruurd Hessels van
Feytsma (III-a) en Tjemck van Eminga.
Zijn naam en die van zijn vrouw op
een zerk te Deinum (de Vrije Fries XXIII), maar de sterfdatum moet fout zijn,
daar hij in 1561 nog leeft.
HvF 16691-102 d.d.1555: Mr.Hessel
Feytsma als mede-erfgenaam van Feycke Syrsma (zijn broer).
HvF 16692-157 d.d.20-2-1561:
Mr.Hessel Feytsma voor zichzelf en als volmacht van de erfgenamen van Feycke
Syrsma te Holwerd, aangeklaagd door Gerritje Gerrits, de weduwe van Feycke.
Hessel was gehuwd met
Luts van Mellema, ,ook
Louise, overleden 25 okt 1580 *, begraven Deinum ,grafschrift, dochter van Poppe van Mellema en Eets van Gauckema.
HvF 16693-77 d.d.1566: Luts Feytsma c.s. inzake de nalatenschap van Ruurd Feytsma en Feycke Syrsma (haar zwager).
HvF 16703-17 d.d.12-5-1588: Sjuck
Feytsma contra haar kinderen Jelger,Ofcke,His,
haar kleinzoon Hessel Poppes, haar schoonzuster Tiedt en Catharina, haar
tantezeggers Geel en Bjuck Humalda.
Uit dit huwelijk:
1 Ruurd van Feytsma.
Hij is jong overleden.
2 Tjemck van Feytsma.
Zij is jong overleden.
3 Eets van Feytsma, ook Ynts, overleden
21 mei 1573 ,of 21-7-1573 ?, begraven
Welsrijp ,grafschrift.
De 4 kwartieren op haar
graf:Feytsma,Eminga,Mellema,onleesbaar.
Eets was gehuwd met Otte van Galama,
overleden 9 mei 1586 ,of 4-5-1586 ?, begraven Welsrijp ,grafschrift, zoon van Gale van Galama en Aelcke van Walta.
De 4 kwartieren op zijn
graf:Galama,Tietema,Walta,Dekema.
4 Ofcke
van Feytsma, overleden 11 feb 1613 *, begraven Deinum ,grafschrift.
Ofcke was met zijn broer Jelger
voogden over het weeskind van Homme van
Camstra, eerste man van zijn vrouw (HvF 16698-356 d.d.1580 ,HvF 16699-245,273
d.d.1582 en HvF 16702-456 d.d.1588).
Ofcke Feytsma, in 1589 te Harlingen,
als voogd over Tjalling Camstra (HvF 16703-247 d.d.1589, HvF 16704-32,131 d.d.1590, HvF 16705-327 d.d.1601).
Hij testeerde op 3-11-1612
(EEE-1-464) en stierf zonder kinderen.
Erfgenamen: zijn broer Jelger en
zustersdochter Luts van Meckema.
Voor hem en zijn broer Jelger zie
GJB 1964-24,25.
Zijn naam op een zerk te
Deinum,samen met die van Homme van Camstra (de Vrije Fries XXIII).
Ofcke was gehuwd (1) met Ursel
Feyesdr van Roorda, afkomstig uit Genum, dochter van Feye van Roorda en Rixt van
Hania.
Ofcke was gehuwd (2) met Sjouck
Scheltesdr van Liauckema, overleden 16 apr 1599 *, begraven Deinum
,grafschrift, dochter van Schelte van
Liauckema en Jel van Dekema.
T326-1208:inventaris van nagelaten
goederen van Homme,opgemaakt door weduwe Sjouck en hun zoon Tjalling (1579).
T327-1121:brief van Sicke van
Liauckema aan zijn zuster Sjouck,weduwe van Homme (1582).
T327-1128:verantwoording van beheer
over de goederen van haar zoon Tjalling door Sjouck over de jaren 1583/1590.
T326-1213:legaat van haar aan de
armen van Franeker (1599).
Er is een rouwbord met haar
sterfdatum in de kerk van Menaldum.
Zie ook GJB 1964-24.
Sjouck is eerder getrouwd 1574 met Homme
van Camstra, overleden 9 feb 1579 *, begraven Deinum ,grafschrift, zoon van
Foppe van Camstra en Tieth Ruurdsdr van Feytsma.
5 Jelger
van Feytsma, volgt onder V-a.
6 Poppe
van Feytsma, afkomstig uit Deinum, volgt onder V-b.
7 His
van Feytsma, overleden 1 sep 1603 *, begraven Deinum.
His wordt vermeld als weduwe van
Hessel van Meckema en voogd over haar kinderen bij HvF
16702-129,142,192,284,319,361,399 d.d.1586/1587 en HvF 16703-17,50,53 d.d.1588).
Verder HvF 16704-104,153 d.d.1590,
HvF 16705-42,73,156,304,413,460 d.d.1600/1602.
Haar broers Jelger en Ofcke als
curatoren voor haar kinderen (HvF 16705-99,131,167,225,239,276 d.d.1600/1601).
De naam van His op een vingerhoed gevonden
bij Haniastate Holwerd, waar haar dochter Luts woonde met haar man ( Walle 2952 ).
His was gehuwd met Hessel van
Meckema, , overleden Boksum 17 jan 1586 ,in de veldslag aldaar, begraven
Leeuwarden,Jacobijnerkerk, zoon van Sippe
van Meckema, ,ook Scipio,en Emerentiana
van Grumbach.
Hessel was hopman (kapitein) in het
leger.
IV-b Hessel van Feytsma, overleden v 1577,
zoon van Gerrolt Hessels van Feytsma
(III-c) en Anna van Camstra.
Hessel was gehuwd met
Wilsck van Heemstra, dochter
van Feye van Heemstra en Ebel van Hemmema.
HvF 16702-42 d.d.1586: Wilsck Heemstra, weduwe Hessel Feytsma, en zuster van Auck Heemstra.
Uit dit huwelijk:
1 Ebel van Feytsma, geboren ± 1567,
overleden 5 jul 1643 ,76 jaar ?, begraven Oudkerk ,grafschrift.
Ebel was gehuwd met haar neef Gerrolt
van Feytsma, geboren ± 1562, volgt onder V-c.
2 Tjets van Feytsma, geboren 1 jan 1571,
overleden 10 jan 1625 ,54 jaar en 9 dagen, begraven Wirdum 15 jan 1625.
Ze was niet getrouwd.
Zie ook grafschriften Roorda IV-91.
T342-05,nr.38:begrafenis Tjets van
Feytsma in 1625.
3 Anna van Feytsma, overleden 21 mrt
1635, begraven Warga ,grafschrift.
Anna was gehuwd met Tiete van Popma,
overleden 9 dec 1620 *, begraven Warga ,grafschrift, zoon van Aesge van Popma en Ymck van Hettinga.
Hij testeerde met zijn vrouw in 1619
(EEE I-541).
In mei 1623 zou zijn overleden een
dochter,begraven te Warga (GEN 742),maar volgens het stamboek F.A.is dit de
zoon Rienck.
Tiete is eerder getrouwd 1586 met Frouck
Epesdr van Bootsma, afkomstig uit Warga, geboren ± 1567, overleden 28 mrt
1587 ,20 jaar, begraven Warga ,grafschrift, dochter van Epe van Bootsma en Rints van
Aesgema.
4 Hylck van Feytsma
5 His van Feytsma
IV-c Wytze
van Feytsma, overleden v 1588, zoon van Gerrolt Hessels van Feytsma (III-c) en Anna van Camstra.
HvF 16701-26 d.d.1584: Homme,broer
van Wytze en His, curator over de weeskinderen van Wytze Feytsma.
HvF 16703-181 d.d.1589:zijn broer
Homme te Wirdum is curator over zijn kinderen,die mede-erfgenamen zijn van hun
grootouders Gerrolt en Anna.
Wytze was gehuwd met
Tieth van Ayckema, afkomstig
uit Grijpskerk.
Uit dit huwelijk:
1 Gerrolt van Feytsma, geboren ± 1562,
volgt onder V-c.
2 Eets Wytzesdr van Feytsma, overleden
mei 1623 *, begraven Huizum.
Zij woonde in 1618 als weduwe in
Huizum (T342-05,nr.38)
Eets was gehuwd met Jelger van
Bootsma, overleden v 25 mei 1615, zoon van Abbe van Bootsma en Aleid
Jelgersdr van Feytsma.
Jelger was weduwnaar van Jants van
Heemstra, dochter van Sjoerd van
Heemstra en Popck van Ydsma.
Jants was weduwe van Gerlof Tjaerts van
Bolta, overleden 1582 *, begraven Morra, zoon van Tjaert van Bolta en N.N..
V-a Jelger
van Feytsma, overleden 13 sep 1620, begraven Deinum ,grafschrift,
zoon van Hessel Ruurds van Feytsma
(IV-a) en Luts van Mellema.
Hij kocht Feytsmastate bij Hallum
van zijn familie en verkreeg Mellemastate bij Oostrum door zijn vrouw en was na
1613 eigenaar van Sierdsmastate bij Deinum.
In 1579 was hij gedeputeerde en
1584/1585 gezant van Nederland naar Frankrijk en Engeland.
Jelger was met zijn broer Ofcke
voogden over het weeskind van Homme van Camstra.(HvF 16698-356 d.d.1580, HvF 16699-245,273 d.d.1582, HvF 16705-327
d.d.1601).
Op 9-9-1584 werd hij benoemd als
grietman van Kollumerland en was dat tot 1587.
Hij was grietman van het Bildt
1609-1620 en rentmeester van de domeinen van Friesland 1588-1619.
HvF 16702-211 d.d.1587: Jelger
Feytsma te Harlingen namens Tjets Scheltema,
Zie ook HvF 16703-332 d.d.1589, HvF
16704-379 d.d.1591, HvF 16705-449 d.d.1602.
Hij testeerde met zijn vrouw op
15-9-1600 en testeerde zelf op 22-8-1613 op Feytsmastate (EEE I-467).
Erfgenamen: oudste zoon Hessel te
Hallum en jongste zoon Bocke,grietman van Kollumerland.
Zijn naam en die van zijn vrouw op
een zerk te Deinum (de Vrije Fries XXIII) en op de klok van Deinum,gegoten in
1617 (Grafschriften IV-61).
Zie ook GJB 1964-25 en N.O.I-172.
Jelger was gehuwd met
Auck Bockesdr van Herema,
overleden 8 aug 1613, begraven Deinum ,grafschrift, dochter van Bocke van Herema en Wyts Abbesdr van Rennarda.
Zie Grafschriften IV-blz.58 en GEN
742.
Uit dit huwelijk:
1 Bocke van Feytsma, volgt onder VI.
2 Hessel van Feytsma, overleden na 1613,
begraven Hallum.
Zijn vader schonk hem in 1602
Feytsmastate te Hallum (zie N.O.I-172).
Hij was ook bezitter van
Mellemastate te Oostrum.Zie GJB 1964-26.
Hij staat met zijn vrouw vermeld op
de klok te Deinum (grafschriften IV-62).
HvF d.d.30-5-1609:Hessel van Feytsma
contra zijn schoonzuster Saep van Douma.
Hessel wordt genoemd te Hallum in 1613 in het testament van zijn vader.
Hessel is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 10 mei 1600 ,gerecht, met Frau Erasmusdr van Douma, overleden 5
nov 1605*, begraven Hallum, dochter van Erasmus
van Douma en Ath van Burmania.
Zij overleed zonder kinderen.
3 Ruurd van Feytsma, overleden 23 nov
1585, begraven Zweins ,grafschrift.
Hij is jong overleden.
Zie grafschriften Roorda III-70.
4 Wigle van Feytsma, overleden 31 mrt
1588, begraven Zweins ,grafschrift.
Hij is jong overleden.
Zie grafschriften Roorda III-70.
5 Luts van Feytsma, overleden 19 okt
1580, begraven Zweins ,grafschrift.
Zij is jong overleden.
In grafschriften Roorda III-70 wordt
12-10-1580 vermeldt als overlijdensdatum.
V-b Poppe
van Feytsma, afkomstig uit Deinum, overleden 31 mei 1583, begraven
Deinum ,grafschrift, zoon van Hessel
Ruurds van Feytsma (IV-a) en Luts van
Mellema.
HvF 16698-129 d.d.1579: Popcke Feytsma te Genum.
Poppe was gehuwd met
Ursel Wybrensdr van Roorda,
overleden 7 jun 1581, begraven Deinum ,grafschrift, dochter van Wybren van Roorda en Tieth Scheltesdr van Scheltema.
Uit dit huwelijk:
1 Hessel van Feytsma, overleden 23 sep
1594, begraven Deinum ,grafschrift.
HvF 16703-17 d.d.1588: Hessel Poppes
Feytsma, (gehuwd geweest met Seerp Osinga ?), samen met andere familieleden
Feytsma.
V-c Gerrolt van Feytsma, geboren ± 1562,
overleden 22 mei 1647 ,85 jaar, zoon van Wytze
van Feytsma (IV-c) en Tieth van
Ayckema.
Hij woonde met zijn vrouw te Oudkerk
en zijn naam daar op de kerkklok van Oudkerk uit 1611.
Met zijn vrouw testeerde hij te
Wirdum op 6-10-1636 (EEE I-525 en T323-25).
Gerrolt was gehuwd met zijn nicht Ebel
van Feytsma, geboren ± 1567, overleden 5 jul 1643 ,76 jaar ?, begraven
Oudkerk ,grafschrift, dochter van Hessel
van Feytsma (IV-b) en Wilsck van
Heemstra.
Uit dit huwelijk:
1 Wilsck Gerroltsdr van Feytsma,
afkomstig uit Wirdum in 1644, overleden jun 1677.
Wilsck is getrouwd Wirdum 4 aug 1644 (1) met Hessel Roorda van Eysinga, overleden Wirdum 26 sep 1654, zoon van Pieter van Eysinga en Foockel van Heringa.
Hessel was grietman van
Leeuwarderadeel vanaf 21-2-1635 tot 1654.
Zijn naam met die van anderen in
1645 op de kerkklok van Oosterend.
Hij testeerde op 9-9-1653 (zie HvF
8772 d.d.7-6-1707 en T323-25).
Wilsck is getrouwd 28 sep 1667 (2) met Adolf
van Unckel.
2 Tieth Gerroltsdr van Feytsma, ,later
Dorothea, overleden 19 apr 1638, begraven Oudkerk 24 apr 1638.
Voor haar sterfdatum en datum van
begraven zie T342-05,38. Haar ouders en haar man nodigen uit voor de
begrafenis.
Tieth was gehuwd met Tjaert Holdinga
van Walta, overleden 1654/1656, zoon van Sybren van Walta en Tjets van
Holdinga.
Kapitein en majoor in het
leger. Als zijn zuster Anna op
30-9-1657 testeert blijkt hij al overleden te zijn.
Tjaert was later gehuwd met Foockel
Hobbesdr van Waltinga, overleden 1656 ,na 7-9-1656, dochter van Hobbe van Waltinga en Jel Douwesdr van Bootsma.
3 Anna Gerroltsdr van Feytsma, overleden
16 jul 1629, begraven Oudkerk ,grafschrift.
Anna was gehuwd met Nicolaas van
Heemstra, geboren 2 feb 1605, overleden 27 mrt 1657, oud 52 jaar, begraven
Oudkerk ,grafschrift, zoon van Feye van
Heemstra en Aaltje Tjaerda van
Starkenborgh.
VI Bocke van Feytsma, overleden dec 1626,
begraven Deinum, zoon van Jelger Hessels
van Feytsma (V-a) en Auck Bockesdr
van Herema.
Bocke kreeg bij overlijden van zijn
vader Sierdsmastate te Deinum (GJB 1964-26).
Hij was na zijn vader rentmeester
van de domeinen van Friesland 1619-1621.
Bocke was ook grietman van Kollumerland vanaf 23-1-1600 tot 1626 en
woonde in 1615 met zijn vrouw in Kollum.
Zie voor het graf van hem en van
zijn vrouw en vermelding van hun namen op de klok van Deinum,gegoten in
1617,Grafschriften IV-61,62.
Hun namen ook op de klok van Kollum
uit 1618.
Bocke was gehuwd met
Haring van Burmania,
overleden 24 nov 1646, begraven Deinum, dochter van Upcke van Burmania en Rints
van Roorda.
Uit dit huwelijk:
1 Luts van Feytsma.
Zij is in de wieg al overleden.
2 Ruurd van Feytsma, overleden 3 jul
1606.
Hij is jong overleden.
3 Doedt van Feytsma.
4 Auck van Feytsma.
5 Jelger van Feytsma, volgt onder VII-a.
6 Luts van Feytsma, overleden 6 dec 1620
*, begraven Kollum 13 dec 1620.
Zij overleed in de kraam.
Luts was gehuwd met Menne Houwerda
van Meckema, overleden v 10 aug 1666, zoon van Pybe van Meckema, ,ook Philippus en Jetscke Mennesdr van Houwerda.
Menne is later getrouwd 1631 met Catharina
van Herema, dochter van Tjerck van
Herema en Luts Douwesdr van Walta,
,ook Lucia.
Menne was later gehuwd met Hylck van
Eysinga, ook Helena, geboren 10 nov 1600, overleden 1668, dochter van Pieter van Eysinga en Foockel van Heringa.
7 Ruurd van Feytsma, volgt onder VII-b.
VII-a Jelger van Feytsma, zoon van Bocke van Feytsma (VI) en Haring van Burmania.
Jelger was gehuwd met
Bauck Poppesdr van Montzima.
Uit dit huwelijk:
1 Rints van Feytsma, overleden
Leeuwarden.
Zij stierf ongetrouwd.
VII-b Ruurd van Feytsma, overleden v 17 jul
1657, zoon van Bocke van Feytsma (VI)
en Haring van Burmania.
Ruurd werd na het overlijden van
zijn oom Hessel eigenaar van Feytsmastate (stem 24 Hallum) en hij wordt daar in
het stemkohier 1640 genoemd.
Na 1646 is kapitein Ruurd Feytsma
ook eigenaar van Sierdsmastate te Deinum.
Zijn naam en die van zijn vrouw op
de kerkklok van Hallum uit 1648.
Hij was in 1631 vaandrig en later
kapitein bij de infanterie.Zie ook N.O.I-172.
Ruurd is in ondertrouw gegaan Leeuwarden 30 apr 1631
,gerecht , en getrouwd aldaar 22 mei 1631 met
Machteld van Roorda,
overleden n 4 mei 1660, dochter van Watze
van Roorda en Ursel van Scheltema.
Machteld doet belijdenis te Hallum
op 16-8-1646.
Zij testeerde als weduwe op
17-7-1657 (GJB 1964-26) en op 4-5-1660 te Deinum (EEE3-290).
T323-01/389:stukken over
Machteld,weduwe Ruurd Feytsma (1660).
Uit dit huwelijk:
1 Bocke van Feytsma, geboren ± 1634, overleden
23 mrt 1657 ,23 jaar.
Hij was niet getrouwd.
2 Haring Lucia van Feytsma.
Zij is jong overleden.
Toevoeging
Wyger van Feytsma, overleden
na 1540
Trouwde met 1) N.N. en met 2) Auck Tjallingsdr
van Jellinga, ook genoemd Auck
Mercla, overleden na 1552, dochter van Tjalling
van Jellinga en Luts van Feytsma.
Wyger is niet te vinden in SFA bij de genealogie Feytsma,maar de naam van zijn vermoedelijke zoon Jelger wijst wel op deze familie en zijn tweede vrouw had als moeder Luts Jelgersdochter Feytsma.
Hij heeft bij RvA 1511 en 1540 bezit te Hallum o.a. Feytsmastate. In 1511
wordt ook gezamenlijk bezit genoemd van Wyger en Lieuwe Feytsma (een broer ?).
Wyger had in 1529 een andere vrouw
dan Auck (HvF 16687-230 d.d.1529).
Hij wordt ook genoemd bij HvF
16687-377 d.d.1531, HvF 16688-88 d.d.1534 en HvF 16689-580 d.d.1548.
Zie verder nog N.O. I-172.
Zijn tweede vrouw Auck was eerder
getrouwd met Taecke van Mockema
Zij wordt bij RvA 1540 vermeld met
bezit te Hallum.
T327-1098 d.d.1552: uitspraak in een
geschil tussen Tjalling van Camstra en Auck Mercla over de nalatenschap van
Rints Mockema, haar kleindochter.
T326-1202: zij maakt een
overeenkomst met Tjalling van Camstra over de nalatenschap van Rints Mockema.
Zie verder nog N.O. I-172.
Kinderen,vermoedelijk uit het huwelijk van Wyger en zijn eerste vrouw:
Jelger Feytsma te Hallum (1554) voert bij het Hof meerdere processen voor en met zijn zusters Aelcke en Anscke tegen o.a. Taeck Mockema, getrouwd met Hessel Aysma.
Taeck
Mockema is een dochter van Auck Mercla (en deze dus vermoedelijk de stiefmoeder
van Jelger).
Zie HvF
16691-49,105,152,146,188 d.d.1554/1558.
2
Aelcke van Feytsma, overleden na 1583.
Zij woonde in 1554 te Hallum.
Meerdere
malen bij het Hof met haar broer en zuster (zie bij Jelger).
Met haar
man Jan Bechel: HvF 16691-152,203 d.d.1558 en HvF 16694-212 d.d.1570
Aelcke
als weduwe van Jan Bechel voor haar minderjarige kinderen: HvF 16698-151
d.d.1579 en HvF 16700-264 d.d.1583.
Aelcke was getrouwd met Johan Bechel, overleden voor 1579.
Hij wordt vermeld als wijnheer te Leeuwarden.
3
Anscke van Feytsma, overleden na 1589.
Zij woonde in 1554 te Hylaard.
Meerdere malen bij het Hof met haar
broer en zuster (zie bij Jelger).
Met haar zuster Aelcke bij HvF
16694-212 d.d.1570.
HvF 16696-334 d.d.1577, HvF 16700-56
d.d.1582, HvF 16701-103 d.d.1585: Ansck Feytsma,weduwe van Oeds te Bekkum onder
Hylaard, voor haar minderjarige kinderen.
HvF 16702-114,120,191 d.d.1586/1587:
Ansck Feytsma voor haar dochter bij Oeds;
deze dochter is erfgename van Syds Sydses.
HvF 16703-227 d.d.1589: Ansck Feytsma te Beckum,hertrouwd met Arent Boymer.
Anscke
was getrouwd met 1) Oeds Sydses, vermeld in 1557 te Bekkum
bij Hylaard, overleden voor 1577.
Anscke was getrouwd met 2) Arent
Boymer
INDEX
Aebinga
Sjoerd van, III-a-1.
Aesgema
Jasper van, III-b-2.
Rints van, III-c-8, IV-b-3.
Wick Jaspersdr van, III-b-2.
Albada
Wick Ruurdsdr van, II.
Ayckema
Tieth van, IV-c, V-c.
Bolta
Gerlof Tjaerts van, IV-c-2.
Tjaert van, IV-c-2.
Bootsma
Abbe van, III-b-4, IV-c-2.
Epe van, III-c-8, IV-b-3.
Frouck Epesdr van, IV-b-3.
Hessel van, III-b-4, III-c-8.
Jel Douwesdr van, V-c-2.
Jelger van, IV-c-2.
Botnia
Syds van, III-c-8.
Tieth van, III-c-8.
Burmania
Ath van, V-a-2.
Haring van, VI, VII-a, VII-b.
Upcke van, VI.
Cammingha
Tjemck van, II-6.
Camstra
Anna van, III-c, IV-b, IV-c, IV-d.
Foppe van, III-a-4, IV-a-4.
His van, III-b-4.
Homme van, III-a-4, III-b-2, III-c, IV-a-4.
Tjalling van, III-b-2.
Tjets van, III-b-3.
Dekema
Hette van, II.
Jel van, IV-a-4.
Ruurd van, II.
Dotinga
Ymck Offckesdr van, II-4.
Douma
Epe Douwes van, III-b-3.
Epe Epes van, III-b-3.
Erasmus van, V-a-2.
Frau Erasmusdr van, V-a-2.
Tet van, III-c-8.
Eminga
Claer van, III-b.
Ids van, III-b.
Minne van, II-6.
Sjuck van, II-6, III-a.
Tjemck van, III-a, IV-a.
Eninga
Doecke van, III-a.
Eysinga
Eelck van, III-a-4, III-b-2, III-c.
Hessel Roorda van, V-c-1.
Hylck van, VI-6.
Pieter van, V-c-1, VI-6.
Feytsma
Agatha Hesselsdr van, II-6.
Aleid Jelgersdr van, III-b-4, IV-c-2.
Anna Gerroltsdr van, V-c-3.
Anna Jelgersdr van, III-b-2.
Anna Ruurdsdr van, III-a-1.
Anna van, IV-b-3.
Auck van, VI-4.
Bocke van, V-a-1, VI, VII-a, VII-b, VII-b-1.
Doedt van, VI-3.
Ebel van, IV-b-1, V-c.
Eets Wytzesdr van, IV-c-2.
Feycke Ruurds van, III-a-3.
Gerrolt Hessels van, II-5, III-c, IV-b, IV-c, IV-d.
Gerrolt van, IV-b-1, IV-c-1, V-c.
Haring Lucia van, VII-b-2.
Hessel Jelgers van, I-3, II, III-a, III-b, III-b-1, III-c.
Hessel Ruurds van, III-a-6, IV-a, V-a, V-b.
Hessel van, I-1, III-c-2, IV-b, V-a-2, V-b-1, V-c.
His Hesselsdr van, IV-a-7.
His van, III-c-7.
Homme van, III-c-1.
Hylck van, III-c-6.
Jelger Hessels van, II-3, III-b, IV-a-5, V-a, VI.
Jelger van, I, II, III-c-10, IV-d, VI-5, VII-a.
Luts Hesselsdr van, II-4.
Luts van, I-2, V-a-5, VI-1, VI-6.
Ofcke Hessels van, IV-a-4.
Poppe Hessels van, IV-a-6, V-b.
Rienck van, III-c-4.
Rints van, VII-a-1.
Ruurd Hessels van, II-1, III-a, IV-a.
Ruurd van, IV-a-1, V-a-3, VI-2, VI-7, VII-b.
Saepck Jelgersdr van, III-b-3.
Sjouck Jelgers van, IV-d-1.
Sjuck Gerrolts van, III-c-9.
Sjuck Ruurds van, III-a-2.
Syts Gerroltsdr van, III-c-8.
Tieth Gerroltsdr van, V-c-2.
Tieth Jelgersdr van, III-b-5.
Tieth Ruurdsdr van, III-a-4, IV-a-4.
Tjemck van, IV-a-2.
Tjets van, IV-b-2.
Tryn Ruurdsdr van, III-a-7.
Wick Hesselsdr van, II-2.
Wigle van, V-a-4.
Wilsck Gerroltsdr van, V-c-1.
Wytze van, III-c-3, IV-c, V-c.
Ynts Ruurdsdr van, III-a-5.
Ynts van, IV-a-3.
Ysck Gerroltsdr van, III-c-5.
Foppinga
Tryn Ofckesdr van, II-4.
Friling
Bawe, III-b-3.
Galama
Bauck Galesdr van, III-b-1.
Gale van, III-b-1, IV-a-3.
Otte van, IV-a-3.
Gauckema
Eets van, III-a-1, IV-a.
Gerrits
Gerritje, III-a-3.
Grumbach
Emerentiana van, IV-a-7.
Hania
Rixt van, IV-a-4.
Harinxma
Hylck Aggesdr van, II.
Luts van, II-4.
Heemstra
Ansck Sippesdr van, I-2.
Feye van, IV-b, V-c-3.
Jants van, IV-c-2.
Nicolaas van, V-c-3.
Sjoerd van, IV-c-2.
Wilsck van, IV-b, V-c.
Helbada
Frouck van, I-2.
Hemmema
Ebel van, IV-b.
Herema
Auck Bockesdr van, V-a, VI.
Bocke van, V-a.
Catharina van, VI-6.
Gerrolt van, II.
His Gerroltsdr van, II, III-a, III-b, III-c.
Luts van, III-b-1.
Rints Taeckesdr van, III-b-5.
Tjerck van, VI-6.
Heringa
Foockel van, V-c-1, VI-6.
Hermana
Ael van, III-a-2.
Hobbe van, II-2.
Taecke van, II-2.
Hettinga
Ymck van, IV-b-3.
Holdinga
Tjets van, V-c-2.
Hommema
Rints Tietesdr van, II-4.
Tiete van, II-4.
Hottinga
Douwe van, III-b-1.
Jarich (Epe) van, II-6.
Jarich van, II-6.
Houwerda
Jetscke Mennesdr van, VI-6.
Hoxwier
Foeck van, III-b-1.
Humalda
Frans Aebinga van, III-a-1.
Inthiema
Willem van, V-c-2.
Jellinga
Tjalling van, I-2.
Jeppema
Jeppe Jeppes, I-2.
Jeppe Keimpes van, I-2.
Juckema
Ael Werpsdr van, II-2.
Werp van, III-a-5.
Wytze van, III-a-5.
Liauckema
Catharina Scheltesdr van, II-4.
Schelte van, II-4, IV-a-4.
Sjouck Scheltesdr van, IV-a-4.
Meckema
Hessel van, IV-a-7.
Menne Houwerda van, VI-6.
Pybe van, VI-6.
Sippe van, IV-a-7.
Mellema
Geel van, III-a-1.
Luts van, IV-a, V-a, V-b.
Poppe van, III-a-1, IV-a.
Minnema
Frans Sipckes van, II-4.
Sipcke Hotzes van, II-4.
Mockema
Bets van, III-a-1.
Botte van, III-c-5.
Taecke van, III-c-5.
Montzima
Bauck Poppesdr van, VII-a.
Nittema
Saepck van, III-b.
Ockinga
Lolle Heres van, III-a-2.
Riem Lollesdr van, III-a-2.
Oedtsma
Bauck Hommesdr van, III-a-5.
Oenema
Tieth Wytzesdr van, I, II.
Wytze van, I.
Offenhusen
Habel Frederiksdr van, III-b-1.
Popma
Aesge van, IV-b-3.
Tiete van, IV-b-3.
Rennarda
Wyts Abbesdr van, V-a.
Rinia
Doecke Hayes van, III-b-5.
Haye Doeckes van, III-b-5.
Roorda
Feye van, IV-a-4.
Machteld van, VII-b.
Rints van, VI.
Ursel Feyesdr van, IV-a-4.
Ursel Wybrensdr van, V-b.
Watze van, VII-b.
Wybren van, V-b.
Scheltema
Gabbe van, III-a-7, III-b-5.
Minne van, III-b-5.
Sybeth van, III-a-7.
Tieth Scheltesdr van, V-b.
Ursel van, VII-b.
Sierdsma
Feycke van, II-6.
Ynts Feyckesdr van, II-6, III-a.
Sippens
Lisck Doeckesdr, III-a.
Sjaerda
N.van, I.
Swob Douwesdr van, II-6.
Starkenborgh
Aaltje Tjaerda van, V-c-3.
Bartholt Tjaerda van, III-b-3.
Teteke Tjaerda van, III-b-3.
Sythiema
Lieuwe van, I-2.
Tjaerda
Womck Sydsdr van, III-c-5.
Tjallinga
Tjepck Tjepckesdr van, III-b-2.
Unckel
Adolf van, V-c-1.
Walta
Aelcke van, IV-a-3.
Luts Douwesdr van, VI-6.
Sybren van, V-c-2.
Tjaert Holdinga van, V-c-2.
Waltinga
Foockel Hobbesdr van, V-c-2.
Hobbe van, V-c-2.
Wobbinga
Riem Eggesdr van, II-2.
Wybesma
His, II-6.
Ydsma
Popck van, IV-c-2.
Tjets Keimpesdr van, III-a-7, III-b-5.
zonder achternaam:
Catharina Sebastiaansdr, III-a.
Doed Goslingsdr, III-c-9.
Tjaert Hanckes, III-a.
_